()

Wie ooit op een terras in het noordoosten van Thailand zat te luisteren naar een schurende gitaar, een snerpende phin en een mannenstem die over rijstboeren en waterbuffels zong, heeft phleng phuea chiwit gehoord zonder het te beseffen. Het is geen muziek voor de hitlijsten, maar wel het geluid waar generaties Thais mee zijn opgegroeid.

Als je in Thailand woont of er regelmatig komt, loont het om te weten waar deze klanken vandaan komen. Achter de rustige akkoorden schuilt een verhaal vol bloedvergieten, ballingschap en, uiteindelijk, een wereldwijd verkochte energiedrank.

De wortels van een rebels genre

De term phleng phuea chiwit (เพลงเพื่อชีวิต) betekent letterlijk “liederen voor het leven”. Het is een Thaise variant van folkrock, sterk beïnvloed door westerse protestzangers als Bob Dylan, Joan Baez, Pete Seeger en later ook Bob Marley en Neil Young. De thema’s draaien om het harde bestaan van arbeiders en boeren, en om de roep om sociale rechtvaardigheid en democratie.

De wortels gaan terug tot de jaren dertig en veertig. Componist Nath Thavornbutr deelde de Thaise muziek toen op in drie stromingen: nationalistisch, romantisch en muziek over het leven. Die laatste tak vertelde over het bestaan van gewone werkende mensen en kreeg na 1947 een politieke lading. De ideologische basis kwam in 1957 met het werk van de marxistische denker Chit Phumisak en zijn beweging “Kunst voor het Leven”. Hij vond dat kunst de gewone Thai moest dienen, niet de elite. Pas in 1973 ontstond hieruit een herkenbaar muziekgenre, en daar was één band onlosmakelijk mee verbonden: Caravan.

Caravan: studenten met een gitaar en een boodschap

Caravan (คาราวาน) ontstond in de nasleep van de volksopstand van 14 oktober 1973, toen studenten en burgers in Bangkok de militaire dictatuur van Thanom Kittikachorn omverwierpen. De oprichters Surachai “Nga” Jantimathawn en Wirasak Sunthornsri waren studentenactivisten aan de Ramkhamhaeng-universiteit. Later vervoegden Mongkhon Uthok en Thongkran Thana zich bij de groep.

De band combineerde akoestische gitaren met traditionele Thaise instrumenten als de phin (een Thaise luit) en de wot (een soort panfluit uit Isaan). Het debuutalbum Khon Kap Khwai (“Mens en Buffel”) verscheen in 1975. De titelsong, geschreven door Somkit Singson en Visa Kantap en geïnspireerd op Bob Dylans Masters of War, leek een ode aan de band tussen rijstboer en waterbuffel. Maar de regel “Kom, laten we gaan, draag onze ploegen en geweren naar de velden” maakte de politieke lading direct duidelijk. Het lied werd verboden, wat de populariteit onder de jeugd alleen maar vergrootte. Een tweede album, Amerikan Antarai (“Gevaarlijke Amerikaan”, 1976), keerde zich tegen de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Thailand tijdens de Vietnamoorlog.

De jungle in: de zwarte dag van 6 oktober 1976

Sommige lezers van Thailandblog kennen de datum waarschijnlijk niet, maar 6 oktober 1976 is een van de zwartste dagen uit de moderne Thaise geschiedenis. Die ochtend bestormden politie en rechtse paramilitairen de Thammasat-universiteit in Bangkok, opgejut door legerradio die de studenten als communisten afschilderde. Studenten werden neergeschoten, gelyncht, opgehangen aan bomen en mishandeld op een manier die nog altijd te gruwelijk is voor de schoolboeken. Officieel kwamen 46 mensen om, maar overlevenden houden het op meer dan honderd doden. Diezelfde avond pleegde het leger een staatsgreep.

Voor Caravan, dat openlijk de kant van boeren en arbeiders had gekozen, was Bangkok niet langer veilig. Samen met duizenden andere studenten, intellectuelen en kunstenaars vluchtte de band de jungle in en sloot zich aan bij de Communistische Partij van Thailand in de bergen langs de grens met Laos. Surachai vertelde later dat hij daar een groep van vijftig gewapende strijders moest vermaken en zelf ook een geweer droeg. In die jaren ontstonden tientallen liederen die nog steeds tot het repertoire behoren, waaronder Nor Mai (“Bamboescheut”) van Mongkhon Uthok. Pas na de amnestie van premier Prem Tinsulanonda in 1980 keerden de bandleden geleidelijk terug naar Bangkok. In 1982 stond Caravan weer op het podium, met een legendarisch UNICEF-concert in de aula van Thammasat, dezelfde plek waar zes jaar eerder de slachting plaatsvond. Daarna volgden albums als Khon Ti Lek (“Smid”, 1983), en in het midden van de jaren tachtig stapte de band over op elektrische instrumenten.

Carabao: van studentenband tot nationale icoon

Terwijl Caravan in de jungle zat, ontstond aan de andere kant van de Stille Oceaan een nieuwe band die het genre voor het grote publiek toegankelijk zou maken. Yuenyong “Aed” Opakul, geboren in 1954 in Suphan Buri, studeerde architectuur aan het Mapúa Institute of Technology in Manilla. Daar ontmoette hij landgenoten Kirati Promsaka Na Sakon Nakhon (“Keo”) en Sanit Limsila (“Khai”). Tussen platen van Led Zeppelin, John Denver en de Eagles besloten ze een band te beginnen onder de naam Carabao, het Tagalog-woord voor waterbuffel: het symbool van strijdlust, hard werken en geduld.

Terug in Thailand bracht de band in 1981 het debuutalbum Lung Khii Maw (“De Dronken Oude Man”) uit. Aanvankelijk speelden ze in lege bioscopen voor soms minder dan tien toeschouwers. De doorbraak kwam in 1983 met het derde album Wanipok, over een blinde straatmuzikant. Het echte fenomeen volgde in 1984: Made in Thailand, het vijfde studioalbum, dat naar schatting vier tot vijf miljoen keer verkocht en uitgroeide tot een van de bestverkochte Thaise albums ooit. Opvallend genoeg was de titelsong geen pure protestkraker. Aed schreef hem op verzoek van Paiboon Damrongchaitham van platenmaatschappij Grammy, om Thais aan te moedigen meer Thaise producten te kopen.

Toch zat er kritische scherpte in nummers als Rachaa Ngern Pon (“Koning van het Krediet”), waarin Aed de uitbuiting van arbeiders door consumentenkrediet uitkleedt. Carabao mengde folk met rock, reggae, Latijns-Amerikaanse ritmes, luk thung en mor lam uit Isaan. De klassieke zevenkoppige bezetting bracht in de jaren tachtig een rits hits uit, zoals Welcome to Thailand (1987). Aed gold als het geweten van de gewone Thai en kreeg minstens één of twee liedjes per album verboden door de overheid. MTV Asia noemde Carabao ooit een veteranenband uit de songs-for-life-traditie, in eigen land worden ze wel “the Rolling Stones of Asia” genoemd.

Twee bands, twee karakters

Hoewel Caravan en Carabao in één adem worden genoemd, zijn de verschillen wezenlijk. Caravan was, en is, een uitgesproken politieke band met wortels in het studentenactivisme en de communistische beweging. Hun teksten zijn rauw en direct, een aanklacht tegen het regime of het Amerikaanse leger. Carabao is meer rebels dan revolutionair. Aed romantiseert het rurale plattelandsleven en hekelt corruptie en grootkapitaal, maar riep nooit op tot omverwerping van het systeem.

In latere decennia kreeg zijn werk soms een nationalistische ondertoon. Zijn merk Carabao Daeng, een energiedrank die hij in 2002 met zakenpartner Sathien Settasit lanceerde, groeide uit tot een van de grootste van Thailand. Sinds 2017 is het merk hoofdsponsor van de Engelse League Cup, sindsdien officieel bekend als de Carabao Cup. Voor een band die ooit zong over uitbuiting door grootkapitaal is dat een opmerkelijke zwenking, en niet iedereen kon die volgen. Tijdens de politieke spanningen rond de Geel- en Roodhemden in de jaren 2000 en 2010 koos Caravan opvallend genoeg voor het kamp van de royalistische PAD, terwijl Aed van Carabao zich meer op de achtergrond hield. Dat zorgde voor verbazing bij oude bewonderaars, die de oude communistische idealen niet meteen rijmden met de gele protestkleur.

Klanken die je herkent als je oplet

Wat maakt phleng phuea chiwit hoorbaar anders dan andere Thaise muziek? Een paar elementen helpen je op weg:

  • Akoestische gitaren vormen meestal het ritmische skelet, vaak in een rustig 4/4-tempo.
  • Thaise instrumenten als de phin, de khlui (bamboefluit) en de saw (een soort tweesnarige viool) geven het geluid kleur.
  • De zang is verhalend en direct, vaak met een meezingbaar refrein dat zich leent voor groepsgezang op een rally of in een kroeg.
  • In de latere, elektrische periode kwamen drums, basgitaar en elektrische gitaar erbij, plus invloeden uit reggae en Latijns-Amerikaanse muziek.

De teksten gaan zelden over romantiek in westerse zin. Ze gaan over rijstboeren die hun land verkopen, dorpen die uitsterven, alcoholisten onder een viaduct, blinde bedelaars en jonge migranten die in Bangkok hun ziel verliezen. Wie de woorden niet kan volgen, en dat geldt voor de meeste farangs, hoort vooral de melancholie en de warmte. De Thaise luisteraar hoort de aanklacht erin doorklinken.

Erfenis en heden

Beide bands bestaan nog. Caravan brengt sinds de jaren negentig nauwelijks nieuw werk uit, maar geeft regelmatig reünieconcerten. Bandleden Mongkhon Uthok (overleden in september 2018) en Wirasak Sunthornsri (overleden op 17 december 2021) zijn er niet meer bij. Surachai en Thongkran spelen nog door, vaak met gastmuzikanten.

Carabao kondigde in 2023 aan te stoppen, gaf in november van dat jaar een uitverkocht jubileumconcert in Impact Arena en hield op 1 april 2024 zijn aangekondigde laatste show. Tijdens een concert later in april 2024 trok Aed die belofte alweer in: hij zou doorgaan om “tegen de kapitalisten te blijven vechten”. Op 26 januari 2026 stond een concert in Ubon Ratchathani gepland ter ondersteuning van de Thaise grenstroepen tijdens het Cambodja-Thailand-conflict van 2025. De invloed van beide bands reikt verder dan de oude garde. Songwriter Pongsit Kamphee, die in de jaren negentig doorbrak, eert ze openlijk en bracht in 2020 het tributealbum Karawa Carabao uit. Rockband Bodyslam scoorde een grote hit met Kwam Chuea (“Geloof”) samen met Aed Carabao, waardoor een nieuwe generatie tieners kennismaakte met het genre. Op universiteitsfeesten, dorpsbarbecues en bij protestbijeenkomsten klinkt Khon Kap Khwai nog altijd, vijftig jaar na dato.

Als je in Thailand woont of het land vaak bezoekt, is phleng phuea chiwit meer dan een muzikale curiositeit. Het is een sleutel tot het deel van Thailand dat in toeristische brochures niet voorkomt: het arme platteland, het vergeten Isaan en de generatie die de coup van 1976 nog van dichtbij heeft meegemaakt. Een avond in een kleine bar luisteren naar een coverband die Made in Thailand of Khon Kap Khwai speelt, vertelt vaak meer over de Thaise volksaard dan een museumbezoek. Of zoals Surachai het ooit zei: politiek verandert telkens, afhankelijk van wie de macht heeft, maar corruptie, slechte politici en uitbuiting blijven hetzelfde. Daarom passen die liederen, vijf decennia later, nog altijd.

Bronnen: Thailand Foundation, Bangkok Post, The Nation Thailand, Songlines Magazine, DinDeng/Samudra, Wikipedia

Hoe leuk of nuttig was deze posting?

Klik op een ster om deze te beoordelen!

Gemiddelde waardering / 5. Stemtelling:

Tot nu toe geen stemmen! Wees de eerste die dit bericht waardeert.

Omdat je dit bericht nuttig vond...

Volg ons op sociale media!

Het spijt ons dat dit bericht niet nuttig voor je was!

Laten we dit bericht verbeteren!

Vertel ons hoe we dit bericht kunnen verbeteren?

Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. De inhoud is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, meningen en eigen onderzoek van de auteur. Waar relevant is er gebruikgemaakt van ChatGPT als hulpmiddel bij het schrijven en structureren van teksten. Wij genereren soms ook foto's met AI. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

Laat een reactie achter