
Nederland is bezig met een van de grootste financiële operaties uit zijn geschiedenis. Het aanvullende pensioenvermogen van Nederlandse pensioenfondsen, goed voor ruim 1.500 miljard euro, wordt overgezet naar een nieuw stelsel. Die overgang moet uiterlijk op 1 januari 2028 zijn afgerond.
De Wet toekomst pensioenen is al sinds 1 juli 2023 van kracht. De hervorming verandert niet de AOW zelf, maar vooral het pensioen dat veel werknemers via hun werkgever hebben opgebouwd. Voor veel mensen klinkt dat technisch en ver weg, tot er een brief van het pensioenfonds op de mat valt. Dan wordt het opeens persoonlijk: wat gebeurt er met mijn opgebouwde rechten, mijn maandbedrag en mijn pensioen later?
Voor lezers van Thailandblog.nl is dit extra relevant. Veel Nederlanders in Thailand ontvangen nu al pensioen uit Nederland, bouwen nog pensioen op, of hebben door eerdere banen meerdere kleine pensioenpotjes staan. Wie in Bangkok, Hua Hin, Pattaya of Isaan woont, wil vooral weten: blijft mijn inkomen betrouwbaar genoeg om hier rond te komen?
Het oude stelsel draaide om drie pijlers
Het Nederlandse pensioenstelsel bestaat uit drie onderdelen. Die structuur blijft bestaan, ook onder de nieuwe wet.
AOW, de Algemene Ouderdomswet: De AOW is het basispensioen van de overheid. Werkenden betalen via premies mee aan de AOW-uitkeringen van gepensioneerden van nu. De hoogte van de AOW hangt af van het aantal jaren dat iemand in Nederland verzekerd is geweest. Wie langere tijd buiten Nederland woonde, kan daardoor een lagere AOW hebben.
Aanvullend pensioen via de werkgever: Veel werknemers bouwen via hun werkgever pensioen op bij een pensioenfonds, verzekeraar of premiepensioeninstelling. De premie wordt belegd, zodat er later pensioen kan worden uitgekeerd. Dit is het deel waar de nieuwe pensioenwet vooral over gaat.
Individueel pensioen: Mensen kunnen zelf extra pensioen opbouwen, bijvoorbeeld via lijfrente, banksparen of andere vormen van eigen pensioenopbouw. Dat blijft een persoonlijke aanvulling op AOW en werkgeverspensioen.
Het oude stelsel was sterk collectief. Jongeren en ouderen deelden risico’s, en pensioenfondsen werkten met begrippen als rekenrente en dekkingsgraad. Voor veel deelnemers voelde dat ondoorzichtig. Je zag wel een verwacht pensioenbedrag, maar niet precies welk vermogen voor jou was opgebouwd.
De doorsneesystematiek verdwijnt
Een kernpunt van het oude stelsel was de zogeheten doorsneesystematiek. Dat betekent eenvoudig gezegd: deelnemers betaalden binnen een regeling vaak dezelfde premie en kregen dezelfde pensioenopbouw, ongeacht hun leeftijd.
Dat systeem paste bij een arbeidsmarkt waarin mensen lang bij dezelfde werkgever bleven. Maar veel mensen wisselen vaker van baan, werken tijdelijk als zelfstandige of bouwen pensioen op bij meerdere fondsen. Daardoor kon het oude systeem scheef uitpakken, vooral voor mensen die halverwege hun loopbaan van baan of sector wisselden.
In het nieuwe stelsel wordt duidelijker hoeveel premie voor jou wordt ingelegd en welk rendement daarop wordt gemaakt. Je krijgt geen harde belofte meer over een vast pensioenbedrag. Je ziet vooral hoe jouw eigen pensioenvermogen zich ontwikkelt.
Wat betekent invaren?
Een van de moeilijkste woorden in de pensioenhervorming is “invaren”. Daarmee bedoelen pensioenfondsen dat opgebouwde pensioenen uit het oude stelsel worden omgezet naar het nieuwe stelsel.
De grote collectieve pensioenpot wordt dan verdeeld over persoonlijke pensioenvermogens. Dat klinkt eenvoudig, maar achter die verdeling zitten ingewikkelde berekeningen. Er moet rekening worden gehouden met leeftijd, opgebouwde rechten, financiële positie van het fonds, buffers en de vraag of groepen deelnemers nadeel ondervinden.
Dit zijn de grootste veranderingen
Met de nieuwe pensioenwet verdwijnen enkele vertrouwde onderdelen uit het oude stelsel. Daarvoor komen nieuwe regels terug.
Geen middelloonregeling meer: het oude systeem waarin het pensioen werd berekend op basis van het gemiddelde loon tijdens de loopbaan verdwijnt. Nieuwe regelingen werken met een beschikbare premie. De premie wordt het uitgangspunt, niet een vooraf beloofde uitkering.
Dezelfde premie voor alle leeftijden: binnen een pensioenregeling geldt straks één premiepercentage. Jongere werknemers kunnen daardoor langer rendement maken op hun ingelegde premie. Voor sommige werknemers in de middengroep kan compensatie nodig zijn.
Minder harde garanties: pensioen wordt meer afhankelijk van beleggingen. Als de economie goed draait, kan het pensioen sneller omhoog. Gaat het slechter op de financiële markten, dan kan het pensioen ook dalen.
De dekkingsgraad krijgt een andere rol: In het oude stelsel bepaalde de dekkingsgraad vaak of pensioenen omhoog mochten of juist niet. In het nieuwe stelsel worden opgebouwde rechten omgezet naar persoonlijke pensioenvermogens. Fondsen moeten daarbij zorgvuldig uitleggen hoe zij die verdeling maken.
Compensatie bij nadeel: als groepen deelnemers door de overstap nadeel ondervinden, moeten werkgevers, vakbonden en pensioenfondsen bekijken of compensatie nodig is. Bij pensioenverzekeraars en premiepensioeninstellingen gelden andere afspraken dan bij pensioenfondsen.
Maximale premiegrens: er komt een fiscale bovengrens voor pensioenpremies. In de uitwerking wordt uitgegaan van een premiegrens van 30 procent van de pensioengrondslag, exclusief kosten en risico-opslagen.
Werkgevers moeten een transitieplan maken: werkgevers, werkgeversorganisaties en vakbonden leggen vast hoe de overstap naar de nieuwe regeling verloopt. Dat plan vormt de basis voor overleg met werknemers, ondernemingsraad of de vakbond.
Werknemers krijgen meer inzicht: de pensioeninleg wordt beter zichtbaar. Je ziet duidelijker welke premie voor jou is betaald en hoe je pensioenvermogen groeit of daalt.
Wat merk je als werknemer?
Voor werknemers wordt pensioen minder een belofte en meer een zichtbaar vermogen. Dat kan prettiger voelen, omdat je beter ziet wat er voor jou wordt ingelegd. Tegelijk kan het ook onrust geven, omdat bedragen meebewegen met beleggingen.
Jongere werknemers hebben meer tijd om rendement te maken. Zij kunnen daardoor profiteren van de nieuwe opzet. Voor werknemers tussen ongeveer 40 en 55 jaar kan de overstap gevoeliger liggen, omdat zij minder lang de tijd hebben om nadeel in te halen. Juist voor deze groep wordt vaak gekeken naar compensatie.
Er blijven keuzes bestaan rond eerder of later stoppen met werken. Ook verlofsparen speelt een rol. Werknemers kunnen meer verlof opsparen en dat later gebruiken, bijvoorbeeld om eerder te stoppen met werken of rustiger af te bouwen richting pensioen.
Maximaal 10 procent ineens opnemen kan pas vanaf 2029
In de brontekst staat dat werknemers 10 procent van de waarde van hun pensioenpot kunnen opnemen op de pensioendatum, bijvoorbeeld voor een reis of het aflossen van de hypotheek. Dat onderdeel is inmiddels later ingegaan dan eerder gedacht.
Volgens de actuele planning kan dit “bedrag ineens” vanaf 1 januari 2029. Dan mogen deelnemers bij pensionering maximaal 10 procent van hun ouderdomspensioen in één keer opnemen. Dat bedrag mag vrij worden besteed, bijvoorbeeld aan een verbouwing, zorg, schuldaflossing of een lange reis naar Thailand.
Daar staat wel iets tegenover. Het maandelijkse pensioen wordt daarna lager. Ook kan het bedrag gevolgen hebben voor belasting, zorgtoeslag, huurtoeslag of andere inkomensafhankelijke regelingen. Voor iemand die in Thailand leeft van een vast Nederlands pensioen kan dat verschil zwaar wegen. Eenmalig geld op de rekening voelt fijn, maar een lager maandbedrag blijft levenslang merkbaar.
Wat merk je als gepensioneerde?
Ook gepensioneerden krijgen met de nieuwe regels te maken als hun pensioenfonds overstapt. Hun opgebouwde pensioen kan worden ingevaren naar het nieuwe stelsel. De maandelijkse uitkering blijft bestaan, maar de manier waarop verhogingen en verlagingen worden verwerkt verandert.
Het idee achter het nieuwe stelsel is dat pensioenen sneller kunnen meebewegen. Als het goed gaat met de beleggingen, kan een pensioen eerder stijgen. Bij tegenvallers kan het pensioen ook omlaag. Voor oudere deelnemers wordt doorgaans minder risicovol belegd, zodat schommelingen kleiner blijven dan bij jongeren.
Voor Nederlanders in Thailand is vooral de voorspelbaarheid van belang. Huur, zorgkosten, visa-eisen en de wisselkoers tussen euro en baht maken het pensioeninkomen al kwetsbaar genoeg. Een daling van het pensioen kan daardoor meer betekenen dan alleen een getal op papier.
Overgang duurt tot 2028
Werkgevers, vakbonden, pensioenfondsen, verzekeraars en premiepensioeninstellingen hebben tot uiterlijk 1 januari 2028 om de overstap te regelen. Dat lijkt ruim, maar de uitvoering is groot en foutgevoelig.
Pensioenfondsen moeten transitieplannen beoordelen, IT-systemen aanpassen, deelnemers informeren en oude rechten omzetten naar nieuwe pensioenvermogens. De Nederlandsche Bank houdt toezicht op de overgang en beoordeelt of pensioenfondsen de omzetting volgens de regels uitvoeren.
Deelnemers krijgen bericht van hun pensioenfonds, verzekeraar of premiepensioeninstelling. Het is verstandig om je contactgegevens te controleren, zeker als je in Thailand woont en niet alle post uit Nederland goed aankomt. Controleer ook of je toegang tot DigiD en mijnpensioenoverzicht.nl nog werkt.
Waarom dit meer is dan een technische wijziging
Pensioen gaat niet alleen over regels, premies en rendement. Het gaat over rust. Over de vraag of je later je huur kunt betalen, je zorg kunt regelen en zonder stress boodschappen kunt doen.
Voor de een voelt de nieuwe wet logisch: eindelijk wordt zichtbaar welk geld bij wie hoort. Voor de ander voelt het alsof een vertrouwde belofte wordt ingeruild voor een beleggingsrekening met meer onzekerheid. Beide gevoelens zijn begrijpelijk.
Ook de politiek blijft verdeeld. Voorstanders zien een stelsel dat beter past bij deze tijd. Critici vrezen fouten bij het invaren, hoge uitvoeringskosten en te weinig bescherming voor groepen die tussen wal en schip vallen.
Wat kun je nu zelf doen?
Je hoeft niet alle pensioenregels uit je hoofd te leren. Maar een paar praktische stappen helpen wel.
Controleer bij welke pensioenfondsen je pensioen hebt opgebouwd. Kijk of je adres, e-mailadres en bankgegevens kloppen. Lees brieven van je pensioenfonds zorgvuldig, ook als ze taai zijn. Woon je in Thailand, zorg dan dat je digitaal bereikbaar bent en dat je DigiD werkt.
Let extra op als je meerdere werkgevers hebt gehad, gescheiden bent, kleine pensioenpotjes hebt of bijna met pensioen gaat. Dan kunnen keuzes rond invaren, partnerpensioen, eerder stoppen of het bedrag ineens meer invloed hebben op je inkomen.
Slot
De nieuwe pensioenwet maakt het Nederlandse pensioen persoonlijker, maar ook minder vast. Voor Nederlanders in Thailand is vooral één vraag van belang: blijft het maandelijkse inkomen voldoende en voorspelbaar? Wie nu zijn gegevens controleert en pensioenbrieven goed leest, voorkomt later onaangename verrassingen.
Bronnen: Rijksoverheid, De Nederlandsche Bank, NieuwRechts. (Rijksoverheid)
Over deze blogger

-
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. De inhoud is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, meningen en eigen onderzoek van de auteur. Waar relevant, is er gebruikgemaakt van AI als hulpmiddel bij het schrijven en structureren van teksten. Wij genereren soms ook foto's met AI. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.
Lees hier de laatste artikelen
Analyse2 juli 2026Analyse: THAI Airways keert sterker terug op Schiphol, maar risico’s blijven groot
Vliegtickets2 juli 2026THAI Airways landt na 28 jaar weer op Schiphol vanuit Bangkok
Geld en financiën2 juli 2026Gemiddelde Thai verdient 415 euro per maand, tien keer zo weinig als Jan Modaal in Nederland of Belgie
Expats en pensionado2 juli 2026Nieuwe pensioenwet zet miljarden in beweging en raakt ook Nederlanders in Thailand
