Jacques Koppert beschreef eerder in ‘De Week van’ hoe hij en Soj uit Wemeldinge naar hun huis in Ban Mae Yang Yuang (Phrae) vertrokken (25 december). In zijn Dagboek van 27 januari beschreef hij de schoolsportdag 2012 en de jaarwisseling, op 17 februari blikte hij terug op de bouw van zijn huis en op 9 maart vertelde hij over zijn weekje vakantie in Thailand. Vandaag op weg naar Mae Sot voor een 90-dagenstempeltje.

Als je langer dan 3 maanden in Thailand wil blijven is een jaarvisum handig. Vorig jaar dacht ik bij de eerste aanschaf: Fijn alles in één keer geregeld. Maar bij de ambassade werd het al duidelijk. Ook met een jaarvisum moet je binnen 90 dagen Thailand uit om een stempeltje te krijgen zodat je weer 90 dagen mag blijven. Logisch toch?

De bordercrossing bij Mae Sai, vorig jaar was mij niet goed bevallen. Bedelende kinderen die aan je hangen en nog veel irritantere sigaretten/Viagra verkopers. In die koopwaar ben ik niet geïnteresseerd. Roken doe ik niet en op de vraag waarom ik geen erectiepillen koop, mag iedereen zelf een antwoord bedenken. Mijn “No is No” klonk volgens Soj zo onvriendelijk dat ze mij corrigeerde. Je hoort niet boos te worden op die strontvervelende lui, ook niet in Tachileik in Myanmar.

Dag 1: Op weg naar de grens

Dit jaar gingen we mijn verblijf in Thailand veilig stellen in Mae Sot. Een plaats die de kenner van Noord Thailand bij uitstek, Sjon Hauser, omschrijft als Little Burma in Thailand. Dat lijkt geschikt voor een uitstapje. En er was nog een doel. Bezoek aan een Thaise kennis die daar woont met haar twee zoons.

We kennen elkaar uit de tijd dat ze nog in Nederland woonden. Zes jaar geleden vertrokken ze naar Thailand. De jongens zijn inmiddels 12 en 13 jaar. Het lijken Thaise boys, maar we kunnen Nederlands met elkaar praten. Ook met moeder Jaimy. Het was leuk elkaar weer te zien. We zijn gaan eten in een Vietnamees restaurantje. Zelf aan tafel je loempiaatjes maken, je bent er zo een avondje mee zoet.

Dag 2: De grens over

De tweede dag gingen we de grens over. Het gaat hier gemoedelijker dan in Mae Sai. De prijs is hetzelfde: 500 bath en voor Soj 20 bath. De vriendschapsbrug is lang, 420 meter staat er op het bord. Aan de overkant in Myawaddi is niet veel te beleven. Het hoogtepunt was de koffie in het River View restaurant met een pot thee erbij, alles voor 20 bath. En Soj vond een spijkerbroek die paste. Dus toch nog een tastbare herinnering mee naar huis. Ach, het ging om het stempeltje en hier waren geen bedelaars of opdringerige verkopers. Missie geslaagd, snel terug naar Thailand.

Vlak bij de brug, aan Thaise kant, is een grote overdekte markt, de Rim Moei market. Die mag je niet missen. Alles is er te koop, behalve levende have. Soj had een slecht moment toen ze de van edelstenen gemaakte kunstboompjes, waarvan ze er twee gekocht had in Kanchanaburi, hier 400 bath goedkoper geprijsd zag. Van schrik kocht ze, ter compensatie, 2 omslagrokken met bijpassende bloesjes.

De sfeer in Mae Sot is speciaal. Het straatbeeld wordt bepaald door fietsers. Dat ben ik eerder in Thailand nog nergens zo tegen gekomen. Het komt door de Birmezen die hier overal aanwezig zijn. Scooter rijden mag niet, want ze hebben geen rijbewijs. Dus is het lopen of fietsen. Vooral die fietsers zijn levensgevaarlijk in het donker.

Fietsverlichting moet hier nog uitgevonden worden. Ik zie dan ook gouden handel voor een winkel in voor- en achterlichtjes. Een goede campagne, een agent op de hoek van de straat ter controle en in de kortste keren rijdt hier iedereen met licht op z’n fiets. Dan zie je ze tenminste wanneer ze aan de verkeerde kant van de weg fietsen.

Er stonden ook tempels op ons lijstje. ’s Middags op zoek naar Wat Don Kaeo in Mae Ramat, ten Noorden van Mae Sot. Je komt maar 1 x een toeristenbordje tegen met de naam van de tempel in het Engels. Verder alleen maar Thaise bordjes, zonder mijn Thaise gids zou het moeilijk zoeken geweest zijn.

In de tempel een wit marmeren Boeddhabeeld, afkomstig uit Myanmar. Zulke marmeren Boeddhabeelden zijn blijkbaar zeldzaam. Deze zeldzaamheid hebben wij in ieder geval op de foto staan.

Dag 3: Naar een hilltop forest temple

Dag drie op zoek naar een andere bijzonderheid in de buurt. De Wat Phra That Doi Din Kiu, vlak bij de grens met Myanmar. Om er te komen moet je onderweg langs een militaire controlepost. Wij bleken niet staatsgevaarlijk en mochten door. De tempel wordt omschreven als een hilltop forest temple: Een flinke heuvel, veel bos en weinig tempel. Alleen de Chedi is bijzonder. Deze staat boven op een enorm goud geverfd stuk rots, dat balanceert op de rand van een bergklip. Om dat te zien moet je wel meer dan 100 meter klimmen. We hadden nog verder kunnen klimmen naar de voetstap van Boeddha, maar die verleiding hebben we weerstaan. Boeddha zal het ons niet kwalijk nemen.

Dag 4: De Bhumibol dam, heel veel water

De vierde dag was vertrekdag. Het J2 hotel had nog een verrassing. Of we nog even 750 bath wilden afrekenen. Bij aankomst hadden we voor drie nachten geboekt en 1500 bath betaald. Dat leek een spotkoopje. Maar bleek voor twee nachten te zijn. Misverstand, kan gebeuren wanneer al het personeel uit Myanmar komt.

Op de terugweg even gestopt bij de grote groente-, fruit- en kruidenmarkt langs highway 12 naar Tak. Allemaal aangeleverd door bergstammen uit de omgeving. Daarna met een volgepakte groentekar verder gereden.

Naar de Bhumibol Dam ten noorden van Tak. De moeite van het bezoeken waard. Het lijkt of je een vakantieresort binnenrijdt. Mooi park, indrukwekkende dam en heel veel water. Je kunt van hier naar Chiang Mai varen. Jaarlijks worden hier mountainbike races gehouden. Daar zal ik niet aan meedoen, maar van de T-shirts met mountainbikes erop heb ik er een paar gekocht. Geeft bij het dragen een sportief gevoel.

Veilig thuis

We zijn weer veilig thuis gekomen, ondanks de idioten die ons per se in wilden halen in onoverzichtelijke bochten of die tegemoetkomend, op de verkeerde weghelft, recht op ons af kwamen stormen. Het hoofd koel houden en steeds proberen afstand te creëren tussen jezelf en die idioot. Daarmee hebben we het tot nu toe gered.

Degenen die het niet redden hebben we langs de kant zien liggen. Drie stuks tijdens deze trip. De onschuldigste was de op z’n kant liggende vrachtauto die zijn lading grind over de hele weg had verspreid. Wij mochten langzaam rijdend over de grindhopen onze weg vervolgen.

Verkeersveilig denken zit niet tussen de oren bij de Thaise weggebruikers. Maar ook niet bij de Thaise wegbeheerders en verkeershandhavers. Daar zou de aanpak van de verkeersonveiligheid toch moeten beginnen. Waarom lees ik daar zo bitter weinig over?


» Laat een reactie achter


6 reacties op “Dagboek van Jacques Koppert (deel 4): Een visumrun bij Mae Sot”

  1. Jeroen van Hoorn zegt op

    Hoi Sjaak en soi,

    Je trip naar Birma heb je mooi beschreven,Het verkeer is erg onveilig
    las ik ( Ben je aan het solliciteren voor een functie als officier van justitie?)
    veel plezier in Thailand.

    Jeroen van Hoorn

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: 0 (obv 0 stemmen)
  2. cha-am zegt op

    Een jaar visum Imm O kan na 90 dagen door de dichtsbijzijnde immigration verlengd worden met nog een jaar, maar dan moet je wel aan een paar eisen ( bijv, financieel ) voldoen, en kan daarna steeds met een jaar verlengd worden, mits men aan de eisen voldoet

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: 0 (obv 0 stemmen)
  3. Jacques zegt op

    Hé Jeroen, het verkeer is echt heel anders dan in Nederland. Ik zou hier veel werk hebben in m’n oude vak.
    Maar ik heb me op een andere manier nuttig gemaakt. De afwijkende verkeersregels op een rijtje gezet, zodat Nederlanders in Thailand in ieder geval weten waar ze aan toe zijn. Verschijnt binnenkort op dit blog.

    Nog even dan staan we weer tussen de frambozen.
    Met de groeten van Soj.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: 0 (obv 0 stemmen)
  4. Sjaak zegt op

    Even een correctie: een jaarvisum O krijg je voor een jaar. Je moet je om de 90 dagen bij immigratie melden en dan mag je weer voor maximaal 90 dagen blijven. Het wordt NIET met een jaar verlengd.
    Als je mijn verhaal of dagboek gelezen hebt over het verkrijgen van een rijbewijs, moet je ook kunnen begrijpen waarom zoveel Thais slecht rijden. Ze beheersen wel hun auto, maar wetennks van verkeersregels. Ze hebben nooit lessen gehad en het examen is echt om het zacht uit te drukken, simpel. En als je het niet haalt, lukt het ook wel met een paar baht extra.
    Wil je verkeersregels toepassen? De grootste en duistere auto heeft voorrang of de brutaalste. Verder is het goed uitkijken geblazen en van alles te verwachten. Simpel, maar zo werkt het nou eenmaal.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +1 (obv 1 stem)
    • Sjaak zegt op

      Correctie: niet duistere auto, maar dikste auto en het moet weten niks zijn. Niet wetennks. Dit laatste corrigeerde ik om een lange tekst te schrijven.

      VA:F [1.9.22_1171]
      Waardering: 0 (obv 0 stemmen)
  5. Jacques zegt op

    Ja, Sjaak, ik weet hoe het zit met het Thaise rijbewijs. Mijn vrouw heeft er één.
    Dikke of dunne auto’s, lange of korte, verlicht of onverlicht, ze krijgen van mij allemaal de ruimte. Ook de scootertjes, de voetgangers en de overstekende koeien.
    Ik overleef graag.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +3 (obv 3 stemmen)

Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website