‘Van Thaise schade en schande’.

Terwijl de hijgerige media mij enthousiast verslag doen van de oorlog in Iran, met als voorlopig resultaat dat enkele hoofdpersonen daarin ( gezegend met linksdraaiende tulband en het uiterst aimabele voorkomen van een kwaadaardige kabouter ) hun vliegend tapijt richting hiernamaals konden dirigeren, lees ik tevens trieste berichten over hele bataljons gestrande toeristen.
Wiens vreeslijk lot, vleugellam vastzittend in Arabisch zand of Thaise badplaats, natuurlijk ten hemel schreiend is.
Het deed mij terugdenken aan die keren dat het mij zelf overkwam.
Door onvoorziene omstandigheden overvallen worden en daarin flegmatiek berusten gelijk de verlichte Zen-meester die in ons allen huist, door het luidkeels ventileren van schuttingtaal en bedreigen van nietsvermoedende voorbijgangers.
Zo was daar ooit ons gezellig samenzijn met Thaise schoonzus, in het onvolprezen stadje Chakkarat.
Deze iets verderop gelegen Isaanse parel van bebouwing blonk uit in alles wat het stoffige gehucht van schoonma ( waar vrouw Oy en ik een veilig onderkomen hadden gevonden, per KLM ontsnapt zijnde aan Hollandse kou en loonslaaf-misère) in groten mate ontbeerde.
Namelijk forse winkels met welvoorziene schappen, loeiende airco, en bovenal de heilige koe van ons moderne leven, het onvolprezen internet.
Dit gezellig samenzijn vond plaats in een tot het absolute nulpunt gekoelde koffieshop, waar zowel het genoemde zwarte vocht alsook de gelaagde huisvlijt-cake prima smaakten.
Waarop schoonzus meende de feestvreugde nog wat te moeten verhogen, door na het overleven van mokken huigsmeltende Arabica, plakken driedelig tandbederf en de eerste aanval van kippenvel, verder op stap te willen gaan met een zojuist ontwaarde boezemvriendin.
Mij vervolgens de sleutels van haar onbeschoft grote Ford bolide overhandigend.
Wat mij enigszins verbaasde, gezien haar bijna religieuze smetvrees aangaande deze blikken oogappel.
Poetsbeurten, dweilsessies, en stofzuigwoede werden dan ook wekelijks gebotvierd, meestal door de plaatselijke carwash-boys.
Waarbij niet op een bahtje meer of minder werd gekeken, zolang het stalen monster na het afsponsen maar weer een podiumplaats tegemoet kon zien bij de jaarlijkse praalwagen optocht.
Eenmaal achter het stuur van de helse machine gezeten wist vrouw Oy uit haar geheugen een kortere weg huiswaarts op te lepelen.
Wat een waarschuwing had moeten zijn.
Want dit was dezelfde vrouw die me ooit, halverwege de Franse kust op weg naar een verre Thaise neef, ( nicht is tevens van toepassing, doch dit terzijde ) al Google Maps bevingerend mij opmerkzaam maakte op een mooie afslag nabij Calais, die volgens haar beslist vlotter tot het betreden van neefjes bemoste grindpad zou leiden.
Het kostte mij enige moeite haar uit te leggen dat indien we de steven daarheen wendden, ze voor het eerst van haar leven de Kanaaltunnel en diens onvolprezen muurschilderingen van dichtbij zou mogen bezichtigen, in plaats van het zo gewenste Franse platteland.
Het was dan ook met enigszins bezwaard gemoed dat ik ditmaal mijn kleine roerganger het voordeel van de twijfel gunde.
Tenslotte was ze hier geboren, en was het hele dorp van schoonma nog geen steenworp verderop gelegen.
Hoe ver kon men helemaal verdwalen?
Een halve Thaise eeuw later, waarin ik normaal gesproken al genoeglijk mijn benen had kunnen strekken in schoonma’s rafelende hangmat, reden we ons klemvast op een uiterst smal gravelpad in de buurt van het Isaanse nergenshuizen.
Een verre nazaat van het jaagpad, dat kans had gezien op geen enkele navigatiemap wortel te schieten, en dus onzichtbaar bleef op mijn mobiel.
Waarna ik het presteerde, onder het toeziend oog van vrouwlief en slaken van Out-Testamentische profetieën als: ‘ik riep nog, dit ding is veel te groot’, ( ook een uitspraak van een voormalig vriendinnetje trouwens, maar we dwalen af ) ons vierwielig werelddeel achterwaarts tegen een stiekem overstekende betonpaal te parkeren.
Met daarin, op exact uitgekiende hoogte, een roestig stuk ijzer van niet geringe omvang.
De deuk in de achterbumper van schoonzus bleek even later evenredig aan de deuk in mijn gemoed, zeker na het bedroefd mogen aanschouwen van de aangerichte schade.
Alsof je net met je ouwe luchtbuks de prijswinnende postduif van buurman Beuker hebt neergehaald.
Dat vrouwlief immer positief blijft, bleek wel toen ze even later, tijdens het dapper voortzetten van onze queeste naar de nooduitgang, opperde dat wij later eenzelfde robuuste wagen aan zouden moeten schaffen.
Reden daarvoor: ze had bijna niets gevoeld tijdens het ongeluk, en het was toch echt een fikse deuk, vond ik ook niet? Kon je nagaan hoe veilig het rondrijden in deze pick-up wel niet was.
Dat de Ford van schoonzus die middag niet nog meer schade opliep, namelijk in de vorm van tandafdrukken in het stuur, was slechts te wijten aan een schier bovenmenselijke zelfbeheersing van mijn kant.
Tenslotte is het kunnen bewaren van een koel hart de eerste opgave bij het Isaanse inburgeringsexamen, op de teenslipper gevolgd door het stoïcijns kunnen aanhoren van de meest afgrijselijke Thaise logica.
De reactie van schoonzus later die middag was tot mijn verbazing ook laconiek, lachend het ‘gevalletje grenspaal’ aanschouwend.
Dit bleek later ingegeven door het feit dat vrouw Oy haar de dag tevoren al een half maandsalaris aan bahtjes had toegeschoven, teneinde af en toe van haar slagschip van Amerikaanse origine gebruik te mogen maken voor uitstapjes naar Korat.
Mij daarvan in kennis stellen was haar echter even ontschoten, maar zoiets kan de beste overkomen, nietwaar?
Ook het, al haartrekkend en nagelbijtend, rondlopen op een vliegveld is mij niet vreemd.
Na een wekenlang Schengen-verblijf te onzent, brachten wij Thaise nicht Taen naar Schiphol, teneinde daar gezamenlijk de vlucht naar het verre Bangkok te kunnen ondernemen.
Dat ik die ochtend kans had gezien de onafzienbare rij aan mee te sjouwen koffers, rugzakken, sporttassen en verder benodigde ( volgens de dames ) Tupperware aan boord van mijn kleine Hyundai te proppen, had mij voorzeker een vetlederen medaille opgeleverd bij de landelijke wedstrijd ‘presteer het onmogelijke op stuwadoorsgebied’.
En dan blijf ik nog bescheiden.
Het hijgend hert eenmaal veilig in de catacomben van het vliegveld geparkeerd, slaakte ik letterlijk een zucht van verlichting.
Want ik ben gezegend met een fantasierijke geest.
Die moeiteloos lekke banden, motorpech, vergeten paspoorten en hele pelotons file bevorderende medeweggebruikers uit zijn mouw schudt, op momenten dat ik toch al alles nodig heb om niet in een lichte reisdepressie te verzinken.
Gelukkig niets van dat al, en welgemoed togen wij herwaarts, richting incheckbalies bevolkt door opgepoetste KLM-deernes.
Thailand, here we come!
Niet ver van dit punt ontwaarde ik een uit de kluiten gewassen elektronische weegschaal, die me deed besluiten op de vliegende valreep nog even onze valiesjes te wegen.
Onder het Enkhuizer Almanak-motto: ‘bij zeker weten valt alle twijfel weg’.
( Vrij naar professor G.J.B van Oudzeer tot Achterdocht. )
Mijn twee opgetogen en reislustig rondkijkende metgezellen vonden het niet nodig, tenslotte hadden we dat toch thuis al gedaan?
Even later gaf het kille groene oog van de kreunende bascule een gewicht aan dat het toegestane met vele, vele kilo’s overtrof.
Bij navraag aan schoorvoetende eega kwam het hoge woord eruit.
Ze had heel misschien vanmorgen vroeg, toen ik nog half bewusteloos mijn arme kussen bekwijlde, tóch de vijf kilo aan roestvrijstalen vorken, lepels en messen van de kringloopwinkel erbij gedaan.
Dat kon toch wel?
Want haar moedertje in de Isaan zou er vast heel blij mee zijn, om over de buurvrouwen maar te zwijgen. Het inferieure pisbakkenstaal van de plaatselijke gieterij gewend zijnde.
Na het bijna fanatiek checken van de andere koffers bleek dat ook nicht Taen zich niet onbetuigd had gelaten, door op haar beurt ook flink wat zwaartekracht teisterende objecten te hebben toegevoegd.
Inwendig veranderend in een druipkaars zag ik ons al voor de balie staan, en deze monstrueuze reisartikelen op de band tillen, met alle ongewenste financiële gevolgen vandien.
Wég appeltje voor de Pattaya-dorst, welkom bezuinigingsronde en mistige glazen kraanwater.
Gelukkig stond er nabij de waarheid spugende weegschaal ook een flinke afvalbak. In drie kleuren zelfs.
Waar ik mooi alle ongewenste contrabande in kon mikken, zij het onder licht protest der smokkelaars.
Maar mijn kleine rekensommetje wat het ons ging kosten als deze overwaarde aan ons werd uitgekeerd, deed hen tenslotte toch van gedachten veranderen.
Al probeerde vrouw Oy het nog wel.
Door te zeggen dat ze van plan was geweest echt héél vriendelijk naar de grondstewardess te glimlachen.
Dat werkte altijd, zo was haar ervaring.
Later, eenmaal in mijn krappe vliegtuigstoeltje gezeten en klaar voor de sprong naar het Verre Oosten, deed vrouw Oy nog een laatste duit in het zakje.
Want raad eens wat er in mijn eigen koffer zat?
Jawel, de rest van het kringloopbestek.
Want wat ik daarstraks had geloosd was maar de helft geweest.
Alleen had ze nu wel wat van mijn vakantiekleding thuis moeten laten, ( wat moest ik ook met een spijkerbroek in die hitte ) anders was mijn koffer vast niet zo zo keurig op gewicht gebleven..
Over deze blogger

-
Lieven Kattestaart (1963) woont samen met vrouw Oy op het mooie Goeree-Overflakkee.
Is werkzaam als havenmeester en bezoekt sinds 1993 het verre Thailand, waar hij in 98' Oy leerde kennen en haar overhaalde de zon vaarwel te zeggen en zich in dit kille moeras achter de dijken te vestigen.
Tegenwoordig de vakantieweken meestal doorbrengend in het Isaanse optrekje van schoonmoeder, afgewisseld met wat strandhangen in Pattaya, of klem zitten in bus of trein om andere en onbekende Thaise streken te bezoeken.
Zich voornemend na pensionering samen met Oy in Thailand te gaan wonen, en beiden kunnen nauwelijks wachten tot het zover is.
Hobby's: zodra er zich een inspiratie-vonkje aandient, doch meestal gekweld door schrijversblok, het toetsenbord beroeren teneinde het mooie Thailandblog van een nieuw stukje te voorzien, het beoefenen van lichamelijke bezigheid door middel van joggen (uiteraard met mate) online schaken, en het af en toe drinken van een prima Single Malt en daarbij wegdampen van een sigaar van Cubaanse origine.
Lees hier de laatste artikelen
Cultuur11 maart 2026‘Van Thaise schade en schande’.
Leven in Thailand9 maart 2026Een farang en zijn fata morgana
Leven in Thailand5 maart 2026Zwagers platje en andere zaken’
Leven in Thailand28 februari 2026‘Van Thaise haarkloverij en blanke barbaren’

Ik heb weer genoten Lieven en eigenlijk heeft Oy toch gelijk het Thaise bestek is de naam niet waard.
Mijn Ooy heeft ook al ons bestek uit NL mee genomen maar dat ging wel per container..
Beste Jos, dank voor het compliment.
Dit keer was het eigenlijk helemaal niet nodig om bestek mee te nemen want ze heeft al ladingen kwaliteits-bestek liggen bij schoonmoeder thuis, maar sleept graag nog meer mee ( liefst tweedehands natuurlijk ) om uit te delen. Zal wel nooit veranderen.
Zag trouwens nog wat irritante schrijffoutjes van mezelf staan, wat eigenlijk niet moet kunnen. Mijn excuus daarvoor, zal me leren mijn stukjes eerst goed te redigeren voordat ik ze instuur.
Vriendelijke groet,
Lieven.