May had al twee koffies besteld voordat ik binnenkwam. Ze zat achterin de zaak, met haar rug naar de muur en uitzicht op de ingang. Toen ze mij zag, schoof ze haar zonnebril in haar haar en glimlachte ze alsof wij elkaar veel langer kenden dan een paar liftritten en een probleem met de elektriciteitsrekening.

Ze droeg een groene blouse en kleine gouden oorbellen. Op tafel lag haar telefoon met het scherm naar beneden. Naast mijn koffie stond een stuk kokosgebak dat ik niet had besteld, maar volgens May beslist moest proberen. De eerste tien minuten spraken we over gewone dingen: het condo, restaurants in de buurt en haar jaren in Singapore. Ze vertelde goed en kon om zichzelf lachen. Daardoor vergat ik bijna waarom ik op mijn hoede was.

De Australische eigenaar van haar condo kwam pas later ter sprake. Hij was niet helemaal haar ex, maar ook niet meer werkelijk haar partner. May omschreef hun verhouding als praktisch. Hij betaalde enkele vaste kosten, zij zorgde dat het appartement bewoond bleef en verder stelden ze elkaar niet te veel vragen.

Ik vroeg of hij wist dat zij andere mannen ontmoette.

May glimlachte en zei dat hij zelf genoeg vriendinnen had. Daarna draaide ze haar koffiekopje langzaam rond en vertelde dat ze niet opnieuw afhankelijk wilde worden van één man. De laatste keer dat zij haar hele leven op iemand had gebouwd, was ze achtergebleven met twee koffers en een rekening die niet van haar was.

Dat klonk kwetsbaar en mogelijk zelfs waar. Bij May wist ik alleen niet waar het verhaal eindigde en de versie begon die zij op dat moment nodig had.

Toen ik vertelde dat Bram de week daarop kwam, vroeg ze of hij getrouwd was. De vraag kwam snel, waarna ze er haastig aan toevoegde dat zij alleen nieuwsgierig was. Even later wilde ze weten of hij vaker naar Thailand reisde en of hij hier misschien een condo zocht.

Ik keek haar aan. May lachte en tikte met haar nagel tegen mijn kopje.

‘Only asking.’

Meer zei ze niet, maar haar belangstelling voor Bram leek groter te worden zodra duidelijk werd dat hij een alleenstaande Nederlander was. Misschien zocht zij gewoon nieuwe kennissen. Misschien had zij in korte tijd geleerd welke vragen bij westerse mannen nuttige antwoorden opleverden. Met May bleven beide mogelijkheden open.

Tijdens het afrekenen bood ze aan haar koffie zelf te betalen. Dat stelde mij meer gerust dan redelijk was. Vervolgens stopte ze het geld weer in haar tas toen ik zei dat ik betaalde. Blijkbaar vond zij mijn protest overtuigend genoeg.

Buiten bleef ze nog even naast mij staan. Ze wilde later die week samen eten en legde bij het afscheid kort haar hand op mijn arm. Haar blik was warm, maar ook onderzoekend. Alsof ze mij aardig vond en tegelijk nog berekende wat dat haar kon opleveren.

Ik wist dat May gevaarlijk terrein was. Toch fascineerde ze mij. In mijn hoofd verscheen opnieuw het beeld van een wilde kat die zich alleen liet aanraken wanneer zij daar zelf zin in had. Een belachelijk deel van mij dacht dat ik haar misschien kon temmen. Op mijn leeftijd zou je beter moeten weten, maar leeftijd beschermt vooral tegen dingen waarvoor je niet meer gevoelig bent.

Thuis stuurde ik Ploy geen vraag over Krit, geld of de scheiding. Ik schreef alleen dat ik aan haar dacht en wilde weten hoe het met haar en Fah ging. Daarna legde ik mijn telefoon weg en probeerde niet om de paar minuten te kijken.

Dat hield ik bijna een kwartier vol.

Het bericht bleef ongelezen. Ploy had vroeger zelfs tijdens haar werk vaak kans gezien een korte sticker te sturen. Nu verscheen er urenlang niets. Pas de volgende ochtend antwoordde ze dat zij en Fah in orde waren. Ze had het druk in het hotel.

Ik vroeg of ze moe was en of we elkaar binnenkort konden zien. Daarop kwam geen reactie.

Die middag bracht ik mijn Vlaamse vriend naar het ziekenhuis. Hij stapte zonder pauze van de parkeerplaats naar de ingang. Een paar weken eerder had hij halverwege moeten stoppen. Ook zijn gezicht had weer wat kleur en hij klaagde dat ik expres zo langzaam liep om hem oud te laten lijken.

De arts bevestigde dat de medicijnen aansloegen. De behandeling moest worden voortgezet en de controles bleven nodig, maar de eerste ontwikkeling was gunstig. Mijn vriend besloot daarom voorlopig in Thailand te blijven. Over België wilde hij pas weer nadenken als er een duidelijke medische reden voor was.

Na afloop aten we in een klein restaurant tegenover het ziekenhuis. Hij kreeg zijn bord leeg en bestelde zelfs extra rijst. Ik vertelde hem over de koffie met May en mijn vermoeden dat zij vooral belangstelling had voor mannen die financieel stevig stonden.

Mijn vriend vroeg waarom ik haar dan nog wilde zien.

Ik antwoordde dat zij spannend was.

‘Een brand is ook spannend,’ zei hij.

Daarmee was het onderwerp volgens hem voldoende behandeld.

Terwijl we aten, controleerde ik Line. Ploy had mijn vraag over een ontmoeting nog niet gelezen. Ik stopte de telefoon terug in mijn zak voordat mijn vriend iets kon zeggen. Hij had die dag al goed nieuws gekregen en hoefde niet direct weer aan mijn slechte beslissingen te werken.

Bram belde ’s avonds. Zijn koffer stond klaar en hij telde de dagen tot zijn vertrek. Voor onze eerste avond had hij geen ingewikkeld plan. Eten, een paar cafés en daarna zien waar we terechtkwamen. Het plan voor later in de week klonk minder onschuldig.

Een Nederlandse kennis had hem verteld over Club Mirage, een nachtclub langs een donkere zijweg voorbij Na Jomtien. De club opende laat en trok bezoekers die na sluitingstijd in Pattaya nog niet naar huis wilden. Er kwamen ook fotomodelachtige dames met lange benen op zoek naar mannen met een platinum creditcard. Er gingen verhalen over hoge rekeningen en een eigenaar met goede contacten. Volgens Brams kennis moest je vooral vooraf vragen wat een fles kostte.

Juist dat soort waarschuwingen maakte Bram nieuwsgierig.

Hij wilde er samen heen. Niet om problemen te zoeken, zei hij, maar om een keer iets anders te zien dan de bekende straten in Pattaya. Ik stelde voor dat we eerst konden vaststellen of wij een gewone avond nog aankonden. Bram vond dat een opmerking van een oude man.

Ik wees hem erop dat wij oude mannen waren.

Hij antwoordde dat dit pas de volgende ochtend telde.

Na het gesprek zocht ik Club Mirage op. De foto’s toonden gekleurde lampen, lage banken en tafels vol flessen. De meeste recensies waren kort en opvallend enthousiast. Een paar bezoekers waarschuwden dat je de rekening goed moest controleren. Ik stuurde Bram dat ik erover nadacht.

Daarmee had hij waarschijnlijk al gewonnen.

May stuurde later op de avond een foto van het kokosgebak uit de koffiezaak. Ze schreef dat ik de volgende keer zelf iets mocht uitkiezen. Een paar minuten later vroeg ze opnieuw wanneer Bram precies aankwam.

Ik antwoordde alleen op haar eerste bericht.

Van Ploy hoorde ik nog steeds niets. Haar stilte begon mij bezig te houden op een manier die ik niet prettig vond. Misschien speelde ze een spel en wilde ze mij laten ervaren hoe het voelde om te wachten. Het kon ook eenvoudiger zijn. Ploy had mij gevraagd duidelijk te zijn en ik was dat niet geweest. Mogelijk verloor zij gewoon haar belangstelling.

Die gedachte raakte mij harder dan het idee dat zij boos was. Boosheid betekent tenminste dat iemand nog iets van je verwacht.

Kort voor het slapen stuurde ik haar één laatste bericht. Geen uitleg en geen nieuwe vraag over een afspraak.

Ik schreef dat ik haar miste.

Om 22.43 uur verschenen de twee vinkjes. Ploy had het gelezen.

Er kwam geen antwoord.

Wordt vervolgd.

Ingezonden door Nico


Laat een reactie achter