()

Het onderwijssysteem van Thailand kent een duidelijke structuur en is toegankelijk voor vrijwel alle kinderen. Toch wordt de kwaliteit van het onderwijs vaak als problematisch beschouwd. Internationale vergelijkingen, zoals de PISA-tests, tonen aan dat Thaise leerlingen achterblijven op gebieden als wiskunde, taal en wetenschap. Dit roept de vraag op waarom de onderwijskwaliteit in Thailand relatief laag blijft, ondanks aanzienlijke overheidsuitgaven en beleidsinitiatieven. Factoren zoals verouderde lesmethoden, onderbetaalde en overbelaste docenten, bureaucratie en ongelijkheid tussen stedelijke en landelijke scholen spelen hierin een belangrijke rol.

In dit artikel wordt het Thaise onderwijssysteem uitgebreid beschreven, gevolgd door een analyse van de belangrijkste problemen. Ook worden vergelijkingen gemaakt met andere landen in de regio en mogelijke hervormingen besproken die kunnen bijdragen aan een hoger onderwijskundig niveau.

Algemene structuur van het onderwijs

Basisonderwijs (primair onderwijs)

Het formele onderwijssysteem in Thailand is opgedeeld in verschillende niveaus, te beginnen met het basisonderwijs. Kinderen starten doorgaans op 6-jarige leeftijd in de prathom (basisschool) en volgen zes jaar lager onderwijs. Voorafgaand hieraan is er kleuteronderwijs (anuban) beschikbaar, hoewel dit niet verplicht is. De Thaise grondwet garandeert 15 jaar gratis onderwijs, waaronder 3 jaar pre-school, 6 jaar basisschool, 3 jaar lager middelbaar en 3 jaar hoger middelbaar onderwijs. Leerplicht geldt voor de eerste negen jaar van de basisvorming (de 6 jaar basisonderwijs + 3 jaar onderbouw middelbaar). In de praktijk betekent dit dat alle kinderen ten minste tot ongeveer 15-jarige leeftijd naar school moeten.

Het curriculum in het basisonderwijs omvat kernvakken als Thaise taal, wiskunde, wetenschap en sociale studies, aangevuld met vakken als lichamelijke opvoeding, kunst en een vreemde taal (vaak Engels). Engels wordt steeds vaker al vanaf de eerste jaren van de basisschool onderwezen. Aan het einde van het basisonderwijs (Prathom 6) leggen leerlingen landelijke toetsen af in vakken als wiskunde, Thai, wetenschap en Engels. Succesvolle afronding leidt tot een certificaat basisonderwijs als bewijs van voltooiing.

Voortgezet onderwijs (middelbaar onderwijs)

Na het basisonderwijs stromen leerlingen door naar het voortgezet onderwijs (middelbaar onderwijs), lokaal bekend als matthayom. Dit niveau duurt zes jaar en is opgesplitst in lager middelbaar (Matthayom 1–3, ongeveer leeftijd 12–15) en hoger middelbaar (Matthayom 4–6, ongeveer leeftijd 15–18). De eerste drie jaar van het middelbaar onderwijs vormen het laatste deel van de leerplicht. Vanaf Matthayom 4 (bovenbouw) wordt onderwijs niet langer verplicht, maar het is wel gratis beschikbaar aan publieke scholen.

In de onderbouw (Matthayom 1–3) krijgen alle leerlingen een algemene vorming. Aan het einde van Matthayom 3 nemen ze examens (ook wel National Educational Tests) om hun voortgang te toetsen. Daarna moeten leerlingen kiezen tussen twee hoofdrichtingen in de bovenbouw: academisch algemeen onderwijs of beroepsgericht onderwijs. Toegang tot prestigieuze bovenbouwscholen (vooral in het academische traject) kan competitief zijn en vereist soms het slagen voor toelatingsexamens. Leerlingen die de academische richting doorlopen, bereiden zich voor op toelating tot het hoger onderwijs en doen eindexamens zoals de O-NET (Ordinary National Educational Test) en eventueel A-NET (Advanced National Educational Test) in het laatste jaar.

Leerlingen die kiezen voor de beroepsgerichte bovenbouw volgen praktische opleidingen (bijv. in technische of vakscholen) in plaats van een algemeen curriculum. Ongeacht de richting ontvangen leerlingen na succesvolle afronding van Matthayom 6 een certificaat middelbaar onderwijs, wat de weg opent naar hoger onderwijs of de arbeidsmarkt.

Hoger onderwijs

Het hoger onderwijs in Thailand omvat onder meer universiteiten, hogescholen en gespecialiseerde instituten. Na het middelbaar onderwijs kunnen studenten toetreden tot een breed scala aan publieke en particuliere universiteiten, evenals beroepsgerichte instellingen. Thailand kent traditionele universiteiten (voor academische bachelors en masters) en zogenaamde Rajabhat-universiteiten, die voortgekomen zijn uit vroegere lerarenopleidingen en regionaal gericht zijn. Daarnaast bestaan er Rajamangala-universiteiten voor technologie en andere technische colleges die praktijkgerichte opleidingen aanbieden.

Toelating tot universitaire opleidingen gebeurt meestal via centrale toelatingsexamens of het nationale examensysteem. De overheid heeft sinds 2019 het ministerie van Hoger Onderwijs, Wetenschap, Onderzoek en Innovatie opgericht, dat specifiek het hoger onderwijs en onderzoek beheert, terwijl het Ministerie van Onderwijs zich richt op het basis- en middelbaar onderwijs. In de afgelopen decennia is het aantal hogeronderwijsinstellingen sterk gegroeid, mede door private instellingen. Echter, recente demografische trends (een vergrijzende bevolking en minder jeugdigen) leiden tot teruglopende studentenaantallen, wat een uitdaging vormt voor met name particuliere hogescholen en universiteiten. Sommige deskundigen waarschuwen dat dalende geboortecijfers ertoe kunnen leiden dat in de komende tien jaar een groot deel van de hogescholen moet sluiten bij gebrek aan studenten.

Publieke versus particuliere scholen

Het merendeel van de Thaise kinderen bezoekt openbare (publieke) scholen, die worden gefinancierd en beheerd door de overheid. Publieke scholen vragen geen lesgeld voor de door de overheid gegarandeerde onderwijsjaren en vallen onder toezicht van het Ministerie van Onderwijs. In landelijke dorpen zijn vaak kleine lagere scholen aanwezig die kleuter- en basisonderwijs aanbieden, terwijl in grotere plaatsen complete scholencomplexen zowel basis- als (lager) middelbaar onderwijs verzorgen. De kwaliteit en voorzieningen van openbare scholen kunnen sterk variëren. Over het algemeen hebben scholen in stedelijke gebieden betere faciliteiten en meer gekwalificeerd personeel dan plattelandsscholen. Scholen op het platteland kampen vaker met beperkte middelen (minder leerkrachten, grotere klassen en minder leermateriaal) wat met name zichtbaar is in het vak Engels, waar het niveau buiten de steden doorgaans lager ligt.

Naast het openbare schoolsysteem is er een levendige particuliere (privé) onderwijssector. Particuliere scholen in Thailand worden gerund door stichtingen, religieuze organisaties (zoals katholieke ordes) of commerciële bedrijven. Sommige zijn non-profit (vaak verbonden aan religieuze of filantropische organisaties) en andere werken met winstoogmerk. Thailand telt bijvoorbeeld meer dan 140 katholieke basis- en middelbare scholen verspreid over het land. Particuliere scholen vragen doorgaans schoolgeld, variërend van relatief laag (voor lokale privé-instellingen) tot zeer hoog voor elite- en internationale scholen. Deze scholen hebben soms kleinere klassen of beter materiaal, en trekken ouders aan die zich extra ondersteuning of een ander onderwijsmodel kunnen veroorloven. Zowel publieke als private scholen volgen veelal het nationale curriculum en examensysteem, hoewel privéscholen iets meer vrijheid hebben in pedagogische invulling mits ze aan de overheidseisen voldoen.

Een belangrijk verschil is de schoolkalender: openbare Thaise scholen hanteren twee semesters van mei tot maart, terwijl veel particuliere en internationale scholen het schooljaar van augustus tot juni volgen, soms verdeeld in trimesters. Ondanks de groei van privéscholen blijft het overgrote deel van de leerlingen in Thailand afhankelijk van het publieke schoolsysteem, waardoor overheidsbeleid hierop een grote impact heeft.

Internationale scholen

Internationale scholen vormen een speciaal segment binnen het particuliere onderwijs en spelen een groeiende rol in Thailand. Deze scholen richten zich op buitenlandse curricula en talen en bedienen zowel expatgezinnen als Thaise ouders die een internationaal georiënteerd onderwijs wensen. Tot 1992 was het Thaise leerlingen zelfs verboden om internationale scholen te bezoeken, maar deze restrictie is opgeheven. Sindsdien is het aantal internationale scholen sterk toegenomen. Tegenwoordig zijn er ongeveer 170 tot 180 internationale scholen in Thailand, waarvan het merendeel in Bangkok gevestigd is.

Bekende internationale schoolnetwerken uit onder andere het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten hebben vestigingen geopend in Thailand, zoals Harrow, Shrewsbury en International Baccalaureate-scholen. Deze scholen worden gezien als een hoogwaardig alternatief voor onderwijs in het buitenland en trekken naast expatkinderen ook veel vermogende Thaise en andere Aziatische studenten.

Internationale scholen hanteren doorgaans buitenlandse curricula (de meest voorkomende zijn het Britse IGCSE/A-levels, het Amerikaanse High School Diploma/AP of het International Baccalaureate) programma. Ze hebben de vrijheid om hun lesprogramma te kiezen, zolang ze voldoen aan basisrichtlijnen van het Thaise Ministerie van Onderwijs. De instructietaal is meestal Engels (of een andere buitenlandse taal afhankelijk van het type school), met vaak wel een les Thaise taal en cultuur per week voor Thaise leerlingen.

Ongeveer 46% van de leerlingen op internationale scholen is Thais, wat illustreert dat niet alleen expats maar ook Thai deze scholen gebruiken om hun kinderen een tweetalige of westers georiënteerde opleiding te geven. Toegang is meestal beperkt door hoge schoolgelden en soms selectieprocedures. De aanwezigheid van internationale scholen heeft bijgedragen aan het opvoeren van de onderwijskwaliteit voor de hogere middenklasse en elite, maar deze scholen bedienen slechts een kleine minderheid van de totale leerlingenpopulatie.

(saksorn kumjit / Shutterstock.com)

Beroepsonderwijs (vakonderwijs)

Beroepsonderwijs in Thailand, onder toezicht van de Office of the Vocational Education Commission (OVEC), biedt leerlingen een meer praktijkgerichte route na de onderbouw van het middelbaar onderwijs. Na Matthayom 3 (de leerplichtige onderbouw) kunnen studenten ervoor kiezen om niet naar de algemeen vormende bovenbouw te gaan, maar in plaats daarvan een beroepsgerichte bovenbouw te volgen aan een technische school of vakcollege. Deze bovenbouw duurt eveneens drie jaar en leidt tot een Certificate in Vocational Education (vergelijkbaar met een middelbaar beroepsdiploma). Aansluitend kan men nog een tweejarige opleiding doen voor een diploma of associategraad in het beroepsonderwijs (postsecundair), of eventueel doorstromen naar het hoger onderwijs (sommige universiteiten accepteren mbo-diploma’s voor bepaalde vervolgstudies).

Het beroepsonderwijs omvat vakgebieden zoals techniek, ambacht, handel, toerisme, landbouw en dienstverlenende beroepen. Thailand heeft ook een duale leerweg geïntroduceerd waarbij studenten deels op school leren en deels via stage of werkplekleren praktijkervaring opdoen. Ondanks inspanningen van de overheid om beroepsonderwijs te promoten (onder andere vanwege de behoefte aan technisch geschoolde arbeidskrachten in de economie) kampt dit onderwijstraject met een hardnekkig imago- en kwaliteitsprobleem. Veel ouders en leerlingen zien het als minder aantrekkelijk vergeleken met het algemeen (academisch) onderwijs.

Een aanzienlijk deel van de studenten verkiest nog steeds de academische route, waardoor het aandeel leerlingen in het middelbaar beroepsonderwijs relatief lager is dan de overheidsstreefdoelen. Bijkomende problemen zijn dat beroepsinstituten vaak minder goed uitgerust zijn dan reguliere scholen, zeker in landelijk gebied, en dat er incidenten zijn geweest met rivaliserende technische colleges die tot onveiligheid leidden. Desondanks speelt beroepsonderwijs een cruciale rol: het voorziet in technici, vaklieden en middenkader waar de arbeidsmarkt om vraagt. De overheid probeert via nieuwe initiatieven, zoals uitbreiding van duaal leren en samenwerking met bedrijven, de kwaliteit en aantrekkingskracht van het beroepsonderwijs te verhogen.

Overheidsbeleid en regelgeving

De Thaise overheid heeft een centrale rol in het onderwijs via het Ministerie van Onderwijs en aangesloten instanties. Gratis basis- en middelbaar onderwijs (tot 15 jaar) is verankerd in de grondwet en verdere detailwetten (zoals de Education Act van 1999 en latere amendementen) bepalen de structuur en rechten. Officieel hebben alle kinderen recht op 12 jaar gratis basisonderwijs plus 3 jaar gratis kleuteronderwijs. Het Ministerie van Onderwijs stelt het nationale curriculum vast en voert periodiek onderwijsplannen en hervormingen door.

De bestuurlijke inrichting kent verschillende commissies: de Office of Basic Education Commission (OBEC) beheert het basis- en middelbaar onderwijs, de OVEC het beroepsonderwijs en tot 2019 viel het hoger onderwijs onder de Office of Higher Education Commission (OHEC) voordat hiervoor een apart ministerie kwam. Beleidsmatig is er aandacht geweest voor het verbeteren van toegang en gelijkheid. Thailand heeft sinds de jaren ‘90 enorme vooruitgang geboekt in universele toegang tot onderwijs. De inschrijvingsgraad voor het voortgezet onderwijs steeg van slechts 31% in 1990 naar 78% in 2011. Meisjes en jongens hebben ongeveer gelijke kansen; zelfs iets meer meisjes dan jongens ronden het middelbaar af.

Toch is onderwijskwaliteit een punt van zorg voor de overheid. Beleidsdocumenten zoals het Education Plan 2017-2036 en initiatieven onder “Thailand 4.0” benadrukken het ontwikkelen van vaardigheden voor de 21e eeuw, Engels taalonderwijs en wetenschap/technologie. Regeringen hebben in de loop der jaren diverse hervormingen voorgesteld, zoals modernisering van lesmethoden, decentralisatie van schoolbestuur en het aantrekken van buitenlandse leraren. De praktijk is echter dat hervormingen vaak stagneren door politieke instabiliteit en bureaucratie. Thailand heeft in de afgelopen twee decennia frequent wisselende ministers van Onderwijs gekend (maar liefst 20 verschillende ministers in 17 jaar) waardoor continuïteit in beleid lastig is.

In termen van regelgeving houdt de overheid toezicht op alle scholen (publiek en privaat) om te voldoen aan de onderwijsstandaarden. Inspecties, nationale examens (zoals O-NET) en accreditatiesystemen zijn middelen om de kwaliteit te controleren. Er is ook een lerarenregistratiesysteem: leerkrachten dienen gekwalificeerd te zijn en een licentie te hebben, al zijn er ook veel contractleerkrachten ingehuurd wegens tekorten.

Het overheidsbudget voor onderwijs is aanzienlijk, ongeveer 20% van de overheidsuitgaven gaat naar onderwijs. In 2024 bedroeg het onderwijsbudget circa 328 miljard baht, waarvan het overgrote deel (ruim 70%) naar salarissen van onderwijspersoneel ging. Daarnaast financiert de staat het “15-jaars gratis onderwijsprogramma” voor miljoenen leerlingen. Hoewel deze investeringen hoog zijn, is de effectiviteit onderwerp van debat, zoals hieronder besproken.

Kwaliteit van het onderwijs: problemen en oorzaken

Ondanks bijna volledige toegankelijkheid en aanzienlijke overheidsuitgaven, wordt de kwaliteit van het Thaise onderwijs als relatief laag beschouwd in vergelijking met andere landen in de regio. Internationale vergelijkingen, zoals de PISA-toetsen van de OESO, tonen aan dat Thaise 15-jarigen achterblijven in leesvaardigheid, wiskunde en wetenschap. In PISA 2022 behaalde Thailand gemiddeld lagere scores dan buurlanden zoals Singapore, Vietnam, Brunei en Maleisië. De Thaise resultaten vertonen zelfs een dalende trend ten opzichte van tien jaar geleden. Diverse factoren dragen bij aan deze tegenvallende onderwijsprestaties. Hieronder bespreken we de voornaamste oorzaken die vaak worden aangehaald in analyses en vergelijken we waar relevant met andere landen in Zuidoost-Azië.

PISA-scores 2022 per vakgebied

Uitvoerafbeelding

Hier is een tabel met de PISA-scores van Thailand vergeleken met andere ASEAN-landen, evenals een grafiek die de verschillen in leesvaardigheid, wiskunde en wetenschap visualiseert

Verouderde lesmethoden en curricula

Een veelgehoorde kritiek is dat het Thaise onderwijs kampt met traditionele, verouderde lesmethoden. De nadruk ligt van oudsher sterk op memoriseren en reproduceren (stampwerk) in plaats van op kritisch denken en probleemoplossing. Het nationale curriculum is breed, maar wordt als inflexibel en achterhaald beschouwd in het licht van 21e-eeuwse vaardigheden. Rote learning (lesgeven gericht op het uit het hoofd leren van stof) domineert nog altijd veel klaslokalen. Dit is deels cultureel geworteld in respect voor docenten en een hiërarchische klascultuur, maar resulteert erin dat creatieve en analytische vaardigheden onderontwikkeld blijven. Thaise leerlingen worden zodoende onvoldoende gestimuleerd om zelfstandig te denken of vragen te stellen, wat naar voren komt in lage scores voor leesbegrip en probleemoplossend vermogen.

Ter vergelijking: landen als Singapore en Zuid-Korea hebben hun onderwijs hervormd om minder op pure kennisoverdracht en meer op vaardigheden te focussen, wat heeft bijgedragen aan hun uitstekende PISA-resultaten. Ook Vietnam heeft veel nadruk gelegd op basisvaardigheden en docentenkwaliteit, waardoor Vietnamese 15-jarigen in bijvoorbeeld wiskunde en lezen gemiddeld zo’n 1,5 leerjaar voorlopen op hun Thaise leeftijdsgenoten. In Thailand zijn er wel pilotprojecten en nieuwe methodes (zoals “active learning” via televisie of digitale platforms tijdens COVID) geïntroduceerd, maar het kernprobleem blijft dat de curriculumhervorming traag verloopt. Onderwijsexperts roepen op tot een grondige update van het curriculum om creativiteit, kritisch denken en praktische vaardigheden een prominentere plaats te geven.

PISA-scores 2022 van ASEAN-landen

LandLeesvaardigheidWiskundeWetenschap
Thailand393419426
Vietnam455499496
Singapore536569551
Maleisië431440438
Indonesië371379396

Lage salarissen en onvoldoende training voor docenten

Leraren vormen het hart van elk onderwijssysteem. In Thailand echter worden leraren geconfronteerd met meerdere uitdagingen die de onderwijskwaliteit beïnvloeden. Ten eerste zijn de salarissen en status van leraren relatief laag, vooral in het publieke basisonderwijs. Startende leerkrachten verdienen vaak weinig, en op afgelegen plattelandsscholen zijn gevallen bekend van tijdelijke docenten voor slechts 5.000 baht per maand (lager dan het minimumloon). Dit schrikt potentiële talentvolle leerkrachten af en tast het moraal aan van bestaand personeel. Hoewel overheidspersoneel in vast dienstverband betere salarisschalen heeft, is het beroep financieel niet erg aantrekkelijk vergeleken met andere sectoren, wat ertoe bijdraagt dat lesgeven niet de topkeuze is voor sterke studenten.

Bovendien is er sprake van onvoldoende training en professionele ontwikkeling. Er studeren ieder jaar wel tienduizenden nieuwe leraren af van lerarenopleidingen, maar de kwaliteit van deze opleidingen is wisselend. Uit een test van de Office of Basic Education Commission bleek dat een groot deel van de zittende docenten onvoldoende beheersing had van de eigen vakstof, in vakken als biologie, wiskunde en scheikunde zakte 60–80% van de getoetste leraren voor inhoudelijke kennisproeven. Dit geeft aan dat veel docenten zelf niet stevig genoeg zijn gevormd in de lesstof die ze overbrengen. Daarnaast besteden Thaise leraren verhoudingsgewijs veel tijd aan administratieve taken en verplichte neventaken, waardoor de tijd en energie voor lesvoorbereiding en bijscholing beperkt is. Een studie vond dat leerkrachten tot 84 van de 200 lesdagen kwijt zijn aan niet-lesgevende taken (vergaderingen, papierwerk, ceremonies, etc.). Deze bureaucratische belasting frustreert docenten en gaat ten koste van hun kerntaak: lesgeven.

Gebrek aan investeringen en middelen

Hoewel Thailand veel geld uittrekt voor onderwijs in absolute termen, komt dit niet altijd op de juiste plek terecht. Het probleem is dus niet zozeer hoeveel er wordt uitgegeven, maar waaraan. Een zeer groot deel van het onderwijsbudget gaat op aan salarissen en vaste lasten, waardoor er relatief weinig overblijft voor nieuwe leermiddelen, digitale technologie, bijscholing of verbetering van infrastructuur. In 2024 was van de ~252 miljard baht voor basis- en middelbaar onderwijs maar 11% bestemd voor bouw en renovatie van scholen, en circa 4% voor extra personeel en projecten. Dit betekent dat veel scholen, vooral op het platteland, kampen met gebrekkige faciliteiten, verouderde klaslokalen, tekort aan computers of wetenschapslabs, enzovoort. Bovendien krijgen elite-scholen of speciale wetenschapsscholen veel meer budget per leerling dan gewone scholen, wat tot interne ongelijkheden leidt.

Ongelijkheid tussen stedelijke en landelijke gebieden

Een groot pijnpunt is de kloof in onderwijskwaliteit tussen stad en platteland. Thailand kent aanzienlijke regionale en sociaaleconomische verschillen in schoolsucces. Leerlingen in Bangkok en andere stedelijke centra hebben toegang tot beter uitgeruste scholen, vaker gekwalificeerde leraren en extra tutoring, terwijl kinderen op het platteland of in arme gebieden vaak genoegen moeten nemen met minimale voorzieningen. Dit leidt tot merkbare prestatieverschillen. Volgens een gezamenlijke studie van OECD/UNESCO zijn er “significante disparities in student performance tussen sociaal-economisch benadeelde en bevoordeelde scholen, en tussen plattelands- en stedelijke gebieden” in Thailand.

Concrete cijfers onderstrepen dit: ongeveer 47% van de 15-jarige leerlingen in dorpsscholen is functioneel analfabeet (d.w.z. heeft moeite om gelezen teksten te begrijpen), tegenover een nationaal gemiddelde van ~33%. Met andere woorden, plattelandskinderen lopen fors achter in basisvaardigheden.

Politieke en bureaucratische invloed

Het onderwijsbeleid in Thailand is ook onderhevig aan politieke invloeden en bureaucratische rompslomp, wat vernieuwing bemoeilijkt. Zoals genoemd is er frequent ministers- en beleid wissel door politieke instabiliteit (militaire staatsgrepen, kortstondige regeringen). Elke nieuwe leiding komt vaak met eigen prioriteiten, waardoor consistente lange-termijnhervormingen nauwelijks de kans krijgen zich te zetten.

Daarnaast is er de invloed van bureaucratie en hiërarchie. Het onderwijssysteem is sterk gecentraliseerd: belangrijke beslissingen (curriculum, aanstelling van directeuren, besteding van budget) liggen bij het Ministerie en regionale kantoren. Schoolleiders en lokale gemeenschappen hebben beperkt autonomie.

Vergelijking en conclusie

Al met al is het beeld dat Thailand veel bereikt heeft op het gebied van toegankelijkheid, maar dat kwaliteitsverbetering achterblijft. De hierboven besproken factoren (verouderde methodes, positie van leraren, investeringspatronen, ongelijkheid en bestuurlijke issues) versterken elkaar vaak.

Vergeleken met andere ASEAN-landen valt op dat Thailand in bijvoorbeeld internationale tests onder het niveau zit van landen met vergelijkbare of lagere welvaart. Thailand riskeert dus verder achterop te raken in de regio als het de onderwijskwaliteit niet verbetert.

De Thaise overheid erkent het probleem en heeft plannen gelanceerd om de situatie te verbeteren, maar de echte uitdaging zit in de implementatie. Stabiliteit in beleid, gerichte investeringen in leraren en het dichten van de kloof tussen arm en rijk zijn noodzakelijk om de neergaande trend om te buigen. Een goed opgeleide jeugd is immers cruciaal voor Thailand om economisch en sociaal mee te komen in de dynamische Zuidoost-Aziatische regio.

Bronvermeldingen:

Hoe leuk of nuttig was deze posting?

Klik op een ster om deze te beoordelen!

Gemiddelde waardering / 5. Stemtelling:

Tot nu toe geen stemmen! Wees de eerste die dit bericht waardeert.

Omdat je dit bericht nuttig vond...

Volg ons op sociale media!

Het spijt ons dat dit bericht niet nuttig voor je was!

Laten we dit bericht verbeteren!

Vertel ons hoe we dit bericht kunnen verbeteren?

14 reacties op “Analyse: Het onderwijssysteem in Thailand: structuur, beleid en kwaliteitsuitdagingen”

  1. GeertP zegt op

    Ik heb het hier al vaker gezegd, het Thaise onderwijssysteem behoort tot de wereldtop, dat kan haast niet anders want mijn vrouw heeft maar 3 jaar lagere school genoten en toch weet zij alles beter.

    0
    • Wim zegt op

      Klopt, beste Geert. Dat valt bij mijn vrouw ook steeds op. Ook zij heeft amper de lagere school afgemaakt maar weet precies van alle zaken de hoed en de rand. Nu snap ik ook waarom kinderen zo snel afhaken, want in Thailand heb je aan een paar klassen lagere school genoeg.

      0
  2. Ryszard Chmielowski zegt op

    Mooi, overzichtelijk en duidelijk artikel over het Thaise onderwijssysteem. Mijn complimenten, Ryszard.

    0
  3. Henk zegt op

    Helder en goed artikel. Het roept bij mij de vraag op waar je als farang hulp kunt bieden om hierin (lokaal) het verschil te maken.

    0
  4. Thom zegt op

    Bedankt voor deze duidelijke en goed gedocumenteerde beschrijving van het Thaise onderwijssysteem. Dit geeft ook een goed beeld om beslissingen en keuzes te maken voor mijn vrouw’s dochter.

    0
  5. Adri zegt op

    LS,
    Al meer dan 10 jaar geef ik als vrijwilliger Engels op een basisschool in Thailand. Ik ben een gekwalifiseerde leerkracht. Ik vind het erg leuk om te doen, echter de resultaten vallen erg tegen. Kinderen van groep 8 (grade 6) die al ruim zes jaar Engels krijgen, kunnen nauwelijks een fatsoenlijke zin zelf produceren. Als je de lessen daar volgt dan snap je dat ook…Alles moet klassikaal nagesproken worden. Als groep klinkt dat vrij aardig, vraag je vervolgens aan een kind om diezelfde zin te herhalen… komt er nauwelijks iets uit. Ik maak derhalve zelf lesmateriaal, sprookjes en andere leuke verhaaltjes….met de bedoeling de kinderen dat zelf vanaf hun plaats in kleine stukjes hardop te laten lezen, Zegt de leerkracht, waarmee ik samenwerk: Ja, maar ze vinden lezen niet leuk!! Als dat de reden is om t vervolgens niet te doen dan snap ik waarom dat na 6 jaar Engels nog niet lukt. Zeker niet met kinderen die een behoorlijke faalangst hebben ( als je fouten maakt…. krijg je straf!!) Daarnaast probeer ik t cooperatieve leren er in te voeren! Zoals bij ons 60 jaar geleden leerkrachten kleine koninkjes in de klas waren, zo is dat hier nog steeds!
    Het schooltje staat in een klein dorp in t noorden van Thailand. Ik kan beamen wat er in de tekst hierboven staat. Het gebouw en het materiaal is in deplorabele toestand! Het meubilair is werkelijk rijp voor de sloop! En de directeur is DE BAAS! Zij organiseert vergaderingen onder schooltijd!! De kinderen zitten dan zonder toezicht in de klas! Ondergetekende moet dan proberen alle ballen in de lucht zien te houden.

    Tenslotte: toen ik bij de immigratie een afspraak moest regelen en ik vertelde dat ik dan op school werd verwacht, zei de ambtenaar: Dat heb ik niet gehoord!! Blijkt dus dat je ook als vrijwilliger geen les mag geven in Thailand. Toen ik op school navraag deed, wisten ze dat niet. Ik krijg altijd van de plaatselijke politieagent complimenten met t feit dat ik Thaise kinderen Engels wil leren!

    Adri

    0
    • Jozef zegt op

      Beste Adri, goed dat je doet wat je doet. Alhoewel ik er bedenkingen bij heb, want ook in TH hebben kinderen recht op goed onderwijs, en als dat moet komen van vrijwilligers? Hoe je de deplorabele toestand niet een beetje in stand? Natuurlijk, in zo’n klein achteraf dorpje ergens in het Noorden is iedereen blij met met meer “handen aan het krijtbord”, vandaar dat de plaatselijk politieman blij is met jou, en de IO de oren sluit. Maar kijk uit!

      In ieder geval is het zo dat wat je zegt dat je als “vrijwilliger geen les mag geven” niet klopt. Dat mag je wel degelijk. Echter: je moet het doen conform regelgeving. Zeker zoals in jouw geval als je ook nog eens over NL/BE-onderwijsbevoegdheid (hebt) beschikt. Zoals je zegt: je bent gekwalificeerd, (niet gekwalifiseerd.) Iedereen moet natuurlijk zelf weten hoe in Thailand een verblijf aangenaam en nuttig te maken, en het doen van vrijwilligerswerk kan daartoe een middel zijn. Maar vrijwilligerswerk is ook werk, en weet wel dat in TH het verboden is werk te verrichten als je geen werkvergunning hebt. En een werkvergunning is gebonden aan het juiste soort visum. Zie hiertoe informatie van het Thais Ministerie van BuZa: https://image.mfa.go.th/mfa/0/4SH3tgjzaB/Visa_Information/7.pdf, en een voorbeeld van een firma die je daarbij kan helpen: https://www.starvisaservice.com/volunteer-visa.html Zo zijn er meer. Tegen betaling uiteraard.

      Met het juiste visum kan een werkvergunning worden aangevraagd. Heb je beide documenten in bezit, dan pas mag je aan de slag. Meestal is het zo dat de ontvangende instelling (ngo, stichting, onderwijsinstelling) de aanvraag werkvergunning, en een bewijs van/contract vrijwilligerswerk verzorgt. In jouw geval zou ik eens een serieus gesprek hebben met de directeur. Zeker vanwege de vele jaren al dat je werkt als vrijwilliger. Kom je de verkeerde IO tegen, of krijgt de politieagent een andere baas: je weet maar nooit in TH!

      0
    • Onno zegt op

      Of je een gekwalificeerde leerkracht bent dat betwijfel ik. Er staan in je tekst al zeker 12 schrijffouten. Om ’t’ in plaats van ‘het’ te schrijven zal niemand je ooit geleerd hebben…

      0
      • Adri zegt op

        dag Onno,

        Dank voor jouw ‘positieve’ reactie!
        Het heeft echter meer met mijn typevaardigheid te maken.

        Adri

        0
    • TheoB zegt op

      Beste Adri,

      Dat je officieel een werkvergunning moet hebben voor het verrichten van vrijwilligerswerk is, denk ik, om de maas te dichten dat iemand onder het mom van vrijwilligerswerk een reguliere baan heeft met navenante vergoeding. We hebben het hier over officiële organisaties die middels contracten vrijwilligers in dienst hebben tegen een (kleine) onkostenvergoeding.
      Strikt genomen heeft Jozef dus gelijk, maar aangenomen dat jij geen (vrijwilligers)contract hebt met de school zou ik er niet al te zwaar aan tillen, maar ook niet rondbazuinen dat je als vrijwilliger les geeft. Ik weet zeker dat er in TH duizenden zoals jij zijn, die een positieve bijdrage proberen te leveren en dat het zeer gewaardeerd wordt (zolang het niks kost 🙂 ).

      Als de kinderen lezen niet leuk vinden hebben ze de verkeerde leesboeken gebruikt.
      Ik zou zeggen: vooral doorgaan met wat je doet, zolang je daar onder de streep voldoening uit haalt.

      @redactie: de afbeelding met de titel Uitvoerafbeelding is weggevallen. Verder vind ook ik dit een goed en informatief artikel. Ben benieuwd naar deel 2.

      0
    • RonnyLatYa zegt op

      “toen ik bij de immigratie een afspraak moest regelen en ik vertelde dat ik dan op school werd verwacht, zei de ambtenaar: Dat heb ik niet gehoord!!”

      Houdt daar maar rekening mee. Hoe goed het ook bedoeld is, zulke dingen houd je beter Low Profiel.

      0
  6. Jozef zegt op

    Enkele weken geleden in ‘The Nation’ en in ‘Bangkok Post’ al eerder: een 17-jarige tiener die zich druk maakt om het gebrek aan toegang tot onderwijs bij kinderen met leermoeilijkheden. 140.000 kinderen hebben die moeilijkheden, en van hen gaan er meer dan 50 duizend niet naar school. Volgens UNICEF zijn 70 duizend kinderen niet bekend bij de overheid, wat kan betekenen dat zij later niet in aanmerking komen voor bijstand.

    Adia “Indy” Pudtalsri , 17 jaar oud, oprichter van CareConnect, een digitaal platform dat op maat gemaakte educatieve middelen biedt voor studenten met uiteenlopende leerbehoeften: https://careconnectedu.com/
    https://www.nationthailand.com/class-of-future/40046057
    https://www.bangkokpost.com/business/general/2927981/careconnect-aims-to-promote-equity

    0
  7. Hans Bos zegt op

    Goed verhaal, waar ik de hand van een bekende schrijver in herken.Met een dochter op Matthayom 2 (katholieke school) begrijp ik bepaalde zaken nu eindelijk.

    0
  8. giacomo pensionato zegt op

    L.S.

    wat een mooi, inzichtelijk, compleet en kritisch artikel. moet een fors tijdrovend onderzoek aan vooraf gegaan zijn.
    men kan via de PISA uitslagen wel zien dat Thailand achter loopt maar daarmee is de oorzaak nog niet achterhaald.
    dank aan de samensteller en alle complimenten!
    ik ben er erg blij mee.

    met vriendelijke groet,

    Giacomo

    0

Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website