
Wat was mij nu weer overkomen? Die vraag hoorde ik mezelf hardop stellen, alsof ik het antwoord ergens in de lucht kon vinden. Een dag later zat ik met een kop koffie op mijn balkon, in Naklua, en probeerde ik te begrijpen wat er gisteravond nu precies gebeurd was. Niet alleen de ontmoeting zelf, maar vooral wat erna kwam. Het moment waarop je denkt dat je alles ongeveer begrijpt, en iemand dan ineens een deur openzet naar een wereld waar jij nog nooit echt bent binnen geweest.
De prachtige dame die mijn hoofd op hol had gebracht, bleek een verleden te hebben. En niet zomaar een verleden, maar een verleden in een ander lichaam. Geboren als jongetje, maar uitgegroeid tot een vrouw zoals ik er zelden een heb gezien. Het was alsof ik een wonder aanschouwde. Ik schrijf dit op en ik hoor mezelf bijna denken: Nico, doe normaal. Maar zo voelde het echt.
En het meest bizarre was misschien nog wel dit: waarom had ik niets, maar dan ook niets, gemerkt?
Het was ook haast onmogelijk. Er was niets mannelijks aan haar. Geen grove handen, geen grote voeten, geen adamsappel. Geen stem die ‘net niet’ is. Gewoon op en top vrouw. Ik voelde me tegelijk onder de indruk en een beetje dom. Alsof ik naar een puzzel had gekeken en pas later doorhad dat er überhaupt stukjes ontbraken.
Toen ze me haar ‘geheim’ vertelde, veranderde de sfeer direct. Niet omdat zij veranderde, maar omdat er iets in mij aanschoot. Je hoofd schakelt dan in één klap over naar een soort waakstand. En ik stelde meteen de verkeerde vraag.
“Waarom heb je me dat niet eerder verteld?” vroeg ik, op een toon alsof ze me iets verschuldigd was.
Ze keek me strak aan. “Hoezo?” zei ze. “Had dat iets uitgemaakt?”
Die bal kaatste ze terug met een precisie waar ik weinig tegenin kon brengen. Wat moest ik daarop antwoorden? Ik wilde haar niet beledigen, ik wilde niet als die farang overkomen die in paniek raakt. Maar ik voelde ook dat ik niet wist wat ik voelde.
“Dat weet ik niet,” zei ik uiteindelijk, en ik meende het. Ik wist het echt niet.
“Heb je ervan genoten?” vroeg ze.
Ja, dat kon ik niet ontkennen.
“Wat is het probleem dan?” ging ze door. En toen kwam het, duidelijk en met een lichte irritatie: “Ik ben een transvrouw. Geen ladyboy.”
Ik voelde meteen dat ik op eieren liep. Ik wist dat een vrouw die een volledige transitie heeft ondergaan absoluut niet vergeleken wil worden met het woord ladyboy. Dat is voor veel mensen iets heel anders. En het wordt als kwetsend ervaren, alsof je zegt: je bent niet echt. Terwijl dat voor haar precies de strijd is geweest.
“Ja, dat weet ik,” zei ik snel, om de angel eruit te halen. Niet omdat ik het zo goed wist, maar omdat ik merkte hoe belangrijk dat onderscheid voor haar was.
Ik zei dat ik haar verhaal wilde horen, en dat meende ik. Want als ik eerlijk ben, voelde ik op dat moment ook schaamte. Niet om haar, maar om mezelf. Om mijn reflex. Om die automatische hokjes in mijn hoofd.
Ze haalde diep adem en begon te vertellen.
“Ik ben dan wel geboren als jongetje,” zei ze, “maar ik heb me nooit zo gevoeld.”
En toen kwam het verhaal dat je vaker hoort, maar dat je pas echt begrijpt als iemand het je in de ogen vertelt. Spelen met poppen in plaats van autootjes. Meisjeskleren aantrekken als dat even kon. Lang haar willen, geïnteresseerd zijn in make-up. En ja, gepest worden. Niet een beetje, maar hard.
“Voor buitenlanders lijken Thai zacht en vriendelijk,” zei ze, “maar Thai onderling kunnen keihard zijn.”
Dat zinnetje bleef hangen. Omdat ik het ergens herkende. Ik heb het zelf ook gezien, in kleine dingen. Een opmerking die net te scherp is, een lach die niet lief is, iemand die buiten de groep wordt gezet. Je ziet het niet altijd meteen, maar het zit er wel.
Ze vertelde dat ze een volledige transitie wilde, maar dat haar ouders het niet konden betalen. Dus besloot ze naar Europa te gaan om te werken. Ze zei het vrij neutraal, maar ik voelde dat er een prijskaartje aan dat besluit hing. Toen ik vroeg wat voor werk ze had gedaan, wilde ze wederom geen antwoord geven. Ze keek even weg. Dat was duidelijk een grens.
Ik liet het daarbij. Soms moet je niet doorvragen. Niet omdat je bang bent voor het antwoord, maar omdat je iemands waardigheid niet in stukjes hoeft te trekken om je eigen nieuwsgierigheid te voeden.
Ze had in een paar jaar genoeg gespaard. Daarna, zei ze, is ze geopereerd door een van de beste Thaise artsen. “Vanaf dat moment kon ik als vrouw door het leven,” vertelde ze, met een soort opluchting die je niet kunt spelen.
Ze probeerde het daarna als model. Het lukte ook. Ze had die uitstraling, dat zag ik nu nog steeds. Maar het wereldje beviel haar niet. Te oppervlakkig, te veel kijken en te weinig zien.
De afgelopen jaren had ze verschillende relaties gehad met Thaise mannen, maar dat was geen succes. “Misschien past een farang beter bij mij,” zei ze. En toen, met een blik die ik niet helemaal kon plaatsen, voegde ze eraan toe: “Maar dan moet die farang mij wel accepteren.”
Dat voelde als een sneer richting mij. En eerlijk? Ik verdiende hem misschien ook wel.
Ik probeerde uit te leggen wat er in mij gebeurde. “Je moet begrijpen dat ik je respecteer als vrouw,” zei ik, “maar dit is ook nieuw voor mij.”
Ik merkte meteen dat het gevoelig lag.
“Hoezo nieuw?” zei ze. “Je wilt een vrouw en je krijgt een vrouw. Wat is dan het probleem?”
Daar kon ik niet goed een antwoord op geven. Want ergens had ze gelijk. Wat doet het verleden ertoe, zolang het geen crimineel of duister verhaal is? Wat doet het ertoe als iemand nu voor je zit als zichzelf?
Het is alleen het idee. Dat ene irritante woord. Het idee dat je ergens in je hoofd nog in hokjes denkt. We doen graag alsof we progressief zijn, ruimdenkend, modern. Maar als het dichtbij komt, merk je hoe diep bepaalde beelden zitten. Hoe hard je bent opgevoed met een bepaald plaatje van wat ‘man’ is en wat ‘vrouw’ is. Dat zit er behoorlijk ingeramd.
En ineens besefte ik iets: zij vocht al haar hele leven voor erkenning. Voor het simpele recht om niet uitgelegd te hoeven worden. Om niet telkens weer door een ander beoordeeld te worden op iets wat in het verleden ligt.
Ik keek haar aan en voelde dat ik een keuze moest maken. Niet alleen over haar, maar ook over mezelf. Over wie ik wil zijn.
Ik besloot het een kans te geven.
“Je hebt gelijk,” zei ik. “Het maakt niets uit.” En ik gaf haar een kus.
Ik zag tranen in haar ogen. Zacht, snel, alsof ze ze eigenlijk niet wilde laten zien. Maar ze waren er. Erkenning is voor haar alles. Ze wil gewoon als een volledig geaccepteerde vrouw door het leven.
Ik zei iets wat ik echt meende, en het kwam er spontaan uit: “Die arts die jou geopereerd heeft, verdient een standbeeld. Je bent een prachtige vrouw.”
Ze viel me om de nek. Niet overdreven, niet als theater, maar als iemand die eindelijk even niet hoeft te vechten. En ja… de nacht duurde nog lang.
En vanochtend, met die koffie op mijn balkon, dacht ik vooral één ding: soms zet het leven je voor een spiegel die je niet had besteld, maar die je wel nodig had.
Wordt vervolgd.
Ingezonden door Nico
