Wie in de jaren negentig of begin deze eeuw in Bangkok landde, kent het gevoel nog. Je stapte uit het toestel, liep door een niet al te grote hal, en even later stond je buiten in de warme, vochtige lucht. Don Mueang was oud, een beetje sleets, maar overzichtelijk. Je wist waar je was.

Toen kwam Suvarnabhumi. Groter, moderner, glimmender. En toch bleef er altijd iets knagen. Veel expats hebben die nieuwe luchthaven nooit echt in hun hart gesloten. Dit is het verhaal van de laatste jaren van Don Mueang, en van waarom de opvolger nooit dat warme gevoel opriep.

Een luchthaven zo oud als de luchtvaart zelf

Don Mueang ging open op 27 maart 1914. Dat maakt het tot een van de oudste luchthavens ter wereld die nog vliegt. Generaties reizigers landden hier, van de eerste propellertoestellen tot de jumbojets. In topjaar 2004 kwamen er ruim 38 miljoen passagiers doorheen. Op dat moment stond Don Mueang veertiende op de lijst van drukste luchthavens ter wereld, en tweede van Azië.

Voor wie regelmatig naar Thailand vloog, was het simpelweg de plek waar je aankwam. De letters BKK op je bagagelabel betekenden: je bent er bijna. Precies die drie letters zouden later verhuizen.

De nacht dat het licht uitging

In de nacht van 27 op 28 september 2006 nam Suvarnabhumi het over. Om drie uur ’s nachts ging de nieuwe luchthaven open voor al het internationale verkeer, en Don Mueang sloot voor de commerciële vluchten. Het eerste toestel dat landde was een vrachtvliegtuig van Lufthansa Cargo uit Mumbai, om vijf over drie.

Ook de naam ging mee. De code BKK, jarenlang van Don Mueang, werd overgezet naar Suvarnabhumi. Don Mueang kreeg DMK. Een klein administratief dingetje, maar voor wie er gevoelig voor is, voelde het als een streep door het verleden.

Een nieuwe luchthaven met scheuren erin

Suvarnabhumi begon niet goed. Binnen een paar maanden telden inspecteurs meer dan honderd scheuren in de start- en taxibanen. De ondergrond zakte weg, het drainagesysteem deugde niet en er waren twijfels over de gebruikte materialen. Binnen was het niet veel beter: te weinig toiletten, onduidelijke bordjes, bagage die zoekraakte of achterbleef, en lekkages die koffers beschadigden. Een onderzoek van de luchthavenautoriteit vond eenenzestig gebreken.

Rond de bouw hing bovendien een stevige geur van corruptie, met onderzoeken naar overfacturering en ondeugdelijk werk. Dat een gloednieuwe luchthaven van miljarden meteen gerepareerd moest worden, viel niet uit te leggen. En het bevestigde precies wat sommige reizigers al voelden: dit ding was te groot, te gehaast, te glad.

Waarom Don Mueang toch terugkwam

De problemen op Suvarnabhumi waren zo groot dat de oude luchthaven al snel weer nodig was. Op 25 maart 2007 ging Don Mueang opnieuw open voor een deel van de binnenlandse vluchten. Wat als tijdelijke noodgreep begon, werd blijvend.

Don Mueang groeide uit tot de thuisbasis van de prijsvechters. AirAsia, Nok Air, Thai Lion Air, ze gingen er allemaal zitten. In 2015 gold het als de grootste luchthaven voor lowcostmaatschappijen ter wereld. De luchthaven die doodverklaard was, werd drukker dan ooit, alleen met andere vliegtuigen en goedkopere tickets.

De golfbaan tussen de startbanen

Eén detail vat het oude Don Mueang beter samen dan wat ook. Tussen de twee startbanen ligt een golfbaan, de Kantarat, aangelegd door de luchtmacht in 1952. Achttien holes, geen hek tussen de fairway en de taxibaan, en boven je hoofd toestellen die opstijgen en landen. Je speelt er een rondje voor, omgerekend een paar euro.

De baan ligt er nog steeds. De luchtmacht is de eigenaar en wil hem niet zomaar kwijt. De luchthaven zou het terrein goed kunnen gebruiken om uit te breiden, maar het prijskaartje van meer dan een miljard baht houdt de kopers voorlopig weg. Dus blijven de golfers zwaaien naar de vliegtuigen.

Waarom het nooit meer hetzelfde werd

Natuurlijk, veel heimwee is gekleurd. Don Mueang was krap, gedateerd en op drukke dagen een zweetbad. Suvarnabhumi kan meer mensen aan, heeft betere verbindingen en oogt indrukwekkend met dat glazen dak. Op papier is het gewoon een betere luchthaven.

Maar daar ging het de reiziger nooit om. Op Don Mueang landde je, liep je een overzichtelijke hal door en zat je binnen een kwartier in een taxi. Op Suvarnabhumi loop je eindeloze gangen af, sta je in de rij bij de immigratie en rijd je daarna nog een halfuur of langer de stad in. Het is efficiënt, maar het voelt als een machine. En een machine sluit je niet in je hart. Dat verschil, klein en onmeetbaar, is precies wat blijft hangen.

Don Mueang draait nog volop, vol met goedkope toestellen naar Chiang Mai en Udon Thani. Wie er nu landt, proeft nog iets van vroeger: die kleine schaal, dat gedoe, dat menselijke. Misschien is dat de echte reden dat de oude luchthaven bleef, en dat mensen hem nooit helemaal loslieten.

Bronnen: Wikipedia, Golf Digest

Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. De inhoud is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, meningen en eigen onderzoek van de auteur. Waar relevant, is er gebruikgemaakt van AI als hulpmiddel bij het schrijven en structureren van teksten. Wij genereren soms ook foto's met AI. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

1 reactie op “Nostalgie: Don Mueang, waar Thailand begon zodra je uit het vliegtuig stapte”

  1. Lieven Kattestaart zegt op

    Don Mueang.
    Landde er voor de eerste keer in 1993, en die keer staat me nog steeds bij.
    Nog nooit in Thailand geweest werd ik ’s ochtends vroeg verwelkomd door een mistig vliegveld, wat de voorbode van een bloedhete April-dag bleek te zijn, muf meurende vloerbedekking waarover je naar de immigratie liep ( deze vloerbedekking gaf dat ‘Bangkok-luchtje’ af, dat ik daarna nergens anders meer aangetroffen heb ) levensgrote portretten van Koning Bhumibol en Sirikit, plus een stuurs kijkende Thaise militaire pettemans die mijn paspoort afstempelde met een blik alsof ik staatsvijand numero 1 was.

    Dit werd later weer goedgemaakt door een schoonmaakster bij de bagagebanden, die me een werkelijk stralende glimlach gaf, en me meteen weer liet beseffen waar ik aangeland was. In Thailand, op weg naar het ook al onbekende Pattaya aan zee.

    Volgens de reisgids van Holland International vooral een favoriete strandbestemming voor gezinnen en oudere echtparen. Dat laatste bleek achteraf niet helemaal te kloppen.
    Maar inderdaad, het huidige vliegveld mag dan groter, efficienter, en beter uitgerust zijn, het is ook een compleet zielloos gebouw.
    Waar ik me altijd voel als een radijsje in een koelkast, waarvan het licht nooit uitgaat.

    Noem het nostalgie, of roze bril, maar Don Mueang was altijd een belevenis, die je hart sneller deed kloppen.
    Suvarnabhumi is slechts een lastige horde die genomen moet worden op weg naar je verblijf in Thailand.

    0

Laat een reactie achter