Een van de monniken kocht een paard, een merrie. En op een dag naaide hij dat dier. Dat zag de novice waar we het al over hadden… En dat was een doortrapt joch! Toen de avond viel zei hij tegen de monnik ‘Eerbiedwaardige, ik zal wat gras brengen voor het paard.’ ‘Pardon? Nee, jij niet. Jij maakt er vast een rommeltje van. Ik kan het beter zelf doen.’ Hij sneed gras, gaf het paard te eten, ging er achter staan en naaide het opnieuw.






