Pakhuis Amsterdam op een kaart van omstreeks 1753

De Factorij of de handelspost van de Vereenigde Oostindische Compagnie (V.O.C.) in Ayutthaya heeft al heel wat inkt doen vloeien. Heel wat minder werd er gepubliceerd over het VOC-pakhuis Amsterdam, ten zuiden van Bangkok lag.

Nochtans mocht het belang van deze handelspost niet onderschat worden want ze bekleedde decennialang een sleutelpositie binnen de V.O.C.-infrastructuur in Zuidoost-Azië. De bouw van deze kleinere handelsnederzetting toonde niet alleen de bevoorrechte positie van de VOC in Siam aan maar getuigde meteen ook van de geslepenheid én het mercantilisme van de VOC-kopstukken.

Schepen die handel dreven met Ayutthaya moesten op de Chao Phraya, op weg van en naar de zee, de nederzetting Bangkok passeren waar ter hoogte van een grote zandbank een fortificatie was gebouwd die als tolhuis dienst deed. Hier diende men aan te geven waar men vandaan kwam en hoeveel volk, geschut en handelswaar men aan boord had. Bij een tweede tolhuis, iets verderop moest tol, hetzij invoer- of uitvoerbelasting worden betaald op deze goederen.

De Nederlanders, die de Siamezen tot privileges hadden gedwongen, moesten echter nog steeds en in weerwil van hun bevoorrechte positie, net als iedereen tol betalen en dat zinde hen natuurlijk niet al te zeer. Want deze belastingen drukten de winst van de V.O.C. en bijgevolg moest er enige creativiteit aan de dag worden gelegd. Onder het voorwendsel dat de waterstand van de Chao Phraya in het droge seizoen soms zo laag zakte dat de Hollandse schepen door hun grote diepgang niet tot Ayutthaya raakten, of er vast kwamen te zitten, bouwde de V.O.C. omstreeks 1630, enkele kilometers stroomafwaarts van Bangkok bij Pak Nam, de monding van de Chao Phraya in het huidige Samut Prakan op de westelijke oever van de plaats waar het Bang Pla Kod-kanaal in de rivier uitmondt een pakhuis, dat met de naam Amsterdam begiftigd werd. Omwille van het simpele feit dat deze handelspost tegenover het eerste en voor voor het tweede tolhuis lag, wist de V.O.C. sluw een flink pak in- en uitvoerrechten te ontduiken en kon er ook bij lage waterstand toch nog handel worden gedreven. Twee vliegen in één klap dus.

Binnen een kort tijdsbestek bleek deze economisch-strategische meesterzet lucratief te zijn. Oorspronkelijk gebouwd als een flink uit de kluiten gewassen houten opslagloods op palen, werd dit pand immers al in 1634-1636 uitgebreid met een factorijgebouw in baksteen. Toeval of niet, maar in datzelfde jaar had de V.O.C. de Siamese vorst Prasat Thong een handje toegestoken bij zijn aanval op het rebellerende zuidelijke sultanaat Pattani en wellicht toonde hij zijn dankbaarheid door een oogje toe te knijpen…. 1634 was overigens ook het jaar dat de Logie, het imposante bakstenen hoofdgebouw in de VOC-factorij in Ayutthaya werd opgeleverd en het is goed mogelijk dat de metselaars en timmerlui die bij dit project betrokken waren geweest, ook het pakhuis Amsterdam hebben gebouwd.

Pakhuis A’dam (nr.5) op Hollandse kaart

In het pakhuis Amsterdam werden goederen opgeslagen die Siam voor export aan de VOC leverde zoals tin, rijst, olie, hout, hertenvellen, ivoren slagtanden van olifanten en roggenvellen. Deze laatste werden als een soort van schuurpapier aangewend om tropisch hardhout te polijsten. Maar in pakhuis Amsterdam werden ook importwaren gestockeerd zoals stoffen, wol en lijnwaad. Kort nadat het bakstenen gebouw was afgewerkt werden vlakbij ook een aantal woningen voor VOC-personeel opgetrokken en werd heel de site, met het oog op het veiligstellen van de handelswaar, versterkt en gefortificeerd. Er was een grote hut die als kwartier diende voor een detachement soldaten, dat gemiddeld uit een twintigtal manschappen bestond en er waren volgens de schaarse documenten die over deze site bewaard bleven ook een smidse en een timmermanswerkplaats op het terrein van het pakhuis. Deze handelspost bood, in tegenstelling tot het hoofdhuis in Ayutthaya, niet echt een aantrekkelijke woonomgeving. Uit verschillende contemporaine getuigenissen blijkt dat deze V.O.C.-buitenpost in moerassig gebied lag dat onder meer werd geteisterd door dikke zwermen muggen terwijl de massaal aanwezige zoutwater–krokodillen, tuk op een lekker Hollands hapje, steeds op de loer lagen…

Nadat er in 1767, door de val en daarop volgende verwoesting van Ayutthaya, een abrupt einde was gekomen aan de handelsactiviteiten van de V.O.C. in Siam, raakte het pakhuis Amsterdam in verval en werd het verzwolgen door het oprukkende mangrovebos. Tot laat in de negentiende eeuw werd er in sommige reisverslagen nog gewag gemaakt van de ruïne op deze site die blijkens deze auteurs door de Siamezen vaak als de ‘Hollandse Dwaasheid’ werd omschreven.

In april 1987 hebben enkele ingenieurs van Shell in opdracht van de Siam Society en onder leiding van H.J. Krijnen de restanten van het pakhuis Amsterdam, geïnventariseerd, opgemeten en in kaart gebracht. Enkele muurfragmenten en funderingen was alles wat er restte. Het was wellicht naar aanleiding van deze inventarisatie dat er toen op deze zette een plaquette met volgende tekst werd aangebracht:

New Amsterdam City was one of the significant historical sites which was situated at Tambon Klong Bang Pla Kod, Phra Samut Chedi district. In Samut Prakan Province in those days a large number of Dutch men came to trade with Thailand. These Dutch men were well-behaved and cordiall in conducting their business with Thai people. Some of them provided good service to the government. They were thus bestowed with some land on the western bank of Bang Pla Kod Canal to be used for storage and residences. The place looked so nice that it was know among the Dutch men living there as New Amsterdam or the Holland Buildings. Later, the mutual relationship began to deteriorate until the end of the Ayutthaya Period an so did the significance of New Amsterdam. Time also strengthened the decline of the riverbank where the Holland Buildings were situated. They were eroded by the tide. That is why no traces of such places can be seen today.’  


» Laat een reactie achter


Rating: 4.86/5. From 7 votes.
Please wait...

12 reacties op “Het verdwenen V.O.C. pakhuis ‘Amsterdam’”

  1. Jochen Schmitz zegt op

    Bedankt voor deze geweldige documentatie. Dit was ook bij mij niet bekend en is een heel leerzaam stuk.
    Bedankt Lung Jan

  2. Tino Kuis zegt op

    De chirurgijn in dienst van de VOC, Gijsbert Heeck, bracht eind 1655 een bezoek aan Ayutthaya en beschrijft ook het pakhuis Amsterdam en de landelijke omgeving.

    …’t Plaats Amsterdam is betimmert met een groot, vast en sterck houten packhuijs van dicke sware balcken en plancken t’samen gevoeght, gedeckt met pannen, staen de omtrent ander half mans lengte vande aarde, op menigte palen verheven, op dat de rijs en ander droogte waren, doaer te beter in souden (tegens de van onderen op slaende vochtigheijt) gepresenteerd wesen, want kijaten (teak) en ander timmerhout hier doorgaens overvloedigh genoegh te becomen is, waerom hier menigmaal oude schepen gesonden zijn te repereren en heel te vertimmeren, omdat het hier met minder costen (als selfs op Batavia) geschien kan…’

    Overstromingen kamen toen ook al veel voor en waren heilzaam en noodzakelijk:

    ‘….De gront is over al laagh ende moerassigh, vloeijende (eens jaers) eenige maenden (door ‘t sterck van boven afdringende water) geheel onder , datmen over ‘t land varen kan, sonder welkcken vloet, ‘t selve t’eenemael dor ende onvruchtbaer blijven soude, gelijck sulcx oock den Nijlus in Egipten….’

    • Lung Jan zegt op

      Bedankt voor de aanvulling Tino…!

  3. Rob V. zegt op

    Weer een mooi stukje Jan! Maar als ik zo brutaal mag zijn om een verzoekje in te dienen: ik zelf zou weleens wat meer willen lezen over het gewone volk.

  4. ErikKuijpers zegt op

    Ik kan je het boek aanbevelen als je een blik wilt werpen op die periode van de VOC.

    A Traveler in Siam in the year 1655, passages uit het dagboek van Gijsbert Heeck.

    Het team dat dit boek heeft gemaakt bestaat onder meer uit Han ten Brummelhuis, auteur van ‘Merchant, Courtier and Diplomat’, een boek over de contacten tussen Nederland en Thailand welk boek aan zijne Majesteit is aangeboden ter gelegenheid van zijn 60e verjaardag in 1987. (ISBN 90352-1202-9 De Tijdstroom, Lochem, een boek met veel informatie).

    Voorts schreven mee deskundigen als Dhiravat na Pombejra (docent aan Chulalongkorn Universiteit), Remco Raben (universitair hoofddocent Utrecht), Barend Jan Terwiel (historicus en Thailandkenner) en Henk Zoomers (publicist over dit deel van de wereld).

    Het boek werd mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van het Prins Bernhard Cultuurfonds.

    Uitgever

    ISBN 978-974-9511-35-02, Silkworm Books, Chiang Mai.

    • Tino Kuis zegt op

      Goed dat je dit boek nader benoemt, Erik. De citaten hierboven komen uit dat boek. Een van de beste beschrijvingen van Ayutthaya en de reis er naar toen.

  5. Erwin Fleur zegt op

    Beste Lung Jan,

    Leuk en goed stuk, het ‘Trippenhuis’ heeft ook een groot gedeelte hier mee te maken gehad.
    Als handel van wapens.

    Met vriendelijke groet,

    Erwin

  6. AHR zegt op

    De overblijfselen aan de monding van het Bang Pla Kot-kanaal in kaart gebracht door enkele ingenieurs van Shell in 1987 waren die van het Thaise Khongkraphan Fort daterende uit de 19de eeuw en niet van het Pakhuis Amsterdam. Ik heb daar onderzoek naar gedaan en tevens hierover een artikel geschreven voor de Siam Society in 2014. De geïnteresseerden kunnen het artikel hier afhalen:

    https://thesiamsociety.org/wp-content/uploads/2014/04/JSS_102_0g_Dumon_AmsterdamTheVOCWarehouse.pdf

    • Lung Jan zegt op

      Beste,

      Mea culpa… Ik heb me dus laten misleiden door het artikel dat Elisabeth Bleyerveld-van ‘t Hooft in 1987 in de nieuwsbrief van de Siam Society had gepubliceerd… Gelukkig zijn er nog ondernemende en nieuwsgierige Farang die expedities ondernemen om de puntjes op de i te zetten. Bedankt daarvoor… En gelukkig is de Siam Society correct genoeg om zichzelf te corrigeren. Een attitude die jammer genoeg niet steeds ‘common practice’ is in de Thaise historiografie…

      • AHR zegt op

        Onnodige Mea Culpa, Jan. Ik leer ook door uw teksten en deze zetten mij soms aan tot verdere opzoekingen. Graag had ik de referentie gekend van de tekst (of teksten) waarbij Singhanagari wordt gelinkt aan Songkhla in de Nagarakretagama (in uw vorige stukje). Mijn fietstocht in het zuiden van Thailand van maart werd onderbroken door de Covid-beroering en ik heb dus jammer genoeg Singora niet kunnen bezoeken. Ik verzamel nog altijd informatie betreffende dit onderwerp, want ik hoop deze tocht uit te voeren volgend jaar. Elke bijkomende informatie pre-17de eeuw in uw bezit is mij welkom.

        https://www.routeyou.com/en-th/route/view/6889398/cycle-route/singora-bicycle-track

        • Lung Jan zegt op

          Beste,

          Ik schreef dit artikeltje ruim een jaar geleden. Ik kan me niet één, twee, drie herinneren welke bronnen ik eertijds gebruikte en ik zit intussen, dankzij corona al maanden op een kleine 10.000 km van mijn werkbibliotheek waar niet alleen mijn boeken maar ook mijn nota’s liggen…

  7. Johnny BG zegt op

    Heerlijk om te lezen en in het heden nog steeds actueel dat een klein land als Nederland altijd de grenzen opzoekt om er zoveel mogelijk uit te halen.
    Voor sommige is belasting betalen zonde maar als er dan toch btw en invoerrechten betaald moet worden dan is het systeem van verleggen van btw veel beter dan het verouderde Thaise systeem maar ja het houdt mensen aan het werk en zie hier de hand die vaak niet begrepen wordt. Verborgen werkeloosheid wordt ruimschoots opgebracht door bedrijven die met overheidsorganen te maken hebben.


Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website