Soms zijn er bepaalde plaatsen waar je een fijn gevoel bij hebt, of andere plaatsen waaraan je, wellicht geheel ten onrechte, een ontzettende hekel hebt. Zo’n plaats die mij totaal niet kan bekoren, en wellicht is dat wel onterecht, is bijvoorbeeld Trat. Je kunt echter niet aan deze plaats voorbijgaan als je bijvoorbeeld Koh Chang wilt bezoeken.

Uit een grijs verleden herinner ik me nog heel goed mijn eerste bezoek aan Koh Chang, het op één na grootse eiland van Thailand. Na een lange busrit belandde je dan in Trat, waar je in die tijd wel moest logeren omdat de oversteek bijvoorbeeld vanuit Bangkok naar Koh Chang niet in één dag was te verwezenlijken. Het enige hotel van betekenis was een naar grauw hotel, destijds dichtbij de eindbestemming van de bus. Kortom, ik heb er -enigszins overdreven- een trauma aan overgehouden en daarbij een gloeiende hekel aan Trat.

Het toerisme op Koh Chang stond nog in de kinderschoenen en elektriciteit was taboe. In de avonduren beschikte je over een petroleumlamp en het was een koddig gezicht, maar ook heel feeëriek, om de mensen naar een eetgelegenheid op het strand te zien wandelen, waarbij de meegetorste petroleumlampen voor een romantisch sfeertje zorgden. Op bepaalde plaatsen had men de beschikking over een aggregaat waar je tussen vijf en zes in de avond je scheerapparaat kon opladen.

Technische vooruitgang

Na jaren kreeg Koh Chang toch elektriciteitsvoorziening en raakte het eiland ook letterlijk in een ‘stroom’ versnelling. Investeerders, waaronder de in opspraak geraakte ex-eerste minister Thaksin, zagen wel brood in het eiland en jaar na jaar sloeg de bebouwing genadeloos toe.

De nietige nauwelijks begaanbare zandweggetjes werden omgetoverd tot verharde wegen en schamele onderkomens afgebroken om plaats te maken voor kapitale resorts. Voor menigeen was de lol er toen af, Koh Chang was voor hen niet meer dat paradijselijke eiland waar je nog rust kon vinden. Het enige dat in mijn ogen niet veranderde was de ‘oversteekplaats’ Trat. In mijn ogen bleef Trat gewoon Trat, een troosteloze plaats zonder allure, waar niets, maar dan ook helemaal niets valt te beleven. Zelfs dat grauwe troosteloze hotel is gebleven.

Lichtpunt

Op Thailandblog verschijnt opeens een verhaal van Hans Bos met als titel ‘Weten is eten’. De plaats Trat komt in zijn verhaal, verrassend voor mij, weer naar voren. Het gaat onder meer over lekker vis eten op de landtong van Thailand, die achter Trat uitloopt tot een uiterst smalle strook tot aan de grens met Cambodja. Om overheerlijke verse vis te kunnen eten moet je op BanChuen Beach zijn in het gelijknamige resort, is zijn advies. Dus beweeg ik me vlak voor het centrum van Trat via de 318 op weg naar het zestig kilometer verder gelegen strand van Ban Cheun.

Onderweg daar heen kom je een aantal stranden tegen met de nodige resorts. De eigenaar, Joseph van het Cheun Beach Resort, noch zijn vrouw Payear, zijn bepaald geen snelle reclamemensen, want aangekomen bij de afslag naar de betreffende beach is de naam van het resort in geen velden of wegen te bekennen. Wel staat het Panan Resort aangegeven en dus volgen we maar de weg daarheen. Het blijkt een goede gok, want het Ban Chuen Beach Resort ligt er naast. Keurige huisjes voor een fractie van de prijs voor eenzelfde onderkomen op Koh Chang of andere resorts die je op de weg naar Ban Cheun tegenkomt.

Niet voor iedereen

De slogan van mijn favoriete ‘Jazz Pit’ in Soi 5 te Pattaya, ‘It’s not for everybody’ is ook van toepassing op het Ban Cheun Resort. Zoals de Jazz Pit is ook dit resort niet voor iedereen een goede bestemming. Verwacht op dit strand geen uitgaansmogelijkheden of een keur aan bars en/of restaurants. Wat je hier wél kunt vinden is een mooi, bijna verlaten strand en heel veel rust. Een heerlijke gezonde strandwandeling ondernemen, waarbij je nauwelijks iemand tegen zult komen en vanuit je luie strandstoel genieten van een hemelse zonsondergang en langzaam overdrijvende fraaie wolkenpartijen. Het geluid van de naar het strand rollende golven zou Johan Sebastiaan Bach, als hij hier had getoefd, tot een unieke compositie hebben geïnspireerd .

Kleine uitstapjes

Hoewel de hele landtong naar Cambodja weinig meer te bieden heeft dan de reeds geschilderde mogelijkheden behoren een paar kleine uitstapjes tot de mogelijkheden. Rij bijvoorbeeld naar de grens bij Hat Lek en bezoek daar de Border Market. Aan beide zijden van de weg zie je de nodige kraampjes en winkels. Aan de rechterzijde wandel je naar de zee en uiteraard tref je op het smalle straatje daarheen weer vele aanbiedingen aan, waaraan je nauwelijks weerstand kunt bieden.

Horloges, mobiele telefoons, tassen van de bekende merken, echt of namaak, en vele andere wel of niet begerenswaardige artikelen. Wandel, bijna beneden het laatste weggetje naar rechts ook even in en bekijk de weinig hygiënische verwerking van schelpdieren. Laat de karige behuizing op je inwerken en geniet van de vrolijk spelende kinderen.

Op de heenweg naar de grens moet je beslist niet vergeten de afslag naar Chalalai en Kalapungha Port te volgen naar de plek waar de van zee teruggekeerde vissersschepen de vangst aan wal brengen. Wandel zowel rechts als links langs de kade en sla het lossen en sorteren van de vis gade. Vergeet niet je camera mee te nemen en zorg op tijd er tussen tien en elf te zijn. Je ziet dan de grootste vissershaven van deze streek, waar bij het lossen van de vis de bestel- en vrachtauto’ s al gereed staan om de vis zo snel mogelijk verder te transporteren.

Op de terugweg kun je het plaatsje Khlong Yai binnenrijden. Een bepaalde straat voert naar zee en wandel je verder over een smal pad met aan de linkerkant de ondiepe ingangsroute voor de kleinere vissersscheepjes. In vergelijking tot Chalalai Port is deze haven een dwerg, waar voornamelijk garnalen en kleine krapjes worden aangevoerd. Te oordelen naar de staat van de verwaarloosde huizen is het allemaal geen vetpot. Vele huizen aan weerskanten van de zee-ingang staan, geteisterd door wind en zee, op instorten. Blijkbaar is de opbrengst van de vangst ontoereikend om de boel te kunnen herstellen.

Resumerend

Na het lezen van deze korte impressie kun je zelf beoordelen of de rust en stilte van Ban Chuen Beach jou kan bekoren, of dat je toch liever een meer mondiale beach prefereert. Het Thaise woordgebruik volgend: ‘It’s up to you’.

– Herplaatst bericht –


» Laat een reactie achter


4 reacties op “Ban Chuen Beach, een paradijs voor rustzoekers”

  1. John van der Heide zegt op

    Ik ben in Trat geweest en ik vond het er heerlijk rustig. De bevolking is allervriendelijkst en het is leuk wat over de avondmarkt te zwerven.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +6 (obv 6 stemmen)
  2. Miek37 zegt op

    Ha! Dat is onze favoriete eiland! We verblijven altijd bij Fisherman’s Cottage, kleinschalig resortje met 12 hutjes op Klong Khong Beach een hele relaxte sfeer en zalig eten, ken je dat?

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +1 (obv 1 stem)
  3. Marja zegt op

    Rijdend van Trat richting Cambodja over weg 318 ligt ongeveer vijf kilometer voor Ban Chuem het schitterende Mairood resort van eigenaar en meesterkok Chin Manasmontri. Om er te komen moet je door Mairood vissersdorp op palen. Het dorp heeft een mooie tempel. Ongeveer acht kilometer vóór de afslag naar Mairood ligt aan weg 318 het Rode Kruis Museum Sala Ratchakarun. Gewijd aan het voormalige daar gevestigde kamp voor vluchtelingen van de Rode Khmer. Het terrein grenst aan de zee. Hier ook heel mooi strand en goede eetgelegenheden. In Trat heel goede massage salon in de tempel in het centrum. Ze zijn allemaal goed maar Chaowalid is echt top!

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +6 (obv 6 stemmen)
  4. Marja zegt op

    Beste mevrouw of meneer Bel,

    Het is mij niet duidelijk of uw vraag gericht is aan Joseph Jongen of aan mij.
    In het laatste geval: hier is de website van Mairood resort: http://www.mairoodresort.com/default.asp
    De precieze locatie van dit resort is makkelijk te vinden op Google maps. Zoek naar Mairood Resort Mai Rut Changwat Trat Thailand. Iets zuidelijk van Mairood, onder weg 3269 zie je een stukje weg langs zee lopen. Daar is Ban Chuen Beach, waar Joseph het over heeft. In dit gebied liggen verschillende resorts, voornamelijk gericht op Thaise gasten. Mairood Resort is echt Thais met wat meer westers comfort zoals een zwembad(je) en er is een schitterende tuin met veel schaduwplekken. Interessant is ook de ligging net achter het vissersdorp. De laatste 300 meter naar het resort gaan door het dorp over een pad op palen boven het water.
    Zie eventueel http://www.youtube.com/watch?v=lvcXO0WgQD8 Het daar vertoonde e-mailadres van de eigenaar klopt overigens niet meer. Het is nu chinsway-mairood@hotmail.com

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +9 (obv 9 stemmen)

Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website