Wie aan Khmer-tempels denkt, denkt aan Angkor in Cambodja. Toch hoef je daarvoor de grens niet over. In de provincies Nakhon Ratchasima en Buriram liggen twee van de mooiste Khmer-monumenten ter wereld, gewoon tussen de Thaise rijstvelden.

Ze vertellen het verhaal van een rijk dat ooit reikte tot diep in Thailand, en van een koningslijn die hier haar wortels had. Het is een geschiedenis die ouder is dan Thailand zelf, en die nog altijd voelbaar is als je over de oude processiewegen loopt.

Een netwerk van wegen door een immens rijk

Het Khmer-rijk bloeide ruwweg van het begin van de negende eeuw tot het midden van de vijftiende eeuw. Op zijn hoogtepunt was dit het machtigste rijk van het vasteland van Zuidoost-Azië. En Angkor was geen enkele stad, maar een verzameling steden verspreid over Cambodja, Laos, Vietnam en Thailand.

Die steden waren verbonden door een netwerk van koninklijke wegen. Een van de langste, ongeveer 250 kilometer, liep van de hoofdstad Yasodharapura naar de Khorat-hoogvlakte. Aan het einde van die weg lag Phimai. Halverwege, in wat nu Buriram is, verrezen Phanom Rung en het lager gelegen Muang Tam. Langs de route bouwden de Khmer ook rusthuizen en hospitalen, waarvan delen zijn teruggevonden.

Eén ding wordt vaak vergeten. Deze tempels zijn ouder dan de Thaise natie zelf. Toen ze werden gebouwd, viel dit gebied gewoon onder het bestuur van Angkor. Pas eeuwen later namen Thaise koninkrijken hier de macht over.

Phimai, de grootste op Thaise bodem

Phimai, officieel Prasat Hin Phimai, is de grootste Khmer-tempel van Thailand. Het ommuurde terrein meet ongeveer 1020 bij 580 meter, vergelijkbaar met dat van Angkor Wat. Voor archeologen is dat een sterke aanwijzing dat hier ooit een belangrijke stad lag. De tempel werd gebouwd in de elfde en twaalfde eeuw.

Wat Phimai zo bijzonder maakt, is de geloofskeuze. De tempel is opgetrokken als boeddhistisch heiligdom, terwijl de Khmer die hem bouwden hindoeïstisch waren. En waar de meeste Khmer-tempels naar het oosten kijken, is Phimai gericht op het zuidoosten, naar Angkor toe. Een stille buiging richting de hoofdstad van het rijk.

De stijl wijst vooruit naar het beroemdste bouwwerk dat de Khmer ooit zou maken. De architectuur lijkt sterk op die van Angkor Wat, met fijn beeldhouwwerk en een centraal heiligdom dat de berg Meru symboliseert, het mythische middelpunt van het heelal in de hindoeïstische kosmologie.

De dynastie die hier begon

Phimai was niet zomaar een verre buitenpost. Het gebied gaf het Khmer-rijk een complete koningslijn. In 1080 stichtte koning Jayavarman VI hier de Mahidharapura-dynastie, gevestigd in Phimai.

Die afkomst is veelzeggend. Tot deze nieuwe lijn behoorden later twee van de grootste koningen uit de Khmer-geschiedenis: Suryavarman II, de bouwer van Angkor Wat, en Jayavarman VII. Met andere woorden: de man die het beroemdste tempelcomplex ter wereld liet optrekken, stamde af van een geslacht dat zijn oorsprong had in het huidige Noordoost-Thailand.

Jayavarman VII bevrijdde zijn rijk in 1182 van de Cham en kroonde zichzelf tot koning. Hij was de eerste vorst in de Khmer-geschiedenis die koos voor het mahayana-boeddhisme in plaats van het hindoeïsme. Onder hem bereikte het rijk zijn hoogtepunt.

Phanom Rung en het wonder van het licht

Op zo’n vijftig kilometer ten zuiden van Buriram ligt het complex dat veel kenners het mooiste van Thailand noemen. Phanom Rung staat op de rand van een uitgedoofde vulkaan, op ruim 400 meter hoogte. Het werd gebouwd tussen de tiende en de dertiende eeuw.

De tempel is in Angkor-stijl opgetrokken als hindoeïstisch heiligdom, gewijd aan Shiva, en staat boven op een heuvel die de berg Kailash symboliseert, de heilige berg waar Shiva volgens het hindoeïsme woont. De hoofdtoren is gemaakt van roze zandsteen, waardoor het complex ook wel het roze stenen kasteel wordt genoemd. Wie het terrein betreedt, loopt over een processieweg van 160 meter naar de tempel toe.

Het spectaculairste is een verschijnsel dat de oude bouwers met verbluffende precisie hebben ingecalculeerd. Vier keer per jaar schijnt de zon door alle vijftien doorgangen van het heiligdom tegelijk. Dan verandert de tempelgang in één lange tunnel van goud licht. Geen toeval, maar het werk van bouwmeesters die de loop van de zon precies kenden. Het lichtfenomeen valt op deze momenten:

  • Zonsondergang: 5 tot 7 maart
  • Zonsopgang: 3 tot 5 april
  • Zonsopgang: 8 tot 10 september
  • Zonsondergang: 5 tot 7 oktober

Rond de zonsopgang in april houdt Buriram zijn jaarlijkse Phanom Rung-festival. In 2026 vindt dat plaats van 3 tot en met 5 april, met oude Khmer-rituelen, traditionele optredens en natuurlijk het beroemde lichtfenomeen door de vijftien doorgangen.

De lintel die een natie in beweging bracht

Boven de oostelijke ingang van Phanom Rung hangt een gebeeldhouwde steen met de rustende Vishnu. Het verhaal achter die steen is een geschiedenis op zich. De lintel werd in de jaren zestig van de tempel gestolen, kwam in 1967 in handen van het Art Institute of Chicago en hing daar meer dan twintig jaar.

Lange tijd merkte vrijwel niemand het. Pas begin 1988 werd de zaak in Thailand een nationale kwestie, en wat een vergeten steen leek, groeide uit tot een symbool van trots. Op de avond van 10 november 1988 stonden verslaggevers op luchthaven Don Mueang te wachten op de thuiskomst, en de nationale televisie zond het moment rechtstreeks uit. Sindsdien hangt de lintel weer op zijn oorspronkelijke plek.

Het verhaal kreeg onlangs nog een vervolg. In 2024 gaf het Art Institute of Chicago ook een twaalfde-eeuwse pilaster terug, een stuk dat eerder aan Cambodja werd toegeschreven, maar bij nader onderzoek afkomstig bleek van Phanom Rung.

Zelf gaan kijken

De twee tempels liggen niet naast elkaar, maar zijn goed te combineren in een rondreis door de Isaan. Vanuit Bangkok rijd je in ongeveer 3,5 tot 4 uur naar Phimai, of je neemt de bus naar Nakhon Ratchasima en stapt daar over op een lokale bus. Voor Phanom Rung kun je het beste de provincie Buriram aanhouden. Bussen vanaf de Mo Chit-terminal in Bangkok doen er ruim vijf uur over naar Nang Rong, dat op een half uur rijden van de tempel ligt. Ook zijn er vluchten naar Buriram.

Een paar praktische zaken op een rij:

  • Beste reisperiode: het koele droge seizoen, van november tot februari.
  • Openingstijden Phanom Rung: dagelijks van 6.00 tot 18.00 uur.
  • Toegang Phanom Rung: rond de 100 baht voor buitenlanders.
  • Phimai National Museum: open van 9.00 tot 16.00 uur, maandag gesloten, met lintels, bronzen sieraden en beeldhouwwerk uit de regio.

Een kruispunt van culturen

Wat je hier ziet, is meer dan oude steen. Het is het bewijs dat Thailand al eeuwenlang een kruispunt van culturen is, lang voordat de eerste Thaise koning de troon besteeg. De Khmer lieten hun grootste bouwkunst niet alleen in Cambodja achter, maar ook hier, op een heuvel tussen de rijstvelden van Buriram.

Bronnen: Wikipedia, Renown Travel, Sahapedia, Sailingstone Travel, Bangkok Post, Art Institute of Chicago, The Siam Society, TAT Newsroom, Mekong Tourism, Cambodianess

Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. De inhoud is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, meningen en eigen onderzoek van de auteur. Waar relevant, is er gebruikgemaakt van AI als hulpmiddel bij het schrijven en structureren van teksten. Wij genereren soms ook foto's met AI. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

Laat een reactie achter