Zondag om tien voor twee zat ik al in een koffiebar aan Naklua Road. Ploy had de locatie die ochtend via Line gestuurd, zonder uitleg en zonder de gebruikelijke witte kat. De zaak lag ruim twee kilometer van het restaurant, verscholen tussen een massagesalon en een winkel die uitsluitend plastic opbergdozen verkocht. Kennelijk was dit ver genoeg om samen koffie te drinken zonder dat iemand daar iets van vond.

Ik had een tafel achterin gekozen, vanwaar ik zowel de ingang als het grootste deel van de straat kon zien. Dat vond ik zelf verstandig, al leek het verdacht veel op het gedrag van een man die op het punt stond James Bond te ontmoeten om geheimen uit te wisselen. In werkelijkheid wachtte ik op een serveerster die me iets wilde vertellen.

Onderweg had ik verschillende keren bedacht hoe ik het gesprek zou beginnen. Eerst rustig vragen hoe haar ochtend was geweest, daarna informeren wat ze wilde drinken en pas vervolgens terloops terugkomen op haar bericht. Een volwassen man moest zoiets zonder moeite kunnen.

Om twee uur was Ploy er nog niet.

Om vijf over twee evenmin.

Ik keek op Line, maar haar laatste bericht bleef: ‘See you 2 pm.’

Misschien had ze zich bedacht. Misschien had de vrouw van de kassa haar tegengehouden of was haar broer onverwacht langsgekomen. Het kon natuurlijk ook gewoon verkeer zijn, maar die mogelijkheid kreeg van mij nauwelijks aandacht. Wanneer je zenuwachtig bent, kies je zelden de eenvoudigste verklaring.

Om kwart over twee kwam er een bericht.

‘You wait?’

‘Yes.’

‘Sorry. I come.’

Dat stelde me gerust, hoewel het ook betekende dat ik nog steeds geen idee had wanneer ze werkelijk zou komen. In Thailand kan ‘I come’ betekenen dat iemand voor de deur staat, onderweg is of nog onder de douche vandaan moet komen. Ik bestelde alvast een Americano en vroeg om weinig suiker. De jongen achter de toonbank knikte alsof hij het begreep en bracht vijf minuten later iets wat naar warme karamel smaakte.

Ploy verscheen om twintig over twee. Ze droeg een spijkerbroek en een lichtblauwe blouse, terwijl haar haar los over haar schouders viel. Omdat ik haar alleen in haar zwarte werkshirt had gezien, moest ik even wennen. Buiten het restaurant leek ze jonger, maar ook minder zeker van zichzelf. Ze keek eerst door het raam voordat ze binnenkwam en controleerde daarna de tafels.

‘You wait long?’ vroeg ze.

‘Only a little.’

Ze keek naar mijn lege koffiekop. ‘You finish already.’

‘It was a very small little.’

Ploy glimlachte, ging tegenover me zitten en legde haar telefoon met het scherm naar beneden op tafel. Vervolgens bestelde ze een ijskoffie met slagroom, chocoladesaus en iets wat op verkruimelde koekjes leek.

De eerste minuten praatten we over onbelangrijke dingen. Over het warme weer, haar brommer en een hond die ’s nachts voor haar appartement blafte. Ploy zei dat het dier overdag sliep en pas wakker werd wanneer zij naar bed wilde. Dat was alles wat ik over de hond te weten kwam, maar ze vertelde het uitgebreid, inclusief een nabootsing van het geblaf.

Ondertussen bleef haar bericht van de avond ervoor door mijn hoofd gaan.

‘I must tell you something before you ask me.’

Na een tijdje legde ik mijn handen om het lege kopje. ‘Ploy, what you want to tell me?’

Haar glimlach verdween. Ze roerde met haar rietje door de slagroom, hoewel daar weinig meer aan te mengen viel, en keek daarna langs mij heen naar de ingang.

‘You want ask if I have boyfriend.’

‘Yes.’

‘No boyfriend.’

Dat klonk gunstig, maar ze zei het op een toon die duidelijk maakte dat ik nog niet opgelucht moest zijn.

‘But I married.’

Ze keek me nu recht aan.

Hoewel ik rekening had gehouden met dit antwoord, kwam het toch harder aan dan verwacht. Een vermoeden kun je nog alle kanten op sturen. Een zin niet.

‘You live with your husband?’ vroeg ik.

‘No. Long time no.’

‘How long?’

‘Almost two year.’

Ploy vertelde langzaam, waarbij ze soms naar Engelse woorden zocht en een enkele keer haar telefoon gebruikte om iets te vertalen. Haar man werkte in Rayong en woonde daar inmiddels met een andere vrouw. Toch waren Ploy en hij officieel nog getrouwd. Ze had verschillende keren om een scheiding gevraagd, maar hij wilde niet meewerken.

‘Why not?’ vroeg ik.

Ze haalde haar schouders op. ‘He say later. Always later.’

‘Does he want you back?’

‘Maybe when he angry. Other time no.’

Dat antwoord begreep ik niet helemaal, maar ik voelde dat doorvragen weinig zou helpen. Sommige relaties eindigen niet op een duidelijk moment. Ze raken langzaam leeg, terwijl beide mensen intussen blijven ruziën over wie het licht moet uitdoen.

‘And the woman in restaurant?’ vroeg ik.

‘His sister. Her name Da.’

Daarmee viel een deel van de puzzel op zijn plaats. Da was niet zomaar een collega die graag roddelde. Zij was de oudere zus van Ploys man en samen met haar echtgenoot eigenaar van het restaurant. Ploy werkte er al vier jaar, want na haar vertrek uit Rayong had ze snel geld nodig. Bovendien woonde haar dochter bij haar moeder in Buriram en stuurde ze iedere maand zesduizend baht naar huis.

‘You have a daughter?’

‘Yes. Ten year.’

Ze pakte haar telefoon en liet me een foto zien van een meisje in een schooluniform. Het kind stond naast een roze fiets en keek ernstig in de camera. Ploy vertelde dat haar dochter goed kon tekenen, niet van wiskunde hield en iedere zondag belde om geld te vragen voor dingen die volgens haar moeder niet nodig waren.

‘Last week new shoes,’ zei Ploy. ‘She have shoes already.’

‘Children need several pairs. It is an international rule.’

Ploy lachte even, maar daarna draaide ze de telefoon weer om. ‘My husband is her father. He give little money. Sometimes nothing.’

‘Does he see her?’

‘Sometimes Songkran. Maybe New Year.’

Ze zei het zonder boosheid, al bleef haar hand om het rietje geklemd. Ik dacht aan mijn eigen dochter in Nederland, die volwassen was en mij nog steeds binnen drie vragen zover kreeg dat ik dingen vertelde die ik eigenlijk voor mezelf wilde houden. Duizenden kilometers afstand veranderden daar weinig aan.

‘Does Da know you and your husband are separated?’ vroeg ik.

‘Yes, but she say family must stay family.’

‘Even when her brother lives with another woman?’

Ploy keek me aan alsof ik een nogal eenvoudige vraag had gesteld. ‘That different.’

Natuurlijk. Ik had in Thailand inmiddels geleerd dat twee vergelijkbare situaties volkomen verschillend kunnen zijn zodra familie zich ermee bemoeit.

‘Da tell him everything,’ vervolgde ze. ‘Who I talk, where I go. She think I meet farang, maybe I stop work.’

‘And will you?’

‘Stop work?’

‘Meet a farang.’

Ploy keek eerst verbaasd en begon daarna te lachen. ‘I meet you now.’

‘Technically, yes.’

‘What technically?’

‘Nothing. Difficult English.’

Daar liet ik het maar bij. Mijn pogingen om geestig te zijn strandden vaker op vertaling dan op gebrek aan talent, al hield ik die twee mogelijkheden graag gescheiden.

Even later werd Ploy weer ernstig. Ze vertelde dat haar man niet gevaarlijk was, maar wel snel kwaad werd wanneer hij dacht dat hij de controle verloor. Soms belde hij weken niet. Vervolgens stuurde hij midden in de nacht tien berichten achter elkaar en wilde hij weten waar ze was, met wie ze sprak en waarom ze haar profielfoto had veranderd.

‘He have other woman, but I cannot have other man,’ zei ze.

‘That sounds very convenient for him.’

‘Yes. Good life.’

Haar droge toon verraste me. Daarna nam ze een flinke slok van haar ijskoffie, waarbij een beetje slagroom aan haar bovenlip bleef zitten. Ik wees ernaar en ze veegde het snel weg.

‘So that is why I cannot message when you are at the restaurant.’

‘Da see my phone sometimes. Yesterday she ask why I smile.’

‘And what did you say?’

‘I say funny cat.’

‘The white cat?’

Ploy knikte. ‘Her name Snow.’

Eindelijk wist ik iets zeker over Ploy. Ze was getrouwd, had een dochter, werkte voor haar schoonzus en bezat een kat die Snow heette. Alleen de kat leverde geen probleem op.

‘Why did you give me your number?’ vroeg ik.

Ploy keek naar haar glas. ‘You come many time.’

‘The food is good.’

‘Not that good.’

Daar had ze een punt. Ik had in zes dagen twee keer lauwe rijst gekregen en eenmaal kip waarin vooral bot zat. Mijn aanwezigheid kon inmiddels moeilijk meer aan de keuken worden toegeschreven.

‘You look at me,’ zei ze. ‘But you never ask.’

‘Maybe I am shy.’

‘Old man shy?’

‘Especially old men. We have more experience with what can go wrong.’

Ze schudde lachend haar hoofd. Vervolgens stak ze haar hand over tafel uit en legde die kort op de mijne. Het duurde misschien twee seconden, maar lang genoeg om iedere verstandige gedachte tijdelijk buiten werking te stellen.

‘You are not so old,’ zei ze.

Een vrouw hoeft zoiets maar één keer te zeggen en een man gelooft haar onmiddellijk. De spiegel kan de volgende ochtend met tegenargumenten komen.

‘Do you want a relationship with me?’ vroeg ik.

Zodra de vraag eruit was, schrok ik van mijn eigen directheid. Ik had een week nodig gehad om te vragen of ze een vriend had, maar sprong nu zonder tussenstap naar een relatie. Voorzichtigheid kent kennelijk ook vrije dagen.

Ploy trok haar hand terug. ‘I not know you.’

‘That is true.’

‘Maybe we talk. Eat. Coffee.’

‘Secret coffee.’

‘For now.’

Dat antwoord stelde me meer gerust dan een snelle liefdesverklaring zou hebben gedaan. Ploy kende mij nauwelijks en ik wist van haar tot een halfuur geleden niet eens dat ze een dochter had. Twee mensen die verstandig willen beginnen, drinken eerst koffie. Hoewel het in ons geval hielp als niemand hen daarbij zag.

We bleven nog bijna een uur zitten. Ploy vroeg naar mijn leven in Nederland, mijn dochter en waarom ik alleen in Thailand woonde. Ik vertelde haar dat mijn huwelijk lang geleden was geëindigd en dat mijn ex-vrouw en ik inmiddels normaal met elkaar konden praten, zolang we bepaalde onderwerpen vermeden. Welke onderwerpen dat waren, vroeg Ploy niet. Dat vond ik prettig.

Daarna wilde ze weten of ik rijk was.

‘No,’ antwoordde ik.

‘But you live Thailand, no work.’

‘That only means I am retired.’

‘You have house?’

‘Condo. I rent.’

‘Car?’

‘No.’

Ploy knikte langzaam, alsof ze een aanvraag beoordeelde die voorlopig onvoldoende zekerheden bevatte.

‘Motorbike?’

‘Also no.’

‘You have bicycle?’

‘In Nederland.’

Ze keek me onderzoekend aan. ‘What you have?’

‘A very good health insurance.’

Ploy lachte zo hard dat de jongen achter de toonbank omkeek. Zelf moest ik ook lachen, vooral omdat het antwoord dichter bij de waarheid lag dan goed was voor mijn zelfbeeld.

Rond half vier wilde ze vertrekken. Ze moest boodschappen doen en daarna haar dochter bellen. Buiten was het inmiddels gaan regenen, een korte maar stevige bui die de straat binnen enkele minuten blank zette. We bleven onder de luifel staan, terwijl het water van het dak stroomde en twee motortaxichauffeurs hun plastic regenjassen aantrokken.

‘You come restaurant tomorrow?’ vroeg Ploy.

‘Do you want me to come?’

Ze dacht even na. ‘Maybe not tomorrow.’

‘Because of Da?’

‘Yes. Better wait.’

Ik knikte, al vond ik het vervelend dat een vrouw die ik nog maar net leerde kennen nu al bepaalde waar ik niet mocht eten. Aan de andere kant was de kip met bot geen groot verlies.

Ploy zette haar helm op. Voordat ze naar haar brommer liep, keek ze nog een keer naar de koffiebar. Haar gezicht veranderde meteen.

‘What is it?’ vroeg ik.

Aan de overkant van de straat stond een vrouw onder de luifel van een apotheek. Ze droeg een gele regenjas en hield haar telefoon voor zich. Toen ze merkte dat wij keken, draaide ze zich om.

‘You know her?’

Ploy antwoordde niet. Ze pakte haar telefoon uit haar tas en keek op het scherm. Vrijwel meteen verscheen er een nieuw bericht. Ik kon de Thaise tekst niet lezen, maar zag de foto erboven wel.

Ploy en ik zaten samen aan tafel. Haar hand lag op de mijne.

De foto was van buiten door het raam genomen.

‘Da?’ vroeg ik.

Ploy knikte. Haar gezicht was bleek geworden. Ze typte snel een antwoord, verwijderde het en belde vervolgens iemand. Er werd niet opgenomen.

‘Maybe she send my husband,’ zei ze.

‘Can I do something?’

‘No. You go home.’

‘And you?’

‘I go apartment.’

‘Should I come with you?’

‘No, Nico.’

Ze zei mijn naam harder dan nodig was, maar haar stem trilde. Daarna keek ze naar de vrouw aan de overkant, die inmiddels verdwenen was.

‘Please go.’

Ik wilde niet vertrekken, maar blijven zou vooral betekenen dat Ploy nog meer moest uitleggen. Daarom liep ik naar de straat en hield een bahtbus aan. Toen ik instapte, stond ze nog altijd onder de luifel met haar telefoon in haar hand. De regen sloeg schuin naar binnen, zodat ik naar de andere kant van het bankje schoof.

Thuis stuurde ik haar een bericht.

‘Let me know you are okay.’

Het bleef ongelezen.

Om zes uur keek ik opnieuw. Nog steeds niets. Ik belde mijn Vlaamse vriend en vertelde hem wat er was gebeurd. Hij luisterde zonder me te onderbreken, wat bij hem meestal betekende dat de situatie ernstiger was dan hij wilde toegeven.

‘Dus ge hebt eindelijk met haar koffie gedronken,’ zei hij.

‘Ja.’

‘En ze is getrouwd.’

‘Officieel.’

‘Getrouwd is meestal officieel, Nico.’

‘Ze wonen al bijna twee jaar apart. Hij heeft een andere vrouw.’

‘Dat maakt het moreel duidelijker, maar administratief niet.’

Ik vertelde hem over de foto en over Da. Aan de andere kant hoorde ik een fles opengaan.

‘Ge hebt er wel talent voor,’ zei hij. ‘Een gewone man ontmoet een vrouw en vraagt haar mee uit. Gij krijgt binnen één week een geheime rekening, een schoonzus en fotografisch bewijsmateriaal.’

‘Bedankt voor de steun.’

‘Graag gedaan. En wat gaat ge nu doen?’

‘Wachten tot ze bericht.’

‘Dat kunt ge goed.’

Daar hoefde ik niets tegenin te brengen.

Rond acht uur werd mijn bericht gelezen. Ploy antwoordde niet meteen, maar vijf minuten later verschenen de bewegende puntjes.

‘Da send photo him.’

‘Did he call you?’

‘Many time.’

‘Are you safe?’

Het duurde even voordat haar antwoord kwam.

‘Yes. He in Rayong.’

Ik voelde mijn schouders ontspannen, hoewel ik niet had gemerkt dat ik ze aanspande.

‘What does he want?’

‘He come tomorrow.’

‘To Pattaya?’

‘Yes.’

Daarna stuurde ze een tweede bericht.

‘Please don’t come restaurant.’

Ik typte dat ik niet zou komen en vroeg of ze hulp nodig had. Ploy las het, maar reageerde niet. Een halfuur later wenste ik haar welterusten. Ook daarop kwam geen antwoord.

Vlak voor elf uur ging mijn telefoon. Een onbekend Thais nummer belde. Ik liet het eerst overgaan, maar toen dezelfde persoon direct opnieuw belde, nam ik op.

‘Hello?’

Aan de andere kant bleef het stil. Ik hoorde verkeer en in de verte een mannenstem, maar kon niet verstaan wat er werd gezegd.

‘Hello?’ herhaalde ik.

Toen klonk een lage stem.

‘You Nico?’

Ik ging rechter zitten. ‘Yes. Who is this?’

De verbinding werd verbroken.

Meteen daarna ontving ik via Line een vriendschapsverzoek van een profiel zonder naam. Op de foto stond een zwarte pick-up. Nog voordat ik het verzoek kon weigeren, verscheen er een bericht.

‘Tomorrow seven. Restaurant. We talk.’

Vrijwel tegelijkertijd stuurde Ploy opnieuw.

‘Nico, promise me you not come.’

Ik keek naar de twee berichten. Haar man wilde dat ik kwam en Ploy wilde precies het tegenovergestelde. Zelfs mijn Vlaamse vriend zou daar geen bruikbaar advies voor hebben, hoewel hem dat waarschijnlijk niet zou tegenhouden.

Buiten stopte een zwarte pick-up voor mijn appartementencomplex. De motor bleef draaien en door de donkere ramen kon ik niet zien wie erin zat.

Na een halve minuut reed hij weer weg.

Wordt vervolgd.

Ingezonden door Nico


Laat een reactie achter