Mijn Vlaamse vriend zette drie nieuwe doosjes medicijnen naast elkaar op tafel. De cardioloog had hem die ochtend uitgelegd dat hij een hartafwijking had waardoor zijn hart steeds minder goed pompte. De vermoeidheid en benauwdheid kwamen door hartfalen. Er was behandeling nodig en daarna moest blijken hoeveel herstel mogelijk was.

Hij had besloten die behandeling eerst in Thailand te laten uitvoeren. Hij vertrouwde de cardioloog, het ziekenhuis kende zijn dossier en hij hoefde niet halsoverkop naar België. Pas na de eerste behandeling en de controles zou hij beslissen of hij hier bleef of terugging naar zijn familie.

Ik vroeg wanneer hij naar het ziekenhuis moest en schreef de datum op. Ook bood ik aan hem te brengen. Deze keer wees hij mijn hulp niet af. Hij wilde alleen niet dat ik vanaf dat moment iedere ochtend controleerde of hij nog ademde.

Zijn droge toon stelde me gerust. Toch zag ik dat hij moeite had met het openen van een van de medicijndoosjes. Het plastic folie scheurde verkeerd, waarna de bijsluiter op de grond viel. Normaal zou hij daarop hebben gevloekt. Nu bukte hij langzaam, raapte het papier op en legde het naast zich.

Hij vroeg hoe het met Ploy ging. Ik vertelde dat ze serieus werk maakte van de schuld en de scheiding, maar dat ik haar nog steeds geen duidelijk antwoord had gegeven. Mijn vriend keek naar de drie doosjes voor hem en zei dat tijd soms ruimer lijkt dan ze is.

Daar liet hij het bij.

Vlak voordat ik vertrok, kreeg ik een bericht van Bram. Hij kwam de week daarop aan en had zijn eerste avond alvast vrijgehouden voor wat hij een rustige kennismaking met Pattaya noemde. Bij Bram betekende rustig meestal dat we de volgende ochtend moesten reconstrueren waar de laatste uren waren gebleven.

Ik liet het bericht aan mijn vriend zien. Hij vond dat Bram precies op tijd kwam. Daarna wees hij naar zijn medicijnen en zei dat hij voorlopig verantwoordelijk genoeg moest leven voor ons allebei.

Op weg naar huis dacht ik niet alleen aan zijn gezondheid. Zijn opmerking over tijd bleef hangen. Ploy had de afgelopen weken gedaan wat ik van haar had gevraagd. Ze had Krit benaderd, een eerste terugbetaling geregeld en een afspraak over de scheiding gemaakt. Zelf had ik vooral nieuwe redenen gezocht om nog niets te besluiten.

De volgende ochtend nodigde ik haar uit om samen te eten. Ik koos een restaurant bij Dongtan Beach waar we buiten konden zitten zonder dat de muziek ieder gesprek veranderde in een schreeuwpartij. Ploy stemde toe, maar haar antwoord bestond alleen uit tijd en plaats.

Ze kwam rechtstreeks van het hotel. Haar haar zat nog vast en ze droeg een dun vest over haar uniform. Bij het gaan zitten legde ze haar telefoon naast haar bord. De blauwe map met documenten had ze thuisgelaten.

Ploy vroeg eerst naar mijn Vlaamse vriend. Ik vertelde over de diagnose en zijn besluit de behandeling in Thailand te laten doen. Ze luisterde aandachtig en vroeg wanneer hij naar het ziekenhuis moest. Daarna zei ze dat ik bij hem moest blijven als hij mij nodig had.

Ik bestelde vis, rijst en groenten. Deze keer hield ik het bij drie gerechten. Dat was voor twee mensen nog steeds ruim, maar bij moeilijke gesprekken heb ik graag iets op tafel staan waar ik naar kan wijzen.

Voordat het eten kwam, bood ik mijn excuses aan. Ik vertelde Ploy dat ik haar onder druk had gezet. Eerst moest zij de schuld oplossen en van Krit scheiden. Toen zij daarmee begon, had ik nog steeds geen keuze gemaakt. Daarmee had ik haar het gevoel gegeven dat ze zich moest bewijzen, terwijl het echte probleem inmiddels bij mij lag.

Ploy keek mij aan, maar zei niets. Een serveerster zette twee glazen water neer en vroeg of we ijs wilden. Ploy antwoordde voor ons beiden. Daarna bleef het opnieuw stil.

Pas toen het eten kwam, vertelde ze wat mijn voorwaarden met haar hadden gedaan. Ze had na ons gesprek nauwelijks geslapen en was de volgende ochtend direct gaan bellen. Niet alleen omdat ze zelf van Krit los wilde komen, maar ook omdat ze dacht dat ik daarna voor haar zou kiezen.

‘You ask me change. I try. You still not know.’

Ik zei dat ze gelijk had. Dat hielp weinig.

Volgens Ploy had ik van haar snelheid en zekerheid verlangd, terwijl ik mezelf alle tijd gaf. Zij moest haar huwelijk beëindigen, familieruzies verdragen en geld terughalen. Ik hoefde alleen te beslissen of ik werkelijk met haar verder wilde. Toch was dat kennelijk het deel waarvoor geen datum kon worden afgesproken.

Ze sprak niet hard, maar haar teleurstelling was duidelijk. Ik had haar liever boos gezien. Tegen boosheid kun je jezelf verdedigen. Tegen iemand die precies benoemt wat je doet, blijft weinig over.

Ik zei dat mijn gevoelens voor haar niet verdwenen waren. Ik miste haar en dacht vaker aan haar dan ik toegaf. Ook vond ik het niet prettig te bedenken dat ze misschien iemand anders zou ontmoeten. Terwijl ik dat uitsprak, wist ik dat het nog steeds geen antwoord was.

Ploy wist dat ook.

Ze vroeg wat mijn excuses dan betekenden. Wilde ik opnieuw met haar beginnen, of wilde ik me alleen minder schuldig voelen?

Ik keek naar haar en voelde hoe gemakkelijk het was geweest om voorwaarden aan haar leven te stellen. Nu zij mij een duidelijke vraag stelde, kwamen dezelfde twijfels terug. Ik wilde haar niet kwijt, maar durfde haar evenmin te beloven dat ik bleef.

Daarom zei ik dat ik het nog niet wist.

Ploy legde haar lepel neer. Ze wilde geen ruzie maken en ook niet opnieuw uitleggen waarom dit haar pijn deed. Ze zou doorgaan met de scheiding en de schuld, maar niet langer om aan mijn verwachtingen te voldoen. Wanneer ik wist wat ik wilde, mocht ik het haar vertellen. Tot die tijd wilde ze geen gesprekken meer waarin ik haar eerst hoop gaf en daarna om geduld vroeg.

Na die woorden aten we verder. Ploy schoof de komkommer naar de rand van haar bord, maar deze keer maakte ik daar geen grap over. Bij het afscheid stond ze me toe haar kort te omhelzen. Haar lichaam bleef gespannen en na een paar seconden deed ze een stap achteruit.

Ze nam een motortaxi naar huis. Ik bleef bij het restaurant staan tot ze tussen het verkeer verdween. Mijn excuses waren aanvaard, maar ik had haar opnieuw met lege handen laten vertrekken.

De volgende dagen hield ik me bezig met mijn Vlaamse vriend en de komst van Bram. Ik belde het ziekenhuis om te controleren waar ik hem moest afzetten en stuurde Bram een lijst met hotels, restaurants en cafés. Hij reageerde dat hij vooral zichzelf meenam en dat dit in het verleden al problemen genoeg had opgeleverd.

Zijn komst gaf me iets om naar uit te kijken. Met Bram hoefde ik niet voorzichtig te formuleren. Hij kende mijn goede kanten, mijn slechte gewoontes en mijn talent om eenvoudige beslissingen ingewikkeld te maken. Bovendien kon hij een avond laten ontsporen zonder dat daar een echtgenoot, een scheiding of een blauwe map aan te pas kwam.

May kwam ik opnieuw tegen bij het kantoor van het condo. Ze had een elektriciteitsrekening bij zich die op naam stond van de eigenaar van haar woning. De medewerker wilde de registratie aanpassen, maar daarvoor had ze aanvullende gegevens nodig. May vroeg of ik kon helpen begrijpen welke documenten ontbraken.

Het condo bleek eigendom te zijn van een Australische man. Eerst noemde ze hem een vriend. Toen de medewerker een kopie van zijn paspoort liet zien, vertelde May dat hij haar voormalige partner was. Hij woonde meestal in Australië, betaalde nog enkele kosten en kon onverwacht naar Thailand komen.

Daar vroeg ik niet verder naar. Ik kende inmiddels de gevaren van belangstelling voor vrouwen met een huwelijk of voormalige partner die nog niet helemaal uit beeld was verdwenen.

May leek zich daar minder druk om te maken. Terwijl we naar de lift liepen, vroeg ze of ik mijn condo huurde of had gekocht. Daarna wilde ze weten of ik alleen woonde en of er regelmatig een vrouw bij mij bleef slapen. De vragen kwamen met een glimlach, alsof we elkaar al langer kenden dan twee korte ontmoetingen.

Ik antwoordde dat ik alleen woonde en dat de rest ingewikkeld was.

‘Complicated is interesting,’ zei ze.

Dat was een rode vlag die vriendelijk werd uitgesproken, maar daardoor niet van kleur veranderde.

In de lift vertelde May dat ze de buurt nog nauwelijks kende. Ze wilde graag weten waar je goede koffie kon drinken zonder dat er zoete melk in zat. Ik noemde een zaak op loopafstand. Ze stelde voor daar de volgende ochtend samen heen te gaan.

Mijn verstand had genoeg informatie gekregen. Er was een buitenlandse ex die nog betaalde en onverwacht kon verschijnen. Bovendien wilde May na twee ontmoetingen al opvallend veel over mijn woning en privéleven weten. Het verstandigste antwoord lag klaar.

Ik zei dat tien uur me goed uitkwam.

May stapte op onze verdieping uit en bedankte me voor de hulp. Bij haar deur draaide ze zich nog even om en glimlachte. Daarna verdween ze naar binnen.

In mijn condo lag Brams’ vluchtschema op tafel. Hij arriveert over zes dagen. De behandeling van mijn Vlaamse vriend stond twee dagen later gepland. Ploy wilde voorlopig geen nieuwe gesprekken en morgenochtend dronk ik koffie met een vrouw van wie ik nu al wist dat haar situatie niet eenvoudig was.

Ik zette de wekker op halfnegen. Voor gewone koffie was dat ruim op tijd, maar ik vermoedde dat het geen gewone koffie zou worden.

Wordt vervolgd.

Ingezonden door Nico


Laat een reactie achter