Khao Sok
Khao Sok

We woonden veertien jaar in Thailand: elf jaar in Bangkok, een jaar in Chiang Mai, 1 jaar in Isaan en een jaar in Choeng Mon op Koh Samui. Je zou denken dat je na zo’n tijd niet snel meer omver geblazen wordt. Toch is er één plek waar we steeds weer over beginnen als iemand vraagt wat hij in Thailand echt moet zien. Dat is Khao Sok, en dan vooral een nacht op het Cheow Lan-meer.

Khao Sok ligt in het zuiden, tussen de Golfkust en de Andamankust in. Wie van Koh Samui naar Krabi of Khao Lak reist, komt er bijna langs. Veel mensen rijden er gewoon voorbij, en dat vinden we jammer.

Twee keer Khao Sok

Het park bestaat eigenlijk uit twee gebieden, ruim een uur rijden van elkaar. Bij het dorp aan de Sok-rivier slaap je in een lodge of een boomhut midden in het groen. Verderop ligt het meer, met smaragdgroen water en kalkstenen rotsen die recht uit het water omhoog steken. Daar slaap je in een drijvend huisje, een raft house.

We hebben op beide plekken geslapen. Wie ons vraagt welke van de twee, krijgt altijd hetzelfde antwoord: doe allebei. Het zijn twee totaal verschillende ervaringen.

De rivier

Bij het dorp gingen we met de kano de Sok-rivier op. Dat is geen wildwater: de rivier stroomt rustig, en juist daardoor zie je zoveel. IJsvogels, waterdraken op de oever, slangen op takken die boven het water hangen, makaken in de bomen. We zagen in die twee uur meer dieren dan tijdens menige wandeling.

Het meer

Overdag varen er longtailboten vol dagjesmensen over het meer. Dat is mooi, maar het meer wordt pas echt bijzonder als die weer weg zijn. Dan wordt het stil, op een manier die je in Bangkok nooit meemaakt. Je springt vanaf je terras het water in. ’s Avonds heb je alleen de sterren en de geluiden uit de jungle aan de overkant. ’s Morgens hangt de mist tussen de rotsen, en wie dan met een kajak het water op gaat, heeft het meer bijna voor zichzelf.

Achteraf zouden we er twee nachten van maken. Eén nacht is al onvergetelijk, maar met twee krijg je de rust pas echt te pakken en heb je tijd voor de verdere uithoeken van het meer.

Een paar praktische dingen

Reken op twee tot drie nachten in totaal: een of twee in de jungle bij het dorp en minstens één op het meer. Het meer is het hele jaar open, dus ook in het groene seizoen.

De entree van het nationale park kost voor buitenlanders 300 baht per volwassene en 150 baht per kind, contant, en is 24 uur geldig. Let op: het dorp en het meer hebben elk een eigen kassa. Bezoek je ze op verschillende dagen, dan betaal je twee keer. Aan de pier van het meer komt er nog zo’n 40 baht bij.

Een dagtour over het meer kan, maar een tweedaagse tour met overnachting is veel meer de moeite. Je ziet het meer dan op het moment dat het op zijn mooist is.

Wie het in een rondreis wil passen: van Krabi is het ongeveer twee en een half tot drie uur rijden. Koh Samui, dan Khao Sok, en daarna door naar Krabi of Koh Lanta (of andersom) is een route die goed werkt.

Hebben andere lezers ook op het meer geslapen? We zijn benieuwd of het voor jullie net zo’n hoogtepunt was.

Su en Johan – (Su en Johan schrijven over Thailand op thaitravelexpert.com)


Over deze blogger

Ingezonden Bericht

Laat een reactie achter