De Bisu kennen verwantschap met Hani (Poommipat T / Shutterstock.com)

Ik heb in het verleden op deze blog geregeld aandacht besteed aan de lappendeken die de Thaise meervolkerenstaat vanuit etnografisch oogpunt is. Vandaag sta ik graag even stil bij wat wellicht de minst bekende etnische volksgroep in het land is, de Bisu. Volgens de meest recente tellingen – die intussen alweer 14 jaar oud zijn – zouden er in Thailand nog ongeveer tussen de 700 à 1.100 Bisu leven wat meteen van hen ook de meest in hun voortbestaan bedreigde volksgroep maakt.

De Bisu vertonen verwantschap met andere etnische groepen waarvan de Mpi, Phunoi en Pyen de belangrijkste zijn. Deze groep wordt meestal als Hani omschreven en behoort tot de Tibeto-Himalayavolkeren. Taalkundig verschillen de Bisu echter duidelijk van hen. Hun taal wordt tot de zuidelijke Loloish-groep gerekend en is verwant met het Akha. De Loloish-talen of Yi-talen zoals ze in China bekend staan, groeperen ongeveer 100 Sino-Tibetaanse talen en dialecten die hoofdzakelijk in de Zuid-Chinese provincie Yunan worden gesproken. Naar schatting zouden tussen de 9 à 11 miljoen mensen vandaag nog in hun dagdagelijkse communicatie gebruik maken van één van deze talen.

De Bisu zijn afkomstig uit Yunan. Op het einde van de achttiende eeuw raakten ze betrokken bij een bloedige opstand van de Lahu tegen het centralistische Chinese staatsgezag in de regio’s Shuangjiang, Lancang en Menglian. Deze revolte werd met harde hand de kop ingedrukt en kwam in 1801 tot een einde. De nederlaag bezegelde het lot van de Bisu die in de ogen van de etnische Han-Chinezen voortaan als onbetrouwbaar geboekstaafd stonden. Veel van de verslagen Lahu-rebellen en het grootste deel van de Bisu vluchtten uit een begrijpelijke angst voor de repressie langs de loop van de Nanku-rivier zuidwaarts. Vrijwel overal leidde hun komst tot pesterijen en nieuwe spanningen. Tot overmaat van ramp raakten ze opnieuw betrokken bij een opstand, deze keer van boeren. Deze rebellie werd uiteengeslagen door een onwaarschijnlijke alliantie van Lahu-Tsui, Han landheren en lokale warlords.  Heel veel van de Bisu, die inmiddels officieel tweederangsburgers in het Rijk van het Midden waren geworden, trokken daarop de grens over en zochten hun toevlucht in Laos, Birma en Siam. Maar ook daar werden ze niet echt met open armen onthaald en tot op vandaag gelden ze ook daar als tweederangsburgers. Ze worden continue gediscrimineerd en het aantal uitermate beledigende bijnamen die ze bijvoorbeeld in Thailand dragen is niet op de vingers van één hand te tellen.

De Bisu kennen verwantschap met Hani (Matt Hahnewald / Shutterstock.com)

De oudste vermelding van hun aanwezigheid in Siam dateert uit 1876 toen de Britse spoorwegingenieur Holt  S. Hallet Bisu ontmoette in de ruige bergen ten noorden van Chiang Rai. Volgens zijn getuigenis hadden Bisu guerillastrijders zich een halve eeuw eerder verdienstelijk gemaakt in de strijd tegen Chinese troepen die de omgeving van Wiang Pa Pao, het meest zuidwestelijke district van de provincie Chiang Rai, hadden onveilig gemaakt. Wat er ook van zij, het staat vast dat de Bisu zich omstreeks 1820 vestigden rond Chiang Rai en het is precies in deze regio dat vandaag de laatste Bisu kunnen worden aangetroffen, meer specifiek in twee dorpsgemeenschappen; Huay Chompuu (Amphoe Mae Lao,  Tambol Pong Phrea) en Pui Kham (Amphoe Muang, Tambol Sa-a Dong Chai).

De Bisu onderscheiden zich niet alleen door hun klederdracht en folklore van hun buren. Eén van de redenen waarom ze door de ‘gewone’ Thai scheef worden bekeken ligt in het feit dat ze weigeren zich tot het Boeddhisme te bekennen. Heel het leven van de Bisu staat in het teken van de band tussen de levenden en hun dode voorgeslacht. Ik overdrijf niet wanneer ik stel dat er wellicht geen andere etnische minderheid in Thailand is te vinden die zo geobsedeerd is door de geestenwereld als de Bisu. Vrijwel al hun inspanningen zijn er op gericht om de invloed van boze geesten uit hun leven te weren. Deze bijna maniakaal aandoende angst voor boze geesten is er volgens veel antropologen overigens de oorzaak van dat ze zo arm zijn en blijven. De Bisu willen kost wat kost in vrede leven en zijn er rotsvast van overtuigd dat indien de boze geesten genegeerd worden, dit onvermijdelijk tot onnodig lijden, dodelijke ziekten en andere rampspoed zal leiden. Bijgevolg spenderen ze een buitenproportioneel groot gedeelte van hun inkomsten aan allerhande offers om deze demonen te sussen en tevreden te houden. Een levenswijze die niet bepaald bevorderlijk blijkt te zijn voor hun levensstandaard…

De Bisu zijn, door hun geringe aantal, bedreigd in hun voortbestaan.  De laatste jaren werden er weliswaar contacten gelegd met numeriek veel sterkere Bisu-gemeenschappen in de Volksrepubliek China, Birma en Laos maar het is nog maar de vraag of deze kruisbestuiving effect zal hebben. De taal lijkt in ieder geval een verloren zaak te worden, want pas in de jaren zeventig van de vorige eeuw werden de eerste pogingen gedaan om deze op schrift te stellen.


» Laat een reactie achter


No votes yet.
Please wait...

9 reacties op “De Bisu binnenkort uitgestorven?”

  1. Cornelis zegt op

    In Huai Chompu, rond de 25 km westelijk van de stad Chiang Rai, nabij de rivier (Mae Kok) is inderdaad zo’n gemeenschap. Ik zie nogal eens de benaming Hisu, maar dat zal een uitspraak-verschil zijn. Je komt er door de rivier via een slingerende hangbrug over te steken, een km of zes voorbij het Karen olifantenkamp in Ruammit.
    Ik heb nooit het verhaal hierachter gekend, dus bedankt voor je beschrijving, Lung Jan!

    • Cornelis zegt op

      Ik bedoel: Lisu.

    • Lung Jan zegt op

      Beste Cornelis,

      Alhoewel de Lisu die in Noord-Thailand wonen ook uit Yunan komen zijn er wel degelijk verschillen met de de numeriek veel kleinere Bisu. Alleen al het verschil in traditionele kledij tussen de kleurrijke Lisu en de eerder sobere Bisu is opvallend. Ik kan deze naamsverwarring overigens perfect begrijpen want voor de meeste etnische Thai zijn deze minderheidsgroepen die vaak foutief als ‘mountain people’ worden omschreven één pot nat…

  2. Frank Kramer zegt op

    Beste Lung Jan, veel dank. Boeiend!

    Veel stammen, natuurlijk verschillende uiterlijkheden, klederdracht, voedsel, gebruiken. Verschillende geschiedenis ook. Ik denk altijd maar dat ik van iedere cultuur iets leren kan. heb niet zo snel een negatief oordeel. ben meer geboeid.

    Ik heb ooit in een ouder boek over Thailand gelezen dat de dames van de Lisu (is mogelijk bisu) doorgaans zo opvallend bevallig mooi waren, dat ze gedreven door armoede bijna allemaal in de grote stad gingen werken. Waar vaak de mooiste dames of de beste baantjes krijgen, of in ieder geval jobs waarin ze met hun uiterlijk geld konden verdienen. Ik las dat boek omdat ik naast alles wat er in Chiang Mai zo leuk kan wenken en glimlachen (Mister, massaaaaaad?) een meisje trof waarvan ik meende dat ze echt wel super mooi en aardig was. Van haar was ik, oude man, echt onder de indruk. Ik ben enkele keren door haar gemasseerd, allemaal heel erg netjes. Zij vertelde mij dat zij Lisu was. dus ik via het internet eens op zoek gegaan. Geen idee of u dat herkend van die laatsten der Lisu?

    Ik hoor van een Ierse vriend in Chiang Mai, een vertaler en redacteur van wetenschappelijke boeken over o.a. stammen en oude volkerenetc. Hij verteld mij van een bevriende wetenschapper die sterk geïsoleerde dorpen bezoekt, om er vervolgens een hele poos te blijven voor onderzoek, dat tot voor kort in de laatste geïsoleerde Akah stam gehuchten er nog een heel eigen vorm van wetten en regels werd of wordt gehanteerd. Hardop zeggen ze werd, verleden tijd. En naar verluid, in extreme gevallen komt dat mogelijk toch nog wel voor.

    Mannen die zich daar slecht en overspelig gedragen tegenover hun vrouw, worden één keer door een speciale dorpsraad gewaarschuwd. Als de man zijn liederlijke gedrag niet verbeterd, dan is hij op een gegeven moment simpelweg spoorloos verdwenen en wordt hij of zijn lichaam nooit meer terug gevonden.
    De dorpsraad die de dames beschermt en ‘recht’ spreekt.

    Nu kunnen wij vanuit Nederland mogelijk zulke zaken raar of achterlijk vinden. een oordeel is snel geveld.
    Maar Nederland is ook nog maar net uit de klei getrokken. In mijn familie was de broer van mijn overgrootvader een bijzondere man. Streng gelovig en hard werkend. Maar iedere zondag stonden er hele lange rijen voor zijn boerderij ergens in de Peel. Hij had een gave. Vaak werden mensen met eenvoudige kwalen genezen door zijn handoplegging en gebed. Iets wat hij gratis deed en wat een hele belasting was naast een 6 daagse werkweek. Totdat op een nacht twee kinderen in verschillende gezinnen aan de wiegdood stierven. Die dag werd er op zijn erf ook een zwarte kat gezien. En het gezin werd vervolgens met hooivorken en fakkels het dorp uit gedreven. Dat was nog in de vorige eeuw…

    Lung Jan, graag meer verhalen!.

  3. frank h vlasman zegt op

    dit zijn dan de artikelen die je ECHT wilt lezen op dit blok. Vele zouden voor mij in een ander mogen staan,ok,verwant aan deze.

  4. ruudje zegt op

    niet te vergeten het MLABRI volk , ook gekend als the yellow leaf people .
    Hiervan leven er maar ongeveer een 400 stamleden , enkel in thailand

    ruudje

    • Lung Jan zegt op

      Beste Ruudje,

      Over de merkwaardige Mlabri of Phi Thong Luang heb ik op 18 juli 2019 op deze blog geschreven…

    • Antoine zegt op

      zelf wonende in Maechan(Bij Chiangrai in de buurt), kan ik toevoegen dat de Mlabri een erg klein bergvolkje is wat aan twee kanten van de grens met Laos woont. Ze hebben in het dagelijkse(Thaise) leven niets te lachen, erg arm en krijgen zo goed als geen aandacht van de regring en de thaise bevolking.De in het thais ผีตองเหลือง (uitsprekend: [pʰǐ tɔŋ lʉ̌aŋ] – Geesten der gele bladeren) stammende beschrijving is terug te voeren op de zede van de mlabri, een snel op te zetten afdak van met name bananenbladeren weer te verlaten, zodra de bladeren zich geel gekleurd hebben, op die manier waren deze verlaten plekken het enigste spoor in de bergen die jagers uit thailand en laos van hun vonden. De Mlabri waren Jagers en verzamelaars en leefden decennia lang in de omgeving van Nan. De Mlabri zijn vandaag de dag gedwongen om ter plekke te leven. Een dorp wordt min of meer door een christelijke missie geleidt, een ander dorp staat onder de hoede van de plaatselijke Hmong.

      De taal van de Mlabri wordt de Khmu-Groep der Mon-Khmer-talen toegerekend. De deenseLinguist Jørgen Rischel heeft een werkstuk geschreven van de mlabri-taal.

  5. Antoine zegt op

    ik denk zelfs dat de Mlabri nog kleiner is dan de Bisu, in 1993 werden er maar ca 200 geteld in thailand en ongeveer 30-50 in laos


Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website