Om als gepensioneerde in Pattaya te mogen blijven, moet je 800.000 baht op een Thaise bankrekening hebben staan, ruim 20.000 euro, of elke maand ongeveer 1.700 euro aan inkomen aantonen. Wie alleen AOW krijgt, haalt die inkomenseis niet en moet dus zijn spaargeld vastzetten. Dat bedrag bepaalt wie hier woont: mannen boven de vijftig die het konden opbrengen. En die groep wordt nu oud.

Wie hier zit, en hoeveel het er zijn

Niemand weet precies hoeveel buitenlandse pensionado’s er in Pattaya wonen. De immigratiedienst publiceert geen bruikbaar totaal, en gepensioneerden zitten verspreid over verschillende visumsoorten. Een paar jaar geleden noemde de dienst zelf bijna 36.000 afgegeven pensioenvisa, met Britten, Duitsers en Amerikanen bovenaan. Visumbureaus houden het op ruim 100.000 als je alle verlengingen meetelt. Twee getallen die elkaar tegenspreken, en dat is zelfinformatie: het echte aantal is een schatting, geen feit.

In heel Thailand wonen naar schatting zo’n 200.000 westerlingen, van gepensioneerden tot ondernemers. De provincie Chonburi telt rond de 800.000 buitenlanders, maar dat zijn vooral fabrieksarbeiders uit Myanmar, Cambodja en Laos. De pensionado in Pattaya is een kleine, zichtbare groep in een veel grotere massa. En het is een groep met een leeftijd.

Waarom er niemand achteraan komt

Pattaya is groot geworden met een bepaald type man: geboren tussen ruwweg 1946 en 1964, gepensioneerd op een vast bedrijfspensioen, aangetrokken door warmte, lage prijzen en een leven dat thuis niet meer te betalen was. Die generatie is nu tussen de 62 en 80. De rekening die voor hen opging, gaat voor hun opvolgers minder vaak op.

De generatie erachter is kleiner en heeft zelden nog zo’n gegarandeerd pensioen. Meer mensen sparen zelf, met een pot die op kan. Tegelijk is de baht sterk, rond de 0,026 euro, waardoor euro’s minder baht opleveren dan tien jaar terug. Wie op een krap pensioen rekent, voelt dat elk jaar. Een alleenstaande met alleen AOW komt niet aan de inkomenseis en moet de ruim 20.000 euro vastzetten. Voor een groeiend deel van de nieuwe vijftigers is dat geen kleinigheid.

Thailand ziet de bui zelf ook hangen en mikt sinds 2022 met het LTR-visum op vermogende gepensioneerden: tien jaar verblijf, maar dan wel met 80.000 dollar inkomen per jaar of een fors vermogen. Dat trekt een ander soort mens dan de man die op zijn AOW en wat spaargeld naar Jomtien kwam. De rijke pensionado vervangt de goedkope niet; hij komt ernaast.

Daar komt bij dat het ‘goedkope’ inmiddels weg is. Vietnam, Cambodja en de Filipijnen bieden zon en lage prijzen zonder de sterke munt, en trekken precies de reiziger weg die vroeger in Pattaya bleef hangen.

Wat de stad daaraan verdient

Een bewoner die tien jaar lang elke dag een bescheiden bedrag uitgeeft, is andere omzet dan een toerist die twee weken blijft. De vaste pensionado houdt de kleine dingen overeind: de eettent op Soi Buakhao, de verhuurder die zijn condo per jaar verhuurt, de motortaxi, de kleine privékliniek, de kroeg die ’s avonds sneller leegloopt. Dat geld is voorspelbaar en het komt elke maand terug. Valt zo’n bewoner weg, dan verdwijnt daarmee tien jaar aan dagelijkse omzet in één keer.

In Pattaya loopt al langer de discussie of de stad meer heeft aan expats of aan toeristen. Kortverblijvers geven per dag meer uit, dat klopt. Maar sinds de Chinese groepen wegbleven en de westerse toerist het liet afweten, is die omzet grillig geworden. Sommige bewoners zien in de leegte een voordeel: minder vraag, lagere huren. Dat klinkt logisch, maar goedkope huur helpt alleen als de winkels, klinieken en kroegen waar je op leunt diezelfde neergang overleven. Een lege straat is niet voor niets goedkoop.

Het land wordt zelf oud

Er zit een wrange kant aan. Thailand verkocht zichzelf jarenlang als de plek om goedkoop oud te worden, maar het land vergrijst nu zelf hard. In 2023 was al meer dan een vijfde van de bevolking ouder dan 60, en tegen 2040 gaat dat richting een op de drie. Dezelfde zorg die de buitenlandse pensionado straks nodig heeft, hebben dan ook miljoenen Thai nodig.

Pattaya begon als vissersplaats en groeide na de komst van Amerikaanse militairen in de Vietnamoorlog. De stad heeft altijd geleefd van buitenlanders die kwamen en weer gingen. Een expat vertelde de Pattaya Mail dat hij naar Vietnam vertrok nadat een ander hem in een bar met een glas te lijf ging.

Voor wie er al zit, verandert er morgen niets aan de regels. Wel eet de sterke baht elk jaar stilletjes aan je buffer. En de omslag zal eerder te zien zijn in halflege bars en krimpende klinieken dan in een officieel cijfer, want dat cijfer is er niet.

Bronnen: Pattaya Mail, Nikkei Asia, The Thaiger, Asia Lifestyle Magazine, Integrity Legal, Travel and Tour World


Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. Wij maken o.a. gebruik van AI om onderzoek te doen naar onderwerpen en het schrijven over deze onderwerpen. Wij genereren ook foto's met AI, maar gebruiken daarnaast ook stockfoto's. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

Laat een reactie achter