()

AOW-plannen ‘on hold: Een zucht van verlichting of stilte voor de storm?

Amper enkele dagen na de AOW-debatten in de Tweede Kamer besloot het kabinet om een “pas op de plaats” te maken met het omstreden AOW-plan vanwege de massale maatschappelijke en politieke weerstand. Premier Jetten verklaarde de kritiek “luid en duidelijk” te hebben gehoord en kiest nu voor een fase van luisteren en overleg in plaats van directe invoering. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaat de komende tijd met “iedereen” praten. “Ik ga eerst het land in en rustig luisteren”, aldus Vijlbrief. “Stapje voor stapje”. Maar komt die beste man ook naar Thailand? Er valt hier ook nog wel wat te aanhoren!

“Pas op de plaats”, “rustig luisteren” en “stapje voor stapje”. De woorden van premier Jetten en minister Vijlbrief (Sociale Zaken) klonken gisteren bijna sussend tijdens de wekelijkse persconferentie. Na weken van felle protesten, boze vakbonden die wegliepen van de onderhandelingstafel en een dreigend Malieveld vol actievoerders, heeft het kabinet de omstreden plannen voor een versnelde verhoging van de AOW-leeftijd voorlopig geparkeerd. https://nos.nl/artikel/2605191-kabinet-werkt-nu-niet-verder-aan-aow-plan-pas-op-de-plaats-en-luisteren

Voor de gemiddelde Nederlander lijkt de kou uit de lucht. Voor de Nederlander in Thailand een reden om een blikje Chang extra open te trekken. Terwijl de NOS kopt dat het kabinet de “emotie heeft onderschat”, zien we in de kleine lettertjes van het politieke spel in Den Haag een heel andere beweging. De miljarden die de overheid misloopt door de AOW-leeftijd niet te verhogen, moeten ergens anders vandaan komen. Uit Thailand bijvoorbeeld!

In de wandelgangen van de Tweede Kamer wordt inmiddels openlijk gesproken over “verzachting” voor de zware beroepen in Nederland, te betalen door de zogenaamde “rijke ouderen”. En natuurlijk: wie met een groots pensioen en een ‘pool villa’ met dubbele parking in het zonnige Thailand geniet, valt in de ogen van de Haagse rekenmeesters al snel in die laatste categorie. ‘Er staat wat te gebeuren’, wordt er om het hardst geroepen. Maar is dat wel zo?

De Feiten scheiden van Haagse Bluf

Welke zijn de recente ontwikkelingen aangaande AOW en pensioen? Wat betekent de “pas op de plaats” van Jetten voor onze portemonnee in Thailand? En hoe verhoudt dit alles zich tot het nieuwe belastingverdrag waar op dit moment de Raad van State mee bezig is?

1. De weerstand tegen de plannen van Jetten

Er bleek grote weerstand tegen de AOW- plannen van Jetten. Het kabinet-Jetten wilde de AOW-leeftijd vanaf 2033 sneller laten stijgen door deze één-op-één te koppelen aan de stijging van de levensverwachting. Het plan, bedoeld om 2,7 miljard euro te besparen en de vergrijzingskosten te dekken, zou de pensioenleeftijd aanzienlijk sneller verhogen dan voorheen afgesproken. De bedoelingen waren voor Jetten duidelijk: bezuinigen op overheidsuitgaven, de onbetaalbaarheid van de AOW oplossen, en het financieren van defensie-verplichtingen.

Maar het leidde tot boze reacties van vakbonden en oppositie, omdat het afspraken uit het Pensioenakkoord van 2019 overboord gooit. De vakbonden wezen het plan resoluut af en dreigden met grootschalige acties als het voorstel niet van tafel zou gaan. Zij vinden dat vooral werkenden met zware beroepen onredelijk hard worden geraakt door een snellere verhoging van de AOW-leeftijd. De oppositie gooide er tientallen moties tegen aan.

De coalitie (D66, VVD en CDA) beschikt over slechts 66 zetels in de Tweede Kamer en is voor de uitvoering van plannen afhankelijk van de oppositie. Tijdens het debat over de regeringsverklaring bleek er geen enkele steun. Een meerderheid wilde het kabinet dwingen de plannen af te leggen, of fundamenteel aan te passen. Premier Jetten reageerde hier uiteindelijk op door aan te geven dat het kabinet teruggaat naar de tekentafel.

De AOW-leeftijd blijft nu voor de jaren 2026 en 2027 ongewijzigd op 67 jaar. Vanaf 2028 staat een verhoging naar 67 jaar en drie maanden gepland, zoals eerder al neergezet in bestaande wetgeving. Zou daarna toch Jetten zijn winst halen en de AOW-leeftijd stijgen door een snellere koppeling aan de levensverwachting, dan kan dat leiden tot een AOW-leeftijd van circa 72 jaar. Voor huidige twintigers. Rond 2070: een jaartal om te onthouden!

2. Een spookbeeld geparkeerd

Het spookbeeld om de AOW-leeftijd vanaf 2033 sneller te laten stijgen, en de AOW-leeftijd voor jongeren, onze kleinkinderen, naar de 70 tot 72 jaar te brengen: die is gelukkig voorlopig weg.

Dat gaandeweg dit of volgend jaar gepensioneerden weer voor AOW-premie zouden worden aangeslagen: ook die gedachte is geparkeerd. We zouden daarmee te maken krijgen met een loonheffing van 26,07% in plaats van 8,17% (2025). Meer dan een verdrievoudiging. Maar op Ministeries en onder economische adviseurs blijft de gedachte aan deze premieheffing een van de vele die rondgaan bij het bedenken van maatregelen om de kosten van de vergrijzing te drukken. Omdat nou eenmaal de AOW-kosten de overheidsbegroting zwaar belasten. Een toekomstig debat om de premievrijstelling voor 67-plussers af te schaffen blijft een mogelijkheid.

Volledige fiscalisering van de AOW is ook zoiets. De politiek zal kiezen voor de weg van de minste weerstand. Ze zullen de AOW-uitkering bruto waarschijnlijk niet verlagen (te moeilijk), maar via de fiscalisering de netto-uitkering voor de ‘rijke oudere’  langzaam laten verdampen.

3. Er doemt een echt spook op

De grootste financiële dreiging zit ‘m in de status van Thailand als niet-EU/EER-land. Omdat we  buiten de EU/EER wonen, is er in Nederland geen recht op heffingskortingen. Als straks Nederland onder het nieuwe belastingverdrag alle loonheffing gaat inhouden, verliezen de aftrekposten en vrijstellingen van Thailand volledig hun belang. Zij worden irrelevant.

Bij het invullen van een PND 90 of 91 in de nieuwe situatie zul je merken dat de Thaise kortingen volledig “leeg” zijn geworden; ze verlagen een belasting die je toch al niet hoefde te betalen vanwege de Nederlandse heffing. Die kortingen doen niets voor je portemonnee. Nederland- bronland wijst voor de heffingskortingen naar Thailand-woonland, maar Thailand geeft ons kortingen op een belastingbedrag dat door de Nederlandse claim al is verdampt. Het resultaat? We betalen de hoofdprijs in Nederland, en de kortingen in Thailand laten aan ‘leegheid’ verder niets meer te wensen over. Het fungeert als een wassen neus.

De Thaise Tax Credit is de Truc van Nederland! Het is een holle maatregel, en volgens Nederlandse vocabulaire is iets wat hol is, van binnen leeg.

Nu zelfs over bedrijfspensioenen geen Thai tax-betaling plaatsvindt, is C-biljet-teruggave geheel uit de gratie. Kan tot en met dit jaar de in Thailand betaalde belasting worden gecompenseerd met terugbetaling door de Belastingdienst van de heffing over je bedrijfspensioen: dat is met het nieuwe belastingverdrag van de baan. Er is vooràf betaald in Nederland, Thailand hoeft en doet  niks achteràf, je portemonnee minder gevuld. Als bronland gaat Nederland 100% belasting heffen, als woonland kijkt Thailand toe: je betaalt 100% in Nederland zonder kortingen.

Onder het nieuwe verdrag heft Nederland alle bronbelasting. Hoewel de Thaise wetgeving persoonsgebonden aftrekposten kent, zijn deze voor Nederlandse gepensioneerden letterlijk van ‘nul’ en generlei waarde. De Thaise belasting wordt door de Thaise  tax credit gereduceerd tot Baht ‘nul’  De enige plek waar de fiscale draagkracht en de menselijke maat kunnen worden bepleit, is bij de bron: in Nederland.


De uiteindelijke belastingdruk wordt bepaald door Nederland. Of je in Thailand nu ฿ 1.000.000 aan aftrekposten hebt of ฿ 0, dan nog blijft je eindafrekening onder de streep hetzelfde: je was  het bedrag al aan de Nederlandse fiscus kwijt. Er is in Thailand-woonland geen belastbaar inkomen voorhanden om kortingen daadwerkelijk te verzilveren. En dit laatste zal de crux blijken. Zowel aan de RvS als aan de Commissie Financiën van de Tweede Kamer zijn door mij over dit punt nota’s verstuurd. De inhoud ervan wordt in de beraadslagingen meegenomen. 

Kortom: terwijl een gepensioneerde in Nederland door de heffingskortingen over de eerste

€ 20.000 aan inkomen per saldo geen cent belasting betaalt, wordt de Nederlander in Thailand direct vanaf de eerste euro aangeslagen voor 8,17% (2025). Voor een modaal AOW-inkomen betekent dit een ‘Thailand-boete’ van ruim anderhalf duizend euro per jaar. In Thailand betalen we die 8,1% direct vanaf de allereerste euro die we ontvangen.

3. Het spook van het Woonlandbeginsel

Waar geen spook zich aan bezondigt, is dat het Woonlandbeginsel in Thailand wordt ingezet. Laten we dat spookbeeld direct naar het rijk der fabelen verwijzen. Daar horen spoken thuis. Thailand staat niet op de lijst van landen waar de Wet BEU (woonlandfactor) op wordt toegepast. Waarom? Omdat de handhavingsafspraken tussen de Nederlandse SVB en de Thaise SSO (Social Security Office) uitstekend zijn. De SVB-controleurs weten ieders voordeur in Thailand prima te vinden. Hun SSO-collega’s de buren.

De Wet BEU verbiedt niet de export van uitkeringen naar landen als Indonesië, de Filippijnen en Thailand, en het Woonlandbeginsel heeft een eigen zelfstandige grondslag. Maar Nederland heeft met genoemde landen verdragen gesloten over de betaling van uitkeringen aan rechthebbenden in die landen. Bestaande socialezekerheidsverdragen openbreken of heronderhandelen? Er is van de Centrale Raad van Beroep ondertussen veel jurisprudentie op dat gebied. Bedenk ook dat de AOW geen bijstandsuitkering is, geen sociale voorziening, maar een volksverzekering en een inkomensvoorziening gebaseerd op het sociale zekerheidsstelsel. De AOW valt niet onder beide wetgeving.

Als op AOW-rechten moet worden beknibbeld, dan zal dat aan de kant van Nederland moeten. Zoals met het nieuwe belastingverdrag met Thailand. Dat verdrag gaat ervoor zorgen dat minder netto naar Thailand kan worden overgemaakt. Dat mindere is een rechtstreeks gevolg van het naar Nederland halen van de belastingheffing. Het is niet het gevolg van korting op AOW-rechten. Met de verlaging van het belastingdeel in de eerste schijf voor 2026 zelfs een ietsiepietsie gunstiger geworden. Maar dat minieme zet in Thailand geen zoden aan de dijk. In fiscale discussies over Thailand kun je beter maar de Wet BEU en het Woonlandbeginsel vergeten te noemen. Beiden doen geen enkele duit in of uit het zakje.

4. De Duvel uit de Doos

Na een dag debatteren over de AOW-plannen van Jetten, die geen strobreed toegaf, en nadat er tientallen moties werden ingediend om de premier op andere gedachten te brengen, was die van ‘Stoffer/Markuszower’ de laatste en de meest opvallende. Stoffer is de voorman van de Gereformeerden in de Tweede Kamer. Markuszower was tot voor kort een trouwe discipel van Wilders. Beiden gedroegen zich als Judassen: ze verstopten een ’Duvel’ in hun tekst..

1- De Tekst van de Motie

De tekst van die motie luidt als volgt:

“…. constaterende dat in het coalitieakkoord ‘Aan de slag’ het voornemen is opgenomen om de AOW-leeftijd per 1 januari 2033 één-op-één te koppelen aan de levensverwachting;

overwegende dat dit vergaande gevolgen heeft voor zowel huidige als toekomstige generaties, in het bijzonder voor lage inkomens, praktisch geschoolden en mensen met een zwaar beroep;

verzoekt de regering de voorgenomen aanscherping van de AOW-systematiek te verzachten, bijvoorbeeld middels een minder strenge koppeling, ruimere regelingen voor mensen met een zwaar beroep, een AOW-leeftijd op basis van gewerkte jaren en/of een meer flexibele AOW-systematiek op basis van bijvoorbeeld vermogen of inkomen;…..!

De tekst zegt dat de hele Tweede Kamer het eens is dat het huidige AOW/pensioenstelsel te duur is en duurder wordt. Maar ook dat het plan Jetten voor veel te veel commotie zorgt. Vandaar dat beide heren vinden dat er minder strenge maatregelen geboden zijn, dat mensen met een zwaar beroep moeten worden ontzien, en een AOW-leeftijd op basis van gewerkte jaren, en dan komt het:

“…….en/of een meer flexibele AOW-systematiek op basis van bijvoorbeeld vermogen of inkomen”.

Boven op al genoemde voorbeelden nog “een flexibele AOW- systematiek”, en niet zo maar een. Neen, het moet zijn “een systematiek op basis van bijvoorbeeld vermogen of inkomen”.

2- De Impact van de Tekst

De tekst klinkt vriendelijk, verstandig, leeft mee met de zorgen alom die er heersen bij de verschillende fracties, want vraagt om verzachting van het plan Jetten en van de ideeën achter dat plan, benoemt ook nog eens een aantal sympathieke voorbeelden die tot die verzachting kunnen leiden, maar verbergt de de ernst van de zaak in de laatste zin.

In deze zin wordt de regering verzocht te onderzoeken of de AOW inkomens- of vermogensafhankelijk kan worden gemaakt! Dit is een historische breuk met het principe dat de AOW een verzekeringsrecht is voor iedereen. Arm of rijk, links of rechts, vrouw of man of anders: de AOW geldt voor iedereen, en wie vermogen heeft en/of een groot inkomen: dat maakt niets uit. Tot nu toe dan, tenminste.

De AOW  wordt door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) beschouwd als een vorm van ‘eigendom’.  Het EHRM hanteert een breed eigendomsbegrip. Zodra je aan de wettelijke voorwaarden voldoet en rechten hebt opgebouwd, worden deze aanspraken gezien als ‘possessions’ (bezittingen) die beschermd zijn tegen willekeurige overheidsinmenging. Eigenlijk is het niet de bedoeling aan die ‘bezittingen’ te tornen.

Tenzij! De overheid mag de AOW-regels aanpassen als dit bij wet wordt geregeld, en niet bij ministeriële beschikking, er een legitiem algemeen belang dient, bijvoorbeeld de betaalbaarheid van het stelsel, en de aanpassing proportioneel is: er moet een rechtvaardig evenwicht gelden tussen het algemeen belang en de individuele last voor de burger. Er mag niet zomaar inbreuk gemaakt worden op  ‘possessions’ : een plotselinge vermogenstoets voor iemand die 50 jaar op de huidige regels heeft vertrouwd, houdt bij de rechter simpelweg geen stand. Dat wordt gezien als een ‘onevenredige last’.

Maar de toon is gezet. De overheid zoekt de miljarden, om de vakbonden tevreden te stellen, bij de mensen “die het wel kunnen missen”. Maar of dat alles gaat lukken?

3- Het is nog lang niet klaar

De  AOW is gebaseerd op een basisstelsel, waardoor het invoeren van een vermogens- of inkomensafhankelijke toets een fundamentele wijziging van de wet vereist. De vraag is of maatschappelijk er steun voor is?

De AOW-hoogte gaat in 2026 nog steeds uitsluitend over iemands woonsituatie (alleenstaand of samenwonend), niet op financiële draagkracht. Vakbonden (zoals FNV/CNV) zijn traditioneel tegen inkomensafhankelijke AOW. Zij vinden dat de AOW een recht is voor iedereen, onafhankelijk van het eigen vermogen,  en richten zich eerder op flexibilisering van de AOW-leeftijd dan op een vermogenstoets.

Flexibilisering van de AOW-leeftijd houdt in dat huidige 67 jaar als ‘spil’ fungeert, waarbij het mogelijk is de AOW-uitkering maximaal vijf jaar eerder (deels) in te laten gaan of tot vijf jaar uit te stellen. Dit biedt maatwerk voor zware beroepen, vaak met een lagere opbouw van de uitkering bij vervroeging of een verhoging van per uitgesteld jaar.

Flexibilisering van de AOW op basis van vermogen en/of inkomen  zou kunnen leiden tot een situatie waarin mensen met een hoger inkomen of vermogen minder of later AOW ontvangen, en mensen met een lager inkomen of zwaar beroep meer steun krijgen.

4- De volgende stappen

Nou, die zijn er eigenlijk niet. De motie beoogt de vergaande gevolgen van de 1-op-1 koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting per 2033 te verzachten, specifiek voor lage inkomens, praktisch geschoolden en mensen met zware beroepen. Het is een verzoek aan de regering om de aanscherping van de AOW-systematiek te heroverwegen en hierbij intensief sociale partners te betrekken. De motie is duidelijk, Jetten maakt pas op de plaats, zijn plannen gaan de polder in. Minister Vijlbrief gaat aan de slag. Indien uitgevoerd, zou dit het karakter van de AOW veranderen:  van een recht voor iedereen naar een stelsel met meer vermogens- of inkomensdifferentiatie.

5- Een (on)mogelijk tijdspad

Het gaat een zeer lange tijd duren. Hoezo? Wel hierom: als de middenklasse betaalt maar niets krijgt, stort het draagvlak voor de AOW-premie per direct in. Zo werkt dat in Nederland. Als we kijken naar de politieke en juridische realiteit van maart 2026, dan is het antwoord tweeledig: technisch is veel mogelijk, maar constitutioneel en maatschappelijk is het een weg van lange adem met nog heel veel obstakels.

In Nederland verandert de AOW niet door een pennenstreek. Als men het karakter wil veranderen van een ‘volksverzekering’ (recht op basis van ingezetenschap) naar een ‘sociale voorziening’ (inkomensafhankelijk), gaat dat een traject van jaren in. Dat komt door:

i- De 5-jaarsregel: zoals vastgelegd in Artikel 7a, lid 2 dat bepaalt dat de AOW-leeftijd vijf jaar van tevoren moet worden vastgesteld.

ii-  De RvS: hanteert vaak het principe dat de “afbouwtermijn” in redelijke verhouding moet staan tot de “opbouwtermijn”. Die opbouw is 50 jaar. De RvS waarschuwde al herhaaldelijk dat mensen de tijd moeten hebben om hun gedrag aan te passen (bijvoorbeeld langer doorwerken of extra sparen). Als je de AOW van een “basisrecht voor iedereen” verandert naar een “voorziening voor alleen de armen” (inkomensafhankelijk), tast je de financiële basis van miljoenen mensen aan. De RvS zal dan oordelen dat een termijn van vijf jaar te kort om nog een alternatief pensioenpotje op te bouwen omdat de overheid een gat slaat.

iii- De ‘Wtp-benchmark’: de Wet toekomst pensioenen (Wtp) nam 15 jaar voorbereiding in beslag: van het eerste SER-advies tot de uiteindelijke (beoogde) afronding in 2028.  De AOW is nog veel politieker geladen dan het aanvullend pensioen.

iv- De SVB en de Belastingdienst: hebben anno 2026) hun handen meer dan vol aan de hersteloperaties in Box 3 en de toeslagen. Een vermogenstoets invoeren voor 3,6 miljoen AOW-gerechtigden is een ICT-operatie die jaren aan voorbereiding vergt.

v- De Juridische Muur: van de Centrale Raad van Beroep en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EVRM), die de AOW aanmerken als een opgebouwd eigendomsrecht (Protocol 1, Art. 1 EVRM). Je kunt niet zomaar rechten afpakken die mensen gedurende 50 jaar ‘verzekerd’ zijn geweest. Een plotselinge inkomens- of vermogenstoets voor bestaande gevallen wordt juridisch waarschijnlijk genadeloos afgeserveerd als een ‘onevenredige last’. De enige juridisch houdbare weg is vaak om de regels alleen te laten gelden voor nieuwe opbouwers (bijvoorbeeld mensen die nu 40 zijn). Dat betekent dat de bezuiniging pas over 25 jaar echt effect heeft, wat de politieke ‘winst’ op korte termijn nihil maakt. We zitten dan al in 2050.

vi-  De Solidariteits-paradox: het ‘gemak’ van deze wijziging, maar eigenlijk de moeilijkheid,  hangt af van het draagvlak. De AOW is momenteel populair omdat iedereen betaalt en iedereen krijgt. Zodra de AOW een ‘voorziening voor de armen’ wordt zoals de Bijstand en de AIO, verdwijnt de prikkel voor de midden- en hogere inkomens om de hoge premies te blijven betalen. Waarom zou een werkende 17,9% premie betalen voor een pot waar hij zelf nooit aanspraak op mag maken? Gaat een Nederlander niet doen!

vii- Fiscalisering: Een verschuiving naar inkomensdifferentiatie leidt onvermijdelijk tot de roep om de AOW volledig uit de algemene belastingen te betalen (fiscalisering). Dat maakt de uitkering nog kwetsbaarder voor de grillen van de jaarlijkse begroting.Zolang de AOW een verzekering is, heb je als burger een sterk argument: “Ik heb premie betaald, dus ik heb recht op de uitkering.” Zodra het uit de algemene belastingen komt, verandert het karakter. De AOW wordt dan een sociale voorziening, net als de bijstand of de huurtoeslag. Een toekomstig kabinet kan dan makkelijker zeggen: “Dit jaar hebben we meer geld nodig voor defensie of zorg, dus we verlagen de AOW-uitkering een klein beetje.” Of zelfs een klein beetje meer!

Die hele Fiscalisering is een hoofdstuk apart, maar voor nu is van belang te weten dat: hoewel het basistarief van de eerste schijf voor AOW-gerechtigden in NL op papier stabiel blijft (17,92%), laat het Belastingplan 2026 zien dat de overheid via de achterdeur de druk verhoogt. Door de versnelde afbouw van de ouderenkorting en de beperkte inflatiecorrectie op de schijfgrenzen, betaalt de middeninkomen-gepensioneerde effectief steeds meer.

Voor ons in Thailand wonende Nederlanders geldt een specifiek regime. Wij betalen in de eerste schijf momenteel alleen de inkomstenbelasting van 8,17% (2025), en geen premies voor de Wlz en Anw. Dat lijkt gunstig, maar schijn bedriegt. Omdat we buiten de EU wonen, hebben we geen recht op de heffingskortingen. We betalen die 8,17% dus vanaf de allereerste euro. Een ‘fiscalisering’ van de AOW (het omzetten van premies naar belasting) zou betekenen dat dit tarief van 8,17% fors omhoog gaat, zonder dat we daar kortingen tegenover kunnen zetten.

viii- Een volledige fiscalisering: vraagt om een nieuw kabinet en een jarenlang traject van wetgeving. Gezien de noodzakelijke adviezen van de Raad van State en de complexe uitvoering bij de Belastingdienst, praten we hier over een tijdshorizon van zeker 5 tot 10 jaar.

ix- De Uitvoerbaarheid: voor de Nederlander in Thailand is een vermogenstoets op de eigen woning in Thailand vrijwel onmogelijk te handhaven zonder een ingrijpend nieuw verdrag of verregaande gegevensuitwisseling, wat jaren duurt om te regelen.

De kans op een dergelijke toets in Nederland alleen al is voor de AOW toch al klein vanwege het beruchte ‘Kerstarrest’ over Box 3 van 24 december 2021. Sinds die uitspraak van de Hoge Raad weet Den Haag dat elke vorm van belasting of korting op vermogen juridisch 100% waterdicht moet zijn en gebaseerd op de werkelijkheid. Voor vermogen in het buitenland (zoals een eigen woning in Thailand) is dat voor de Nederlandse overheid momenteel een onuitvoerbare opgave. Men kijkt wel twee keer uit voordat men weer een regeling optuigt die door de rechter genadeloos naar de prullenbak wordt verwezen.

https://www.forvismazars.com/nl/nl/wie-zijn-wij/nieuws-events-en-publicaties/nieuws/een-arrest-met-grote-gevolgen-voor-box-3-heffing

x- Slotwoord:  Gaan al die ideeën en plannen en gepieker over wat er aan de hand is en wat er aan te doen, de politiek maar wat al te gemakkelijk af, het hoe gaat voor veel moeilijkheden zorgen. Het gaat allemaal een zeer lange tijd duren. Het veranderen van de AOW van een ‘recht’ naar een ‘voorziening’ ligt politiek heel zwaar. In de huidige versnipperde Tweede Kamer met wel 17 fracties is geen meerderheid te vinden die zijn vingers wil branden aan een juridisch kansloze operatie die pas over 20 jaar geld oplevert. Je kunt je zelfs afvragen hoe Jetten met zijn minderheid het in zijn hoofd haalde de AOW op deze manier aan de kaak te stellen.

De motie Stoffer/Markuszower gaat dan ook niet meer worden dan een scenarioverkenning om druk uit te oefenen op de vakbonden, en de vakbonden keren die druk gewoon weer om. De Duvel is weer vlot in zijn doos teruggeklapt.

Ingezonden door Ruud B.

Hoe leuk of nuttig was deze posting?

Klik op een ster om deze te beoordelen!

Gemiddelde waardering / 5. Stemtelling:

Tot nu toe geen stemmen! Wees de eerste die dit bericht waardeert.

Omdat je dit bericht nuttig vond...

Volg ons op sociale media!

Het spijt ons dat dit bericht niet nuttig voor je was!

Laten we dit bericht verbeteren!

Vertel ons hoe we dit bericht kunnen verbeteren?

Over deze blogger

Ingezonden Bericht

3 reacties op “AOW: pas op de plaats! Het politieke idee achter de motie Stoffer/Markuszower (lezersinzending)”

  1. Jos M zegt op

    Er is maar 1 goede Duvel en dat is die van Moortgat.
    Grapje Erik bedankt voor je duidelijke uitleg

    1
  2. Erik Kuijpers zegt op

    RuudB, concentreer jij je niet teveel op de heffing over de AOW? In jouw tekstdeel ‘Als op AOW-rechten moet worden beknibbeld, dan zal dat aan de kant van Nederland moeten. Zoals met het nieuwe belastingverdrag met Thailand. Dat verdrag gaat ervoor zorgen dat minder netto naar Thailand kan worden overgemaakt.’ lijk je te vergeten dat de AOW nu al volledig belast is in NL én dat Thailand ook mag heffen mits met reductie maar dat zelden doet.

    Het ‘voordeel’ dat NL straks heeft is de belastingheffing over bedrijfspensioenen (thans art 18) en de onzuivere overheidspensioenen (art 19/2). Dat is straks extra geld voor het Rijk.

    Dat de AOW-plannen worden geparkeerd in afwachting van … is een goede zaak. Ik hoop dat men ook de heffingskortingen wil herzien want nu alles uit NL straks belast is in NL vind ik dat het recht op heffingskortingen dient te herleven. Dat betekent een ingreep in de Wet op de inkomstenbelasting, geen ingreep in het verdrag.

    0

Laat een reactie achter