Mlabri (Foto: Wikipedia)

In academische kringen worden ze Mabri of Mlabri genoemd maar bij de meeste Thai staan ze bekend als de Phi Thong Luang, vrij vertaald het volk van de Geesten van de Gele Bladeren. Dit volk, dat in het hoge noorden van Thailand, in de provincies Nan en Phrae aan de grens met Laos leeft, is een van de kleinste en minst bekende van de etnische groepen in Thailand die meestal worden omschreven als ‘Bergvolkeren’ een weinig accurate en niet geheel correcte, maar wel goed in het oor liggende omschrijving.

De Phi Thong Luang zijn een zo kleine etnische groep dat pas in 1938 een eerste studie aan hen gewijd werd. Toen publiceerde de Oostenrijkse etnoloog en fotograaf Prof. Dr. Hugo Adolf Bernatzik – de vader van de alternatieve antropologie en kenner van de Akha – een beknopte studie gebaseerd op zijn observaties tijdens een verblijf bij hen in 1936. Pas in het begin van de jaren zestig kwam er vanuit Thaise academische kringen belangstelling voor dit bijzondere volk en werd er in 1963 een speciaal nummer aan hen gewijd van het gezaghebbende The Journal of Siam Society.

De Phi Thong Luang worden wel eens omschreven als het meest interessante maar ook minst begrepen volk in Zuidoost-Azië. En daar is wel wat voor te zeggen. Het staat in ieder geval vast dat er niets over hun origine of genealogische afstamming bekend is. Speculaties over hun afkomst hebben in ieder geval de laatste jaren voor forse academische discussies gezorgd maar zonder afdoende wetenschappelijk onderbouwde bewijsvoering. De meeste wetenschappers gaan uit van een – verre – verwantschap aan de Mon/Khmer. En naar alle waarschijnlijkheid woonden ze al in deze regio voor de Tai-volkeren naar dit deel van Zuidoost-Azië migreerden.  De naam Mabri zou een Thais-Laotiaanse verbastering zijn van het Khmu-woord voor ‘mensen uit het woud’. Khmu, waarde lezer, is de taal van het al even obscure Noord-Laotiaanse Khmu-volk. Een minderheidstaal die enige verwantschap vertoont met het Khmer en Vietnamees en die nog hier en daar gesproken wordt in Laos, Vietnam, Thailand en China. De meer poëtische benaming Geesten van de Gele Bladeren hebben ze te danken aan hun eeuwenoude nomadische bestaan. De Phi Thong Luang wonen immers niet in permanente woningen en hebben geen vaste verblijfplaats. Ze verhuizen telkens opnieuw uit hun simpele, met bananenbladeren bedekte hutten, wanneer deze bladeren na een week of twee vergelen…

Mlabri verhuizen telkens uit hun simpele, met bananenbladeren bedekte hutten, wanneer deze bladeren na een week of twee vergelen…

Hun levensstijl wordt vandaag de dag vaak ietwat paternalistisch of vanuit een cultureel meerderwaardigheidscomplex als ‘primitief’ omschreven maar ik verkies, zonder politiek-correct te willen zijn,  eerlijk gezegd liever de term ‘natuurvolk’. Ze zijn jagers-verzamelaars en leven van wat de natuur hen schaft. Een aantal van hen dragen sinds enkele jaren kledij, die ze door contacten met andere etnische groepen in het noorden hebben geruild. Maar daarvoor gingen de meesten naakt door het leven al werd er hier en daar wel eens met  schors of bladeren aan lichaamsbedekking gedaan. Op spiritueel vlak zijn de Phi Thong Luang animisten alhoewel ook zijn niet zijn ontsnapt aan de niet aflatende missioneringsdrift van een aantal christelijke zendelingen.

De Phi Thong Luang zijn in meer dan één opzicht een bedreigd volk. Niet alleen wordt hun nomadisch bestaan begrensd door allerlei restricties en bemoeienissen van officiële instellingen, maar ook door de vele materiële verlokkingen van de consumptiemaatschappij. In sommige districten werden ze zelfs onder dwang uit de jungle gehaald en verplicht om zich in Mon of Yao-dorpen te vestigen.  Bovendien sterft het volk uit. Dit heeft onder meer te maken met de hoge mortaliteitscijfers onder pasgeborenen want hoogzwangere vrouwen trekken zich nog steeds – zoals ze dat al eeuwen doen – voor de bevalling alleen en zonder hulp terug in de jungle.

De meest optimistische schattingen spreken over een totaal van om en bij de 400 Phi Thong Luang maar in 2017 werd nieuw cijfermateriaal bekend waaruit bleek dat dit aantal wellicht naar onder moet bijgesteld worden. In het meest pessimistische scenario zouden er op dit ogenblik nog slechts een honderdtal zijn overgebleven. Dit maakt van hen de meest in haar bestaan bedreigde volksgroep van Thailand en Laos. Ik maak me geen illusies, demografisch is het lot van deze bevolkingsgroep zo goed als zeker bezegeld en zijn ze wellicht binnen twee of drie generaties verdwenen of volledig geassimileerd.

Persoonlijk vind ik het jammer dat op deze manier weer een stukje eigenheid maar ook verscheidenheid verdwijnt. Door de globalisering wordt de wereld meer en meer een eenheidsworst waar iedereen bluejeans draagt, Coca-Cola of Starbuck’s drinkt en tokkelend op de nieuwste slimme telefoon van Huawei of Samsung een hamburger van MacDonalds of een gepaneerde kippenbout van KFC verorbert…  Identiteit en eigenheid verdwijnen in een moordend tempo en ik geef grif toe dat ik het daar moeilijk mee heb. Identiteit is immers die unieke constellatie van eigenschappen die de eigenheid van etnische groepen uitmaakt en die hen op hun eigen, unieke wijze verbindt met anderen.

De grote Franse schrijver en meesterverteller Jean Raspail beschreef in zijn magistrale en vooral erg indrukwekkende roman ‘Qui se souvient des Hommes…’ vrij vertaald ‘Wie herinnert zich deze mensen nog…’  het immens trieste lot van de laatste Alakalufs in Patagonië. Het zou bijzonder jammer zijn indien wij binnen een paar jaar, wanneer toevallig de Phi Thon Luang ter sprake zouden komen ons ook zouden afvragen wie ze zich nog herinnert…


» Laat een reactie achter


4 reacties op “De Phi Thong Luang: Een bedreigd volk”

  1. Hier een video van de Phi Thong Luang: https://youtu.be/mPVlOzwdYJ4

    VN:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +2 (obv 2 stemmen)
  2. Leo Th. zegt op

    Bedankt Lung Jan voor het boeiende verhaal. Net als u ga ik ervan uit dat de toekomst van dit volk er op zijn zachtst uitgedrukt niet bepaald florissant uitziet. En Peter bedankt voor de link naar de video’s op YouTube.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +4 (obv 4 stemmen)
  3. Tino Kuis zegt op

    De Mlabri. Ze noemen zichzelf ‘Mla’ wat ‘mens, volk’ betekent. ‘Bri’ betekent ‘bos, oerwoud’. Zij haten die naam want in hun taal betekent Mlabri ‘barbaars volk’. Ze willen gewoon Mla genoemd worden.

    Ergens in je verhaal worden ook de Yao-dorpen genoemd. ‘Yao’ komt uit het Chinees en betekent ‘hond’ of ‘wilde’ . Ze noemen zichzelf ‘Mien’ (dalende toon) wat ook weer ‘volk’ betekent. Ze haten de Yao term. (เย้า Yao met een hoge toon). Ik heb vaak met ze gesproken. Eens ontmoette ik in één van die dorpen een meisje dat me om geld vroeg. Ze had een kind en ze vertelde me dat ze 15 jaar was en dat de vader van het kind in de gevangenis zat omdat seksuele gemeenschap met een meisje van 14 strafbaar is in Thailand.

    Dit zijn een paar redenen waarom het niet goed gaat met deze volkeren.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +11 (obv 11 stemmen)
  4. Rob V. zegt op

    De verscheidenheid aan mensen en volkeren is inderdaad mooi, maar dat we in deze steeds kleine wereld steeds meer een eenheidsworst worden is ook waar. Als men dat wil (je kunt moderne zaken iemand niet ontzeggen) dan is dat zo. Maar als de ander als derde rangs behandeld wordt, das gewoon triest.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +3 (obv 3 stemmen)

Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website