Artikel 4 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen zegt alleen dat de woonplaats wordt beoordeeld naar de omstandigheden. Geen dagentelling, geen puntensysteem, geen harde grens. De rechter vulde dat in met één begrip: een duurzame band van persoonlijke aard. Wie die band met Nederland houdt, woont hier, ook als hij er zelden is.

Dat klinkt abstract, maar het raakt je portemonnee direct. Het bepaalt of Nederland belasting mag heffen over je pensioen, je lijfrente en je vermogen in box 3. Het is de eerste vraag die telt, ook onder het nieuwe belastingverdrag met Thailand dat beide landen nog moeten goedkeuren.

De wet geeft je geen houvast

Thailand telt dagen. Nederland weegt omstandigheden. Dat verschil verklaart bijna alle misverstanden die je op fora tegenkomt. Er bestaat geen Nederlandse variant van de 180 dagen, en er is ook geen lijstje waarop je zes van de tien vinkjes moet halen.

Dan de nuance die de meeste mensen verrast. De Hoge Raad besliste in 2013 dat je band met Nederland niet sterker hoeft te zijn dan je band met een ander land. Voor een woonplaats hier is het niet nodig dat het middelpunt van je leven in Nederland ligt. Je kunt dus een Thaise partner hebben, een huis op haar naam, vrienden in Isaan en een verlengd verblijf bij immigratie, en toch als inwoner van Nederland worden aangemerkt. Dat oordeel gaat niet over waar je het gelukkigst bent. Het gaat over losse draadjes die je hebt laten liggen.

Wat er in je dossier komt

Uit interne stukken van de Belastingdienst blijkt welke vier blokken de inspecteur in beeld brengt: je feitelijke verblijf in Nederland, je economische binding, je sociale binding en de vraag of hier duurzame woongelegenheid voor je klaarstaat. Daaronder hangt een rij kleine feiten die op zichzelf onbeduidend lijken.

Waar je huisarts en tandarts zitten. Of er nog een auto op je naam staat. Of je Nederlandse telefoonabonnement doorloopt. Waar je pint en wat je pint. Welke verzekeringen je liet staan. Van welke vereniging je nog lid bent. En vooral: of er een woning is die je niet verhuurt en waar je zo naar binnen kunt lopen. Dat laatste punt keert in bijna elke rechtszaak terug. Geen van die feiten hakt de knoop door. Samen vormen ze een verhaal, en dat verhaal schrijft de inspecteur.

Hoe zo’n onderzoek in de praktijk gaat

Het begint meestal met een vragenbrief. Wat je daarna niet ziet, is dat het fiscale belang al berekend is voordat die brief de deur uitgaat. De interne werkinstructie noemt vier bronnen: internet en sociale media, verwerkt door een eigen OSINT-team dat ook AI inzet, medische gegevens, informatie van derden en informatie van buitenlandse autoriteiten. Je Facebook-tijdlijn is in feite een agenda die je zelf hebt bijgehouden.

Adviseurs merken al twee jaar dat er meer van die brieven verstuurd worden. Wat mij daarin stoort: de instructie brengt vooral de Nederlandse situatie in kaart. Wat je in Thailand doet, komt er alleen in als jij het zelf aandraagt. Je verdedigt je dus tegen een dossier dat maar één kant van je leven laat zien. Vervelend, vooral als die brief naar een oud Nederlands adres gaat en je hem pas ziet wanneer je in de zomer op bezoek bent.

Uitschrijven is verplicht, maar bewijst weinig

Verblijf je in een periode van twaalf maanden meer dan acht maanden buiten Nederland, dan moet je je laten uitschrijven bij de gemeente. Ook als je je huis aanhoudt. Je komt dan in de Registratie Niet-Ingezetenen, je bsn blijft geldig, en de gemeente meldt je vertrek aan onder meer de Belastingdienst, je zorgverzekeraar en je pensioenfonds.

Dat is de formele kant, en die weegt licht. Uitschrijven maakt je geen inwoner van Thailand en het maakt je geen buitenlands belastingplichtige. Andersom werkt het wel hard tegen je: wie ingeschreven blijft staan, geeft de inspecteur een argument cadeau dat hij graag aanpakt. Het is een noodzakelijke stap die op zichzelf niets oplevert.

De 180 dagen die Thailand wel telt

Voor de Thaise fiscus is het simpel. Verblijf je 180 dagen of meer in een kalenderjaar in Thailand, dan ben je daar fiscaal inwoner. De dagen hoeven niet aaneengesloten te zijn, en je visum doet er niet toe. In een oudere zaak keek de Nederlandse rechter voor die telling gewoon naar de in- en uitreisstempels in het paspoort.

Hier zit een val waar overwinteraars in trappen. Vertrek je half november en vlieg je begin april terug, dan verblijf je bijna vijf maanden in Thailand, maar verdeeld over twee kalenderjaren. In allebei die jaren kom je ruim onder de 180. Thailand ziet je dan niet als inwoner. En als Thailand je niet claimt, is er geen conflict tussen twee landen, dus kom je aan de tiebreakerregels van het verdrag niet eens toe. Wat overblijft is het Nederlandse oordeel.

Als beide landen je wel claimen

Zeggen Nederland en Thailand allebei dat je bij hen woont, dan loopt het verdrag uit 1975 een vaste ladder af:

  1. In welk land heb je een duurzaam tehuis tot je beschikking?
  2. Heb je dat in beide landen, waar liggen dan je nauwste persoonlijke en economische betrekkingen?
  3. Is dat niet vast te stellen? Waar verblijf je gewoonlijk?
  4. Is ook dat gelijk, dan telt je nationaliteit.
  5. En anders overleggen de twee belastingdiensten met elkaar.

Stap vier is voor de meeste lezers van dit blog slecht nieuws. Blijf je bij de eerste drie treden hangen, dan wint Nederland op je paspoort. Wat de rechtspraak intussen niet makkelijker maakt: een profvoetballer met familie in Nederland en een huurwoning in Duitsland kreeg vorig jaar gelijk, terwijl een man die 226 dagen in Nederland en 140 dagen in Thailand doorbracht in dezelfde jaren juist verloor. Die twee uitspraken laten zich lastig op één lijn krijgen, en dat is precies het bezwaar tegen een open norm.

Wat je wel kunt laten zien

Het sterkste bewijs dat je in Thailand woont, komt van de Thaise fiscus zelf. Dat is de Certificate of Residence, formulier R.O.22, afgegeven door het regionale belastingkantoor waaronder je woonplaats valt. Met dat papier, of met een Thaise aangifte plus aanslag, verleent kantoor Buitenland in Heerlen doorgaans de vrijstellingsverklaring, waardoor je pensioenfonds geen loonheffing meer inhoudt.

Wat de Thaise ambtenaar aan de balie vraagt, verschilt per kantoor. De een wil je gele tabienbaan zien, de ander neemt genoegen met een huurcontract en een brief van het dorpshoofd. Doe je in Thailand helemaal geen aangifte, dan krijg je die verklaring waarschijnlijk niet. Houd daarnaast je paspoortstempels bij en schrijf de eerste jaren op waar je was. Dat voelt overdreven, tot je het nodig hebt.

Tien jaar na je vertrek ben je er nog niet vanaf

Zelfs een vlekkeloze emigratie helpt niet tegen alles. Heb je de Nederlandse nationaliteit, dan blijft de Successiewet je nog tien jaar na je vertrek behandelen alsof je hier woont. Overlijd je in dat tijdvak, of doe je een schenking aan je kinderen, dan heft Nederland gewoon erf- of schenkbelasting. Ga je tussendoor weer in Nederland wonen, dan begint de klok opnieuw te lopen.

Bewaar je instapkaarten en je paspoortstempels. Niet omdat de Belastingdienst morgen belt, maar omdat je jaren later moet kunnen laten zien waar je in 2026 sliep. Dat bewijs verzamel je vooraf of niet. Achteraf reconstrueren lukt zelden, en de inspecteur heeft zijn eigen tijdlijn dan al klaar.

Bronnen: Rijksoverheid, Belastingdienst, Rechtspraak.nl, Jongbloed Fiscaal Juristen, Thaise Revenue Department

Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. De inhoud is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, meningen en eigen onderzoek van de auteur. Waar relevant, is er gebruikgemaakt van AI als hulpmiddel bij het schrijven en structureren van teksten. Wij genereren soms ook foto's met AI. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

Laat een reactie achter