De legende van de fruitdame van Hua Hin

Door Bert Vos
Geplaatst in Cultuur, Korte verhalen
Tags:
22 oktober 2025
()

De Golf van Thailand glinsterde als een zilveren tapijt van sardientjes in de ochtendzon. Reinout zat in zijn strandstoel met een koude Chang, zoals elke dag. Hij hield van deze routine: lezen, niets doen, kijken naar het water. Soms drentelde een paard door de branding. De lange zandstrook liep van het Hilton tot de tempel bij de apenrots. Daar stond een goudkleurig boeddhabeeld over de zee uit te kijken. Hij nam zich telkens voor erheen te wandelen, maar deed het nooit.

Zoals altijd verscheen ze uit het niets. De fruitmanddame. Slank, oud, met een verweerd gezicht onder een witte hoed. In haar ene hand droeg ze een rotan mand met fruit, in de andere een plastic zak. Hij kende haar al jaren. Hij wist niets van haar, behalve dat ze steevast mango, banaan en pinda’s verkocht. Ze glimlachte spaarzaam. Wanneer hij haar in het Thais aansprak, lichtte er iets op in haar ogen.

“Ma muang?” Ze knikte. Hij kreeg mango met een houten prikker. Soms, als hij zich omdraaide, was ze alweer verdwenen. Alsof ze oploste in het zand.

Op een dag, na een korte regenbui, vond Reinout iets in het natte zand. Een kindersandaal. Roze. Verkleurd. Oud. De zool glad van jaren gebruik. Hij pakte hem op en voelde… kou. Niet lichamelijk. Een soort weemoed. Een leegte. Toen hij het sandaaltje omdraaide, zag hij op de binnenkant in zwarte stift een naam geschreven. Mali. Zijn hart sloeg een tel over. Intuïtief stopte hij het in zijn rugzakje.

Die avond droomde hij. Van een meisje, met nat haar en een witte jurk. Ze stond bij de goudkleurige boeddha bij de apentempel aan het einde van het langgerekte strand. Naast haar, de fruitmanddame. Die wees naar hem, zonder iets te zeggen. Hij werd bezweet wakker met een naam op zijn lippen.

Alsof hij niet anders kon, alsof de droom hem ertoe dwong, liep Reinout de volgende dag naar de apenrots. Een wandeling van twee uur. Hij verbaasde zich erover dat het hem zo goed afging. De hemel was zwart van de wolken, de zee gromde dreigend. Hij liep langs een leeg strand, zijn voeten zakten in nat zand. En toen stond ze daar. Precies zoals in zijn droom. De fruitmanddame. Bij de voet van de apenrots. Stil, met haar mand aan de arm. Ze keek hem aan, draaide zich om en begon de brede trap naar het beeld op te lopen.

Hij volgde haar als in trance, voetstap na voetstap. Boven aangekomen, bleef ze staan. “Khun rúu Mali mái?” — Kent u Mali? De fruitmanddame verstijfde. Haar ogen werden groot. Ze keek hem strak aan, alsof ze door hem heen keek. Hij liet haar het sandaaltje zien, dat hij onder het zand vandaan had gehaald. Ze gaf een snik en haalde heel langzaam iets uit haar buiktasje. Een tweede sandaaltje. Dezelfde roze kleur. Zelfde maat. Reinout voelde zijn keel dichtknijpen. Ze hield hem even vast, als een kostbaar relikwie.

“Nóng-săao chăn, Mali,” fluisterde ze. Mijn dochtertje, Mali. Haar stem brak.

Hij knikte langzaam. Hij begreep het. Ze had nooit afscheid kunnen nemen. De sandaaltjes hoorden samen. Eén bij haar, één verloren. Nu waren ze herenigd. “Wil je… dat ik haar breng?” vroeg hij zacht. De fruitmanddame knikte. Ze legde haar sandaaltje in zijn handen. Ze draaide zich om. Een bliksemschicht verlichtte de hemel. Reinout schrok van de schicht en de donderknal die erop volgde. Hij draaide zijn hoofd af. Toen hij weer keek, was ze verdwenen. Alleen het sandaaltje lag er nog. Hij pakte het op en nam het mee. Hoe hij thuis was gekomen, wist hij niet meer. Als in trance moest hij terug zijn gelopen, onder de indruk van wat hij net had meegemaakt.

“Mali?” herhaalde Bonzai de volgende avond in de Flamingo Bar. Hij knikte traag. “Lang geleden, verdronk er hier een meisje. Ze speelde te ver in zee. De stroming nam haar mee. Ze werd nooit meer gevonden. Haar moeder werkte als schoonmaakster in het Hilton. Na het ongeluk sprong ze van het dak. Veel mensen kennen dat verhaal,” vertelt zijn vriend. Reinout vertelde over het sandaaltje, de naam, de droom. Bonzai zweeg even. “Sommigen zeggen dat de moeder terugkeerde. Niet als zichzelf. Maar als iets… ertussenin. Ze loopt nog steeds over het strand. Ze zoekt haar kind. Mensen denken dat ze een geest is.”

Reinout dacht aan de fruitmanddame. Haar gezicht. Haar ogen. Het raakte hem. Maar een geest? “Thai zijn bijgelovig,” grinnikte hij in zichzelf.

De volgende ochtend ging hij naar de stadstempel. Daar zat een oude monnik onder een langzaam draaiende ventilator. Hij knielde en legde de sandalen voor zich neer. “Dochter, Mali,” fluisterde hij. “Haar moeder. Ik zag haar.” De monnik in zijn oranje gewaad keek hem lang aan, zijn ogen flitsten even heen en weer. Toen knikte hij langzaam. “I remember. Girl drowned. Mother jumped. Very sad.”

Hij nam de sandalen aan, bekeek ze zwijgend. Hij stond op en leidde Reinout naar een grot achter de tempel. Daar brandden kaarsen. In een nis stond een beeld van een meisje met bloemen in haar haar. “Mali,” zei de monnik. “Give her the sandals. Say her name. Three times. Tell her she can go, her mother is looking for her.”

Reinout deed het. “Mali… Mali… Mali. Je mag naar huis.” De kaarsvlammen flakkerden zonder wind. Een zachte aanraking streek langs zijn schouder. Een fluistering, bijna niet hoorbaar. “Khop khun ka.” De monnik glimlachte. “It is done.”

Die middag wandelde hij nog een keer naar de apentempel. Voorbij het laatste resort, het strand over, de trappen op naar het grote beeld. Hij had de sandaaltjes in een doek gewikkeld. De wind raasde, de zee kolkte onder hem. In een nis brandde hij een kaarsje. Hij legde de sandaaltjes neer. “Mali, je bent niet vergeten. Je moeder houdt van je. Het is goed zo.”

Een windstoot waaide plotseling door de nis. De vlam flakkerde, maar doofde niet. Reinout keek op. En in de verte, hij wist niet of het verbeelding was, stond het meisje. In wit. Lachend. Naast haar: haar moeder. Ze nam haar bij de hand. Samen draaiden ze zich om. Liepen de zee in en losten op in licht.

De volgende middag was de zon weer teruggekeerd, de wind had haar razernij neergelegd, de golven gleden bedaard witschuimend het strand op. Reinout lag op zijn favoriete ligstoel. Zijn gedachten waren bij de fruitdame en Mali. Een onwerkelijkheid was werkelijkheid geworden. Ook al zou niemand hem geloven. De fruitdame zou hij nooit meer zien, wist hij. Iets liet hem opzij naar beneden kijken. In het zand, naast zijn strandstoel, lagen twee dingen: een houten prikker en een wit hoedje.

Reinout bukte zich. Raakte het aan. Zacht. Zout. Hij keek naar de horizon. De zee schitterde als vloeibaar zilver. Hij wist dat ze weg was. En dat ze eindelijk samen waren.

“Een Chang en wat pinda’s,” zegt hij tegen het meisje van de strandtent, die hem een glimlach gunt. De zon schijnt warm. De wind is zacht. Hij voelt zich lichter dan ooit.

Hoe leuk of nuttig was deze posting?

Klik op een ster om deze te beoordelen!

Gemiddelde waardering / 5. Stemtelling:

Tot nu toe geen stemmen! Wees de eerste die dit bericht waardeert.

Omdat je dit bericht nuttig vond...

Volg ons op sociale media!

Het spijt ons dat dit bericht niet nuttig voor je was!

Laten we dit bericht verbeteren!

Vertel ons hoe we dit bericht kunnen verbeteren?

Over deze blogger

Bert Vos
Bert Vos
Bert Vos, geboren 1958. Woonachtig in Amersfoort. Gewerkt als woonbegeleider in de GGZ en een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking. Opleiding HBO-maatschappelijk werk en op latere leeftijd HBO-journalistiek. Na zijn werkzame leven in de zorg was hij werkzaam als freelance journalist en fotograaf voor de lokale media en een reistijdschrift. Beheerder van de website Aziatische Tijger van 2009 tot 2019. Schrijver van onder meer reisverhalen en wie weet een boek dat zich in Thailand afspeelt. Komt sinds 1997 in Thailand met uitstapjes naar Laos en Cambodja.

6 reacties op “De legende van de fruitdame van Hua Hin”

  1. KopKèh zegt op

    Prachtig verteld.
    Nu slapen..

    4
  2. Simon Lagro zegt op

    Wat een schitterend verhaal! Ik ben al even in Rayong en het gevoel met de sfeer samengevoegd in dit verhaal is Thailand. Dank.

    2
  3. joop marcus zegt op

    Mooi verhaal en goed geschreven ik hoop dat er meer hebt.

    1
  4. Alphonse Wijnants zegt op

    Sterk verhaal, Bert, sterk geschreven in één volle lijn die me meenam
    als een golf in de branding.
    Als tastbaar aanwezig dat strand en de mysterieuze zee
    daar bij de apenrots (Pattaya?)…

    1
    • Bert Vos zegt op

      Beste Alphonse. Het gaat over de rots aan het einde van het strand bij Khao Thakiab.

      0
  5. Greet zegt op

    Prachtig verhaal.

    0

Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website