Uit de mist der tijden geboren

Door Lung Jan
Geplaatst in Achtergrond, Geschiedenis
Tags: , , ,
16 mei 2021

Oude potten in het Ban Chiang Museum

Ik heb al verschillende keren op deze blog stilgestaan bij de boeiende geschiedenis van Zuidoost-Azië in het algemeen en van Thailand in het bijzonder. Vooral de vroegste geschiedenis, de periode lang voor er sprake was van Siam of Thailand, intrigeert mij al jaren.

Over de oorsprong van Thailand bestaan verschillende theorieën die lang niet allemaal steekhoudend of academisch onderbouwd zijn. Het blijft dan ook bijzonder moeilijk en een hele uitdaging om hierover uitspraken te doen die op een of andere manier als historisch correct kunnen worden bestempeld. Veel is wellicht definitief in de mist der tijden verdwenen.

Wat we wél met grote zekerheid uit archeologische opgravingen weten is dat de eerste sporen van menselijke activiteit in de regio ongeveer 6.000 jaar oud en misschien zelfs enkele millennia ouder zijn. Wie de oorspronkelijke bevolking uitmaakte is niet meer te bepalen want er is in ieder geval en dit van voor onze jaartelling sprake van verschillende migratiegolven door diverse etnische groep vanuit het zuiden van de huidige volksrepubliek China. De redenen voor deze migratie zijn niet bekend maar de meeste historici en antropologen gaan ervan uit dat ze waarschijnlijk met een combinatie van vergrote bevolkingsdruk en de mogelijkheid om naar nieuw, dichtbevolkte en vruchtbare gebieden uit te wijken hadden te maken.

Deze migraties waren echter niet massaal en vonden, alvast wat de eerste significante golf betreft, gespreid over een periode van om en bij de 1500 jaar plaats (3.000-1.500 voor onze jaartelling). Bovendien blijkt dat het hier niet over éénrichtingsverkeer naar het zuiden ging maar dat er ook duidelijk sprake was van interactie tussen verschillende bevolkingsgroepen. Het belangrijkste gegeven was evenwel dat deze migranten de landbouw in de regio introduceerden waardoor de oorspronkelijke groepen jagers- verzamelaars deze technieken overnamen en zich in de eerste rudimentaire nederzettingen vestigden.

Ze brachten ook nieuwe talen naar de regio. Deze talen behoorden tot de zogenaamde Austroaziatische taalfamilie waarvan het Khmer in Cambodja, het Vietnamees en de Mon-Khmertalen die in Birma, Noord Thailand en een stuk Laos worden gesproken.  In het westen werd de taalhegemonie van de Austroaziatische familie echter gebroken door een tal van de zogenaamde Tibeto-Birmaanse taalfamilie die onder meer naast het Birmees  ook Chin, Kachin en Karen bevat. Talen die tot op vandaag ook in de bergen van het Noordwestelijk deel van Thailand voorkomen.

Een grote migratiegolf uit het zuiden van China op het einde van het eerste millennium vervolledigde het talenpalet. Deze migranten bezigden de zgn. Tai Kadai-talen die onder meer de basis vormden voor het hedendaagse Thais en Laotiaans. Ze worden echter niet alleen in deze twee staten gesproken maar lopen van een brede zone in Zuid-China tot Assam, inclusief de Shan in Birma. Deze linguïstische expansie ging onder meer ten koste van de Mon-talen die naar het zuiden van Birma werden verdrongen. De recentste taalfamilie die vanuit Zuid-China amper een paar honderd jaar geleden in de regio belandde werd gevormd door de Hmong-Mien-talen die voordien bekend stonden als Miao-Yao-talen. Deze talen worden nog gebezigd door etnische minderheden in het noorden van Thailand, Laos en Vietnam.

De nieuwkomers vestigden zich in de eerste permanente nederzettingen langs de grote rivieren, onder meer in de valleien van de Mekong en langs de Mun op het Khoratplateau en aan de kust. Hierdoor hadden ze niet allen onbeperkt toegang tot vers water maar ook vis die een belangrijk bestanddeel van het dagelijkse voedsel vormde. Ze brachten in dit vruchtbare gebied de natuur in cultuur en begonnen rijst te verbouwen. Het was echter geen monocultuur want ze verbouwden ook zaken als suikerriet, sago, kokosnoten en bananen. Bij een eventueel mislukte rijstoogst kon worden teruggegrepen op deze andere teelten. Uit archeologisch onderzoek blijkt zelfs dat deze landbouwpioniers meer vruchten dan groenten aten… Jacht, visvangst en de slacht van gedomesticeerde dieren zoals buffels, runderen, varkens, kippen en eenden completeerden het menu.

Het waren kleinschalige gemeenschappen die in paalwoningen woonden, in nederzettingen die vaak door één of meerdere aarden wallen waren beschermd. Het waren de kerngezinnen die het middelpunt vormden van het bilaterale verwantschapssysteem dat de ruggengraat vormde van dit maatschappijmodel.  Dit systeem betekende echter dat er geen vastomlijnde en dus stabiele verwantschapsgroepen waren. En het was bovendien geen eenduidig door mannen geleide maatschappij. Uit archeologische vondsten blijkt dat vrouwen een hoge status konden bereiken en wellicht een relatief autonome positie innamen in deze eerste nederzettingen.

Ramkhamhaeng National Museum Sukhothai (Kittipong Chararoj / Shutterstock.com)

Alsmaar verbeterde landbouwmethodes en betere wapens zorgden voor een merkelijke bevolkingsgroei en deze leidde op zijn beurt tot handel. Deze handel zorgde voor de volgende maatschappelijke revolte want die droeg bij tot het de toename van sociale verschillen en de opkomst van de eerste politieke centra.  Let wel, er was in dit deel van Azië nog geen sprake van geschreven talen en er waren ook nog geen staten in de zin van centraal geleide bestuurlijke entiteiten.  Toen de handel met India en China vanaf de vijfde eeuw voor onze jaartelling tot bloei kwam bleek de hele regio plots een sleutelrol te spelen omdat ze China met Indische Oceaan verbond en zo linkte met het Arabisch schiereiland, Oost Afrika en zelfs het Middellandse Zeegebied. Het was dan ook niet echt verwonderlijk dat er Romeinse munten zijn gevonden bij opgravingen in het zuiden van Thailand of dat de Hellenistisch-Egyptische geograaf Ptolemaeus gewaagde over de aantrekkingskracht van Zuidoost-Azië.

Deze handelsnetwerken zorgden ervoor dat deze lokale gemeenschappen meer en meer met elkaar verbonden raakten en dat de al lang in India ingeburgerde ideeën over bestuur, hiërarchie en gecentraliseerde macht ook ingang kregen in deze regio waardoor de eerste politieke centra geleidelijk aan vorm kregen.  Dit proces was evenwel complex en langdurig en wordt vaak met de term ‘indianisering’ of ‘Sanskriet kosmopolitisme’ omschreven. De lokale leiders van die stilaan vorm krijgende gemeenschappen in Zuidoost-Azië zochten naar legitimatie van hun gezag in spirituele machtsbronnen en nodigden hiertoe brahmaanse priesters uit die via rituelen de macht, potentie en vruchtbaarheid van deze lokale potentaten moesten garanderen.

In het zo ontstane model dat vaak als de mandala (Sanskriet voor cirkel) wordt omschreven is er nog geen sprake van vastomlijnde grenzen of stabiele bestuurlijke instellingen. Het middelpunt van dit maatschappijmodel werd gevormd door de lokale vorst met rond hem zijn vertrouwelingen en hofhouding.  De koning vormde de verbinding tussen de goddelijke, kosmische orde en stabiliteit en orde op aarde. Door deze innige verwevenheid van religie met politiek vormden de vorstelijke machtscentra een – symbolische – afspiegeling van de goddelijke orde waarbij de Berg Meru, de mythische woonplaats van de goden, in tempels centraal en symbolisch werd opgebouwd. Op deze wijze legitimeerde de goddelijke orde de vorstelijke mandala.

Tegen het einde van het eerste millennium zouden sommige van deze mandala’s zich ontwikkelen tot grote en relatief stabiele vorstendommen waarvan het Khmer-imperium het bekendste werd. Maar eerst was het aan een op het maritieme gerichte handelsstaat om de plak te zwaaien over het gebied dat we vandaag als Thailand kennen. In het zuiden van Sumatra kende het zeevarende Srivijaya-rijk grote bloei door de handelsbetrekkingen met zowel China als Zuid-India. Over de omvang en impact van het Srivijaya-rijk zijn de historici het nog steeds niet helemaal eens maar het is wel een feit dat Srivijaya zich vanaf het begin van de vijfde eeuw snel begon te ontwikkelen tot een belangrijk handelscentrum dat haar invloed niet alleen deed gelden op Sumatra maar al snel uitbreide tot Bali, Sulawesi, Borneo, Maleisië, en zelfs de Filipijnen. Onvermijdelijk kwam ook het zuiden van het huidige Thailand in het vizier van dit zeevarende handelaarsvolk en op het einde van de zesde eeuw hadden ze al in Chaiya in het noorden van Surat Thani een belangrijke buitenpost uitgebouwd  Deze buitenpost kreeg al snel het statuut van een satellietstaat van de Srivijaya-beschaving en de restanten van tempels als Wat Phra Borommathat,  Wat Kaeo en Wat Long getuigen meer dan duizend jaar later nog steeds van het belang dat dit nu eerder slaperige havenstadje ooit had…

National Museum King Narai – Lop buri (Kittipong Chararoj / Shutterstock.com)

Het Srivijaya-rijk kwam abrupt ten val nadat het in 1205 was aangevallen door de oorlogsvloot van de Zuid-Indiase Chola-dynastie. Daarbij werden de meeste havens van het Srivijaya-rijk verwoest en verloor het zijn hegemonie in de Straat van Malakka, de Andaman-Zee en de Zuid-Chinese Zee. In het westen en het centrum van het huidige Thailand was omstreeks de achtste eeuw het Dvaravati-rijk ontstaan. Dit vorstendom had wortels in de Mon-beschaving maar was eveneens geen al te lang leven beschoren. In de Mekongdelat waren iets vroeger, vanaf de vijfde eeuw een aantal kleinere Khmer-centra ontstaan. Dit gebied stond onder invloed van het noordelijke Chenla en had te lijden van invallen van Cham uit het oosten.

Tot in de tweede helft van de zevende eeuw een lokale leider onder de naam Jayavarman zich opwierp als de nieuwe sterke man. Hij verenigde de Khmergemeenschappen in het hedendaagse Cambodja en stichtte een van de machtigste rijken in zuidoost Azië. Op zich een heel huzarenstuk want het Khmer-imperium werd, om een understatement te gebruiken, niet door één van de meest stabiele dynastieën geleid. De interne machtsstrijd leidde onder Surayavarman I, die van 1003 tot 1050 regeerde, tot de grootste territoriale xpansie waarbij een flink deel van het noorden en oosten van het huidige Thailand Khmergebied werd. Deze expansie werd bevestigd onder andere grote Khmervorsten als Surayavarman II en Jayavarman VII. Het Khmer-rijk kende geen duidelijk afgebakende geografische grenzen en het was onder deze vorsten dat er op strategische plaatsen vorstelijke tempelnederzettingen werden gesticht, onder meer op het Korat-plateau en aan de Chao Phrayarivier. Op deze wijze ontstonden de eerste Tai-sprekende centra in het Khmerrijk zoals Chiang Saen, Phayao en Nakhon Sri Thammarat.

Omstreeks 1240 grepen de lokale heersers van het Tai-sprekende Sukhothai de verzwakking van het Khmer rijk aan om het eerste ‘onafhankelijke’ Thaise vorstendom te creëren. Maar dat is een ander verhaal want dit is de geboortemythe van het moderne Thailand, waar ik misschien ooit nog wel iets over zal schrijven….


» Laat een reactie achter


Rating: 5.00/5. From 23 votes.
Please wait...

1 reactie op “Uit de mist der tijden geboren”

  1. Theo zegt op

    Maar dat is een ander verhaal want dit is de geboortemythe van het moderne Thailand, waar ik misschien ooit nog wel iets over zal schrijven….

    Ik kijk er naar uit!


Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website