De Moeilijke Eter (lezersinzending)

Door Ingezonden Bericht
Geplaatst in Lezersinzending
Tags:
11 oktober 2026

In het Noord-Limburgse dorpje van mijn jeugd kende de menukaart thuis weinig geheimen. Het concept was simpel: je at wat de pot schaft. Met een bescheiden budget toverde moeders elke avond een smakelijke maaltijd op tafel. Als we echt wilden uitpakken en experimenteren met de ‘exotische keuken’, kregen we nasi of kipkerrie. En als het feest was, stonden er pannenkoeken of frietjes op tafel. Ik groeide op met een brede, makkelijke smaak. Niet zeuren, gewoon eten.

Nu, tientallen jaren later, is de setting drastisch veranderd. Ik woon met mijn vrouw en dochter in het prachtige Thailand. Een land dat bekendstaat om zijn culinaire hoogstandjes. Eerlijk is eerlijk: er zijn behoorlijk wat Thaise gerechten die ik met smaak verorber. Er is een handvol dat ik prima weg eet, ook al hebben ze niet mijn voorkeur. Ik vind mezelf, met mijn Limburgse wortels, eigenlijk best flexibel.

Bij mijn vrouwlief en dochter ligt dat anders. Zij hebben de menukennis van een sterrenchef en de besluiteloosheid van een diplomaat. De één wil dit, de ander absoluut dat.

Op zich hoeft dat in het moderne Thailand geen probleem te zijn. De iconen van Grab en Lineman glanzen verleidelijk op onze telefoons. Een leger aan bezorgers staat klaar om binnen no-time elk denkbaar gerecht voor onze deur af te leveren. Het paradijs, zou je denken. Totdat de dagelijkse vraag toeslaat: “Wat gaan we eten?”

Mijn vaste, vredelievende antwoord luidt steevast: “Maakt niet uit, kijk maar wat jullie willen. Dan zie ik wel of er iets voor mij tussen zit.”

En dan begint de ceremonie.

Een half uur lang scrollen er vier duimen synchroon over de schermen. “Zullen we dit doen?” “Nee, dat had ik gisteren al.” “Dan die curry?” “Bah, te zout.” Elkaars suggesties worden sneller afgekeurd dan een slechte auditie bij een talentenjacht.

Als de honger begint om te slaan in lichte irritatie, doe ik een constructief voorstel: “Zal ik anders zelf even de keuken in duiken en wat klaarmaken?”

Mijn vrouw kijkt op van haar telefoon, zucht diep en zegt met een bloedserieus gezicht: “Nou ja zeg… jij bent ook echt zo’n moeilijke eter!”

Ik slik mijn herinneringen aan de Limburgse nasi en de stelregel van mijn moeder (“Als je honger hebt, eet je alles”) maar snel in. Terwijl de dames weer koortsachtig verder bladeren in de app, vraag ik me af hoe het zover heeft kunnen komen.

Terwijl de minuten wegtikken, stijgt de spanning in de huiskamer. Het is inmiddels drie kwartier geleden dat de menustrijd begon. Mijn maag knort, maar het geluid wordt overstemd door het agressieve geswipe op de telefoons.

Plotseling klinkt er een dramatische toon. De telefoon van mijn dochter valt uit. Batterij leeg. “Mam, ik was net bij die ene sateetjes-zaak! Welke was het?!” roept ze in paniek. Mijn vrouw, volledig overprikkeld door de honderden opties op haar eigen scherm, gooit haar handen in de lucht. “Ik weet het ook niet meer! Nu moeten we weer helemaal opnieuw zoeken!”

De sfeer is inmiddels om te snijden. Dit is het moment. De honger drijft me tot actie.

Ik loop geruisloos naar de keuken. Geen Grab, geen Lineman, gewoon pure Limburgse improvisatie met een Thaise twist. Ik trek de koelkast open en inspecteer de voorraad. Ik vind nog wat overgebleven rijst, een paar stukjes kip, knoflook, chilipepers en — een klein culinair geheim uit de Hollandse hoek — een restje pindakaas en ketjap. Binnen tien minuten staat de wok op het vuur. Ik maak een razendsnelle fusion-maaltijd: Limburgse ‘kip kerrie-nasi’ ontmoet Thaise Khao Pad. De geuren die uit de keuken ontsnappen zijn hemels. Zelfs de dames kijken even op van het zwarte telefoonscherm.

Net op het moment dat ik de borden wil opscheppen, klinkt er buiten plotseling het ronkende geluid van een brommer. Er wordt aangebeld.

Mijn vrouw en dochter kijken elkaar verbaasd aan. Hadden ze in alle chaos dan toch per ongeluk op ‘bestellen’ gedrukt? Mijn vrouw haast zich naar de deur, betaalt de Grab-bezorger en komt triomfantelijk met een plastic tasje de kamer in. “Zie je wel! We zijn er toch uitgekomen!” roept ze uit.

Ze trekt de plastic bakjes open. De teleurstelling is direct van haar gezicht af te lezen. In plaats van de zorgvuldig bedachte maaltijd, heeft de bezorger de bestelling volledig omgewisseld met die van een andere klant. Voor onze neus staan drie bakjes met Som Tum (pittige papajasalade) op het allerhoogste, nucleaire Thaise pittigheidsniveau, vergezeld van een paar wel heel dubieuze kippenpootjes. Zelfs mijn vrouw, die wel wat gewend is, deinst achteruit. Mijn dochter trekt een vies gezicht. “Dit lust ik echt niet.”

De ironie hangt zwaar in de lucht. De dames kijken naar de oneetbare bestelling, en dan naar mijn dampende wokpan op het aanrecht.

Ik zet de borden met mijn eigen creatie op tafel en kan een brede glimlach niet onderdrukken. Terwijl ze gretig aanvallen op mijn Limburgs-Thaise fusion-rijst, neem ik een hap en besluit de bom te droppen.

“Dus,” zeg ik nuchter, “ik ben hier de moeilijke eter, hè? De man die letterlijk alles eet wat jullie uitkiezen, zolang er maar íets voor mij bij zit. Terwijl jullie al een uur elkaars keuzes afkeuren, de app laten vastlopen en nu met een oneetbare bestelling zitten, omdat de helft niet naar jullie wens is?”

Mijn dochter kijkt met een volle mond op en grijnst schapig. Mijn vrouw neemt nog een grote hap van mijn improvisatie-nasi, kijkt me aan en zegt met een knipoog: “Nou ja, voor een moeilijke eter kun je gelukkig best aardig koken. Maar morgen kiezen wij weer.”

Ik schud mijn hoofd en lach. Sommige dingen veranderen nooit, of je nu in een Limburgs dorpje woont of in het hart van Thailand. Het blijft gewoon eten wat de pot schaft — al moet je die pot soms wel even zelf op het vuur zetten.

Ingezonden door Bert Plaatmaker


Over deze blogger

Ingezonden Bericht

Laat een reactie achter