De prijs van goedheid

Mijn naam is Rick, khun Rick voor mijn vele TB vrienden en mijn leven lang heb ik, ook hier, gegeven zonder iets terug te verwachten. Lees en beoordeel mijn verhaal dan ook op zijn intrinsieke waarde en niet op de soms wat manke of ontbrekende logica. Vaak is de inhoud, de boodschap, immers zoveel belangrijker dan de vorm.
De meesten weten het niet, maar ik was na mijn lange ambtelijke loopbaan nog jarenlang bakker in Heerlen. Daar kunnen ze goed, ambachtelijk brood en gebak tenminste nog waarderen. Bij ons in Kerkrade trekken ze steeds vaker degrens over naar Deutscher Leo of Nobis, maar Heerlen is nog trots op zijn eigen eeuwenoude baktradities. Ik was in deze tweede carrière altijd een man van de vroege ochtenden en het harde werken. Mijn handen kenden het deeg, de oven en de heerlijke geur van versgebakken brood die de winkelstraten van mijn vroegere buurgemeente vulde. Maar bovenal kende ik de waarde van goedheid. Niemand liep mijn bakkerij uit met lege handen, zelfs niet als ze geen geld op zak hadden. ‘Betaal maar als het je uitkomt’, zei ik altijd in hoog Hollands, met een glimlach die ik me nu nog maar vaag kan herinneren. Van dialect moeten ze daar in Heerlen niet veel weten, zeker het half-duits uit Kerkrade niet.
Het bleef niet bij brood en taarten. Ik gaf ook aan allerlei lokake goede doelen, hielp buren in nood, betaalde het schoolgeld van mijn neven en nichten als de familie er weer eens krapjes bij zat.
Toen ik op mijn 65ste uiteindelijk uitgeput en met meellongen met pensioen ging, koos ik voor een geheel nieuw hoofdstuk. Thailand, het land waar ik ooit wel eens een paar keer op vakantie was geweest en waar ik me telkens meteen thuis voelde.
In een klein dorpje buiten Udon Thani vond ik na wat omzwervingen in Pattaya en andere verschrikkelijke oorden een eenvoudig houten huisje tussen de rijstvelden. Het leven was er traag, niet echt duur en de mensen vriendelijk, de waterbuffels sloom en het weer altijd aangenaam verwarmend. Ik werd al gauw een bekend en zeer geliefd gezicht in het gehucht, de vele eettentjes die ik er bezocht en telkens gaf ik royaal fooi aan het personeel, onwetend als ik was over de geldende regels dienaangaande. Ik kocht potloden, snoepgoed, tandenborsteltjes, telmachines en schoolboeken voor tientallen lokale kinderen, ja soms zelfs van die schattige schooluniformpjes. Ik betaalde ook regelmatig ziekenhuiskosten en kunstgebitten voor armlastige dorpsgenoten. Mijn credo was: Het leven is te kort om gierig te zijn.
Maar de tijd deed wat tijd altijd doet. Mijn spaargeld slonk en mijn pensioenuitkering werd door inflatie en de hoge wisselkoers steeds minder waard. 54 bahtjes slonken langzaam richting de 30 en zo dus ook mijn besteedbaar inkomen. Ik kon het hoofd amper nog boven water houden.

Toen kreeg ik daarnaast zelf ook nog een heel stel gezondheidsproblemen. Van alles en nog wat en de bijbehorende ziekenhuisrekeningen die zich opstapelden. Terwijl ik vroeger steeds de gezondheid zelve was geweest. Goed verzekerd was ik dan natuurlijk ook niet en voor het eerst in mijn leven moest ik iets doen wat ik zelf nog nooit had gedaan: om hulp vragen. Maar aan wie?
De stilte van het verleden
Ik begon eens voorzichtig met wat berichten bij mijn familie in Nederland te droppen. Wat balletjes opwerpen. Mijn neven en nichten, voor wie ik bijvoorbeeld jarenlang de studie had betaald, antwoordden beleefd maar ontwijkend. ‘Het is een moeilijke tijd, oom Rick,’ schreef een van hen. ‘Alles is zo duur geworden hier. We betalen ons blauw aan energie sinds die heibel in Oekraïne’.
Ook in het dorp merkte ik een verandering op. De vriendelijke glimlachen bleven, maar toen ik voorzichtig liet doorschemeren dat ik het financieel wat moeilijk had, werd het toch opvallend stil. Lek, de altijd vriendelijke eigenaar van het restaurant op de hoek, die jaren van mijn bezoeken had ‘geprofiteerd’, mompelde iets over hoe iedereen het zwaar had sinds ‘de crisis’. ‘Misschien kun je terug naar Nederland?’ stelde hij voor met de beste bijbedoelingen.
Maar Nederland was voor mij geen optie meer. Mijn huis daar was al lang verkocht en (overwegend door anderen) opgegeten en mijn banden met het vaderland verwaterd. Thailand was nu mijn thuis. Maar helaas voelde het niet meer als de warme gemeenschap die ik dacht te kennen.
Op een lome namiddag zat ik een beetje wanhopig op het bankje voor mijn huisje, starend naar de rijstvelden in de verte. De zon was zojuist trillend achter de horizon gezakt. Ik voelde me moe, niet alleen fysiek, maar vooral ook mentaal. Had ik me vergist? Ik had mijn hele leven gegeven zonder iets terug te verwachten, en nu – nu ik zelf iets nodig had – was er niemand?

Net toen ik de moed wilde opgeven, stopte er een brommer, een mosai, voor mijn huisje. Het was Noi, een jonge vrouw uit het dorp die ik ooit geholpen had met schoolgeld en wat suikervrij snoepgoed voor haar dochtertje. Ze stapte breed glimlachend af met een tasje eten in haar hand. Een bakje zelfgemaakte curry van kip en verse cocos, wat fris fruit en versgeperst sinaasappelsap uit eigen tuin. Het was meer symbolisch dan praktisch, maar het gebaar verwarmde mijn hart behoorlijk.
‘Ik hoorde dat je het moeilijk hebt, Khun Rick,’ zei ze zacht. ‘Ik ben je niet vergeten.’
Langzaam druppelden in de loop van die dagen meer mensen binnen. De oude hoofdmonnik uit de tempel bracht persoonlijk een pan met dampende, hartige groentesoep, een jongen die ooit een oude fiets van me had gekregen repareerde ongevraagd mijn dak. Een paar buurtbewoners die ik vroeger wat had geholpen met vertalen voor hun website, startten een kleine inzamelingsactie online. Soms konden ze me wat extra bahtjes toesteken voor een dringende medische rekening, geld voor benzine of een noodzakelijke borderrun.
Mijn familie in Nederland had me vergeten. Sommigen in het dorp misschien ook. Maar niet iedereen, dat was me nu wel duidelijk geworden.
Nog meer hulp uit onverwachte hoek
Toch bleef er een knagend gevoel in mijn hart. Niet iedereen had zich van mij afgewend, maar ik had gezien hoe sommige mensen – vooral diegenen die ik het meeste had geholpen – me toch eigenlijk vergeten waren. Mijn familie, mijn vroegere vrienden in Nederland. Mensen die mij nooit een tweede keer hadden hoeven vragen als ze iets nodig hadden.
Op een kwaaie nacht lag ik weer eens wakker in mijn bed te draaien en dacht wat gefrustreerd aan mijn neef Marc. Jarenlang had ik zijn rechtenstudie voor hem betaald, had hem geholpen met zijn eerste huurwoning en zelfs een keer uit de schulden geholpen toen het water hem tot de lippen reikte. Hij had áltijd een bijzondere plek in mijn leven gehad. De zoon die ik zelf nooit had mogen krijgen. Maar toen ik eens voorzichtig tussen neus en lippen door om wat hulp vroeg, was het toch oorverdovend stil gebleven.
Op een impuls schreef ik hem die nacht een min of meer wanhopige e-mail. Ik had een paar pilsjes (Singha in mijn geval, maar dat is persoonlijke smaak) op, wat mijn tong wat losser maakte. Geen smeekbede, geen verwijt, alleen een herinnering.
‘Beste Marc, ik hoop dat het goed met je gaat. Ik wil je niet vragen om geld of steun, ik wil alleen iets met je delen. Al die jaren heb ik gegeven zonder iets terug te verwachten, maar ik had nooit gedacht dat het zo stil zou zijn als ik zelf eens iets nodig had. Ik heb altijd gedacht dat familie voor elkaar klaarstaat, net zoals ik voor jou en de anderen altijd klaarstond. Misschien had ik dat verkeerd begrepen. Hoe dan ook, ik wens je alle goeds. Groeten uit Thailand, Rick.’
Ik drukte snel, maar nog steeds vol twijfel op verzenden en voelde meteen een mengeling van opluchting en verdriet.
De dagen gingen voorbij, en de genereuze zorg van het dorp hield me op de been. Maar ik wist dat mijn lichaam zwakker werd. De artsen in het ziekenhuis hadden me al vaker gewaarschuwd: zonder betere medische zorg zou ik het steeds zwaarder krijgen. En betere zorg betekende in Thailand nu eenmaal geld. Geld dat ik niet meer had.
Een laatste kans
Op een avond zat ik met Noi en Lek wat na te kletsen op het terrasje voor mijn huisje. ‘Misschien moet ik toch maar terug naar Nederland,’ zei ik zacht. ‘Daar heb ik recht op betere zorg.’
Noi keek me met grote ogen aan. ‘Maar hoe? Je hebt geen huis daar. Geen mensen meer die op je wachten.’
Lek knikte bedachtzaam met haar mee. ‘We kunnen proberen om hier online weer eens een nieuwe inzameling te starten. Crowdfunding heet dat. Misschien willen mensen wel weer wat helpen. Als je soms ziet voor welke onzin ze doneren, maak jij ook best een kans’.
Ik zuchtte alleen maar wat moedeloos. Ik had mijn hele leven gegeven, en nu moest ik bedelen? Maar de realiteit was onverbiddelijk.
Toen, de dag erna en zomaar uit het niets, kwam er een e-mail van Marc.
‘Oom Rick, ik weet niet goed wat ik moet zeggen. Je bericht heeft me diep geraakt. En je hebt gelijk – ik heb je vergeten, en daar schaam ik me behoorlijk voor. Ik weet niet hoe ik het goed kan maken, maar ik wil je graag helpen. Ik heb met wat andere familieleden gesproken. We gaan hier hulp voor je opzetten, zodat je daarginds de zorg krijgt die je nodig hebt. Ik hoop dat je me kunt vergeven.’
Tranen brandden in mijn ogen en voor een keertje lag het niet aan de afgefakkelde rijstvelden. Had mijn goedheid me toch nog iets goeds gebracht?
Een paar weken later stroomde er inderdaad via het hulpfonds uit Nederland genoeg geld binnen om me betere zorg te geven. Het waren geen kapitalen, maar ik kon naar een chiquere kliniek toe gaan, kreeg allerhande goede therapie en mijn gezondheid verbeterde iets. Niet veel, maar genoeg om me voorlopig nog een goede tijd te geven. Ook het initiatief van Lek en Noi leverde soms een zakcentje op, voldoende voor de volgende stroomrekening of wat lekkers om te eten. Als trouw TB lezer kende ik de vele heerlijke en kleurrijke gerechten, die de Thaise keuken rijk is en die ik mij jarenlang niet kon veroorloven maar nu soms wel. Heerlijk! Kreeft en oesters, en wagyu uit Japan, uiteraard alleen bij speciale gelegenheden, maar wat smaakte het goed. Potje zelfgemaakte mayonaise erbij. Jonge, jonge, het leven lachte mij weer toe in de eetkamer. Met de airco op volle toeren, gratis, dankzij een paar m2 zonnepanelen die ik had laten plaatsen door een lokale installateur en zijn kleine team. De airco hadden ze me geschonken. Het was een oudje uit de leraren kamer van de basisschool. Hels lawaai, maar koelen deed het oude beestje nog als geen ander.
Op een ochtend zat ik gezellig met Noi bij het kleine tempeltje in het dorp, gewoon wat samen te niksen. Zij had even wat gebeden, maar daar moest ik niks van hebben. Ook niet bij nood. De zon scheen zacht, de wind blies bemoedigend fluitend door de bomen.
‘Denk je dat goedheid uiteindelijk altijd beloond wordt?’ vroeg ik haar, er vrijblijvend op los filosoferend.
Noi dacht even na. ‘Niet altijd zoals je verwacht, khun Rick’, zei ze. ‘Sommige mensen zullen je vergeten, anderen niet. Maar het belangrijkste is dat je goed was omdat je dat wilde, niet omdat je iets terug verwachtte.’
Ik glimlachte. Ze had gelijk. Ik had gegeven omdat het in mijn aard zat. En nu, op het einde van mijn pad, zag ik dat de wereld misschien niet altijd eerlijk was, maar dat goedheid nooit volledig verloren ging.
En dat was goed genoeg voor mij.
De rest is geschiedenis. Ik knapte weer behoorlijk op van mijn vele lichaamlijke uitdagingen. ‘Mens sana in corpore sano’ en ik werd een min of meer succesvol schrijver voor TB, waar ik door mijn wederom belangeloze inzet snel uitgroeide tot een gewaardeerd lid van deze hartverwarmende community. De spontaan getoonde dankbaarheid was als een warme deken die de vele uren van noeste arbeid royaal compenseerde. Voor mij dan zeker toch.
Het leven lachte mij weer toe en ik hervond de energie voor een vervulde oude dag met een zilveren randje. Was het gekomen dankzij dat eerste bakje curry van Noi, dat ze misschien gewoon had opgepikt bij Lek in mijn eigen favoriete eettentje om de hoek? Of had ik het lot zelf dusdanig gunstig gestemd door mijn jarenlange onbaatzuchtige inzet voor mijn medemens? Ik weet het werkelijk niet. Maar wat maakt het eigenlijk ook uit? Het kwam allemaal uit een goed hart en plaveide de strakke weg naar nieuw geluk voor mij en ook nog eens met een behoorlijke gezondheid als bonus.
Over deze blogger

- Khun Rick dateert van 1959 (momenteel 66 jaar), opgegroeid en nog steeds woonachtig in Zuid-Limburg. Na 40 jaar ambtenarij nu al bijna 5 jaar met vervroegd pensioen. Komt sinds 2001 regelmatig als toerist in Thailand, maar leerde zijn vrouw in Nederland kennen en is met haar vaak te vinden bij schoonmoeder in Udon Thani. Samen reizen is zijn passie, eten (helaas) ook en sporten een noodzaak. En natuurlijk schrijven: vroeger serieus en nu luchtiger.





Is dit echt jouw verhaal, Rick? Nee, toch? Je woont immers nog steeds in Nederland. Het had wel zo kunnen lopen, maar ik ben bang dat die hulp, die je uiteindelijk je hele leven lang nodig zou hebben, niet zo lang beschikbaar zou zijn. Misschien in die alternatieve wereld wel.
Trouwens, heb je de eerste foto goed bekeken? Ze heeft twee rechterhanden… dat moet een geweldige hulp geweest zijn! Ha ha ha…
Hey Sjaak,
Ze had twee rechtse armen, maar geen linker. Een speling van de natuur, maar voor de rest een aardig meisje, zoals je ziet.
Heel mooi verhaal Rick dat je met ons deelt, dankjewel.
HeRick, kom zelf uit heerlen .heb een paar jaar een huis gehuurd op koh samui, maar we hebben besloten om toch máar in nl te gaan wonen. Ben 76 en mn ned.vrouw is 60.geef me je tel.nr. kunnen we ff bijkletsen.
Hoewel vele van ons bij het ouder worden denken dat ze toch wel erg goed voor hun medemens zijn geweest in de betere dagen, en soms klopt dat ook wel, vermoed ik toch dat Rick vlak voor het schrijven van dit stukje waar best wel een hoop goede en slechte dagdromen in verwerkt zijn dat Rick zich een beetje heeft vergrepen aan een paar vette joints van de nieuwe wietbar om de hoek en vergeten is dat je daar even aan moet wennen.
Kan mij tenminste nog een onderwerp voor de geest halen waarin Rick deze liefhebberij uiterst oprecht openbaarde aan zijn volgelingen alhier.
Mooi verhaaltje trouwens, Rick.
Ik heb het verhaal van Rick nog niet gelezen. Ga dat wel doen.
Over de aanhef ” de prijs van Goedheid” die aanhef komt mij zeer tegenstrijdig over. Ik schrijf dat die prijs niet bestaat. Die prijs is een verzonnen en bedachte prijs., een illussie prijs.
Dat voor nu. Later meer.
10 jaar terug heb ik ook heel dom gedaan, werk opgezegd, huis verkocht, in Korat gaan wonen, getrouwd met een lieve vrouw, 6.000.000 Leende ik haar geleidelijk aan om haar te helpen, ze was al miljonair,
Na 3 fantastische jaren was mijn Kasikorn en Bangkok bank leeg, ze betaalde nooit wat terug !
Go back Nederland was het enige wat ze zei, dat heb ik toen gedaan, door hard te werken en hulp van een goede vriend ben ik 10 jaar later weer boven Jan, het was een ontzettende goede leer les
Ik kom ieder jaar 3 maanden naar Thailand met vakantie, ik betrap me iedere dag erop dat ik teveel fooi geef,
Aan bedelende moeders altijd wat geef en ga zo maar door.
Hoe dom kan een mens zijn?
Of heeft het te maken met een goede aard of goed hart ?
Laat het me weten in de comments !
Prettige dag allemaal
( verkorte versie van het verhaal )
Een de vele (tien)duizenden schrijnende verhalen uit het paradijs. Misschien ben je een beetje naïef? En ‘goedheid’ zit in jou ingebakken?. Enfin de tragedie zit hem volgens mij ook in het feit dat je misschien nog steeds niet doorhebt welke hebzucht gekoppeld aan een doordachte strategie er achter de glimlach van de meeste schuilt. Ik noem het ‘geprogrammeerd ‘ . Onthechting?
Goed hart, goede aard, naïef, moeilijk te zeggen.
Mijn motto is, doe geen dingen in het buitenland, die je in Nederland ook niet zou doen, dan komt het meestal wel goed.
Mijn vrouw heeft ook het motto :”Wie goed doet, wie goed ontmoet”.
Net als mijn moeder trouwens, die haar hele leven alles gedeeld heeft met familie en minder bedeelde.
Mijn vrouw heeft altijd een goede bijdrage geleverd aan haar vader en moeder, zodat die een goed leven hadden. Ook haar broers en zussen klopte regelmatig bij haar aan.
Als je het kunt missen en je hebt er een goed gevoel bij waarom niet.
Wow wat een herkenbaar verhaal.
Wat een prachtmens ben je.
Denk in je hart dat jij alles hebt gedaan om een ander te helpen. Ik ben ook zo maar deed dit om een ander blij te maken, de glimlach die je terug krijgt is meer waard dan geld, helaas ziet de wereld er anders uit, en moet je alles kopen.
Wees trots op je zelf met wat je hebt gedaan!!!
Ik woon zelf in Bangkok en geniet samen met het mooiste meisje van Thailand.
12 maart 22 jaar getrouwd, en bij deze ga ik proosten op jou!!
Ik ben trots op jou!!
Gr. Peter
TInderdaad. Een sentimenteel verhaal over hoe geweldig dit wel niet is, maar in de praktijk is het een vloek. Zelfs in de dierenwereld zorgen de ouders voor de konderen en niet omgekeerd. Als je je geen kinderen kunt permitteren moet je er niet aan beginnen. Het wordt er in Thailand al vroeg ingeprent, o.a. in het schoolsysteem. Ouders willen bij voorkeur niet weten hoe hun kinderen, vooral dochters, aan het geld komen, als het maar komt. De liefde gaat in Thailand van beneden naar boven. Waarom een Westerling verplicht is om die ouders
Naast de kracht van de ironie beheer je dus ook de stijl van het ‘eind-goed-alles-goed -verhaal. ‘Er was eens’ met een goede afloop. Je centjes op maar toen kwam het toverstokje en je leefde nog lang en gelukkig in ons aller paradijs. Subliem en het werkt
Iedereen bedankt voor de fijne reacties en het delen van eigen ervaringen onder mijn artikel. Het gaat goed met mij, beste mensen. Eind goed, al goed!
Tja lucky bkhun Rick. Maar terug naar de
realiteit. Tot zo een 20 jaar geleden terug strooide ik ook een beetje te veel met geld. Toen ging het een tijdje minder. Maar ik moet nog altijd mijn eerste bath van een Thai krijgen. (Uitzondering is mijn partner). Tijdens mijn laatste lang verblijf in Thailand vorig jaar kreeg ik wel een flesje water van een dame achter een marktkraam (de warmte werd me wat te veel). Uit verwondering heb ik de volgende dag ’tamboen’ gaan brengen in de lokale tempel
Veel mensen die vinden dat het gras in Thailand groener is.
Als farang vallen we voor die mooie Thaise glimlach.
Het leven in Thailand is mooi, temperatuur is goed, mensen glimlachen en mensen accepteren graag je geld.
Dat moet je er maar voor over hebben als Nederland niet langer je land is.
Wat mij betreft accepteer je de consequenties van je beslissing naar Thailand te verhuizen en blijf je er ook.
Niet zelden steekt spijt de kop op en is het land waar je met zoveel overtuiging afscheid van nam, je laatste redding.
Ik heb nul medelijden met mensen die dachten en denken in het paradijs Thailand het paradijs te vinden om vervolgend met de pijnlijke realiteit te worden geconfronteerd.
Een Thaise zei me onlangs nog maar eens: Wij hebben een masker. En wij, Farang, willen graag geloven dat de Thai allemaal goede mensen zijn.
Het laatste wat ik persoonlijk zou willen is emigreren naar Thailand.
Ik voel me er redelijk goed, heb de zorg voor een éénouder gezin maar beperk mijn aanwezigheid daar tot een vakantie van hooguit 6 weken.
Beste Hr Krol,
Het laatste voor U is emigreren naar Thailand.
Maar da’s ook logisch wanneer U de zorg hebt voor ‘n éénoudergezin?