()

Wie door Thailand reist, ziet ze langs tempels, wegen en dorpspleinen: oude bomen met gele, rode, witte of meerkleurige doeken rond de stam. Aan de voet staan soms wierook, bloemenslingers, flesjes rode Fanta en een klein geesthuisje. Voor veel reizigers oogt het mysterieus, maar voor Thai is de boodschap duidelijk: deze boom verdient respect.

Achter die linten schuilen twee tradities die elkaar raken. Het oude geloof in boomgeesten leeft naast een moderne boeddhistische vorm van natuurbescherming. Samen maken ze van een gewone stam een plek waar je niet zomaar aan komt, ook niet als je de precieze betekenis niet kent.

Gele doeken verwijzen naar monniken en bescherming

De gele of saffraankleurige doek rond een boom verwijst naar de pij van Thaise monniken. Volgens monnik Dhamma Caro van Wat Pa Mahawan staat die kleur voor de overwinning van de Boeddha en zijn leer, en voor heiligheid. Wanneer een boom met zo’n doek wordt omwikkeld, krijgt hij symbolisch de status van monnik. Voor boeddhistische Thai is het beschadigen van zo’n boom daardoor een zware morele overtreding.

Daarnaast zie je vaak doeken in drie kleuren, bekend als pha sam see: rood, geel en wit. Soms zijn het zeven kleuren, verbonden met de dagen van de week en oudere hindoeïstische invloeden. Donderdag wordt bijvoorbeeld gekoppeld aan geel of areca-nootkleur. Deze doeken eren vooral de geest in de boom, de phi ton mai. In de praktijk maken veel Thai geen scherp onderscheid tussen boeddhistische symboliek, lokale folklore en respect voor de natuur.

Niet elke boom is heilig, maar sommige soorten hebben een bijzondere status

De bodhiboom, of Bo (Ficus religiosa), geldt als de heiligste boom. Volgens de boeddhistische overlevering bereikte de Boeddha verlichting onder zo’n boom in Bodh Gaya in India. Bij vrijwel elke Thaise tempel groeit minstens één bodhiboom. Oude exemplaren worden vaak ondersteund met bamboestokken die gelovigen onder de takken plaatsen als vorm van tham bun, het vergaren van verdienste. De oudste en grootste bodhiboom van Thailand staat bij Wat Ton Pho Si Maha Pho en zou zijn gegroeid uit een stek uit Bodh Gaya.

Ook de banyan of sai (Ficus benghalensis) wordt diep gerespecteerd. Door zijn luchtwortels lijkt één boom soms op een klein woud, wat goed past bij de boeddhistische gedachte dat levens met elkaar verbonden zijn. De takian-boom (Hopea odorata) heeft eveneens een sterke spirituele lading. Volgens de Thaise overlevering huist daarin Nang Ta-khian, een vrouwelijke geest in traditionele Thaise kleding. Vroeger was een ceremonie nodig voordat zo’n boom werd gekapt voor bijvoorbeeld tempelpalen of een koninklijk vaartuig. Ook een gewone tamarinde of een opvallende boom bij een ongevalsplek kan plaatselijk heilig worden.

Moderne boomwijding begon als verzet tegen ontbossing

Het geloof in boomgeesten is ouder dan het boeddhisme in Thailand. Toen het boeddhisme vanaf ongeveer de 13e eeuw stevig wortel schoot, vermengde het zich met bestaande lokale geestengeloven. Het idee dat een boom een ziel of geest kan herbergen, bleef daardoor bestaan binnen het dagelijkse religieuze leven. De moderne boomwijding, buat ton mai (บวชต้นไม้), is veel recenter.

In 1988 voerde Phrakhru Manas Natheepitak, abt van Wat Bodharma in de noordelijke provincie Phayao, de eerste symbolische boomwijding uit. Hij baseerde zich op een ouder ritueel om een boeddhabeeld te zegenen, maar gaf het een nieuwe functie: bescherming tegen grootschalige houtkap in Noord-Thailand. Manas erkende zelf dat het geen echte monnikswijding was. Het woord gaf de ceremonie vooral moreel gewicht. Later namen monniken als Phrakhru Pitak Nanthakhun in Nan en Phra Prajak Kuttajitto in het noordoosten het gebruik over. In 1996 en 1997 volgde een campagne van het Northern Farmers’ Network om vijftig miljoen bomen te wijden ter ere van het vijftigjarig regeringsjubileum van koning Rama IX.

Zo verloopt een boomwijding in Thailand

Een traditionele boomwijding duurt meerdere uren en gebeurt samen met monniken en de lokale gemeenschap. Meestal kiest men een grote, oude boom aan de rand van een bedreigd bosgebied. Voor de stam komt een klein altaar met een boeddhabeeld en een geestenschrijn. Die combinatie is bewust: het boeddhabeeld verwijst naar de boeddhistische orde, de schrijn naar oudere lokale geesten.

Het ritueel verloopt meestal in deze stappen:

  • De gemeenschap kiest een grote, oude boom, vaak in of bij een bedreigd bos.
  • Voor de boom komt een altaar met een boeddhabeeld en een geestenschrijn.
  • Monniken zingen parittas, beschermende teksten, en spreken gebeden uit.
  • De stam wordt omwikkeld met een saffraangele monnikspij.
  • De boom wordt besprenkeld met gewijd water.

Daarna geldt de boom als phaya ton mai, een verheven boom-monnik. Wie hem beschadigt, loopt volgens het lokale geloof slecht karma op, vergelijkbaar met het schaden van een echte monnik. Dat is precies de kracht van het ritueel: wetten houden illegale houtkap niet altijd tegen, maar spirituele angst werkt in dorpen soms sterker. Tegenwoordig bestaan ook eenvoudige varianten, waarbij één monnik kort zegent en een doek om de stam wikkelt.

Voor reizigers geldt vooral: kijk met respect

Een boomwijding geeft juridisch geen officiële beschermingsstatus. Thaise bossen worden beschermd via onder meer de Forest Act en verwante wetten, niet door een doek rond een stam. Ook binnen het officiële boeddhisme is de wijding geen sacrament. Geen monnik ziet een boom letterlijk als een volwaardige ordo-monnik. Toch werkt het ritueel in de praktijk wanneer de gemeenschap betrokken blijft. Onderzoeker Susan Darlington, die deze beweging jarenlang volgde, benadrukt dat jaarlijkse rituelen en lokale steun het verschil maken.

Voor reizigers is de omgang eenvoudig. Foto’s maken kan meestal zonder probleem, ook een selfie, zolang je niet op de boom klimt of op offerplaatsen gaat zitten. Trek niet aan de doeken, verplaats geen offergaven en richt je voeten niet naar de boom of het geesthuisje. Wijs liever niet met je vinger, maar gebruik een open hand. Een lichte wai mag, maar is niet verplicht. Zie je een geesthuisje, behandel dat als een kleine kapel. Heb je zelf grond in Thailand en wil je een oude boom kappen, dan schakelen Thai doorgaans eerst een monnik of mor phi, een geestendokter, in voor een ceremonie.

De mooiste voorbeelden vind je onder meer langs de Chiang Mai–Lamphun Road, waar oude Dton Yaang Naa-bomen (Dipterocarpus alatus) al meer dan 130 jaar staan en in saffraan zijn gewikkeld. Ook de bodhiboom bij Wat Tham Chiang Dao, de met bamboe ondersteunde bodhi bij Wat Phrathat Lampang Luang en Sai Ngam bij Phimai in Isaan laten goed zien hoe indrukwekkend zo’n heilige boom kan zijn.

Aan een doek alleen kun je niet altijd aflezen of een boom officieel door een monnik is gewijd of dat dorpelingen zelf stof hebben aangebracht. Voor je gedrag maakt dat niet uit. Zie je kleur rond een boom, behandel hem dan als heilig. De linten vertellen een verhaal van geloof, natuur en gemeenschap. Bewonderen mag. Respectloos aanraken niet.

Hoe leuk of nuttig was deze posting?

Klik op een ster om deze te beoordelen!

Gemiddelde waardering / 5. Stemtelling:

Tot nu toe geen stemmen! Wees de eerste die dit bericht waardeert.

Omdat je dit bericht nuttig vond...

Volg ons op sociale media!

Het spijt ons dat dit bericht niet nuttig voor je was!

Laten we dit bericht verbeteren!

Vertel ons hoe we dit bericht kunnen verbeteren?

Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. De inhoud is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, meningen en eigen onderzoek van de auteur. Waar relevant is er gebruikgemaakt van ChatGPT als hulpmiddel bij het schrijven en structureren van teksten. Wij genereren soms ook foto's met AI. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

Laat een reactie achter