
Het telefoonnummer stond op de achterkant van de rekening. Met een blauwe pen waren acht cijfers na de eerste nul geschreven, met daaronder de naam Ploy en een klein lachend gezichtje. Ik ontdekte het pas thuis, toen ik mijn broekzakken leegmaakte en de rekening samen met wat muntgeld en een kassabon bijna in de prullenbak gooide.
Ploy had haar nummer opgeschreven. Daar leek weinig twijfel over mogelijk, maar waarom had ze dat gedaan? Misschien wilde ze dat ik contact opnam, al kon het net zo goed een vriendelijke geste zijn voor een vaste klant die inmiddels vaak genoeg kwam om zijn eigen tafel op te eisen. Bovendien wist ik nog altijd niet of ze een relatie had, want na zes bezoeken en meer mineraalwater zonder ijs dan een mens voor zijn plezier drinkt, had ik die ene eenvoudige vraag nog steeds niet gesteld.
De avond was rustig begonnen. Ploy stond bij de ingang toen ik aankwam en zodra ze mij zag, verscheen die korte glimlach die ik inmiddels van alle kanten probeerde te ontleden. Ze droeg haar zwarte werkshirt en had haar haar vastgebonden, waardoor haar ogen nog meer opvielen.
‘You come again,’ zei ze terwijl ze voor me uit naar mijn vaste tafel liep.
‘You sound surprised.’
‘No. I know you come.’
Even later zette ze mijn mineraalwater neer. ‘No ice.’
‘You know me too well.’
Ploy keek me recht aan en antwoordde: ‘Not yet.’ Daarna draaide ze zich om en liep ze terug naar binnen, zodat ik achterbleef met een fles water en twee woorden die mijn gezonde verstand opnieuw een vrije avond gaven. Zij zei bijna niets, maar ondertussen bouwde ik er moeiteloos een compleet verhaal omheen. Als ze ooit ‘good morning’ tegen me zou zeggen, zag ik ons vermoedelijk al samen ontbijten.
Nico, rustig aan.
Het restaurant was bijna leeg. Aan een tafel bij de straat zat een Duits stel zwijgend naar twee verschillende telefoons te kijken, terwijl een Thaise familie bij de keuken een grote gebakken vis deelde. Buiten lawaai en de glinstering van de vochtige straat en hoewel er regen in de lucht hing, bleef de bui voorlopig uit.
Toen Ploy mijn bestelling kwam opnemen, bleef ze iets langer naast mijn tafel staan dan nodig was. ‘What you eat today?’ vroeg ze.
‘What do you recommend?’
‘Again you ask me.’
‘This time I listen.’
Ze wees op een gerecht met garnalen, basilicum en chili. ‘This one. Little spicy.’
‘Thai little spicy or farang little spicy?’
Voor het eerst die avond lachte ze hardop. Daardoor keek een vrouw achter de kassa onmiddellijk onze kant op, en zodra Ploy dat merkte, verdween haar glimlach. Ze schreef mijn bestelling op en liep weg, maar de vrouw bij de kassa bleef haar volgen met haar ogen. Even later zeiden ze iets tegen elkaar in het Thais, waarbij ik begreep dat het over mij ging.
Vanaf dat moment veranderde de sfeer. Ploy keek nauwelijks meer mijn kant op en toen ze mijn eten bracht, zette ze het snel neer zonder iets te zeggen. Ook later kwam ze niet meer bij mijn tafel, want een andere serveerster haalde mijn lege bord op en vroeg of ik nog iets wilde drinken.
Waarschijnlijk ging het nergens over, hield ik mezelf voor. Toch begon ik me af te vragen of ik iets verkeerd had gezegd, of mijn belangstelling te opvallend was geworden, of dat iemand Ploy had gewaarschuwd dat ze te vriendelijk tegen een klant deed. Een mens kan van een blik een soort drama maken, zeker wanneer hij dolgraag wil weten wat die blik betekent.
Toen ik wilde afrekenen, verscheen Ploy alsnog. Ze legde het mapje met de rekening omgekeerd op tafel, met de bedrukte kant naar beneden, en schoof het iets dichter naar me toe.
‘You go home now?’ vroeg ze zacht.
‘Yes.’
‘Alone?’
Ze had die vraag eerder gesteld, maar deze keer klonk hij voor mijn gevoel anders. Misschien zachter en persoonlijker, hoewel ik inmiddels wist dat mijn gevoel geen betrouwbare vertaler was wanneer Ploy in de buurt stond.
‘Yes, alone.’
Achter haar kuchte de vrouw bij de kassa. Ploy keek schichtig even om en zei daarna alleen: ‘Take care.’
Ik betaalde contant, stopte de rekening zonder te kijken in mijn broekzak en liep naar buiten. Bij de straat draaide ik me nog een keer om. De vrouw bij de kassa sprak tegen Ploy, die wel luisterde, maar ondertussen naar mij keek.
Nu lag haar telefoonnummer op mijn tafel.
Ik voerde het in op Line en kreeg een profiel te zien met haar naam en een foto van een witte kat. Er stond geen man naast haar, geen kind en ook geen romantisch onderschrift waaruit ik iets kon afleiden. Alleen een kat die eruitzag alsof hij persoonlijk slecht nieuws kwam brengen.
Wat moest ik sturen? ‘Hello, this is Nico’ was eenvoudig, maar nogal kaal. ‘Thank you for your phone number’ klonk alsof ze me had geholpen bij het invullen van een formulier. Een grapje over het eten was veiliger, al zouden we dan opnieuw uitkomen bij een gerecht dat inmiddels een grotere rol in mijn liefdesleven speelde dan redelijk was.
Ik besloot daarom even te wachten, maar vijf minuten later vond ik dat kinderachtig. Ze had haar nummer tenslotte niet opgeschreven, zodat ik het kon inlijsten. Aan de andere kant wist ik nog altijd niet zeker of het werkelijk als uitnodiging was bedoeld.
Uiteindelijk hield ik het eenvoudig.
‘Hello Ploy, this is Nico 🙂’
Nadat ik op verzenden had gedrukt, werd het bericht vrijwel meteen gelezen. De drie bewegende puntjes verschenen, verdwenen en kwamen terug, waardoor ik verwachtte dat ze een wat langer antwoord schreef. In plaats daarvan ontving ik slechts drie woorden.
‘Don’t message now.’
Ik voelde me ongemakkelijk. Er stond geen ‘hello’, geen lachend gezichtje en ook geen uitleg bij. Waarom mocht ik haar nu niet berichten? Misschien was ze nog aan het werk en kon de vrouw bij de kassa meelezen, maar het kon ook zijn dat ze bij haar broer in de auto zat of dat er thuis iemand was die haar telefoon controleerde.
Een vriend misschien. Of een echtgenoot.
Precies de vraag die ik al die tijd niet had durven stellen.
Na een paar minuten verscheen een tweede bericht: ‘Wait.’ Vervolgens bleef het stil, zodat ik op mijn balkon naar dat ene woord zat te kijken, alsof het ieder moment kon ontploffen. Beneden reed een bahtbus door de straat en verderop blafte een hond naar een passerende motorfiets. Alles ging gewoon door, terwijl ik met mijn telefoon in mijn hand wachtte op een vrouw over wie ik nauwelijks iets wist.
Pas rond half twaalf stuurde Ploy opnieuw een bericht.
‘Now okay.’
Ik antwoordde meteen: ‘Everything all right?’
‘Yes.’
‘Why I cannot message?’
Hoewel ze mijn vraag direct las, kwam er geen antwoord. De bewegende puntjes verschenen een paar keer, maar verdwenen telkens weer. Uiteindelijk schreef ik: ‘Sorry if I make problem.’
Haar reactie kwam nu wel meteen. ‘You not make problem.’
‘Then what?’
Opnieuw duurde het even voordat ze antwoordde. ‘People talk too much.’
Ik dacht aan de vrouw achter de kassa, aan het abrupt verdwenen lachje en aan de manier waarop Ploy de rekening omgekeerd voor me had neergelegd. Blijkbaar wilde ze niet dat iemand in het restaurant wist dat ze mij haar nummer had gegeven. Daardoor werd de situatie spannender, maar niet duidelijker.
‘Why you give number?’ vroeg ik.
Na bijna twee minuten verscheen haar antwoord: ‘Maybe you want talk.’
Dat was geen echte verklaring, want zij had het initiatief genomen, maar legde de reden nu bij mij. Misschien was dat verlegenheid of voorzichtigheid. Toch kon het ook betekenen dat ze later wilde kunnen zeggen dat ik degene was die contact had gezocht.
‘Yes, I want talk with you,’ schreef ik.
‘About what?’
Nu kon ik eindelijk vragen of ze een vriend had. Het scherm beschermde me tegen haar blik en tegen mijn eigen onhandigheid, dus hoefde ik alleen maar de woorden te typen: Do you have a boyfriend? De zin stond al klaar, maar vervolgens verwijderde ik hem weer.
‘About you,’ schreef ik in plaats daarvan.
Ploy reageerde met een sticker van de witte kat die zich achter een gordijn verborg. Zelfs haar kat ontweek mijn vragen, en hoewel ik daarom moest glimlachen, verdween de spanning niet. Haar telefoonnummer was duidelijk meer dan gewone beleefdheid, maar waarom ze er zo geheimzinnig over deed, bleef onduidelijk.
Ik stuurde een foto van de rekening naar mijn Vlaamse vriend, die vrijwel meteen belde. ‘Awel, ze heeft het u op papier gegeven. Wat wilt ge nog meer, een aangetekende uitnodiging?’
‘Ze zei dat ik haar niet meteen mocht berichten.’
Aan de andere kant bleef het even stil. ‘Dat is andere koek.’
‘Misschien mocht haar collega het niet weten.’
‘Of haar vent.’
Hij zei hardop wat ik zelf probeerde weg te duwen. Toen ik vertelde dat Ploy vond dat mensen te veel praatten, antwoordde hij dat mensen meestal het meest praten wanneer er werkelijk iets te vertellen valt.
‘Vraag gewoon of ze vrij is, Nico. Voor ge straks in een Thaise soap zit zonder de ondertiteling te begrijpen.’
Ik vertelde hem dat ik de vraag al had getypt en weer had verwijderd. Hij zuchtte en zei: ‘Ge kunt aan de andere kant van de wereld gaan wonen, maar ge neemt uzelf altijd mee.’
Ja, dat klopt als een zwerende vinger. Ook in Nederland stelde ik moeilijke vragen graag uit, hoewel ik dat toen liever zorgvuldig en bedachtzaam noemde. In werkelijkheid wachtte ik vooral tot een antwoord me niet meer kon raken, maar zo werkt het natuurlijk niet. Hoe langer je wacht, hoe groter het antwoord in je hoofd wordt.
Nadat we hadden opgehangen, wenste ik Ploy welterusten. Ze reageerde vrijwel meteen met: ‘Good night Nico. Tomorrow you come?’
‘Do you want me to come?’
Ditmaal stelde ik de vraag voordat ik hem weer kon verwijderen. Toch bleef het vervolgens zo lang stil dat ik begon te denken dat ik te rechtstreeks was geweest. Pas na vijf minuten verscheen haar antwoord.
‘Yes.’
Eén woord, maar deze keer geen ‘maybe’ en geen grapje over het eten. Daardoor sliep ik die nacht wat onrustig, niet omdat ik nu zeker wist dat Ploy belangstelling had, maar omdat ik nog steeds niet wist wat voor belangstelling. Een vrouw kan een man aardig vinden en toch niet vrij zijn. Bovendien kan ze aandacht prettig vinden zonder iets nieuws te willen beginnen, of ze kan een verhaal kwijt willen dat helemaal niets met romantiek te maken heeft. Misschien weer een zielig verhaal over een ziek kind en geld dat nodig is voor het ziekenhuis. Ze zou de eerste niet zijn.
De volgende avond kwam ik iets later dan normaal bij het restaurant. Ploy stond dit keer niet bij de ingang, maar de vrouw van de kassa wel. Ze herkende me en schonk me een glimlach waarin weinig warmte zat.
‘Ploy not working?’ vroeg ik.
‘She work.’ zei ze enigszins geïrriteerd.
Ze wees naar binnen, waar Ploy achter in het restaurant bij de keuken stond. Ze keek kort mijn kant op, maar draaide zich meteen weer om. Een andere serveerster bracht mijn mineraalwater, met ijs, en nam ook mijn bestelling op. Ploy kwam niet naar mijn tafel, niet om mijn eten te brengen en evenmin toen mijn bord al leeg was.
Langzaam begon ik te denken dat het telefoonnummer een vergissing was geweest. Misschien had Ploy spijt gekregen, had iemand onze berichten gezien of vond ze mijn vraag of ze wilde dat ik kwam te direct. Haar afstandelijke houding kon natuurlijk ook gespeeld zijn voor de vrouw bij de kassa, maar inmiddels wist ik niet meer welke uitleg hoop was en welke gezond verstand.
Toen ik na het eten om de rekening vroeg, bracht dezelfde serveerster het mapje. Ploy bleef bij de keuken staan, waardoor ik betaalde en opstond zonder haar te spreken. Terwijl ik naar buiten liep, kwam ze me echter tegemoet en raakte haar hand heel even de mijne. Pas toen voelde ik dat ze een klein opgevouwen papiertje tussen mijn vingers had geschoven.
Ik liep door zonder om te kijken en vouwde het briefje pas buiten op straat open. Er stond slechts één zin op.
‘Sunday 2 pm. Coffee. Don’t tell restaurant.’
Mijn hart klopte wat sneller dan redelijk was voor een afspraak om koffie te drinken. Toen ik door het raam naar binnen keek, stond Ploy naast de vrouw die ons de hele avond in de gaten had gehouden. Ze keek strak voor zich uit, alsof ik nooit aan haar tafel had gezeten en haar nummer nooit op de achterkant van mijn rekening had gestaan.
Even later trilde mijn telefoon.
‘Nico, I must tell you something before you ask me.’
Ik wist onmiddellijk welke vraag ze bedoelde. Toch wist ik ineens niet meer zeker of ik zondag nog wel naar het antwoord verlangde.
Wordt vervolgd.
Ingezonden door Nico

Geweldig verhaal, ladyboy again?
Zo ja geniet samen van het leven en ga ervoor.
Awel een beetje cliffhamger zet je op het verkeerde been, dus zal ze vast een ander onderwerp aansnijden. ik zie uit naar de volgende episode.
Hoi Nico,
Deze reactie was nog bedoeld onder de vorige aflevering.
Ik geniet van je verhalen ongeacht in welke stijl je ze opschrijft. Doe het op een manier dat jij er plezier aan beleeft zou ik adviseren.
En je mag jezelf ook best wat meer “krediet geven.” Zoals je in de vorige aflevering mooi omschreef wat er allemaal in je hoofd omging bij de restaurants bezoekjes. Als je een dame leuk vindt kan een simpel gesprek zo veel betekenis hebben dan hetzelfde gesprek met een ander.
Naar mijn indruk ben je iemand die situaties aanvliegt met de beste bedoelingen voor de ander en jezelf. Dat valt te prijzen.
Gr. Peter