De boog kan niet altijd ontspannen zijn (deel 4)

Door John Wittenberg
Geplaatst in Leven in Thailand, Reisverhalen
Tags:
17 augustus 2019

John Wittenberg geeft een aantal persoonlijke bespiegelingen van zijn reis door Thailand die eerder verschenen zijn in de verhalenbundel ‘De boog kan niet altijd ontspannen zijn’ (2007). Wat voor John begon als een vlucht, weg van pijn en verdriet is gegroeid tot een zoektocht naar zingeving. Het Boeddhisme bleek hierbij een begaanbare weg te zijn. Op Thailandblog verschijnen vanaf nu met enige regelmaat zijn verhalen.

Een nieuw land

Ik ben nu in Laos. Laos ligt tussen Vietnam en Thailand en grenst in het noorden aan China. Zes miljoen inwoners, even groot als Engeland en corrupt tot op het bot. Amerika heeft met behulp van Thaise vliegvelden het land jarenlang gebombardeerd, gemiddeld vijfhonderd kilo bom per inwoner. De Thaise bevolking kijkt wat neer op het veel armere Laos. Ik hoor ze klagen over de economische vluchtelingen in Thailand. Volgens mij heeft elk land een nog armer land nodig om zich te beschermen tegen economische vluchtelingen. Overigens is de relatief hoge welvaart van Thailand te danken aan de ontvangen vergoedingen van de Amerikanen om de vliegvelden te mogen gebruiken, maar daar hoor je geen Thai over.

En dan de grensformaliteiten, uiterst moeizaam. Je schuift je paspoort onder een klein luikje en dan zie je ineens een handje tevoorschijn komen dat in vlekkeloos Engels gebaart om eenendertig dollar te betalen of vijftienhonderd bath (is twintig procent te veel). Eenmaal het geld ontvangen, hoor je wat stempels slaan (je ziet niets) en weer dat handje om naar het volgende loket te gaan. Daarna, wat bankbiljetten en loketten verder, krijg ik mijn paspoort terug en ga ik lopend ongecontroleerd de grens over, me afvragend waar al het geld is gebleven.

Ik zoek een busje op en wacht gelaten totdat het busje gevuld is met andere passagiers. Ze zijn allemaal bepakt en bezakt met spullen van de markt en ze staren me de hele tijd aan, ik glimlach maar vriendelijk terug. Mijn bestemming is de stad Pakse, een vreselijk saai provinciestadje. Omdat het een lang vrij weekend is, kan ik geen enkele vrije kamer vinden. Uiteindelijk vind ik een uiterst morsig kamertje, maar er is niets anders. Tanden op elkaar dan maar.

De volgende dag weer met een busje naar mijn bestemming: Wat Phu Champasak, een prachtig tempelcomplex uit de twaalfde eeuw, aangewezen als cultureel erfgoed door Unesco. Het is werkelijk een prachtig complex, een lange promenade leidt naar een paleis, van daaruit een hoge trap met zevenenzeventig treden die leidt naar een middenkamer. Daarin staat een prachtig Boeddhabeeld van goud. Ik buig drie keer, één keer voor Boeddha, één keer voor zijn leer en één keer voor zijn volgelingen. (wanneer buig ik ook voor de derde keer voor mezelf vraag ik me af).

Je mag een wens doen en als je een loodzware steen kan optillen, wordt je wens vervuld. De steen voor vrouwen is zeker, oneerlijk, de helft lichter. Het doet me denken aan de vrouwenafslag met golfen.

De prachtige middenkamer is rijkelijk versierd met motieven, danseressen, mythologische figuren en Garoeda’s. Daarachter een trapje naar een rots waaruit al eeuwen lang water sijpelt. De berg Phu Pasek is heilig en het water nog veel heiliger. Het wordt opgevangen in plastic flesjes vanuit een plastic gootje. Vooruit, maak het water heilig, maar niet met zo’n lullig plastic gootje zou ik zeggen. Mijn kriebelende handen zouden het commercieel veel handiger aanpakken, maar ik hou me natuurlijk in want ik ben nu met vakantie.

Laos is werkelijk straatarm, al betaal ik vreemd genoeg dezelfde prijs voor het eten en slapen als in Thailand. Ik denk dat het komt omdat ik hier aan de heidenen (Joden zou mijn oudtante hebben gezegd) ben overgeleverd. Ik betaal met een biljet van duizend bath (twintig euro) en krijg behalve het ontbijt, zo’n 200.000 kip terug. In honderd biljetten, keurig met een elastiekje per twintig stuks (meteen zorgvuldig nageteld door mijn Joodse tafelgenote, maar daar kom ik later op terug). Ik heb geen idee of het klopt, maar zolang ik voor deze hele stapel heel wat maaltijden krijg en menig fles bier (zeer smakelijk Laos beer) maak ik me maar niet druk.

Ik zit nu op een terras van het hotel, aan de Mekong rivier. Een heel rustige, ongeveer één kilometer brede, rivier met smalle bootjes, bochtige vlak aflopende oevers en veel groen, geen huizen, geen elektriciteitsdraden, alleen maar natuur, prachtige bomen, rijstvelden, geluid van krekels en vogels.

Ik maak een avondwandelingetje in het dorpje Champasak samen met een beeldschoon meisje uit Jeruzalem (hetzelfde dat zo goed geld kan natellen). En daarna een diner samen met haar tot laat in de avond, veel verhalen over het gewelddadige leven in Israël, met een bewonderenswaardig opbeurende optimistische kijk op overleven. Soms overstemd door krekels. Het leven is zo gek nog niet.

Een groot geschenk

Ik ben nu weer in Thailand, via twee taxi’s en een boottochtje over de Mekong. Even mijn paspoort laten zien en een kaartje invullen zodat ik weer een maand kan blijven. Ik reis nu direct door naar een internationale tempel, even buiten Ubon Ratchathani. En warempel, de taxichauffeur weet precies waar het is. Thai zijn zo blij wanneer een blanke interesse toont in Boeddha en vooral wanneer ze monnik zijn, gaan ze helemaal uit hun dak.

Je hebt eigenlijk twee soorten kloosters, één in de stad of dorp, te midden van de gemeenschap en één in het woud. Zij leven eenzaam in een hutje in het bos en komen slechts enkele keren per dag bijeen om te eten en om gezamenlijk te bidden in de tempel. De rest van de dag zijn ze helemaal alleen om te mediteren.

De omliggende bewoners zorgen voor voedsel dat ze elke dag komen brengen. Ze zien dit absoluut niet als een belasting, integendeel, het geeft hen gelegenheid om goed te doen en zo verdiensten te verkrijgen. De gift is immers groter dan de ontvangst. Ik heb nog heel wat knopjes om te draaien voordat ik zover ben, maar er wordt aan gewerkt.

De morsige taxichauffeur geef ik opdracht een paar uur te wachten en loop het pad af, richting de tempel. Een gewoon, modern rechthoekig gebouw zonder veel opsmuk. Aan één kant een verhoging met een groot Boeddhabeeld en wat kleintjes eromheen en wat beelden van beroemde monniken her en der verspreid, wat bloemen en andere versieringen en een verhoginkje voor de abtmonnik, die voorgaat in het gebed.

Ik zie nu voor het eerst blanke monniken lopen, blootsvoets in het bos en in de verte wat hutjes op palen. Glimlachend zoek ik contact met de eerste monnik die mijn pad kruist en vraag een gesprek aan. Verontschuldigend wijst hij naar een ander die meer ervaring heeft, maar ik ben gecharmeerd van zijn bescheidenheid en -heel belangrijk- hij spreekt accentloos Engels. Ik vraag hem vriendelijk of ik toch met hem mag praten en weldra zitten we op een bankje onder een boom in de schaduw. Hij meteen in de lotushouding (nog steeds buitengewoon oncomfortabel voor me) met één schouder bloot, in een oranje gewaad gewikkeld, zoals een Romeinse toga en de voetzolen opvallend weinig vereelt. Hij is Amerikaan, een jaar of vijfendertig, middle class, een typische WASP, met een buitengewoon open en zacht gezicht. Zeer glad geschoren op zijn gezicht en hoofd, maar verder behaard.

Zelden iemand ontmoet die de eerste momenten al een ongelooflijk evenwichtige en serene rust uitstraalt. Absoluut niet wereldvreemd, eigenlijk een gewone Amerikaan, die de behoefte heeft om monnik te worden. Ik mag alles aan hem vragen en heel ontspannen -hoe kan het ook anders?- geeft hij antwoorden.

Voor we er erg in hebben, zit hij op zijn praatstoel en aangenaam geprikkeld door mijn wat nuchtere vragen praten we een paar uur met elkaar. En dat voor een man die gewend is jarenlang te mediteren in een hut! Mijn meest prangende vraag probeert hij zeer uitgebreid te beantwoorden: waarom is Boeddha geen god?

Tijdens de laatste ‘big bang’ (volgens hem waren er vele aan voorafgegaan) was er aan het begin slechts een bijzonder figuur met zeer grote krachten: Vishnu, die dacht dat hij de hoogste god was omdat hij de eerste was. Toen er meer mensen op aarde kwamen dachten ze allemaal hetzelfde. Boeddha vroeg belet aan Vishnu (of andersom) en legde Vishnu uit dat hij weliswaar een heel hoge kracht is, maar dat er vóór hem (vóór de laatste ‘big bang’ dus) ook gelijkwaardige krachten zijn. En zelfs hogere. Tot dat inzicht gekomen, betuigde Vishnu aan Boeddha zijn respect door zijn hogere kennis, hoger dan Vishnu zelf. Boeddha zelf pretendeert echter niet de hoogste macht te zijn. Wie is dan wel de hoogste?

Toen Boeddha verlicht werd, kon hij terugkijken op al zijn incarnaties (ik dacht vijfhonderd, maar deze Amerikaan sprak van vele meer). Boeddha kon steeds verder terugkijken, maar er kwam maar geen eind aan de incarnaties, net zoals een cirkel waar het middelpunt overal is en het eindpunt nergens. Uiteindelijk gaf Boeddha het maar op. Een beetje flauw van hem.

Ik weet dus niet wie de hoogste is, maar ik geef mijn zoektocht nog niet op. Wat een verhalen allemaal. Ik heb in elk geval een geweldige middag gehad met een stralende persoonlijkheid. Af en toe dacht ik zelfs gezellig met hem in De Witte te zitten.

Met een waai neem ik afscheid van hem, de handen gevouwen en, licht buigend, de vingertoppen tikkend aan mijn voorhoofd (het hoogste respect dat je aan Boeddha, een monnik en de koning geeft). Een monnik groet niet terug, maar hij glimlacht en bedankt me voor het gesprek. We wisselen adressen uit en ik beloof hem een brief te schrijven wanneer ik weer in Holland ben.

Ik krijg als geschenk wat boekjes mee en langzaam loop ik terug naar mijn nog steeds wachtende taxi (die dezelfde rust uitstraalt, maar dan slapend). Ik kijk nog even achterom en voel nog steeds de warmte van dit gesprek. Zo mooi, al zou ik dit leven niet begeren. Ik stap in de taxi, kijk weer even zeer dankbaar achterom. Deze monnik heeft me vandaag een heel groot geschenk gegeven.

Wordt vervolgd….


» Laat een reactie achter


5 reacties op “De boog kan niet altijd ontspannen zijn (deel 4)”

  1. Koen van S. zegt op

    Mooi bijzonder verhaal meneer. Een mooi begin voor een mooi boek lijkt mij. Prettige dag, Koen.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +8 (obv 8 stemmen)
  2. NicoB zegt op

    Dat boek volgt nog zodra John al z’n verhalen heeft verteld, vlot geschreven en gelardeerd met details, leuk, bedankt, zie uit naar het volgende deel.
    NicoB

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +5 (obv 5 stemmen)
  3. rob zegt op

    John, mijn dank voor dit stuk. Ben me aan het voorbereiden op een Thailand/Laos/reis en wie weet, treed ik nog in je voetsporen.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +1 (obv 1 stem)
  4. Jan zegt op

    Dat Laos wat betreft net zo duur is als Laos klopt. het leven in Laos is! (Veel ) du
    order dan in Thailand. Laos moet bijna alles importeren. Ze hebben haast niets van zichzelf. En als je een winkel binnen loopt , ziet die er ongeveer het zelfde uit Als in Thailand.
    Wat de grens betreft , dat is een bekend verhaal. Je mag ook in kip betalen en dan betaal je 300.000 lak. Luister goed. Ik zeg niet dat ze het doen , maar ik zou gelijk bij de bank inwisselen tegen dollars. Zo hou je dan een mooi zakcentje over.
    Maar Laos is een mooi land! Mooie natuur.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: 0 (obv 0 stemmen)
  5. jan zegt op

    John leuk om te weten ? Buddha Prophecied of a holy one (JESUS?)..Boeddha profeteerde een heilige die zou komen om mensen door de cyclus van lijden te dragen. Dit is gevonden in Wat Phra Sing en is geschreven op enkele van de tempelmuren van Chiang Mai.
    https://www.youtube.com/watch?v=kOfsmcvTJOk

    Het 3e oog de (Pijnappelklier) is the Gateway to God.
    In oosterse filosofieën wordt de epifyse beschouwd als de zetel van de ziel.
    Descartes besteedde veel tijd aan studie van de pijnappelklier en ging ervan uit dat de pijnappelklier de centrale plaats was voor interactie tussen lichaam en ziel en noemde de pijnappelklier de ‘zetel van de ziel’. https://nl.wikipedia.org/wiki/Pijnappelklier

    King James Bible over het 3e oog/single eye : Matthew 6:22
    The light of the body is the eye: if therefore thine eye be single, thy whole body shall be full of light.

    Genesis 32:30 And Jacob called the name of the place Peniel (Pineal gland ? ) : for I have seen God face to face, and my life is preserved.

    The pineal gland produces melatonin, a serotonin-derived hormone which modulates sleep!!!

    Talking to the pineal : https://www.youtube.com/watch?v=LuxntX7Emzk

    BUDDHA PROPHESIED JESUS?
    https://www.youtube.com/watch?v=Jz8v5hS-jYE

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: 0 (obv 0 stemmen)

Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website