Het Chiang Mai Foreign Cemetery

Door Lung Jan
Geplaatst in Thailand algemeen
Tags: , ,
28 maart 2019

Het Chiang Mai Foreign Cemetery (Wikimedia)

In een vorige bijdrage stond ik even stil bij de historische protestantse begraafplaats in Bangkok. Vandaag neem ik u graag mee naar een al even intrigerende necropool in het noorden, hartje Chiang Mai.

Deze begraafplaats ligt aan de oude weg van Chiang Mai naar Lamphun naast de Gymkhana Club. En dit is geen toeval want het land waarop deze Farang-sportclub werd gevestigd behoorde tot dezelfde koninklijke schenking als de gronden voor de begraafplaats. Op 14 juli 1898 schonk koning Chulalongkorn, 24 rai land om er een begraafplaats voor vreemdelingen in te richten. Vrijwel tegelijkertijd schonk hij nog eens 90 rai om er sportterreinen op aan te leggen. Net zoals dit in Bangkok het geval was, werd het beheer over de begraafplaats toevertrouwd aan de Britse consul. Net zoals dit in Bangkok het geval is, wordt het huidige beheer waargenomen door een internationaal samengesteld comité onder Britse officiële supervisie.

De Westerse aanwezigheid in het gewezen koninkrijk van Lanna is in feite een vrij recent verschijnsel. De Amerikaanse protestantse zendeling McGilvary was één van de eerste om zich in 1867 in Chiang Mai te vestigen.  In 1884 openden de Britten er een consulaat met het oog op de ontsluiting van de teakhandel in de regio. Veel van deze pioniers kregen een laatste rustplaats op deze site.

De begraafplaats zelf kende een bewogen geschiedenis. Er moesten bijna letterlijk conflicten over het grondbezit worden uitgevochten met Thai die er illegaal kwamen wonen en de begraafplaats werd tijdens de Tweede Wereldoorlog gevandaliseerd door Thaise militairen die in de opgevorderde gebouwen van de aanpalende Gymkhana Club waren ingekwartierd. Om een of andere reden waren een aantal manschappen van dit garnizoen er van overtuigd dat er op de begraafplaats goud was begraven. Toen de expat-gemeenschap na de Japanse capitulatie terugkeerde vonden ze tot hun ontsteltenis een geschonden dodenakker met omgeworpen en vernietigde graftekens. De Thaise regering werd door de geallieerden verplicht om de site in ere te herstellen.

Het Chiang Mai Foreign Cemetery (Wikimedia)

De eerste Farang die op deze site zoals dat zo mooi wordt omschreven ter aarde werd besteld’, was de Britse majoor Edward Lainson. Guilding. Toen hij op Valentijnsdag in 1900 op 45-jarige leeftijd aan dysenterie overleed had hij een kleurrijk leven achter de rug. Guilding had aks jonge stafofficier onder Lord Kitchener campagne gevoerd in Soedan en Egypte, had garnizoensdienst gedaan in India en was tolk geweest aan het hof van de tsaar in Sint-Petersburg. Hij was alleen, ziek en uitgeput met een al even afgemat paard vanuit West-China in de laatste week van januari 1900 in Chiang Mai aangekomen en bezweek er voor iemand kon uitvogelen hoe en waarom hij precies in het noorden van Siam was aanbeland. Het was goed mogelijk dat hij in opdracht van het Foreign Office in het langzaam desintegrerende Chinese keizerrijk was gaan spioneren of dat hij moest nagaan in hoeverre de Russen hun invloed in de regio probeerden uit te breiden.

Hans Markward Jensen

Onder een opvallende arduinen obelisk rust nog een andere officier. De Deense kapitein Hans Markward Jensen leidde in de zomer van 1902, samen met de teakhandelaar Louis Leonowens (zoon van Ana Leonowens), een provinciaal gendarmerie-detachement dat joeg op Birmese rebellen die in juni de gouverneur van Phrae hadden vermoord. Ze wisten deze rebellen bij Lampang te verslaan en Jensen werd op 14 oktober 1902, tijdens de achtervolging van de weggevluchte opstandelingen in de buurt van Phayao doodgeschoten. Een erkentelijke koning Chulalongkorn betaalde voor zijn grafmonument en liet aan de moeder van Jensen tot aan haar dood in 1936, maandelijks een bedrag van 3.000 Baht overmaken.

Jensen was overigens lang niet het enige slachtoffer van geweld op deze necropool. Er liggen minsten vier slachtoffers van roofmoorden op deze site begraven. De 33-jarige Evan Patrick Miller was actief in de teakhandel en Station Manager van de Bombay Burma Trading Corporation. Hij werd in 1910 in de jungle vermoord toen hij in zijn tent zat te eten.  Evelyn Guy Stuart Hartley was ook werkzaam in de teakhandel. Deze gewezen Squadron Leader van de Royal Air Force werd in 1956 door dieven doodgeschoten in zijn woning in Sawankhalok.  Lillian Hamer was vanaf 1944 zendelinge geweest in Azië. Eerst in Zuid-China met de China Inoland Mission en daarna bij de Lisu-stam in Noord-Thailand. Ze werd door onbekenden vermoord in de jungle van Mae Pahm in 1959.  De 65-jarige Keith Holmes Tate was een Freeman of the City of London. Hij werd in 1998 neergekogeld voor een supermarktje in het hart van Chiang Mai.

Daniel McGilvary

Een heel wat minder gewelddadig einde was weggelegd voor de al eerder vermelde zendeling Daniel McGilvary, alhoewel zijn bestaan in Siam, zeker in de eerste jaren, op zijn zachts gezegd behoorlijk turbulent verliep. Zijn eerste pogingen tot kerstening in het Noorden botsten op het verzet van de lokale heerser Chao Kawilarot, die twee van zijn eerste zes bekeerlingen liet executeren. McGilvary en zijn echtgenote Sphia Royce Bradley, zetten ondanks de bedreigingen door, en stichtten niet alleen verschillende missieposten onder meer in de Shan-gebieden en de Chiinese Yunnan-provincie, maar ook een aantal scholen waaronder de Dara Academy in Chiang Mai en Chiang Rai Witthayakhom School.

In een hoek van deze site waakt de Britse koningin Victoria met een strenge blik over deze necropool. Oorspronkelijk stond dit, in Engeland gegoten en bestelde bronzen beeld, vanaf december 1903 in de tuin van het Britse consulaat aan de Charoen Prathet Road, aan oevers van de Ping. Toen het consulaat als gevolg van besparingen in 1978 de deuren moest sluiten verkaste Victoria naar de huidige locatie. Een bizar detail is dat dit beeld decennialang door de Thai werd vereerd als een soort van vruchtbaarheidsgodin met bloemen, kaarsen en wierook, toen ze eenmaal wisten, hoeveel kinderen Victoria in haar vruchtbare leven had gebaard.

Eén van Victoria’s trouwe dienaren was William Alfred Rae Wood, C.I.E., C.M.G. Hij was nog geen 19 jaar oud toen hij door de koningin in juli 1896 werd aangesteld tot tolk in consulaire dienst in Bangkok. Tussen zijn zesde en twaalfde had hij op een internaat in Brussel gezeten om er Frans te leren.  Hij kreeg er al meteen een breed takenpakket toegemeten zoals hij decennia later in zijn memoires zou schrijven: ‘at the age of eighteen I found myself dealing with rugged sailors from the sailing ships, drunken guests at the Ambassador’s garden party and starting a racing stable with one pony’….Het was het begin van een lange carrière in diplomatieke dienst die werd bekroond met zijn aanstelling tot Consul-Generaal in Chiang Mai in 1921. Wood ging in 1931 met pensioen maar maakte zich de volgende jaren verdienstelijk als leraar Engels. Deze gewezen diplomaat overleefde zijn internering door de Japanners tijdens de Tweede Wereldoorlog en stierf twee dagen voor zijn 92ste  verjaardag in  1970 in zijn geliefde Chiang Mai. W.A.R. Wood was de auteur van het vaak erg grappige en sterk autobiografische ‘Consul in Paradise: Sixty-Nine years in Siam’ en had al in 1926 één van de eerste Engelstalige referentiewerken over Siam, zijn  A History of Siam gepubliceerd. Zijn epitaaf luidde simpelweg en wellicht geheel waarheidsgetrouw ‘He loved Thailand’

Opvallend is de aanwezigheid van een Nederlandse gewezen Roomse priester op deze uitgesproken protestantse site. Alhoewel, toen hij nog een priester van het bisdom Groningen-Leeuwarden was, was Leo Alting von Geusaua een fervente voorstander van de oecumene en dialoog binnen de kerk. Nadat hij met Rome had gebroken werd hij antropoloog en hoogleraar in de Verenigde Staten. In 1977 vestigde hij zich bij de Akha en begon hij hen te bestuderen en waar hij kon ook hun belangen te verdedigen. De oprichter van het Mountain People’s Culture and Development Project in Chiang Rai overleed in 2002.

Apart is de zerk met het tweetalige Thai-Engelse opschrift ‘In memory of Clifford Johnson april, 17;1912 – November, 2, 1970 The Foreigner Who Loved us’. Clifford Johnson werd hier echter niet begraven. Hij was meer dan 30 jaar missionaris in Thailand geweest van de Asian inland Mission en had niet alleen in Chaing Mai eigenhandig een Student Hostel for Tribal Children uit de grond gestampt maar ook de lokale drughandel geregeld een flinke pad in de korf gezet. Dit leverde hem niet alleen vrienden maar ook heel wat vijanden op.  Hij werd kort na zijn pensionering in 1970 in de  Palm Gardens Retirement Community in Ashmore, Zuid-Californië vermoord in opdracht van Thais-Birmese drugsbaronnen. Over zijn intrigerende leven verscheen in 2009 ‘The Secret Retiree: Drugs and Death’ van Rupert Nelson.

Ik eindig deze kleine rondleiding graag met iemand die ik persoonlijk heb gekend. De zerk van Richard Willoughby Wood MC draagt het epitaaf ‘An Asian Legend’ en dat is niet gelogen want hij was legendarisch onder de expats in Chiang Mai. Hij was in 1916 in Londen geboren. Zijn vader was een gewezen manager van de Bombay Burma Trading Corporation in Chiang Mai en Bangkok, terwijl zijn moeder de hoofdverpleegster was geweest in het door de Britten geredigeerde Bangkok Nursing Home. In 1937 trad hij in de voetsporen van zijn vader en begon hij in Birma te werken voor de Bombay Burma Trading Corporation. Twee jaar later kreeg hij een aanstelling als tweede luitenant in de Burma Rifles. Tijdens de oorlog wist hij uit de handen van de Japanners te blijven en werd hij een inlichtingenofficier aan het Chindwinfront tot hij met kerstmis 1944 bijna stierf door tyfus. Op het einde van de vijandelijkheden was Wood in rang opgeklommen tot majoor en verschillende keren vermeld op de legerdagorders. Voor zijn erg moedige gedrag aan het front werd hij onderscheiden met de op één na hoogste dapperheidsonderscheiding, het Military Cross (MC). Na de onafhankelijkheid van Birma, verkaste hij naar Thailand waar hij na zijn pensionering een sterkhouder werd van de expat-gemeenschap.

R.W. Wood was de auteur van De Mortuis: The Story of the Chiang Mai Foreign Century, een paperback die tot op de dag van vandaag verkocht wordt ten gunste van het onderhoud van deze, in meer dan een opzicht unieke site.


» Laat een reactie achter


2 reacties op “Het Chiang Mai Foreign Cemetery”

  1. Tino Kuis zegt op

    Een mooie en spannende rondgang over dat kerkhof, Lung Jan, waarvoor veel dank. Zo leer ik wat meer. Ik wil een crematie maar misschien is een begrafenis met een leuke zerk, naam, jaartallen en spreuken zo gek nog niet.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +7 (obv 7 stemmen)
  2. Marijke. zegt op

    Heel vaak langs gefietst.Ik dacht dat het misschien een katholiek kerkhoff was.Dus weer iets geleerd.Er is nog een begraafplaats in changmai ik weet alleen niet hoe die weg heet .Er ligt een sportveld naast en is richting hotel van die sjeik uit het midden oosten.Als ik weer in changmai ben ga ik er toch eens kijken.zDie oude begraafplaatsen zijn interessant.Ook in australie en hongarije diverse bezocht.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +2 (obv 2 stemmen)

Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website