Eén van de boeken in mijn bibliotheek die ik koester is Drie aenmerkelyke reizen door Italien, Griekenland, Lyfland, Moscovien, Tartaryen, Meden, Persien, Oostindien, Japan en  verscheiden andere Gewesten dat in 1676 van de pers rolde in Amsterdam bij Jacob Van Meurs, drukker op de Keizersgracht.

De schrijver van dit werk was de inmiddels al lang vergeten Jan Janszoon Struys maar zijn boek was in de zeventiende en achttiende eeuw een echte bestseller en kende tientallen herdrukken in meer dan acht talen. Jan Struys werd in 1630 in Durgerdam geboren, een dorp dat in de 15e eeuw in de bocht van de Waterlandse Zeedijk ontstond en later door Amsterdam-Noord werd opgeslokt. Op zijn zeventiende, trok hij, om aan zijn autoritaire vader te ontvluchten maar wellicht ook uit zin voor avontuur het zeegat uit als zeilmaker op de grote vaart.

Zijn  eerste reis bracht hem niet alleen in het Middellandse Zeegebied maar ook in Afrika en Zuidoost Azië. In 1651 keerde hij vanuit Japan terug naar Amsterdam. Hij zou nog tweemaal, voor 1673, een grote reis maken, waarbij hij niet alleen door de Ottomanen werd gevangen genomen en wist te ontsnappen maar waarbij hij ook nog eens heel het Russische rijk van noord naar zuid had doorkruist en persoonlijk in Astrakan had kennis gemaakt met de legendarische Kozakkenleider Stenka Timofejevitsj Razin die in 1670 in opstand was gekomen tegen de tsaar. Vrijwel meteen na zijn terugkeer in de Republiek begon hij aan zijn boek. Het was geen grote literatuur maar door zijn gewaagde en vooral exotische avonturen kleurrijk en met oog voor detail neer te pennen werd zijn boek vrijwel meteen een verkoopsucces en een eerste vertaling in het Frans volgde al in 1681. De biograaf Abraham Jacob van der Aa schreef in zijn Biograpisch Woordenboek der Nederlanden over zijn werk: ‘Zijn ondernemende standvastigheid in het opmaken en aanteekenen zijner opmerkingen verdient allen lof. ‘ Heel lang heeft de auteur niet van zijn succes kunnen genieten want Struys overleed in 1694 in Ditmarsen in het Noordduitse  Sleeswijk-Holstein.

De op avontuur beluste Struys vertrok op 26 december 1647 als ‘Onder Zeylmaker’ aan boord van de St. Jan Baptist, een gloednieuwe Nederlandse koopvaarder die was uitgerust met 28 kanonnen, vanuit Texel naar de stadstaat Genua waar het schip moest opgeleverd worden. Nadat hij daar, na de gebruikelijke voorjaarsstormen te hebben getrotseerd, op 30 februari 1648 was aangekomen, engageerde hij zich voor een maandgeld van 18 gulden opnieuw op de St Jan Baptist maar nu in dienst van de hertog van Genua als ‘Opper-Zeylmaker’. Op 12 april 1648 voer Struys naar de Westkust van Afrika waar hij in de zomer n paar van de Kaapverdische eilanden aandeed om daarna naar Madagaskar te zeilen om er specerijen en kostbare houtsoorten in te slaan. Begin juni 1649, na een verblijf van 5 maanden en het overleven van een poging tot muiterij, vertrok Struys uit Madagaskar. Voor de kust van Sumatra botsten ze op een VOC-eskader van 14 schepen dat opdracht had gekregen hen voor te leiden in Batavia. Toen ze daar op 15 juli aankwamen werd het schip formeel in beslag genomen en werden alle bemanningsleden individueel ondervraagd door VOC-commandeur Jacob van der Meulen. De Nederlanders werden meteen afgezonderd, terwijl de Italianen naar Goa en de Duitsers terug naar hun heimat mochten vetrekken. De Nederlandse bemanningsleden werden voor de keuze gesteld: ofwel meteen terug naar Holland ofwel in dienst treden van de VOC. Deze laatste optie werd door de meerderheid, waaronder Jan Struys, genomen. Hij engageerde zich voor een zelfde maandloon voor drie jaar in dienst van de VOC. Op 15 januari 1650 vertrok hij aan boord van de De Swarte Beer naar Siam met de VOC-factorij in Ayutthaya als bestemming.

Al meteen bij aankomst was hij onder de indruk van het land dat hij als ‘uynement schoon en vruchtbaar’ omschrijft, waarna hij verschillende pagina’s lang alle natuurlijke, plantaardige en dierlijke  rijkdommen opsomt en beschrijft waarbij hij, wellicht voor de volledigheid, echter wel voor zijn lezers diende op te merken dat er: ‘ …alderley aart van vliegende  Dieren en Vogelen die op de Aardtbodem soude mogen weesen in groote menigte voorkomen behalve de Swaan en Nachtegaal’….

Hij beschrijft vol bewondering Ayutthaya dat hij Judia noemt: ‘Judia is de hooftstadt zijnde ongeveerlijk 2 en een half of 3 Hollandsche mijlen in ‘t ronde groot met een stercke Muur bewalt, meest op de oude wijse met ronde bolwerken: seer treffelijk en prachtig is sy op hare wijse en maniere gebouwt met duysenden kerken, kloosters en vergulde toorens verciert. Binnen Judia zijn Straten die men in geen drie uuren kan doorgaan loopende daar rontsom een groote rivier gelijk geseght 2 roers-schooten wijdt: in plaats als bij ons de Grachten van de Steden die op 8 plaetsen seer rijkelijk komt afloopen alwaar den keyser of koning van Siam zijn Hof en residentie is houdende in een treffelijk Paleys met muuren afgesondert binnen de voors-Stads-wallen seer wel geordineert en sonder kosten te sparen getimmert zijnde, ja een verwondering by onze Landtsluyden  te zien.’

In de periode dat Struys Siam aandeed werd het land geregeerd door koning Prasat Thong (ca. 1600-1656), de eerste vorst van de gelijknamige dynastie. Hij was één van de meest controversiële vorsten die in Ayutthaya op de troon hebben gezeten. Tot op de dag van vandaag zijn historici het zelfs niet eens over zijn afkomst. Volgens sommigen was hij een bastaardzoon van koning  Ekathotsarot maar volgens Jeremias Van Vliet, indertijd de VOC-gezant in Ayutthaya, was hij een zoon van Okya Sri Thammathirat, de oudste broer van de moeder van koning Songtham. Vast staat wel dat deze eerzuchtige edelman in 1629 koning Chetthathira gevangennam en liet terechtstellen om vervolgens diens jongere broer, de elfjarige prins Athittayawong op de troon te zetten met hemzelf als regent  en vice-koning. Zijn ambities werden nu voor iedereen duidelijk en In een paar maanden elimineerde hij alle oppositie en liet hij ook de kind-koning executeren om zelf zijn plaats te kunnen innemen op de troon. Prasat Thong profileerde zichzelf als een krachtige maar ook paranoïde leider die steun zocht bij de Nederlanders en meer specifiek de VOC om de Portugezen en Spanjaarden het hoofd te kunnen bieden.

Struys’ beschrijving van Phrasat Thong illustreerde het ontzag dat deze vorst niet alleen  bij de Siamezen maar ook bij vreemdelingen inboezemde: ‘De keyser of koning van Siam houd en voert soo heerlijken en prachtige staat als enige in gansch Indien doet: hij betreed geen aarde maar werd altijd als hij wilde wesen sittende op een goude Stoel gedragen; en verschijnt eensdaags voor sijn Edelen en Landts-Heeren binnen sijn Hof met sulks een ontzachelijke en heerlijke vertooninghe dat hy eenige christen koningen daar in te boven gaat. Hy  werdt seer eerbiedighlyk, ja byna gelijk een Godt geëert en gehoorzaamt van sijn Edelen en Landts-Heeren die ten Hove komen en op hare knien gaan leggende met gevouwen handen en het aangezicht ter aarde slaande sijn majesteyt haren koning aanspreken in ’t eynde van haar redenen hem altijdt tituleerende Heer der Heeren en Koning der Koningen.’

Jan Struys was er blijkbaar een paar keer in geslaagd om zich, wellicht in het gezelschap van VOC-dignitarissen, op de gastenlijst voor een officiële ontvangst in het koninklijk paleis te laten zetten. Hij keek er zijn ogen uit door de tentoon gespreide pracht en praal: Daer syn in ’s keysers hofhoudinge onwaerdeerlyke Schatten aan Juweelen en werden ten hove van sijn Majesteyt tot Eet- Drink- en Watervaten als andersins geene als van louter goudt of silver gebruykt; ’t geene niet tegenstaande ongelooffelijken schijnt te wesen van mij soo gesien en nochtans inderdaadt waar bevonden is. Ook werdt den Witten Eliphant en eenige andere meer die binnen ’s konings Hof huyshouden tot een getal van 6 of 8 beneffens den Witten in goude en silvere Water- en Drink-vaten aangerecht; bovendien werden ook eenige Edelen binnen ’s konings Hof mede op gelijke wijze bedient: Sij schitteren en blinken alle verwonderlijck in hare kleederen overal omhangen met Juweelen en met Borduur-werck geciert. Kortom het Siamesche Hof en sijn stoetsel van kostelijckheyt en staat is soo prachtig en pompeus dat het niet te waerdeeren of te gelooven is voor die gene die sulcks niet gezien heeft:   en niet tegenstaande ick deselve dikmaal soo binnen als buyten ’t Hof gesien heb kan ik alles echter op verre na niet beschrijven. ‘

In een hoofdstukje Liefde des keysers tot de Vreemelingen en bijsonder tot de Nederlanders  liet Struys zijn licht schijnen op de bijzondere relatie tussen de vorst en de Nederlanders: ‘De Siammers zijn uyt den nature seer goet en vriendelijk van aert inzonderheyt tegens de vreemde en uytlandsche Natien als Nederlanders, Engelsche, Portugeeschen, Mooren of diergelyken die den koning alle welkom heet en in sijn Landt by laat komen zijne het zelve voor alle vreemdelingen soo open als voor de Inboorlingen. Het is by haar een groote eere en maakt by andere koningen en Potentaten groote naam en ontsag veel Vreemdelingen in hare Landen te hebben; derhalve den koning yder sonder onderscheyt om laat handelen en wandelen na zijn gelieven sonder in sijn gewoonte of Godtsdienst eenigsinzs bemoeye of beswaart te werden: echter geeft hy den eenen meer vrydom als den anderen en is tot deze Natie meer als tot geene genegen, gelijk sich den koning van tijdt tot tijdt insonderheyt tot de Nederlanders seer gunstig betoont heeft  en soo gemeensaam met haar omgegaan dat het andere Natien  tot nijd en haat verwekt heeft gevende ons meer vryheyt  en voordeel als eenige van sijn eigene Ingesetenen soo in ’t handelen,  koopen, verkoopen, tol en licenten als andersins mitsgaders den vrijen in- en toegang ten Hove als ’t ons maar belieft: ’t welck geen andere vreemde Natie als Engelsche, Portugeesen of Mooren is toegelaten geworden, noemende de Hollanders syn kinderen.’


» Laat een reactie achter


No votes yet.
Please wait...

8 reacties op “Jan Struys, een Hollandse vrijbuiter in Siam (deel 1)”

  1. Gringo zegt op

    Prachtig verhaal, Jan!
    Als het vertaald wordt in het hedendaagse Nederlands zou het zeker weer
    een bestseller kunnen worden.
    Ik zie uit naar deel 2 en meer!

  2. Cornelis zegt op

    Prachtig, Lung Jan! Is het boek ergens in gedigitaliseerde vorm te raadplegen, zoals dat intussen met meer historische geschriften het geval is?
    Ik kijk in ieder geval uit naar je volgende bijdragen.

    • Lung Jan zegt op

      Beste Cornelis,

      Er is een erg handige want uitzoombare digitale versie beschikbaar op de webstek van Bayrische Staatsbibliothek Digittal BSB i.s.m. Münchener Digital Zentrum MDZ. Alvast veel leesplezier …!

      Lung Jan

      • Cornelis zegt op

        Dank je voor de tip, Lung Jan!

  3. l.lagemaat zegt op

    Een schitterend verhaal Lung Jan, bedankt!

  4. Erwin Fleur zegt op

    Beste Lung Jan,

    Erg leuk informatief oud hollands stuk.
    Zie uit naar het volgende stuk geschiedenis.
    Met vriendelijke groet,

    Erwin

  5. Paul peters zegt op

    Prachtig werk jan
    Mijn dank daarvoor

  6. Rob V. zegt op

    Bedankt voor deze en voorgaande stukjes Jan.


Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website