‘De onbetwiste heerser van de weg heet Somchai en hij slaapt’

Er is een bepaald soort vrijheid die je alleen voelt op een Honda Click, tuffend door de rijstvelden van Noord-Thailand. De wind in je gezicht, de geur van brandend houtskool en de illusie dat je ergens controle over hebt. Die illusie wordt echter dagelijks wreed verstoord door een obstakel dat noch van wijken weet, noch onder de indruk is van mijn bestaan. Ik heb het over de lokale straathond. Niet het schattige huisdier dat kwispelt bij je thuiskomst, maar de geharde veteraan van het asfalt die de openbare weg als zijn persoonlijke eigendom beschouwt.
Elke ochtend kom ik hem tegen in de onoverzichtelijke bocht bij de tempel. Laten we hem Somchai noemen. Hij ligt precies op de ideale lijn, languit, alsof hij daar door een onzichtbare hand is neergelegd om mijn rijvaardigheid te testen. Hij beweegt niet voor auto’s, niet voor vrachtwagens en al helemaal niet voor een farang met haast. In Europa zou dit suïcidaal gedrag zijn; hier is het een pure machtsdemonstratie. Het is een dagelijkse herinnering dat in de Thaise hiërarchie de slapende hond ver boven de haastige mens staat.
Wat me het meest fascineert, is de strategische locatiekeuze van deze honden. Ze gaan nooit in de berm liggen, waar het veilig is. Nee, ze zoeken de plek op waar het asfalt de meeste warmte heeft opgeslagen: precies in het midden. Somchai ligt daar niet zomaar te slapen; hij is in een staat van totale overgave. Zijn poten steken recht omhoog, zijn tong hangt half uit zijn bek en hij lijkt één te zijn geworden met het wegdek.
Soms is hij zo bedekt met het rode stof van de weg dat hij functioneert als een soort camouflage-mijn. Je ziet hem pas op het allerlaatste moment. Mijn eerste reflex was altijd paniek en remmen. Nu is het een sierlijke slalom geworden. Ik heb geleerd dat de hond een vast object is, net als een lantaarnpaal of een stupa. Hij gaat niet weg. De wereld moet zich maar om hem heen vouwen.
In mijn eerste maanden hier probeerde ik nog weleens te communiceren. Ik toeterde. Een kort, beleefd piepje om aan te geven: “Hallo, ik kom eraan met vijftig kilometer per uur.” Een westerse hond zou opspringen. Somchai doet slechts één ding: hij opent een oog, taxeert de situatie, schat in dat mijn remmen waarschijnlijk goed genoeg werken, en sluit het oog weer. Soms, als ik heel hard toeter, trilt zijn linkeroor. Dat is zijn maximale inspanning.
Het is vernederend. Je zit op een ronkende machine van honderd kilo, maar je delft het onderspit tegen een dier dat al drie dagen niet gewassen is. Hij weet dat ik zal uitwijken. Het is een spelletje ‘chicken’ waarbij één speler slaapt en de ander zweet. Hij wint altijd, simpelweg omdat het hem niets kan schelen. In die zin zijn deze honden de ware boeddhisten; ze hebben elke angst voor de dood (of voor brommerbanden) volledig losgelaten.
Langzaam begin ik te begrijpen dat dit geen luiheid is, maar een statuskwestie. In een land waar ‘Jai Yen’ (koel hart) een deugd is, is de straathond de ultieme meester. Hij maakt zich nergens druk om. Hij heeft geen agenda, geen deadlines, geen zorgen over zijn pensioen en al zeker niet over het nieuwe belastingverdrag. Hij heeft alleen het warme asfalt en het volste vertrouwen dat het universum hem wel zal ontwijken.
Als ik nu langs hem rijd, met een grote boog en zonder te toeteren, voel ik een vreemd soort respect. Hij dwingt me om te vertragen, om op te letten, om uit mijn hoofd en in het moment te komen. Misschien is hij geen obstakel, maar een goeroe met vlooien. Hij leert me dat de weg niet van mij is. De weg is van iedereen, maar vooral van degene die het hardst durft te ontspannen.
Gisteren zag ik dat Somchai gezelschap had gekregen. Een jongere hond lag een meter verderop, ook midden op de weg, voorzichtig te oefenen in het doodstil liggen terwijl er een pick-up truck langsraasde. Somchai deed nog niet eens zijn oog open. Ik heb geglimlacht, ben eromheen gereden en heb geaccepteerd dat ik in dit dorp slechts een gast ben in hun enorme openluchtslaapkamer…
Over deze blogger

-
Mijn leeftijd valt officieel onder de categorie ‘bejaard’. Ik woon al 28 jaar in Thailand, probeer dat maar eens na te doen. Nederland was ooit het paradijs, maar het raakte in verval. Dus ging ik op zoek naar een nieuw paradijs en vond Siam. Of was het andersom en vond Siam mij? Hoe dan ook, we waren elkaar goed gezind.
De ICT zorgde voor een regelmatig inkomen, iets wat jullie ‘werk’ noemen, maar voor mij was het vooral een tijdverdrijf. Schrijven, dat is de echte hobby. Voor Thailandblog pak ik die oude liefde weer op, want na 15 jaar zwoegen verdienen jullie wel wat leesvoer.
Ik begon op Phuket, verhuisde naar Ubon Ratchathani, en na een tussenstop in Pattaya woon ik nu ergens in het noorden, midden in de natuur. Rust roest niet, zeg ik altijd, en dat blijkt te kloppen. Hier, omgeven door het groen, lijkt de tijd stil te staan, maar dat doet het leven gelukkig niet.
Eten, vooral lekker, dat is mijn passie. En wat maakt een avond compleet? Een goed glas whisky en een sigaar. Dan heb je het wel zo’n beetje, vind ik. Proost!
Lees hier de laatste artikelen
Cultuur8 januari 2026‘Waarom ik dit jaar weer niet aan zelfverbetering doe: de kunst van het matige genieten’
Cultuur26 december 2025‘Ik leef al 543 jaar in de toekomst en toch ben ik steeds te laat’
Korte verhalen22 december 2025‘Kerstmis in de tropen en de eenzame slinger van de 7-Eleven’
Cultuur15 december 2025‘Overleven als voetganger in Thailand’

Wat een mooie verhalen schrijf je toch iedere keer, FKN. Ik geniet er zo van. En ik heb ook nog eens het voorrecht om ze als eerste te lezen, want ik moet het plaatsen op TB. Van mij krijg je 5 sterren.
Subliem geschreven. Deze hond in de 7-Eleven bevestigt uw verhaal volkomen:
https://www.facebook.com/reel/460983833604201
Wat een mooi verhaal weer! En zo herkenbaar – ik moet hier, als ik in alle vroegte het dorp uitfiets, ook zigzaggen om die breeduit op de weg liggende honden te ontwijken. Voor een fietser doen ze meestal zelfs dat ene oog niet open………
Beste Expat, ‘n TIEN met ‘n griffel heb je deze zondagochtend weer verdiend.
Ik ga zo dadelijk aan m’n zondagmorgenfietstoer, en zal jouw aanwijzingen opvolgen.
Mooi verhaal FKN
Ik herken er wel iets in uit het verleden met die straathonden in Korat.
Toen er nog tien of hoogstens twintig weggebruikers per uur voorbij reden in mijn regio.
Niet echt midden op de weg, maar wel op het warme asfalt.
In de loop der jaren zag je er echter steeds meer in het gras naast het asfalt liggen, opgeblazen met een zwarte wolk van insecten erboven.
Het uitdagen van Boeddha kan zo zijn nadelen hebben voor het aardse bestaan en tevens het verschil aangeven van de dierenliefhebber en diegene met wat dieper liggende negatieve gevoelens over zoiets als een hond.
Ook de Thaise mens heeft dit ‘kwaaltje’ trouwens het uitdagen van Boeddha on the road, het weten dat wat je doet zo fout is als het maar wezen kan zijn, maar er maar op vertrouwen dat een ander zich aanpast.
Prachtig geschreven. En zo Herkenbaar
Wat een heerlijk verhaal en zo waar…ik kom er tientallen op een dag tegen en rij er me een grote boog omheen..als de situatie het toelaat stop ik soms even en zeg ze gedag soms tillen ze hun kop op maar kijken je dan aan van….mens laat me slapen.
Dank voor de hartverwarmende reacties op mijn avontuur met de slapende straathond. Het doet deugd te weten dat mijn dagelijkse nederlaag tegenover een viervoeter herkenning oproept. Ik heb jullie complimenten overgebracht aan Somchai. Hij opende één oog, zuchtte diep en sliep onverstoorbaar verder. Blijkbaar is roem, net als haast, een westers concept waar hij zich niet druk om maakt.
Blijf vooral lezen!
Haha, geweldig!
Goeroe met vlooien, hoe kom je er op …. geweldig.
Zo te lezen slaat Somchai ’n paar boeddhistische stadia over, want uit jouw prachtig beschreven avontuur maak ik op dat hij de verlichting al bereikt heeft.