Madame Daeng is er niet (deel 1)

Door Alphonse Wijnants
Geplaatst in Cultuur, Korte verhalen
Tags:
9 maart 2026
()

Gistermiddag voerde de speling van het lot me op weg van Khenmarat naar Yasothon. Met voeten van klei in zwarte loshangende hemden ploeterden boeren zwijgend door natte rijstvelden in een rij op weg naar huis.
Als een reusachtig Boeddhabeeld vol blaadjes goud gestreken blikkerde de zon op de hoogste heuvel. Saliegroene tapiocavelden, glans van aren vol rijstkorrels, alom kronkelende aarden walletjes, solitaire bomen. Over het landschap spreidt een paarsblauwe vertenevel een koele terughoudenheid, de natte velden houden pas halt ginds aan de voet van de glooiing.
Die landarbeiders passeerde ik in het dorp Pa Tio, ruggen krom van de inspanning, armen glimmend van zweet. De zon kleurloos van de hitte. De hitte een vermoeide ingedikte varkensbouillon in een sudderende wok.
Op de schouders van de mannen rustten lange matgele bamboestokken, aan het uiteinde slingerden kleine gevlochten manden in de tred heen en weer. Ze struikelden haast in de vette zuigende leem alsof een onzichtbare plaaggeest ze schalks bij het been greep.
Ik stuur de forse Land Cruiser door onvoorspelbare gaten, plassen, draaien en al die verhalen van Pa Tio stormen als brandende droesem op me af. De Prado kronkelt zich kermend door bochten. Midden op de hoofdstraat van het afgelegen gat, de krapte van een steeg, liggen straathonden voor dood.
Pa Tio – dat nietige gehucht diep in de Isaan – bestààt het?
Dacht jij van niet? Haha, verschalkt!
Madame Daeng komt vandaar, ze is er geboren. Geboren en getogen. Was zij er niet, dan bleef de stapel houten krotten in de vergetelheid. Onbestaand.
Ik schat, iets meer dan vijfendertig jaar geleden zag het jonge ding er het levenslicht.
In die tijd heette ze nog bijlange na niet Madame Daeng. Hoe oud zou ze vandaag precies zijn? Onderhand dichter bij veertig, nu ze al vijf jaar in rook is opgegaan?
Bij alles hing er imbroglio om haar persoontje. Het dorp had altijd iets te zeggen bij wat ze uitspookte. Mensen fabriceren een waarheid.
Zij blijft een buitenbeentje.
Afijn, in dat godvergeten Pa Tio valt geen grein te beleven.
Zij, dochter van povere rijstboeren, zocht zo’n fatum niet. Zelfs niet als kind. Dat siert haar sterke karakter. Opstappen… die wens werd een levensbehoefte. Niemand wist van die prille onverzettelijkheid in haar gemoed.
Ambtelijk woont Madame Daeng tot op vandaag nog altijd in Pa Tio. Ze is er niet! Al geruime tijd niet, verzwonden.
Waar is ze dan echt? Wat…? Zelfs de gokbazen uit Lao, die overal hun mannetjes hebben, bij elkeen hun oor te luisteren leggen, weten van boe noch ba…?
Mogelijkerwijs denkt het volk her en der in de regio dat Madame Daeng niet meer existeert, dat ze dood is, gewurgd, verzopen, in stukken gehakt, een nekschot, voor de zwijnen gegooid. Onthoofd en gevild door de lange messen van de maffia die vanuit Savannakhet opereert. Dat is aan de Mekong bij buur Lao, al die goktenten.
Het zou voor de hand liggen, dat ze er niet meer is. Helaas of gelukkig tot nog toe louter wilde geruchten!
Haar dorpsgenoten van Pa Tio weten beter: Madame Daeng is er niet, maar ze is niet dood. Alleen spoorloos!
Ze is een mythe.
En die blijft eeuwig bestaan.
In de lagere school gaf Daeng lege testbladen af. ‘Echt een daas meisje,’ zei Phannakhorn, ‘Ze zat in de B-klas, tussen de nullen, de klas waar mijn moeder juf was. Stom! Wij opgewonden tateren en schateren bij een schooluitstap, beteuterde grimassen van de jongens bij plagen en knijpen. Zij stil in de stoel, alles ging over haar heen.
In dat schooluniform van ons, kort donkerblauw geplisseerd rokje en wit hemdje, was ze plots vroegrijp. Puntige borstjes, meisjesheupen, gladde witte benen, maar ook neus te plat, geen mooie wimpers, geen looks. Jammer genoeg vallen jongens op die leeftijd alleen op een leuke snoet. Ze keek niet guitig, basta!’
Daeng op haar beurt was niet met pubergezwijmel bezig. Met volwassen mannen was ze aan de slag. Ternauwernood maakte ze haar primary school af.
Even had ze op haar elfde iets met een getrouwde sinjeur, zo’n man die pubermeisjes in het rond laat draaien. Dat is geweten. De roddels namen een begin.
Toen, na het afmaken van de lagere school, volgde Bangkok. Ze liep van hot naar her, onderbetaalde prutswerkjes in betwijfelbare buurten. Met jongens van haar leeftijd had ze niets, wel met in de echt verbonden mannen.
Dan duikt ze in Pattaya op. Je weet wat dat voorstelt. Meisjes slapen met falang, krijgen betaald, sturen het naar huis of houden het en hopen op het wonder: een falang die aan ze blijft plakken. Het is lijfsbehoud. Vanzelfsprekend is hij rijk en hij trouwt met ze.
Madame Daeng bekende veel mannen. Derwijze beklapte Pa Tio haar.
Toen evenwel stond ze plots in de straten van het gehucht tussen de houten huizen en de krap bemeten steeg waar de honden voor dood liggen met een Amerikaan. Haar nieuwe tilac: Roger-the-Bomber. Jazeker, Ro-ger-the-Bom-ber, een vroegere gevechtspiloot van US-Army. Een Vietnam-veteraan op pensioen.
Dit keer was het bingo.
Een glorieuze trouw! Duurde een week. Hij in traditioneel koninklijke klederdracht met zo’n gepofte halflange broek. En zij, o, metamorfose, wat een prinses! Wat een onnavolgbare rimpelingen in het stof van haar zijden trouwjapon, plooien, vouwen, golven en knepen in autentieke Thaise zijde. Wat een weelde aan patroon. Een sneeuwwitte prinses. En ook haar huid werd au jour le jour oosterse zijde.
Daeng werd plots ‘Madame Daeng’.
Alsof je in een-twee-drie in de adelsstand terechtkomt.
Haar gade bouwde een huis voor haar, twintig miljoen baht, met zwembad en priëlen en tamarindes voor schaduw en ligweide met schommels, met toverachtige tuinverlichting die paadjes tot aan het water van de rijstvelden verlichtten, je kon er op houten vlonders met de benen onder je gevouwen de zon zien zinken net als een priester de hostie in een kelk met wijn drenkt, Klotsend rood als bij een aderlating. Plenty rijstakkers rondom, quasi herenlandgoed met oprijlaan. En een dure Fortuner Toyota, rood als inkarnaat om rond te flaneren, je kon er niet naast kijken.
Madame Daeng was ineens stinkend rijk, dat besefte nu de eerste tot de laatste dorpeling.
Roger had ook nog een buitenverblijf in de heuvels.

Hoe leuk of nuttig was deze posting?

Klik op een ster om deze te beoordelen!

Gemiddelde waardering / 5. Stemtelling:

Tot nu toe geen stemmen! Wees de eerste die dit bericht waardeert.

Omdat je dit bericht nuttig vond...

Volg ons op sociale media!

Het spijt ons dat dit bericht niet nuttig voor je was!

Laten we dit bericht verbeteren!

Vertel ons hoe we dit bericht kunnen verbeteren?

Over deze blogger

Alphonse Wijnants
Alphonse Wijnants
Ik doorkruis al jarenlang het Verre Oosten: mysterieus Azië dat mij inspireert tot mijn Project Korte Verhalen, gestart in 2012.
Ik ben gebeten door de verbrijzelde eigenheid van het Korte Verhaal, 'In der Beschränkung zeigt sich der Meister'. (Goethe).
Het wil niet de indruk wekken, zoals het proza, dat leven iets afgeronds is. Bangkok is mijn tweede thuis.
Gedichten schrijf ik al 59 jaar met locatie en inspiratie Lage Landen. Filoloog Nederlandse & Zweedse/Deense taal en literatuur, leraar & directeur middelbare scholen, copywriter bureau MAW (Met Andere Woorden).
Heden superactief op rust. Stelregel: Alles gaat over geluk - of hoe we het compenseren.

Laat een reactie achter