Nok’s World – Het eten van Frans (deel 4)

Frans hield van eten. Dat was duidelijk zichtbaar en hij maakte er zelf grappen over, wat de reden was dat je hem altijd mocht en nooit medelijden met hem had. Iemand die zelfspot heeft over zijn eigen buik is een man die weet wie hij is, of in ieder geval een man die niet wil dat je er te lang bij stilstaat. Ik wist nog niet welke van de twee het was, maar ik vond het wel prettig. Mannen die zichzelf te serieus nemen, zijn vermoeiend in dit werk.
De mama-san maakte regelmatig iets voor hem klaar in de keuken achter de bar. Niet omdat het in de taakomschrijving stond maar omdat Frans al zo lang kwam en zo goed was voor iedereen dat het gewoon zo gegroeid was. Hij at Thais, alles, zonder te klagen over scherpte of vreemde ingrediënten. Dat waardeerden we. Toeristen die bij elk gerecht vroegen “is it spicy?” terwijl ze in Pattaya zitten worden op een gegeven moment een beetje vermoeiend. Frans vroeg nooit iets. Hij at wat er was en zei dat het lekker was, en meestal meende hij het ook.
Wat ik minder prettig vond om te zien was de rest. De sigaretten, het bier, de lange avonden op zijn kruk zonder dat hij bewoog tenzij het echt nodig was. Ik ben opgegroeid in Roi Et waar mijn oma elke ochtend om vijf uur opstond om haar moestuin bij te houden, en waar een man van zijn leeftijd nog gewoon op een fiets zat. Frans en een fiets, dat was een beeld dat ik niet bij elkaar kon brengen. Ik zei er niets van. Het was niet mijn plaats en hij had er niemand voor nodig die hem vertelde hoe hij moest leven. Maar ik dacht het wel.
Op een middag, het was nog vroeg en de bar was bijna leeg, zat Frans met zijn laptop en een bord pad see ew. Ik had net mijn shift erop zitten en at zelf ook wat, een bakje rijst met gezouten ei dat ik had meegenomen van de markt. We zaten een tijdje zonder veel te zeggen. Dat was prettig aan Frans. Je hoefde niet altijd te praten. Bij de meeste klanten voelde stilte als een probleem dat opgelost moest worden. Bij Frans was het gewoon stilte.
Hij vroeg of ik kon koken. Ik zei dat ik kon koken wat mijn moeder me had geleerd: khao tom, laab, som tam, de gewone dingen uit Isaan. Hij zei dat khao tom zijn lievelingsontbijt was en dat hij het in Nederland nooit goed kon vinden. “Ze snappen er niets van,” zei hij, op de toon van iemand die dit al vaker had gezegd zonder dat het hielp. Ik zei dat ik hem ooit khao tom zou maken. Hij zei “doe dat” en leunde achterover met zijn sigaret.
Ik wist dat hij het half als beleefheid bedoelde. Een prettige belofte tussen twee mensen die elkaar in een bar kennen. Maar ik ben een Isaan meisje en als ik iets zeg dan doe ik het ook, anders zeg ik het niet. Dat heeft mijn moeder me geleerd en dat heeft ze goed gedaan.
De volgende ochtend stond ik vroeg op, liep naar de markt en kocht rijst, bouillon, gember, lente-ui en een stuk verse vis. Ik maakte een pan khao tom in de keuken achter de bar terwijl Fon nog sliep en de straat buiten nog rustig was. Daarna stapte ik de bar in, waar Frans al zat zoals hij altijd al zat als de dag nog maar net begonnen was. Of de mama-san hem een sleutel had gegeven of gewoon altijd voor hem opendeed wist ik nooit precies, maar hij was er altijd.
Hij keek naar de pan en toen naar mij. Er was even iets in zijn gezicht wat ik niet vaak zag bij Frans, een soort verrassing, echte verrassing, niet de beleefde versie. “Je meent het,” zei hij.
“Ik zeg wat ik doe,” zei ik.
Hij at twee kommen leeg. Hij zei dat het beter was dan wat hij ooit in een restaurant had gekregen. Misschien overdreef hij een beetje, Frans overdreef wel vaker als hij iets lekker vond. Maar hij zei het op de manier waarop hij de meeste dingen zei, recht vooruit, zonder ingewikkelde tussenzinnen, en ik geloofde hem.
Ik keek naar hem terwijl hij at en dacht aan wat Fon me een keer had gezegd: dat Frans goed was voor de meisjes maar niet altijd even goed voor zichzelf. Ik begreep nu beter wat ze bedoelde. Hij gaf makkelijk, aan Lek die huilend in de keuken zat, aan anderen die iets nodig hadden, zonder er iets voor terug te verwachten. Maar wie zorgde er voor Frans?
Ik zette een tweede kom voor hem neer zonder iets te zeggen.
Hij keek op, knikte even, en at door.
Dat was genoeg.
Delen die al eerder verschenen zijn:
Nok’s World — De eerste avond (deel 1)
Nok’s World — Tuk-Tuk (deel 2)
Nok’s World — De verkeerde telefoon (deel 3)
Ingezonden door Hans




