Dokter Hekking tussen Amerikaanse oorlogsveteranen (Foto: The Indo Project)

Op tal van plaatsen, inclusief Thailand, wordt in deze periode het feit herdacht dat 75 jaar geleden, met de capitulatie van de Japanse strijdkrachten, een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog. Graag sta ik vandaag heel even stil bij de Nederlandse dokter Henri Hekking, die in de Verenigde Staten geëerd werd als een held maar in Nederland nauwelijks, en dit geheel ten onrechte, bekendheid verwierf.

Henri H. Hekking zag op 13 februari 1903 het levenslicht in Soerabaja op het Indonesische eiland Java, toen één van de parels van het Nederlandse koloniale rijk. Al op erg jonge leeftijd werd zijn interesse gewekt voor geneeskrachtige kruiden en planten. Dit was te danken aan zijn grootmoeder, de Zeeuwse oma Vogel, die in Lawang een bergstadje aan de rand van de jungle boven Soerabaja woonde, en die een stevige reputatie had als kruidengenezer. Henri werd naar haar gestuurd toen hij malaria had en na zijn genezing trok hij er samen met zijn oma op uit wanneer ze geneeskrachtige planten ging zoeken in de jungle of aankocht op de markten in de wijde omgeving.  Tweemaal per week trok ze langs de kampongs om de inheemse zieken met haar medicinale bereidingen te helpen. Wellicht stimuleerde de kennis die hij zo uit de eerste hand opstak hem om later geneeskunde te gaan studeren.

Met een beurs die hij van het ministerie van Defensie had gekregen schreef hij zich in 1922 in Leiden in aan de faculteit Geneeskunde. Nadat hij in 1929 was afgestudeerd mocht de kersverse arts kiezen voor een loopbaan in Suriname of Nederlands-Indië. Het werd, zonder aarzelen, zijn geboorteland. Als tegemoetkoming voor het feit dat zijn studie door het leger was betaald moest hij immers contractueel tien jaar als legerarts in de rangen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) dienen. Aanvankelijk werd hij gestationeerd in Batavia. Maar door het door de KNIL gehanteerde rotatiesysteem voor militaire geneesheren, wisselde hij om de twee jaar van standplaats en kwam hij vervolgens in Malang en later in de garnizoenen van Celebes en Soerabaja terecht.

De jonge arts bekwaamde er zich niet alleen in het bestrijden van tropische ziekten maar verdiepte ook zijn kennis van de heilzame planten en kruiden. Dit laatste werd door enkele van zijn meer conservatief ingestelde collega’s ietwat meesmuilend als kwakzalverij van de hand gewezen, maar deze kritiek liet Hekking koud. Het leven ‘in de Oost’ beviel hem blijkbaar en toen zijn contract was beëindigd tekende hij bij. In plaats van welverdiend op Groot Verlof naar Nederland te vertrekken, ging Hekking chirurgie studeren in Italië. In september 1939 werd zijn studie abrupt afgebroken door de plots erg reëel geworden oorlogsdreiging en de mobilisatie van het Nederlandse leger. In het begin van 1940 treffen we kapitein -geneesheer tweede klasse Henri Hekking dan ook met vrouw en twee kinderen aan in zijn nieuwe standplaats op het westelijke, Nederlandse deel van het eiland Timor.

Op 19 februari 1942 vielen de Japanse keizerlijke strijdkrachten met volle kracht Timor aan. De geallieerde troepen, een mix van Britten, Australiërs, Nieuw-Zeelanders, Indiërs, Amerikanen en natuurlijk de Nederlanders van het KNIL, konden nauwelijks standhouden en capituleerden op 23 februari. Dokter Hekking werd krijgsgevangenen genomen en overgebracht naar de kazerne van het 10e bataljon Wielrijders in Batavia. Zijn gezin werd geïnterneerd  in een burgerkamp op Java.

Toen de Japanse plannen voor een spoorweg tussen Thailand en Birma steeds concreter werden, werd Hekking samen met enkele duizenden lotgenoten naar de immens grote Changi-gevangenis in Singapore verscheept. Hij bereikte zonder kleerscheuren Singapore en vertrok in augustus 1942, per trein, in een volgestouwde beestenwagon, naar het basiskamp bij Nong Pladuk waar hij keukencorvee kreeg.

Een kleine duizend Amerikaanse krijgsgevangen werden tijdens WO II door de Japanners ingezet bij de aanleg en het onderhoud van de Thai-Birma spoorweg. Het leeuwendeel van dit contingent waren mariniers, opvarenden van de USS Houston, een Amerikaanse zware kruiser, die op 28 februari 1942 tijdens de Slag op de Java-Zee werd gekelderd. Deze mannen, voor het grootste deel Texanen, waren vanuit het verzamelkamp in Changi (Signapore) naar Thailand gestuurd waar ze vanaf oktober 1942 aan de spoorweg moesten werken. In het enorme Japanse basiskamp bij Kanchanaburi hadden ze kennis gemaakt met de inmiddels overgeplaatste dokter Hekking, die een aantal van hun zieken, ondanks het manifeste  gebrek aan conventionele medicijnen, erg snel en vooral efficiënt had geholpen met  medicinale planten. Een paar weken later werden de Amerkanen afgemarcheerd richting de werven bij Hintok.

In de kampen bij Hintok zaten wel een paar Britse artsen, maar die hadden er een handje van weg om gewonde of geïnfecteerde lichaamsdelen preventief te amputeren. De Amerikanen hadden weinig vertrouwen in hun modus operandi en wisten één van de Japanse officieren van het Spoorwegkorps met twee dure polshorloges om te kopen. Ze kregen hem zo ver dat dokter Hekking naar hun kamp werd overgeplaatst. Hekking gebruikte zijn grondige kennis van de planten die letterlijk op een paar meter van het kamp groeiden om, met succes, ziekten te bestrijden en de verzwakte mannen aan te sterken. De Amerikanen beseften al heel snel dat ze met het binnenhalen van Hekking een gouden zaak hadden gedaan.

De Nederlandse kamparts, die al snel met de bijnaam van ‘Jungle Doctor ‘werd begiftigd, blonk uit in improvisatie en innovatie. Met geduldig geslepen lepels werden – zonder verdoving – de etterende tropenzweren uitgekrabd, bloedzuigers ijverig in potten verzameld om ten gepaste tijde te worden gebruikt en in stroken gescheurde hemden werden telkens opnieuw afgekookt om als verband dienst te doen. Héél af en toe slaagde Hekking er zelfs in om, op gevaar van bij betrapping te worden geëxecuteerd, medicijnen te stelen uit de Japanse voorraadkasten…. Men mag in deze context niet vergeten dat de artsen in de werkkampen, net als alle andere krijgsgevangenen niet werden vrijgesteld van corvee om hun job uit te oefenen. Ze moesten, met andere woorden, net als hun lotgenoten elke dag meewerken aan de aanleg van de Thai-Birmese Spoorweg des Doods. Het beoefenen van de geneeskunde kon alleen in hun ‘vrije tijd’ na de werkuren. Een klus die Doc Hekking, dankzij zijn geweldige expertise en kennis met succes wist te klaren. Terwijl in andere kampen de gevangenen als vliegen stierven, bezweken er van de ongeveer 700 man die onder zijn verantwoordelijkheid vielen, er welgeteld 13. Niet één van deze Amerikaanse gevangenen moest, in de periode dat Hekking hun kampdokter was, een amputatie ondergaan….

Voor de Amerikaanse oorlogsveteranen was Hekking een held. Vanaf 1956, toen de USS Houston CA-30 Survivors Association werd opgericht, was hij vele malen hun eregast op de reünies in Dallas. In november 1983 werd hij officieel gehuldigd in het Amerikaanse Congres, het Lagerhuis. In de official U.S. Congressional Record verklaarde Otto Schwarz, één van zijn oud-patiënten: “…He is not a mere physician. his practice of medicine under the worst conditions was not restricted to the attempt to heal the physical body; it also brought out his ability as a psychologist, to somehow treat the mind, spirit and soul of those prisoners of war who had little or no reason to be confident about the future…”. In 1989 ontving de Nederlandse Jungle Doctor een persoonlijke bedankbrief van de Amerikaanse president Ronald Reagan. Reserve-majoor Hekking kreeg zelfs de honoraire rang van vice-admiraal van de Texaanse Vloot, een onderdeel van de United States Merchant Marines.  In minstens vijf Amerikaanse boeken wordt zijn belangrijke rol in de werkkampen uitgelicht. Gavan Daws omschreef in Prisoners of the Japanese (1994) Doc Hekking als “the master treater of mind and body”.

Dokter Hekking was echter geen sant in eigen land. In het van nuchterheid doorspekte naoorlogse Nederland kon je – het nationale credo “doe maar gewoon “indachtig – maar beter niet met je hoofd boven het maaiveld uitsteken. Los van enkele krantenartikels en één vermelding in het standaardwerk Werkers aan de Birma-Spoorweg van Leffelaar en Van Witsen uit 1985, ontbreekt elk spoor van deze meer dan verdienstelijke arts in de Nederlandse oorlogshistoriografie. En hij was lang niet de enige oorlogsarts die deze stiefmoederlijke behandeling te beurt viel. Tien artsen die in het KNIL hadden gediend werden voor hun uitzonderlijke verdiensten tijdens de oorlog voorgedragen voor een lintje in de Orde van Oranje-Nassau. Uiteindelijk zou slechts één van hen, met name Henri Hekking, er ook daadwerkelijk mee worden onderscheiden, volgens de getuigenis van zijn vriend en collega-arts A. Borstlap, die in een kamp op Celebes had gezeten, gebeurde dit “omdat ze niet anders konden want de Amerikanen hadden hem al een medaille gegeven….”

In een interview dat op 11 november 1995 in Trouw verscheen zei zijn dochter dat haar vader thuis nauwelijks over zijn kampjaren sprak “Alleen als er aanleiding toe was. Dan kreeg je altijd erg gekleurde verhalen te horen, wel humoristisch, maar te positief, nooit de echte ellende. Hij vertelde de hoogtepunten, de dieptepunten sloeg hij over. Daar wilde hij liever niet over praten…” Doc Hekking overleed in Den Haag op 28 januari 1994, amper twee weken voor zijn 91e verjaardag. Hij had de hel van de Thai-Birmaspoorweg net geen halve eeuw overleefd…


» Laat een reactie achter


No votes yet.
Please wait...

13 reacties op “Nederlandse jungle doctor redde de levens van honderden Amerikaanse krijgsgevangenen”

  1. Andy zegt op

    Memorabel voor zo een Man zijn lintjes overbodig ,maar telt ”slechts” de overlevering door middel van herinneringen en het altijd gesproken woord .” de echte”overlevering dus.
    Met Lof en Eer …Selamat Jalan dr Hekking.

    • endorfun zegt op

      Dat is echte “onsterfelijkheid” …

  2. Johnny BG zegt op

    Wederom bedankt Lung Jan voor dit verhaal en persoonlijk wekt dit wel gemixte gevoelens en vragen op.

    Heeft het hele gebeuren van de 2e wereldoorlog en de oorlog om Indonesie los te laten er voor gezorgd dat mensen niet boven het maaiveld mochten komen om eigen fouten te maskeren?
    Hoe heeft het zo kunnen gebeuren dat het gebruik van medicinale planten in Nederland zo gedemoniseerd kon worden en dat dit zelfs in EU verband gereguleerd werd alszijnde een potentieel gevaar voor de volksgezond?
    Wie bepaalt welke geschiedenis belangrijk is om in de lesboekjes te vermelden?

    • Lung Jan zegt op

      Dag Johnny,

      Interessante vraagstelling waarop ik niet één twee drie een antwoord weet te formuleren… Wat ik uit mijn grondige studie van Thai-Birma Spoorweg(en) wél weet is dat zowat alle westerse historici het er over eens zijn dat de Nederlandse KNIL-krijgsgevangenen, in geval van ziekte of verwonding, een procentueel véél hogere kans op genezing hadden dan hun lotgenoten uit het Britse gemenebest. De gevangen genomen KNIL artsen waren – in tegenstelling tot de andere geallieerde legerartsen – zonder uitzondering getraind in tropische geneeskunde en veel van de KNIL-militairen waren in ‘De Oost’ geboren en getogen en kenden bijvoorbeeld de werking van zaken als kinine-bast. De hogere overlevingskansen namen jammer genoeg niet weg dat tal van KNIL-dwangarbeiders omkwamen door uithongering, uitputting en andere ontberingen…

  3. Joop zegt op

    Heel veel dank voor dit indrukwekkende verhaal!

  4. Jeroen zegt op

    Zeer indrukwekkend verhaal.
    Zijn die Amerikanen toch veel beter in om de echte helden te eren. Kunnen wij in Nederland wat van leren met onze stomme lintjesregen elk jaar. Als je 40 jaar in het gemeentehuis hebt gewerkt, krijg je hier een lintje. Lachwekkend!!!!!

  5. Gee zegt op

    Wow….. wat een held, deze dokter!!! En wat interessant stuk geschiedenis, een mooi verhaal. R.I.P. Dr. Hekking

  6. Anton zegt op

    Zeer goed geschreven en wel degelijk: Selamat Jalan Dr Hekking.

  7. KhunTak zegt op

    De media zou er goed aan doen om meer aandacht te besteden aan deze helden.
    Ene van Laarhoven krijgt jammer genoeg veel media support, terwijl mensen zoals dr. Hekking vergeten worden, tot vandaag dan.
    Het zou eens tijd worden.

    • Johnny BG zegt op

      Dat Van Laarhoven in het nieuws is en blijft heeft te maken met de kwalijke rol van het OM. Dat het Dr. Hekking verhaal bij 99.9% van de mensen onbekend is heeft te maken met het niet willen eren van mensen omdat dit als nationalistisch wordt gezien en ik heb geen idee wat er verkeerd is aan nationalisme in een gezonde vorm.
      De jaarlijkse lintjes is een leuke uiting van waardering maar het blijft soms kneuterig en als je niet de juiste contacten hebt zal je trouwens nooit krijgen.
      Dat Lung Jan dit naar de voorgrond brengt kan ik alleen maar waarderen.

  8. Jan VC zegt op

    Een echte held.
    Bedankt Lung Jan om deze herinnering te plaatsen.

  9. Tino Kuis zegt op

    Mooi verhaal weer, Lung Jan.

    Ik ben bezig een verhaal te schrijven over de vele Thais die de dwangarbeiders en de krijgsgevangenen hielpen en dan met name de held Boonpong Sirivejaphan. Hij kreeg ook een Nederlandse koninklijke onderscheiding.

    Jammer dat de Thaise helden zo weinig worden genoemd.

  10. Rob V. zegt op

    Lung Jan wederom bedankt, Tino, ik ben benieuwd.


Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website