Lahu: Legendes en verhalen deel 4 (nr. 8)

Uit: deel vier met zeventien Lahu vertellingen. Nummer acht;
Zeven domme mannen.
Lang geleden waren er zeven ongelooflijk domme mannen en op een mooie dag besloten ze op schildpadden te gaan jagen. Ze vingen acht schildpadden. Nadat ze die hadden verdeeld, bleef er één dier achter en ze konden dat dier onmogelijk over zeven mannen verdelen. Ze gingen er maar eens bij zitten om daarover te praten.
Toen kwam er een slimme man voorbij en hij hoorde ze praten. Hij vroeg ze ‘Vrienden, waar hebben jullie het over?’ En ze zeiden ‘Wij hebben acht schildpadden, maar wij kunnen ze niet onder ons zeven verdelen. Daar gaat het over. Als jij die kunt verdelen, ga je gang!’ De man zag in hoe ongelooflijk dom die mannen waren en zei ‘Als ik ze kan verdelen over jullie, worden jullie dan mijn knechten?’ En ze zeiden ‘Als ieder van ons een schildpad heeft, en er is er geen over, dan worden wij jouw knechten.’
De man nam een schildpad en stopte die in zijn schoudertas, en gaf de andere dieren een voor een aan de zeven mannen. Toen iedere man een schildpad had zei hij ‘Kijk, zo verdeel je schildpadden.’ De mannen waren tevreden en werden zijn knechten.
Op een dag zei hij ‘Vandaag oogsten jullie mijn rijst en als je de schoven wegbrengt vraag dan aan mijn vrouw waar je ze moet zetten. Ik heb ergens anders zaken te regelen.’ Dat deden de zeven; ze oogstten de rijst en gingen naar zijn vrouw om ze weg te brengen. Die zat net kleding te weven maar de draad brak dikwijls. Ze was in een pestbui want ze moest keer op keer de draad vastknopen. Zij opende haar ogen en zei ‘ Stop ze hier maar in.’ Dus de zeven mannen stapelden alle schoven in haar oog en gingen op huis aan.
Toen hun baas thuiskwam zag hij zijn vrouw niet. Dus hij riep de zeven mannen en vroeg waar ze was. ‘We hebben de rijst geoogst en de schoven hier gebracht en zij zei dat we het in haar oog moesten leggen, en dat hebben we gedaan. Dus ze zal wel onder die stapel rijst liggen…’
De baas ging direct zoeken in de stapel rijst en vond haar helemaal onderaan. Hij was zo boos op zijn bediendes dat hij ze bijna vermoordde. Hij liet ze zijn vrouw begraven aan de overkant van de rivier. Ze legden haar in een boot en roeiden naar de overkant. Het regende heel hard dus het water stond hoog. Ze legden de boot `vast en begroeven de vrouw.
Maar als de boot ‘dood’ is…
Het water was gezakt en de boot kwam vast te zitten op een zandbank; hoe ze ook roeiden, de boot bewoog niet meer. Ze keken er maar eens onder en daar lag een slang. ‘O, de slang heeft de boot doodgebeten’ zeiden ze. Ze verbrandden de boot en warmden zich bij het vuur.
Ze riepen naar de baas. Die leende een boot en kwam naar ze toe. Hij schold ze eerst maar eens stevig uit en gaf toen ieder van hen een bijl. ‘Hak maar een boomstam uit…’ zei hij en ging terug naar huis. De zeven mannen zochten een hoge boom om om te hakken maar toen die omviel brak de boom zodat ze geen kano konden hakken. En zo viel boom na boom kapot…
Toen zei een van hen ‘Zo maken we nooit een boot! Dus bij de volgende boom hakt één man hem om, en de andere zes gaan er onder staan en vangen hem op. Dan kan hij niet breken.’ En zo deden ze dat. De man die hakte schoonde het loof op en hakte de boom door. Toen ging hij wachten op de zes anderen. Maar die kwamen niet opdagen! Hij ging maar eens zoeken en vond de zes dood en rottend onder de boom… Hij was bang voor zijn baas dus nam alle bijlen mee en rende weg…
Hij rende tot bij een kruising, rustte wat uit, en moest toen een wind laten… Die scheet stonk! Die stonk zo naar zijn dode vrienden dat hij dacht dat hij ook dood was. Hij ging languit op het pad liggen.Toen kwam daar een man op een olifant langs. Die riep ‘ Hee, donder eens op. Dadelijk trapt de olifant je nog dood!’
De domme man riep ‘Dat kan ik niet want ik ben dood!’ Hoe vaak de man met de olifant hem ook riep, hij bleef liggen. Dus de andere man prikte hem eens flink met zijn metalen prikstok. Dat deed zo pijn dat hij opsprong en zei ‘Alsjeblieft! Die prikstok van jou kan mensen weer tot leven brengen. Hier, ruil jouw stok voor zeven bijlen!’ De man van de olifant had eigenlijk geen zin in een ruil maar hij drong zo aan…
De domme man liep verder met zijn metalen prikstok en kwam in een dorp. Daar was net de dochter van de dorpsoudste overleden. Alle dorpelingen stonden te grienen en te weeklagen. De domme man zei hen ‘Ik kan doden weer laten leven!’ Dat hoorde de dorpsbaas en die riep hem. Gaf hem eerst een feestmaal en bracht hem naar het dode meisje.
Hij nam zijn metalen prikstok en begon op het lijkje in te slaan. Maar het leven keerde niet terug. Haar vader, die vond dat het lang genoeg had geduurd, kwam eens kijken en trof zijn dochter helemaal aan gort geslagen aan… Hij werd zo boos dat hij de domme man bijna vermoordde… ‘Als mensen treuren om een dode dan moet je met ze meedoen. Dan krijg je te eten en ben je welkom.’ Daarna joeg hij de domme man weg.
Hoe dom kan je zijn?
De dommerik verliet het dorp en onthield dit: als je mensen ziet die lawaai maken ga er dan bij zitten en huil met ze mee. Hij liep verder en kwam in een dorp waar net iemand ging trouwen. De mensen hadden lol en maakten muziek en feest. Dus hij ging bij hen zitten janken… Maar de mensen scholden hem uit en sloegen hem bijna; ze zeiden ‘Dat moet je niet doen! Als mensen doen als wij dan moet je blij zijn en ruim lachen. Dan ben je welkom en krijg je eten en drinken.’ Dat advies bewaarde hij goed!
Weer in het woud zag hij een man met een afgerichte kip die diende als lokvogel om andere kippen te vangen. De dieren kakelden naar elkaar terwijl de eigenaar zich verstopte. Toen hij de dieren hoorde ging hij lawaai maken en hard lachen. Maar de wilde kip vloog direct weg. De eigenaar werd heel boos op hem. ‘Als je iemand dit ziet doen maak je klein en wees dan doodstil. Dan krijg je te eten en te drinken.’ Dat onthield hij en ging naar het volgende dorp.
Daar zag hij vrouwen garen wassen door er op te slaan. Hij maakte zich klein en hield zich stil. Maar de vrouwen zagen hem en vielen hem aan. Er was daar eens garen gestolen en de vrouwen dachten dat hij dat had gedaan. ‘Als je mensen als ons ziet, verstop je dan niet en help mee met slaan. Dan krijg je van ons een lekkere curry.’
Hij liep door en zag een huis waarin man en vrouw herrie maakten en elkaar sloegen. Hij liep naar binnen en begon die twee te slaan! Maar ze stopten met vechten en zeiden hem ‘Als je dit ziet dan moet je niet meedoen! Je moet ze zeggen niet te vechten. Leef in vrede, moet je ze vertellen….. en geef ze een vriendelijke aai over hun bol. En dan geven ze je een lekkere curry.’
De domme man sloeg dat op. ‘Ik moet dan zeggen: Knok niet! Leef in vrede.’ En hij liep verder en kwam langs een rijstveld waar twee grote waterbuffels elkaar kopstoten gaven. Hij ging tussen de dieren in staan en zei ‘Jullie moeten hiermee ophouden. Leef in vrede.’ En hij aaide beide dieren over hun bol.
Maar de waterbuffels gaven elkaar nog een kopstoot en omdat de domme man tussen hen in stond werd hij dood gedrukt….
Bron ’49 Lahu Stories’, uitgeverij White Lotus, ISBN 9789744800183. Vertaald en bewerkt door Erik Kuijpers. Wordt vervolgd.
De prikstok komt aan de orde; voor die hulpmiddelen zie https://en.wikipedia.org/wiki/Mahout
Over deze blogger

- Bouwjaar 1946. Kreeg de bijnaam 'Lopende belastingalmanak' en heeft 36 jaar in dat vak gewerkt. Op zijn 55e naar Thailand verhuisd. Invaliditeit dwong hem van zijn gezin in Nongkhai naar huisje met thuiszorg en scootmobiel in Súdwest-Fryslân.
Lees hier de laatste artikelen
Belasting Thailand6 maart 2026Belastingen: belastingaftrek voor zonnepanelen in Thailand
Expats en pensionado24 februari 2026Legalisaties: Thailand gaat het Apostilleverdrag ondertekenen
Belasting Thailand19 februari 2026Belastingen: mijn Thaise aangifte 2025 is al gedaan!
Belasting Nederland31 januari 2026Thailand belastingvraag: Foreign Tax Credit onder het bestaande verdrag

Heerlijk Erik,
M’n dag in Isaan kan “los” gaan.
Ik ben weer helemaal “bij”
Weer een mooi verhaal Erik, bedankt!
Het leven is soms absurd en verdrietig ondanks alle goede bedoelingen! Die Lahu zijn slimme mensen. Dank Erik.
Weer een fijne keuze van jou, Erik.
Heb zomaar als Lahu-dorpsoudste zeven van zulke kerels in huis…
Er zal toch een stuk realiteit in zulke verhalen zitten.
Kan niet anders.
Beste groet!