‘Van Thaise verveling en verre plannen’

De schone maand April.
Waarin vrouw Oy en ik onszelf weer eens terugvinden in de Isaan.
Genoeglijk vele opgespaarde vakantiedagen over de balk smijtend ten huize schoonmoeders.
Het oude mens heeft al sinds mensenheugenis een optrekje aan de rand van haar geboortedorp, waar het beslist aangenaam vertoeven is.
Dit gehucht, gelegen op een Olympische speerworp van Korat en slechts een vliegenpoepje op de grote Isaan-kaart, dient bij voorkeur benaderd te worden zonder met de ogen te knipperen.
Houdt men namelijk snelheden aan van bolderkar, trekschuit, rollator of hoger, is de kans groot dat men deze rijstveld-metropool voorbijraast, en aldus onwetend zal blijven van het uiterst saaie bestaan van velen.
Er gebeurt ten dorpe dan ook meestal niets dat de moeite van het vermelden waard is.
Behalve als deze farang er neerstrijkt.
Die al na een tweetal landerige dagen kans ziet over te gaan tot het tellen van het aantal koeien dat ’s ochtends langssjokt, op weg naar de in dit jaargetijde zeer dorre prairie.
Om dan ’s avonds opnieuw het telraam tevoorschijn te halen, ditmaal omdat het vee de stal weer opzoekt.
Ziedaar het heerlijk relaxte, doch werkelijk elke sensatie ontberende verblijf van ondergetekende.
Vrouw Oy echter geniet met volle teugen.
Ze is hier tenslotte geboren, en duikt dan ook vanaf dag één zonder opwarmen in haar heilige Drie-eenheid.
Zijnde kaartspelen, kokkerellen, en kletspraatjes ophangen.
Dat eerste en laatste meestal in gezelschap van een inderhaast opengetrokken blik buurvrouwen, die allen hun steentje bijdragen om vrouwlief in no-time van de meest saillante dorpsroddels te voorzien en van haar bahtjes af te helpen.
Aangezien mijn gesproken Thais niet voor de wisselbeker gaat, om over het geschrevene maar te zwijgen, gaat veel van dit geklets compleet aan mij voorbij.
Mijn ochtenden bestaan dan ook meestal uit het in de vroege schemering een ommetje maken in de naastgelegen dreven, vergezeld door de maffe en volkomen ontspoorde huishond van de familie.
( Unaniem oordeel van verontwaardigde andere viervoeters ter plaatse: rijp voor enkelband en reclassering. )
Die onderweg kans ziet niet alleen alle andere erfhonden naar het leven te staan, maar ook argeloos grazende bultrunderen de stuipen op het lijf te jagen.
Mijn enige redding bestaat erin dat niemand van de al snel opdagende boze boeren mij in verband brengt met het blaffende mormel, anders was mijn vakantie waarschijnlijk allang tot een ‘amazing’ doch abrupt einde gekomen in een Isaanse greppel.
Dan, als de middag is aangebroken, en de Thaise zon alle moeite doet mijn Europese hersens te koken, slaan de echt slaapverwekkende momenten toe.
Te heet voor een wandeling, te vroeg voor het happen in een schuimkraag, en bovenal véél te laat om mijn eigen favoriete bestemming, zijnde Pattaya aan Zee, er nog door te drukken bij vrouw Oy.
Familie is nu eenmaal heilig, en genoemde zonbestoven badplaats zou me toch maar verleiden tot onwelvoeglijk gedrag.
Waarbij baliekluiven en lanterfanten slechts het topje van de ijsberg aan ongewenst tijdverdrijf zouden zijn, aldus mijn wakkere gade.
Maar niet getreurd.
Er zijn altijd wel enkele dorpsbewoners die hun beste beentje voorzetten om voor wat vermaak te zorgen, ook op een verder lamme dag waarin tijd niet lijkt te bestaan.
Zo observeer ik, na het afronden van een uurtje intensief navelstaren, vanuit de beschaduwde hangmat tussen schoonma’s forse mangobomen, ‘brommerkoning-nieskwal’ van enkele huizen verderop.
Zo heet hij natuurlijk niet, maar zo noem ik hem wel.
Een sacherijn van het zuiverste putjeswater, deze jongeman.
Wat in dit kleine dorpje vol goedlachse en immer behulpzame Thai een ware prestatie mag heten.
De mestvaalt tussen de orchideeën dus, om het maar eens poëtisch te ventileren.
Met een gezicht als een oorwurm sleutelend aan brommers, of ander oud en defect geraakt tweewielig spul dat hier normaal gesproken de omliggende gravelwegen onveilig zou maken, grossiert hij slechts in twee dingen.
Namelijk het oeverloos en op hoge toon uitkramen van het woordje ‘Táng’ oftewel geld, én het om de haverklap ondergaan van enorme niesbuien.
Dit gevolgd door een rondje amechtig kokhalzen, en daarna rondstrooien van menig speekselsliert op eigen erf.
Dat het aanbeveling zou verdienen eens een masker te gaan dragen bij het ontvetten van brommer-onderdelen in een bak vol snelverdampende benzine, is iets waar hij zelf ( in de rug gesteund door vele hun congé gevende hersencellen ) nimmer opgekomen is.
Maskers kosten namelijk geld, en het uitgeven van ‘Táng’, daar waagt hij zich niet aan.
Erover praten tijdens het inademen van wolken spuitbus-nevel en blauwgetinte soldeerdampen gaat hem stukken beter af.
Zijn destructieve gedrag doet me terugdenken aan een oude buurman uit mijn vroege jeugd.
Deze, verwoed duivenmelker zijnde, en dagelijks bezig zijn gevleugelde vrienden binnen te lokken met een rammelend bakje voer, ( daarbij de broek opgetrokken tot onder de oksels, tot groot vermaak van naastwonende jeugd ) kreeg dezelfde stuiptrekkingen als ‘nieskwal’, zodra hij zijn duivenhok schoonmaakte.
Zeer allergisch zijnde voor zijn eigen hobby, hoestte hij zich na het leegschrapen van de duiventil de longen uit het lijf, en zag dan meestal een stief kwartiertje de wereld voor een doedelzak aan.
Maar verder geen enkele reden eens een zakdoek voor te binden, een masker op te zetten of, beter nog, zijn duiven op marktplaats aan te bieden.
Wel gaf hij hoog op over zijn gevederde vrienden, die niet alleen van goede afkomst maar ook nog eens een vermogen waard bleken.
Had hij het woordje ‘Tang’ gekend, had hij het waarschijnlijk veelvuldig de ether ingeslingerd.
Buur werd later gevonden in zijn eigen duivenhok, blik en veger nog ferm in de knuistjes, en de dure duiven onverschillig op hem neerkijkend.
Brommerkoning voorspel ik eenzelfde roemloos einde als hij zo doorgaat.
Maar of de liefhebbende buurt hem daarna zal oprapen vóór alle benzine in de bak verdampt is, blijft de grote vraag.
Nu zijn er natuurlijk ook nog andere dingen om de verveling ten dorpe te verdrijven, en één daarvan is het spotten van ‘exotisch wild’ rondom schoonma’s veste.
Iets waar deze Hollandse heikneuter, slechts gewend aan regenworm naakstslak, en kopjes gevende lapjeskat van de buren, bepaald warm voor kan lopen.
Zo zijn er de wevermieren, die me versteld doen staan met hun superieure vlechtkunst, door van boombladeren een flink nest te vouwen.
Eens, toen ik zo’n gevallen nest opraapte ter nadere bestudering, wisten de nog aanwezige mieren mijn verveling terstond te verdrijven door me vurig en vol venijn te laten weten dat er bij hen geen welkom op de mat stond.
Hun najeukende tafelmanieren bleken daarna in staat mijn interesse in geheel andere banen te leiden, zeg maar richting zinkzalf en asbesthandschoenen.
D’oprechte lezer zal zich nu misschien afvragen, hoewel intussen enigszins gewend aan mijn schrikbarend nonchalante schrijfstijl, waar ik heen wil met dit onsamenhangend geheel.
Welnu, de ware reden van dit stukje is gelegen in het feit dat vrouw Oy ons, eenmaal gepensioneerd, hier ten dorpe wel ziet aarden.
Met een nieuw te bouwen huisje, buurtmarktjes alom, oceanen van vrije tijd, schappen vol kwekkende buurvrouwen en als kers op de Isaantaart ( volgens haar ) de ruime rijstvelden voor de deur.
Gek genoeg zie ik mezelf er ook wel aarden, ( aangezien ik het er ooit vijf maanden uithield zonder gek te worden ), mits er enige lichte aanpassingen mijnzerzijds worden doorgedrukt.
Zijnde onbeperkt internet, eigen hangmat, kast vol beduimelde stripboeken, ( strategisch naast de wc geplaatst ) eenmaal per maand een 5-daags tripje naar zee, koelkasten vol Belgisch bier, familiebezoek slechts op afspraak, een verlate puppy-cursus voor die gekke huishond, Pickup truck voor de stoerdoenerij ter plaatse, ventilator ter grootte van vliegtuigmotor op de veranda, én natuurlijk om de twee jaar een splinternieuwe brommer.
Dat laatste om ‘nieskwal’ brodeloos te maken, en daarmee zijn sikkeneurige leven te redden.
Over deze blogger

-
Lieven Kattestaart (1963) woont samen met vrouw Oy op het mooie Goeree-Overflakkee.
Is werkzaam als havenmeester en bezoekt sinds 1993 het verre Thailand, waar hij in 98' Oy leerde kennen en haar overhaalde de zon vaarwel te zeggen en zich in dit kille moeras achter de dijken te vestigen.
Tegenwoordig de vakantieweken meestal doorbrengend in het Isaanse optrekje van schoonmoeder, afgewisseld met wat strandhangen in Pattaya, of klem zitten in bus of trein om andere en onbekende Thaise streken te bezoeken.
Zich voornemend na pensionering samen met Oy in Thailand te gaan wonen, en beiden kunnen nauwelijks wachten tot het zover is.
Hobby's: zodra er zich een inspiratie-vonkje aandient, doch meestal gekweld door schrijversblok, het toetsenbord beroeren teneinde het mooie Thailandblog van een nieuw stukje te voorzien, het beoefenen van lichamelijke bezigheid door middel van joggen (uiteraard met mate) online schaken, en het af en toe drinken van een prima Single Malt en daarbij wegdampen van een sigaar van Cubaanse origine.
Lees hier de laatste artikelen
Cultuur11 maart 2026‘Van Thaise schade en schande’.
Leven in Thailand9 maart 2026Een farang en zijn fata morgana
Leven in Thailand5 maart 2026Zwagers platje en andere zaken’
Leven in Thailand28 februari 2026‘Van Thaise haarkloverij en blanke barbaren’

Nog heel even volhouden Lieven en met de huidige toestand in de wereld is het misschien niet verkeerd om vroeg pensioen te overwegen.
Lieven ik zou haast medelijden met je krijgen maar toen ik je laatste zinnen vanaf zijnde onbeperkt internet,”” las wist ik het komt wel goed met jou ..
Beste Lieven, normaal gesproken houd ik mijn mening veilig onder de klamboe, uit angst om in het wespennest van schrijvers-ego’s te prikken of iemand onbedoeld tekort te doen. Maar voor jou zet ik mijn koffie even opzij (of nee, ik neem er juist een slok bij). Je hebt een pen die net zo herkenbaar en eigen is als het ochtendritueel van mijn buurman, en dat is een zeldzaam talent. Het is heerlijk wakker worden zo: jouw woorden, mijn verse bak zwarte troost en de wetenschap dat ik dit heb gelezen voordat de hitte toeslaat. Chapeau.
Beste Farang Kee Nok,
Dank voor het mooie compliment, zeker als het komt van een medeschrijver op dit mooie blog.
Maar maak je vooral geen zorgen over mijn ego, want ik ga er beslist niet vanuit dat iedere bezoeker van Thailandblog van vreugde opspringt zodra er een nieuw stukje van mijn hand verschijnt.
Eerder dat velen het amateuristisch gebroddel zullen vinden, en het vervolgens schouderophalend overslaan.
Liever de meer serieuze artikelen doornemend van bv Erik Kuijpers die voor hen van groter nut zijn, vooral als men voor vakantie of werk wil afreizen naar het mooie Thailand.
En dat mag, tenslotte kun je het niet iedereen naar de zin maken.
En heb je veel meer aan gedegen info als je net met het klamzweet der emigratie op het voorhoofd in Bangkok bent geland.
Zelf lees ik de verhalen van jouw hand en die van bv De Expat ook met veel genoegen mag ik wel zeggen, daarbij enigszins jaloers zijnde vanwege het alreeds permanent mogen verblijven in die grote bron van inspiratie.
Het vijf sterren aanklikken bij sommige stukjes gaat me dan weer niet zo vlot af, want bij het moeten toegeven dat iemand een beter verhaal heeft afgeleverd dan jijzelf komt er toch nog wat ego bovendrijven..
Heel gek.
Met vriendelijke groet,
Lieven.
Goede plannen!
Ik maak het zelfde mee ik woon in een kleine dorpje daar loopen de buffels ook over straat hier geen bar geen restaurant of bank of pin automaat heb hier een huis laaten bouwen mooi groot huis ik heb het er naar mij zin naam dorp Ban chan bij rattanaburi 1 uur rijden van surin erg rustig mooi uitzicht over de rijstvelden kom maar eens kijken groetjes uit Ban chan
Ik heb weer met genoegen dit epistel tot mij genomen. Wat een goede afbeelding gemaakt. Verteld het hele verhaal.
Beste Ed, fijn dat je het stukje leuk vond.
De afbeelding bij het verhaal is echter geheel te danken aan de redactie, die beslist een prachtig bijpassende illustratie hebben verzorgd.
Vriendelijke groet,
Lieven.
Trouwlustige farangs waarschuw ik soms als ze mij om advies vragen. “Het duurt meestal na de gouden ketting niet lang of het te bouwen huis in een of ander eenzaam gat in de Isaan komt op het menu. Bedenk of u dat wel wilt, kost een hoop geld, en is dat wel iets voor u? Want ze drammen net zo lang door tot dat huis er staat
Toegegeven: Ik weet er alles van. Maar deserteer al snel. “Waarom wil je nu al weer weg Omar? Je hebt hier toch een eigen huis?” “De lucht is me hier te vuil schat. Ik krijg het hier benauwd. Ik moet naar zee”
Weer genoten, Lieven! Dank daarvoor!
In het deel van het jaar dat ik in Thailand ben woon ik ook in zo’n dorpje – 10 km van het centrum van Chiang Rai – waar voor een eenvoudige en niet bepaald veeleisende farang niets, maar dan ook absoluut niets te doen is. Prima zo lang ik zelfstandig en mobiel ben, en er ook zonder de partner opuit kan met fiets of ‘brommer’, maar ik moet er niet aan denken aan deze nederzetting gebonden te zijn.
Voor mij geldt precies hetzelfde, maar dan een paar km buiten de stad Phayao.
Ik schat dat het voor de meerderheid van ons geldt.
Er is een levensgroot verschil in inzicht tussen de buitenlandse bewoner en diegene die hier half-om-half wonen of korter, dat is mij al 17 jaar duidelijk als fulltime bewoner.
Heb vele met de tranen in hun ogen een enkeltje huiswaarts zien kopen ja, zelfs aan de rand van een redelijk grote stad als Korat met alles erop en aan.
En echt niet de grootste ‘dromers’ wel platzak met grote regelmaat.
De realiteit is bij vele half-om-half bewoner of korter vaak volledig zoek onder het mom van nog even en ik ga weer naar HUIS, dus la, maar lallen die Thaise familie met hun wensen en vooral hun gedachte over het thuisland van de buitenlander.
Voor de rest zijn Lieven zijn verhalen natuurlijk komisch om te lezen, lief leuk mooi glad als een in olie gedrenkt lijf.
Waar alcohol verslaafde zwagers, je in het kruis grijpende schoonmoeders en volop aanwezige vrouwelijke familie van rond de twintig een lijfje hebben die zelfs de meest betrouwbaarden man op vreemde gedachte brengt.
Je verdient samen met FKN en de expat een podiumplek, het is iedere keer weer een persoonlijke keuze waarzo op dat podium.