
Terwijl de rest van Thailand blijkbaar heeft besloten om binnenkort de jaarlijkse water-apocalyps uit te roepen, zit ik hier op mijn veranda in mijn kleine dorpje in Noord-Thailand. Ik heb mijn duikbril paraat, een waterdichte tas voor mijn telefoon en een mentale voorraad sarcastische opmerkingen. Ik dacht: vandaag word ik in de aanloop naar het waterfeest tenminste vijf keer geëxecuteerd met een ijskoud waterkanon, afgevuurd door een tiener die net iets te veel energiedrankjes op heeft.
Maar nee. Het is stil. Songkran in mijn dorp is niet het feest van de massa-destructie wapens (lees: die enorme Super Soakers die hard genoeg spuiten om een waterbuffel omver te blazen), maar het feest van de ‘milde besprenkeling’.
Songkran in de grote steden – Chiang Mai, Bangkok, Pattaya – is een uitputtingsslag. Het is een mengeling van carnaval, een waterballet in de hel en een tactische oefening voor Special Forces. Je wordt geraakt door een straal ijswater die zo hard is dat hij je netvlies losmaakt, afgevuurd vanuit de laadbak van een passerende pick-uptruck. Het is een wereld waar respect voor ouderen wordt getoond door ze met een emmer ijswater in de nek te verrassen terwijl ze op hun brommer proberen te balanceren.
Niet hier. Hier in het noorden, ver weg van de hardcore technofeesten en de farang-toeristen-jacht, gaat het nog om de traditie. Ik heb de neiging om te denken dat onze dorpelingen Songkran zien als een kans om hun karma te verbeteren door milde, respectvolle daden van wateroverdracht, in plaats van een kans om een farang (buitenlander) een longontsteking te bezorgen.
Vorig jaar begon Songkran met een bezoek aan de tempel. Er was water, ja. Maar het was warm water. Geurig water. Water dat voorzichtig over de Boeddhabeelden werd gegoten, in plaats van erop gespoten met de kracht van een hogedrukreiniger. De monniken glimlachten mild, gezegend door de milde regen, in plaats van doorweekt door een horde tieners met waterpistolen.
Zelfs ik, de dorpsfarang, de man die normaal gesproken wordt gezien als een wandelende zak geld met een vreemd accent, word gezegend. Oude tantes (Tantes Noi, Pi Moo, en die ene die altijd naar betelnoot ruikt) komen naar me toe. Ze lachen verontschuldigend. Ze hebben een klein kommetje met geurig water, soms met bloemetjes erin. Ze doen een beetje water op mijn schouder. “Chok Dee Na,” zeggen ze. Veel geluk. En dan de sai sin – die witte touwtjes om m’n pols. Ik zie er nu uit als een mislukte wol-kunstenaar met al die touwtjes om mijn pols. Ik zweet me kapot onder de noordelijke zon, maar ik voel me gezegend.
Het is zelfs zo ingetogen dat ik me bijna schuldig voel. Ik heb ooit dat enorme waterpistool in de stad gekocht (de ‘Vrachtwagen-Omver-Spuit-Special’) en hij ligt hier nu maar te verstoffen op de vloer. Als ik hem zou gebruiken, zouden de mensen waarschijnlijk de dorpsarts bellen in plaats van terug te spuiten. Hier heerst een soort ‘respectvolle droogte’.
Dus nee, ik heb tot nu toe geen ijswatertrauma opgelopen. Ik ben niet doof geworden van de hardcore techno die uit pick-up trucks schalt. Ik ben gewoon milde besprenkeld, gezegend door de lokale tantes, en gezegend met een Songkran die draait om warmte (niet alleen de hitte) en respect. Misschien is ingetogen wel de ultieme feestmodus. Sawasdee Pi Mai!..
Over deze blogger

-
Mijn leeftijd valt officieel onder de categorie ‘bejaard’. Ik woon al 28 jaar in Thailand, probeer dat maar eens na te doen. Nederland was ooit het paradijs, maar het raakte in verval. Dus ging ik op zoek naar een nieuw paradijs en vond Siam. Of was het andersom en vond Siam mij? Hoe dan ook, we waren elkaar goed gezind.
De ICT zorgde voor een regelmatig inkomen, iets wat jullie ‘werk’ noemen, maar voor mij was het vooral een tijdverdrijf. Schrijven, dat is de echte hobby. Voor Thailandblog pak ik die oude liefde weer op, want na 15 jaar zwoegen verdienen jullie wel wat leesvoer.
Ik begon op Phuket, verhuisde naar Ubon Ratchathani, en na een tussenstop in Pattaya woon ik nu ergens in het noorden, midden in de natuur. Rust roest niet, zeg ik altijd, en dat blijkt te kloppen. Hier, omgeven door het groen, lijkt de tijd stil te staan, maar dat doet het leven gelukkig niet.
Eten, vooral lekker, dat is mijn passie. En wat maakt een avond compleet? Een goed glas whisky en een sigaar. Dan heb je het wel zo’n beetje, vind ik. Proost!
Lees hier de laatste artikelen
Cultuur11 april 2026‘De milde regen van de Lanna-geesten: Songkran zonder trauma’
Cultuur3 april 2026‘Waarom ik met een glimlach de hoofdprijs betaal voor een Thaise ananas’
Cultuur22 maart 2026‘Waarom de wereldvrede opeens heel belangrijk is voor mijn Honda-brommertje’
Cultuur14 maart 2026‘De tokeh achter mijn badkamerspiegel is de beste therapeut van Thailand’
