Dagboek van een Thailandganger (deel 33) – De ontmoeting die me liet twijfelen aan alles wat ik dacht te weten

Het was eindelijk zover. De oogverblindend mooie dame uit Chiang Mai zou naar Pattaya komen, niet zomaar voor een drankje, maar om mij echt beter te leren kennen. Ze had een hotel geboekt in Pattaya Klang, lekker centraal, en ik merkte dat ik er al dagen naar uitkeek. De afgelopen tijd kabbelde alles wat voort. Het was niet eens vervelend, eerder… vlak. En dan is een beetje reuring precies wat je nodig hebt.
Het hielp ook niet dat mijn Vlaamse vriend even uit beeld was. Hij zat bij de schoonfamilie in Isaan en daardoor werd het stiller dan me lief was. Je kunt Thailand nog zo mooi vinden, en ja, je beleeft hier vaak meer dan in Nederland, maar je kunt ook hier in een ritme belanden waarin de dagen op elkaar gaan lijken. Als je niet oplet, sluipt de verveling zachtjes naar binnen, alsof het vanzelfsprekend is dat je wel weer iets leuks zult meemaken. Maar zo werkt het niet. Je moet zelf beweging maken.
Ik probeerde dat ook. Ik sport wat meer, heb het Thais weer opgepakt en kijk af en toe Nederlandse programma’s terug. Ik schrijf. Ik bel. Ik app. En toch, als ik eerlijk ben, zit mijn meeste plezier in reizen. Ik was alweer plannen aan het maken voor Bangkok. Die stad blijft me trekken, rauw en overweldigend tegelijk, alsof je er telkens iets nieuws van jezelf ontdekt.
Vandaag was ze aangekomen. We spraken af om ’s avonds ergens te gaan eten en ik vroeg of ik haar bij het hotel moest ophalen. Dat vond ze een goed idee. Om stipt zeven uur stond ik in de lobby, op tijd zoals altijd. Ik heb een hekel aan wachten, vooral als ik me al in mijn hoofd heb ingesteld op een avond die ergens naartoe gaat.
Na een kwartier stuurde ik ongeduldig een berichtje. Ze kwam eraan. Nog tien minuten later voelde ik mijn geduld rafelen. Ik dacht zelfs heel even: laat maar. Niet omdat ik haar niet wilde zien, maar omdat dat wachten iets in mij aantikt. Alsof ik dan ineens moet bewijzen dat ik het niet erg vind, terwijl ik het wel erg vind.
En toen ging de lift open.
Alles viel weg. Ze zag er opnieuw prachtig uit, misschien zelfs net iets te chic voor Pattaya, maar juist dat gaf haar iets onaantastbaars. Ze vulde de lobby met haar aanwezigheid. Ik zag andere hotelgasten kijken dat soort kijken. Mijn irritatie verdampte zonder dat ik er iets voor hoefde te doen. Het voelde bijna gênant hoe snel dat ging.
Normaal loop ik graag een stuk, maar dit keer leek een taxi verstandiger. Ik bestelde een Bolt en door de chaos van Pattaya duurde het alsnog even voor we aankwamen. Dat gaf niets. In de auto praatten we wat. Haar Engels is redelijk, het mijne deed zijn best, en dat was eigenlijk al genoeg om een soort verbinding te voelen. Ze vertelde dat ze een tijd in Europa had gewerkt. Waar precies en wat ze deed, hield ze vaag. Ik vroeg het nog een keer, kreeg geen echt antwoord en liet het toen maar. Je hoeft niet alles meteen te weten, zei ik tegen mezelf. Soms mag iets ook gewoon groeien.
In het restaurant vloog de avond voorbij. We dronken wijn, lachten en ze lachte veel. Misschien net iets te veel om mijn soms flauwe opmerkingen, maar ik nam het als een compliment. We verplaatsten ons naar het terras. De lucht was zwoel en het gesprek werd losser, alsof de stad om ons heen langzaam zachter ging staan.
En toch begon er iets te wringen.
Alles voelde zo perfect dat het bijna onwerkelijk werd. Ze was te mooi, te attent, te lichamelijk. Ze raakte me vaak aan, heel vanzelfsprekend, en ik had het vreemde gevoel dat zij mij aan het versieren was. Dat was nieuw voor me. En het maakte me tegelijk gevleid en onrustig, alsof ik ergens mijn houvast kwijt was.
Die onrust, samen met de wijn en de aantrekkingskracht, zorgde ervoor dat ik mijn gezonde wantrouwen parkeerde. Ik sloeg wat stappen over en besloot vaart te maken. Ik stelde voor om naar mijn condo te gaan, omdat ik daar nog een paar goede flessen wijn had liggen. Ze leek totaal niet verrast door mijn directheid. Ze stemde meteen in, zonder aarzeling. We namen opnieuw een Bolt, nu richting Naklua.
Op het balkon, met een glas wijn in haar hand, kwam ze steeds dichterbij. Ze nam het initiatief. Alles ging snel, bijna alsof het al besloten was voordat ik het zelf doorhad. We belandden in de woonkamer. Het bed haalden we niet. Ik ga daar verder niet over uitweiden. Het was intens. Overrompelend. En als ik eerlijk ben, ook verwarrend.
Even later zaten we bij te komen. Mijn hartslag daalde langzaam en ik probeerde mijn gedachten weer op een rij te krijgen. Ze pakte mijn hand en zei dat ze me iets moest vertellen. Mijn hoofd schoot direct in de hoogste versnelling. Ik zag allerlei scenario’s voorbij komen. Geen goede.
“Ik ben geboren als een jongetje,” zei ze rustig.
Ze keek me indringend aan, alsof ze mijn reactie al kende en toch hoopte dat ik haar zou verrassen.
Het werd stil. Te stil. In mijn hoofd klonk een doffe klap, alsof er iets verschoof dat ik nog niet had benoemd. Ik voelde van alles tegelijk: verrassing, verwarring, ongemak. En ook schaamte, al wist ik niet meteen waarom. Misschien omdat ik zo zeker dacht te weten wat ik zag. Misschien omdat ik me afvroeg wat dat over mij zei, over mijn verlangen, over mijn grenzen, over mijn aannames.
Ik zei niets. Nog niet. Ik moest eerst voelen wat dit met me deed, zonder meteen iets te roepen dat ik later niet meer kon terugnemen.
En daar, op dat moment, besefte ik hoe weinig controle je soms hebt over je eigen emoties. Hoe snel aannames sneuvelen als iemand eindelijk eerlijk is. En hoe ingewikkeld eerlijkheid kan zijn, juist als die op een moment komt waarop je hoofd en je lijf nog door elkaar lopen.
Wordt vervolgd.
Ingezonden door Nico

Just close your eyes and Enjoy the ride Nico !!
Tja, is mij ook een keer overkomen.
Het leek een prachtige vrouw, alles erop en eraan, stem was vrouwelijk.. alleen vond ik haar vagina wat ‘kort’, kon er niet echt diep in. Dan gaan je kritisch kijken… hmm die handen zijn toch wel een tikkie groot.
Zij gaf het toe…
Mooi verteld, inclusief het cruciale moment (cliffhanger) waarop je simpelweg moet zeggen “ja so what?” omdat het niets uitmaakt hoe ze er bij geboorte bij lag 😉 — dan is de toekomst open, en slaan er geen deuren dicht.