‘De brommermonteur met de ziel van een dichter’

Ik ging voor een kapotte bougie, maar kwam thuis met levensadvies. Soms vind je wijsheid waar je het niet zoekt. Bijvoorbeeld tussen een fles motorolie, een sigarettenpeuk en een man die zelden praat, maar als hij dat doet, raak je in de war. Of ontroerd. Of allebei.
Het begon allemaal met een kuchend geluid onder mijn zadel. Mijn Honda Click, bouwjaar lang geleden, begon ineens te sputteren alsof hij longemfyseem had. Nu ben ik geen monteur, laat staan een technisch begaafd mens, dus ik deed wat iedere verstandige farang op het platteland doet: ik reed ermee naar Preecha, de lokale brommerdokter. Zonder afspraak, zonder uitleg, zonder verwachtingen.
Preecha heeft een werkplaats van golfplaten, een bamboebankje, drie werkloze brommers en een ventilator die alleen op vrijdag werkt. Hijzelf zit meestal gehurkt tussen onderdelen die al tien jaar op hun wederopstanding wachten.
“Niet starten?” vroeg hij, zonder op te kijken van wat leek op een carburateur, maar het had ook best een klokradio uit 1984 kunnen zijn.
“Wel starten,” zei ik, “maar hij hoest.”
Hij knikte. “Zoals jij ’s ochtends?”
Ik moest lachen. “Precies zo. Alleen dan op benzine.”
Hij liep langzaam naar mijn brommer, stak een sigaret aan die al half op was, en begon te luisteren. Niet kijken, nee. Luisteren. Hij startte het ding, liet het draaien, zette hem weer uit. Keek me toen aan met die typische blik van mannen die weinig woorden nodig hebben.
“Te veel zorgen,” zei hij. “Die motor is moe.”
Ik grinnikte. “Dan zijn we een goede match.”
Hij begon met sleutelen. Geen haast. Geen instructies. Alleen het zachte tikken van gereedschap, het gesis van olie en af en toe een zucht, alsof hij in gesprek was met de machine. Ik keek toe vanaf het bamboebankje, in de schaduw van een mangoboom die dringend gesnoeid moest worden. Een kip wandelde voorbij met de arrogantie van iemand die weet dat hij niet op het menu staat.
Na een tijdje vroeg ik: “Heb jij eigenlijk een vrouw, Preecha?”
Hij bleef even stil. Schroefde nog iets los. Draaide zich toen om.
“Een keer gehad,” zei hij. “Ze hield van bloemen, ik van carburateurs. Dat hield geen stand.”
Ik knikte. “Dat is lastig, ja.”
“Ik kocht rozen voor haar,” ging hij verder. “Ze zei: je begrijpt me niet. Ik dacht: hoezo niet? Het zijn toch rozen?”
Hij haalde zijn schouders op. “Ze wilde geen bloemen, ze wilde woorden. Maar ik had alleen moersleutels.”
Even was het stil. Alleen een brommer in de verte, en de wind die speelde met een oud kalendertje van Chang-bier.
“En nu?” vroeg ik.
“Nu geef ik alleen nog liefde aan motoren. Die zijn trouw. Die vragen niets. Behalve af en toe nieuwe olie.”
Hij keek me aan en glimlachte.
“Net als ik,” zei ik. “Behalve die olie dan.”
Hij lachte. Het was geen harde lach, meer een zucht die zich vergist had in toonhoogte.
Even later startte hij mijn brommer opnieuw. Geen gehoest, geen gekuch. Alleen het tevreden ronken van een machine die weer zin in het leven had.
“En wat kost het?” vroeg ik.
“Betaal wat je denkt dat het waard is,” zei hij. “Maar niet te veel. Poëzie moet betaalbaar blijven.”
Ik gaf hem honderd baht, een fles water en mijn oprechte dank.
Hij nam het eerste en het tweede aan. Het derde legde hij ergens diep vanbinnen, vermoed ik.
Op weg naar huis dacht ik aan wat hij had gezegd. Over liefde, en over olie. En dat er mensen zijn die geen gedichten schrijven, maar ze repareren…
Over deze blogger

-
Mijn leeftijd valt officieel onder de categorie ‘bejaard’. Ik woon al 28 jaar in Thailand, probeer dat maar eens na te doen. Nederland was ooit het paradijs, maar het raakte in verval. Dus ging ik op zoek naar een nieuw paradijs en vond Siam. Of was het andersom en vond Siam mij? Hoe dan ook, we waren elkaar goed gezind.
De ICT zorgde voor een regelmatig inkomen, iets wat jullie ‘werk’ noemen, maar voor mij was het vooral een tijdverdrijf. Schrijven, dat is de echte hobby. Voor Thailandblog pak ik die oude liefde weer op, want na 15 jaar zwoegen verdienen jullie wel wat leesvoer.
Ik begon op Phuket, verhuisde naar Ubon Ratchathani, en na een tussenstop in Pattaya woon ik nu ergens in het noorden, midden in de natuur. Rust roest niet, zeg ik altijd, en dat blijkt te kloppen. Hier, omgeven door het groen, lijkt de tijd stil te staan, maar dat doet het leven gelukkig niet.
Eten, vooral lekker, dat is mijn passie. En wat maakt een avond compleet? Een goed glas whisky en een sigaar. Dan heb je het wel zo’n beetje, vind ik. Proost!
Lees hier de laatste artikelen
Cultuur8 januari 2026‘Waarom ik dit jaar weer niet aan zelfverbetering doe: de kunst van het matige genieten’
Cultuur26 december 2025‘Ik leef al 543 jaar in de toekomst en toch ben ik steeds te laat’
Korte verhalen22 december 2025‘Kerstmis in de tropen en de eenzame slinger van de 7-Eleven’
Cultuur15 december 2025‘Overleven als voetganger in Thailand’

ja FKN,
Jouw schrijfsel is ook ‘n vorm van poëzie,
Bedankt
Mooi man.
Groet Mike.