Zeven Dagen Paradijs – De Strip (deel 2)

Op de tweede dag leerde Tex drie dingen.
Eén: je bestelt geen whisky voor tien uur ’s ochtends, ook niet als de bar al open is en de barkeeper je vriendelijk aankijkt. Twee: de prijs die ze noemen is nooit de prijs die ze bedoelen. En drie: het meisje met het rode lint in haar haar heette Noi, ze was negentien jaar oud, ze praatte genoeg Engels om gevaarlijk te zijn, en ze had een glimlach waarvoor een minder verstandig man zijn maandloon zou neertellen.
Tex was geen verstandig man. Dat wist Dale al vanaf het moment dat hij hem in Da Nang had ontmoet, drie maanden geleden, toen Tex vol overtuiging had beweerd dat hij wel raak kon schieten met een M79 granaatwerper terwijl hij nog nooit zo’n wapen had vastgehouden. Hij had het voor elkaar gekregen, weliswaar in een richting die niemand had voorzien, maar vraag niet hoe. Dat zei iets over Tex, niet wat, precies, maar iets.
The Strip was overdag een andere wereld dan ’s nachts. Overdag was het gewoon een straat. Vrouwen hingen de was op. Kinderen speelden takraw op een stukje grond achter de Lucky Star. Een oude man repareerde fietsen onder een parasol en keek naar de voorbijgangers met de filosofische afstandelijkheid van iemand die alles al had zien komen en gaan en zijn conclusies had getrokken.
De bars waren open maar rustig. Achter elke toog zat iemand die de nacht ervoor had doorgewerkt en de middag gebruikte om bij te komen voor de nacht die zou komen.
Mae was er. Ze zat achter de bar van de Lucky Star met een kom rijst en een krant die ze las met de vinger langs de regels, niet omdat ze langzaam las, ontdekte Dale later, maar omdat ze een pagina per dag las en de rest bewaarde voor de volgende dag. Nieuws werd er niet beter op als je het snel las, zei ze. Alleen maar erger.
Dale bestelde koffie. Zwart. Mae zette hem neer zonder te vragen en ging verder met haar krant.
“Jij bent anders,” zei Dale, na een stilte die lang genoeg was om comfortabel te zijn.
“Iedereen zegt dat,” zei Mae, zonder op te kijken.
“Geloof je ze?”
Ze keek op. Dacht even na. “Soms.”
Tex was buiten met Noi. Dale kon hem zien door het open raam, Tex die knikte bij alles wat ze zei, Noi die lachte op een manier die je kon interpreteren als oprechte pret of vakmanschap, wat het waarschijnlijk allebei tegelijk was.
“Je vriend,” zei Mae. “Eerste keer?”
“In Thailand?”
“In alles.”
Dale keek naar Tex buiten.
“Ja.”
Mae knikte. Ze had dat al gezien, de manier waarop hij keek, te breed, te open, alsof de wereld een geschenk was dat iemand hem had gegeven en hij nog niet wist hoe hij het moest uitpakken. Dat type was er elke week. Ze kwamen aan met die blik en vertrokken met een andere, rustiger, iets smaller, een paar illusies armer maar ook, als het goed ging, een paar ervaringen rijker.
“Hij is een goed mens,” zei Dale.
“Ja,” zei Mae lachend. “Dat zijn de gevaarlijksten.”
Die avond ging The Strip open als een bloem in versneld tempo. Neonlichten flitsten aan. Muziek zwol op. De MP-jeep van Sergeant Pratt begon zijn rondjes, twee keer per uur, altijd dezelfde route, wat iedereen inclusief Pratt zinloos vond maar wat nu eenmaal protocol was.
Dale leerde die avond de geografie van The Strip kennen zoals een soldaat het terrein leert kennen: methodisch, met oog voor uitgangen en gevaren. Naast de Lucky Star zat de Golden Lady, iets rumoeriger, meer drank, minder conversatie. Verderop de Happy House, waar een man genaamd Somchai whisky schonk die hij special import noemde en die smaakte naar iets wat je beter niet importeerde. Aan het einde van de straat, half verscholen achter een gordijn van plastic kralen, zat een etablissement zonder naam en zonder bord, dat iedereen kende als de achterkamer en waarvoor Tate hen die ochtend nadrukkelijk had gewaarschuwd.
“Wat is daar?” had Tex gevraagd.
“Ellende,” had Tate gezegd. “De betaalbare soort, wat haar niet minder ellendig maakt.”
Het was een bordeel van de goedkoopste categorie, houten wanden, een gang met vier deuren, een vrouw van middelbare leeftijd bij de ingang die er uitzag alsof ze al haar emoties had verkocht en de opbrengst verstandig had geïnvesteerd. De mannen die er in en uitliepen keken niemand aan. Dat was de afspraak.
Dale ging er niet in. Niet die avond.
Tex wel bijna, maar Noi trok hem aan zijn mouw en schudde haar hoofd met een gezicht dat zei: niet daar, dat ben jij niet, en Tex geloofde haar omdat hij alles geloofde wat ze zei en ook omdat ze gelijk had.
Om middernacht zaten ze weer bij Mae aan de bar. Tex had een fles Singha en de tevreden uitdrukking van iemand die een drukke dag heeft gehad zonder precies te weten wat hij gedaan had. Noi zat naast hem, haar hoofd tegen zijn schouder, haar ogen dicht.
“Ze slaapt,” fluisterde Tex, alsof dat een wonder was.
“Dat doet ze niet,” zei Dale.
“Hoe weet jij dat?”
Dale keek naar Mae, die achter de bar stond en niets zei maar heel licht glimlachte.
“Intuïtie,” zei Dale.
Buiten reed Pratt zijn derde ronde. Binnen draaide de jukebox Gentle on My Mind. En Udon Thani sliep zijn halve slaap, de helft die altijd sliep terwijl de andere helft wakker bleef en de lichten brandden voor de mannen die een week hadden om te vergeten wat er in de komende weken nog op hen af zou komen.
Eerder in deze serie verschenen:
Zeven Dagen Paradijs – Wheels Down in Udorn (deel 1)
Over deze blogger

- Zijn naam is Hans uit Amsterdam (pun intended), geboren in 1956, en hij heeft nooit eerder verhalen geschreven, maar heeft wel technische artikelen en een boek op zijn naam in 2012 over de private cloud. Na zijn studie aan de Universiteit Utrecht in de Engelse literatuur begin jaren tachtig kwam hij in de IT-wereld terecht. Er waren immers geen banen voor een jonge academicus in die jaren. Hij ontwikkelde zich tot een specialist op het gebied van IT-infrastructuren en Microsoft-software. In 2017 vond hij het echter genoeg, zegde zijn baan op, scheidde van zijn Nederlandse vrouw, verkocht het huis en kocht een ticket naar Bangkok. Eerder dat jaar was hij in Bangkok geweest om een training te geven aan HP-engineers en was hij die week tegen een wonderschone Thaise aangelopen. Vanaf dat moment stond deel 2 van zijn leven helder op zijn vizier. Een paar jaar later was hij getrouwd met diezelfde Thaise en betrokken zij een nieuwe woning in een rustig dorpje aan de zuidflank van Udon Thani. Wel met een stevige glasvezelverbinding.




Mooi, ga door ga door!