Nok’s World – De verkeerde telefoon (deel 3)
In de Wonderfull 2 hadden alle meisjes een telefoon. Dit was geen luxe, maar gereedschap, net zo noodzakelijk als de glimlach en de barkruk. Via Line kwamen de berichtjes van klanten die vroegen: “u free tonight?”, via Facebook hielden we bij wie er weer in Thailand was geland en via PromptPay ging het geld naar huis. De mama-san keek er niet van op. Maar als je je telefoon niet had was er wel wat aan …
Dokter Saeng, een kort verhaal van Kukrit Pramoj
Kukrit Pramoj (1911-1995) was een schrijver, staatsman, journalist, acteur en danser. Tino vertaalde één van zijn verhalen uit de bundel ‘Een aantal levens’.
Ooit bezorgde de grote tokeh achter mijn spiegel me hartkloppingen, maar inmiddels is dit luidruchtige reptiel mijn trouwste huisgenoot. Tijdens het tandenpoetsen bespreek ik de waanzin van de dag met hem. Een overpeinzing over expat-eenzaamheid, het delen van een tropische badkamer en hoe een prehistorisch ogend monster zonder huur te betalen een uitstekende luisteraar bleek te zijn.
Nok’s World – Tuk Tuk (deel 2)
Het duurde een week voordat ze voor het eerst echt met Tuk-Tuk sprak, een vaste klant in bar Wonderfull 2 die eigenlijk Frans heette. Hij stond bekend als eerlijk, noemde de meisjes altijd bij hun naam en maakte geen valse beloften. Op een rustige avond bood hij haar een Chang aan. Later zag ze hoe hij zonder aarzelen een collega hielp die geld nodig had voor haar moeder.
Nok’s World – De eerste avond (deel 1)
Een jonge vrouw arriveert in 2017 na een lange reis in Pattaya, waar haar nicht Fon haar inwerkt in het harde barleven van Walking Street. Ze leert snel de ongeschreven regels over glimlachen, lady drinks en geld verdienen. Die eerste nacht maakt ze fouten, kijkt ze haar ogen uit en stuurt meteen geld naar haar moeder, die er een nieuwe ventilator van koopt voor thuis.
‘Van Thaise schade en schande’.
Wie vaak reist weet dat kleine tegenslagen soms grotere verhalen opleveren dan de reis zelf. Gestrande toeristen, onverwachte omwegen en koffers vol twijfelachtige bagage horen daar nu eenmaal bij. Ook ik ontsnapte daar niet aan. Van verdwalen op een Isaanse zandweg tot paniek bij de bagageweegschaal op Schiphol. Achteraf blijken juist die momenten het begin van de meest vermakelijke herinneringen van elke reis die misloopt.
Madame Daeng is er niet (deel 2 en 3)
In Pa Tio gonst het al jaren van verhalen over Madame Daeng en haar machtige vrienden. In de luxueuze villa van Roger-the-Bomber vloeide ooit de champagne terwijl politici, zakenlui en lokale beroemdheden er deals sloten en roddels rondgingen. Maar achter de glitter schuilt een ander verhaal. Over eer, roddel, gokken en schulden die uitgroeien tot een mythe waar het hele dorp nog altijd over fluistert.
Madame Daeng is er niet (deel 1)
Op een stoffige weg tussen Khenmarat en Yasothon duikt een naam op die in een vergeten dorp nog altijd rondzingt: Madame Daeng. In Pa Tio is ze officieel nog ingeschreven, maar niemand heeft haar al jaren gezien. Was ze slachtoffer van geweld, verdween ze vrijwillig, of leeft ze ergens een nieuw leven? In de Isaan groeit haar verhaal langzaam uit tot een hardnekkige mythe daar.
Het is momenteel genadeloos heet in Thailand. Terwijl mijn buren hun respect betuigen bij het traditionele geestenhuisje, aanbid ik dagelijks de airconditioning aan mijn muur. Een luchtig verslag over de westerse afhankelijkheid van kunstmatige kou, de blinde paniek bij een stroomstoring en het ongemakkelijke besef dat ik eigenlijk gewoon een verdwaalde pinguïn in een tropische sauna ben.
‘Gulliver met spit: Waarom ik me in het dorp voel als een bezwete olifant in een porseleinkast’
Ouder worden is een universeel gegeven, maar het voelt toch anders als je een kop groter en twintig kilo zwaarder bent dan je gemiddelde dorpsgenoot. In het hete Noord-Thailand verander ik langzaam in een stramme, witte reus die struikelt over krukjes waar de lokale tachtigjarigen soepel op neerdalen. Een milde, lichtvochtige observatie over het verval van de westerse man te midden van schijnbaar eeuwige Aziatische jeugd.
In Nederland kraait een haan keurig bij zonsopgang. In mijn Noord-Thaise dorp heeft de haan van de buren echter geen biologische klok, maar een toevalsgenerator. Hij besluit regelmatig om half drie ’s nachts dat de dag is begonnen. Een verhaal over chronisch slaapgebrek, onderdrukte culinaire wraakgevoelens en de acceptatie dat ik als farang in de hiërarchie ver onder het pluimvee sta.
Twee keer per maand verandert mijn dorp in een openluchtcasino waar statistiek geen enkele rol speelt. Men zoekt geluksgetallen in dromen, wolkenformaties en zelfs in de bast van een bananenboom. Als nuchtere westerling lach ik om dit bijgeloof, totdat ik mezelf betrap op het kopen van een lot met mijn geboortedatum. Want stel je voor dat die boomstam toch gelijk heeft.
Op 8 februari 2026 mag Thailand naar de stembus. In mijn dorp betekent dit vooral dat de middagrust wordt geterroriseerd door geluidswagens die beloftes brullen die zelfs een kleuter ongeloofwaardig zou vinden. Een absurdistisch verslag van de verkiezingskoorts, waarin politici zichzelf dertig jaar jonger fotoshoppen en mijn buren vooral stemmen op degene die de lekkerste vissaus uitdeelt.
‘Waarom ik als een bange astronaut door de rijstvelden tuf’
Een helm dragen is in mijn Noord-Thaise dorp geen veiligheidsmaatregel, maar een daad van sociale rebellie of pure aanstellerij. Terwijl ik mezelf opsluit in piepschuim en plastic, balanceren hele gezinnen onbeschermd op één zadel. Een luchtig verhaal over angst, amuletten en de vraag of mijn hoofd echt waardevoller is dan een perfect in model zittend kapsel.
‘Van Thaise verveling en verre plannen’
April is hier geen maand maar een toestand. Je belandt er vanzelf in. Tussen rijstvelden die niets doen en dagen die nergens heen willen. Terwijl jij telt, kijkt en mijmert, leeft iedereen om je heen gewoon door. En langzaam, tegen beter weten in, vraag je je af of dit misschien precies is wat blijven betekent.
‘Waarom wij hier geen politie bellen voor de man die het verkeer regelt met een banaan’
In Nederland lees ik over een overbelaste politie die de handen vol heeft aan ‘mensen met onbegrepen gedrag’. In mijn Noord-Thaise dorp pakken we dat anders aan. Hier bellen we geen agent, maar bieden we de lokale zonderling een bord rijst of een sigaret aan. Een observatie over tolerantie, de dunne lijn tussen gekte en genialiteit, en de vraag wie nu eigenlijk de echte dorpsgek is.
‘Waarom ik dit jaar weer niet aan zelfverbetering doe: de kunst van het matige genieten’
Terwijl in Nederland de sportscholen vollopen en de ‘Dry January’-apps worden gedownload, blijft het in mijn Noord-Thaise dorp heerlijk stil. Hier doen we niet aan goede voornemens; we doen aan overleven en glimlachen. In dit verhaal leg ik uit waarom ik mijn levensstijl van ‘medicinale’ whisky en sporadische sigaren niet aanpas. Waarom zou je sleutelen aan een machine die, weliswaar piepend en krakend, nog prima functioneert?
Het bezoek van Sa
Drie meisjes uit de Isaan, onafscheidelijk sinds hun jeugd, tot de dood zich ongevraagd mengt in hun vriendschap. Wat volgt is geen klassiek spookverhaal, maar een indringende vertelling over loyaliteit, liefde, dwang en schuld. Over hoe herinneringen blijven hangen, soms zo tastbaar dat ze je ’s nachts uit je slaap halen.
De Man Met De Grote Oren
In Pattaya en Jomtien zijn die achteraf-barretjes eigenlijk veel gezelliger dan de meer commerciële en pushy drinkgelegenheden in Soi 6 en 7. Ze zijn in de regel kleiner en hebben een soort van vaste klandizie, meestal wat oudere expats die eigenlijk vooral voor de gezelligheid komen en mogelijk ook te weinig geld hebben voor meer. Met de meeste dames valt wel wat af te spreken, maar meestal gaan de gepensioneerden, na een paar drankjes en …
‘Goede Voornemens’
Wat begint als een onschuldige winterdag in Nederland, ontspoort al snel in een mix van Thaise baldadigheid, Hollandse vrieskou en relationele spelregels die nergens zijn vastgelegd. Over ijspegels onder T-shirts, voetbal zonder VAR en de vraag wie er nu eigenlijk het meeste plezier beleeft. Soms zit geluk in kleine, ijskoude momenten.
‘Ik leef al 543 jaar in de toekomst en toch ben ik steeds te laat’
Terwijl de wereld zich opmaakt voor 2026, loop ik in mijn Thaise dorp al rond in het jaar 2568, op de drempel van 2569. Een overpeinzing over de jaarwisseling in een land waar de tijdrekening net zo flexibel is als de verkeersregels. Hoe ik als amateur-tijdreiziger probeer te begrijpen wanneer de melk precies over de datum is en waarom ik me hier, ondanks die enorme voorsprong in jaren, toch vaak de langzaamste van het dorp voel.
‘Kerstmis in de tropen en de eenzame slinger van de 7-Eleven’
Kerstmis vieren bij 32 graden voelt als een administratieve fout van Moeder Natuur. Mijn Hollandse genen schreeuwen om gezelligheid, maar de tropische zon werkt niet mee. Op zoek naar een houvast vond ik het ultieme, ietwat treurige kerstsymbool op de koudste plek van het dorp: boven het schap met varkensnoedels in de lokale 7-Eleven.






