Wanneer de regen even ophoudt, kondig ik aan dat ik een wandeling ga maken naar het historische park. Dit ligt even buiten de stad en is slechts een paar kilometer van hier verwijderd.

Dat kan niet zegt Nim’s moeder, dat is veel te ver. Sit biedt aan me op een motor weg te brengen. Ik kan ze maar nauwelijks aan het verstand brengen, dat ik wandelen plezierig vind en dat het gezond is. Wanneer ik vertrek, roept Sit mij nog na dat hij me later wel komt ophalen. We zien wel. Gelukkig heb ik gelijk.

Wandelen is plezierig, althans in Thailand. De eerste kilometers is het een tamelijk stille weg, maar wanneer iemand mij passeert of tegemoet komt, op een motor of in een auto, krijg ik steeds een vriendelijke glimlach, ongeacht of dit van een zestigjarige vrouw of van een twintigjarige jongen komt. Nu weet ik weer waarom ik in Thailand woon. Hier zijn mensen vriendelijk, zonder de bijbedoelingen van Pattaya of Bangkok.

Oude mannen

Aan het eind van deze weg, moet ik een drukke verkeersader oversteken en dan rechtdoor, maar er blijken twee mogelijkheden te zijn. Dus ga ik naar een gezelschap van oude mannen, die onder een afdakje wellicht op een bus zitten te wachten of gewoon het laatste lokale nieuws uitwisselen, en vraag hun de weg naar de Wat Chang Rop, de olifantentempel.

Ze zijn verbaasd dat ik hen in het Thais aanspreek. Gelukkig begrijpen ze me. Ze wijzen de juiste weg en vragen of ik wel zeker weet dat ik wil lopen. Dat weet ik zeker. Ze beweren dat het nog zo’n vijf kilometer is. Geen probleem. Ik laat hen achter en weet zeker dat ze de hele dag stof tot praten hebben. Een gekke buitenlander, die Thais spreekt en loopt. Dit klinkt inderdaad als een raadseltje.

Twintig tempels

Na een paar kilometer langs een weg vol ruines, kom ik tot mijn verbazing bij een officiële toegang tot wat een gigantisch park blijkt te zijn. Ik ben vele malen in Kampaeng Pet geweest, wist van het bestaan, maar dacht dat het in het niet zou vallen vergeleken bij het historische park in het centrum van de stad.

Dit doet nauwelijks onder voor Sukhothai. Zeker twintig tempels of althans, wat daar van over is gebleven, op een zeer uitgestrekt terrein. Ik wandel van tempel naar tempel en ben eigenlijk verbaasd dat het er allemaal zo goed uitziet, zonder dat er sporen van andere gebouwen zijn, zoals paleizen en huizen, zijn. Misschien waren alleen de tempels van steen. Na vele kilometers bereik ik de olifantentempel, een enorme rechthoek, gedragen door olifanten. Ik maak veel foto’s.

Archeologische overblijfselen

Volgens een bord moet er anderhalve kilometer verder nog een grote tempel zijn, maar ik heb Sit gezegd dat ik naar de tempel ging, waar ik nu ben. Als ik verder ga, vindt hij me niet. Nauwelijks begeef ik mij op de terugreis of hij komt op een motor aangereden.

Hij bekijkt eveneens de olifantentempel, voor hem net zo nieuw als voor mij en, omdat we nu een motor hebben, gaan we toch maar even verder. Nu kan ik in ieder geval andere mensen zeggen dat ik alles gezien heb, maar dat het niet de moeite waard is verder dan de olifanten te gaan. We rijden naar huis terug. Ongelofelijk wat Thailand naast de bekende plaatsen als Ayutthaya en Sukothai aan archeologische overblijfselen te bieden heeft.

Wat Chang Rop (วัด ช้าง รอบ) is een grote tempel gelegen op een heuvel. De belangrijkste Chedi in Ceylonese stijl staat in het midden van de Wat, maar het bovenste deel is afgebroken. De tempel is versierd met 68 halve olifanten, demonen en danseressen.

Wat Chang Rop ligt in het Kamphaeng Phet Historical Park en is een belangrijke archeologische plek. Het park staat samen met het Sukhothai en Si Satchanalai op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Op het Kamphaeng Phet Historical Park vindt je de archeologische overblijfselen zoals Mueang Chakangrao, oostelijk van de Ping-rivier. Mueang Nakhon Chum in het westen en Mueang Trai Trueng op ongeveer 18 km zuidwestelijk van de stad. Chakangrao (de oude stad Kamphaeng Phet) had hetzelfde stedenbouwkundige concept als Sukhothai en Si Satchanalai, met aparte religieuze plaatsen, zowel binnen als buiten de stadsgrenzen.


» Laat een reactie achter


3 reacties op “Wat Chang Rop, de olifantentempel bij Kamphaeng Phet”

  1. geert barbier zegt op

    Woon je in Kamphaeng Phet? Ik was zelf al een drie-vier keer daar, en het is een van mijn lievelingsplaatsjes in Thailand: de ruines in het stille teakwoud zijn indrukwekkend, de oude stadsmuren waar ‘s morgens de zon boven opgaat, de rustige Ping rivier en het mooie vernieuwde museum – niet te groot maar goed gedocumenteerd en met prachtige ceramiek. En het is dichtbij Sukhotai en zelfs Sawankhalok en Si Satchanalai liggen binnen bereik, net als verschillende mooie natuurgebieden. We wonen nu in Takhli, Nakhon Sawan en denken erover op termijn naar KP te verhuizen. Ik heb je mail niet gevonden vandaar dit berichtje.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +1 (obv 1 stem)
  2. Dick Koger zegt op

    Best Geert,

    Nee, ik woon niet in KampaengPet. De Thaise familie, waarmee ik al bijna 25 jaar samenwoon, komt er voor de helft vandaan. Het stukje is oud, want dat lopen zou nu niet meer gaan, maar de beschrijving klopt nog helemaal.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +2 (obv 2 stemmen)
  3. henry zegt op

    Kampaeng Phet is inderdaad een van die onbekende juweeltjes in Thailand En ik hoop dat het dat nog lang mag blijven.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +2 (obv 2 stemmen)

Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website