
Dank jullie wel voor de warme reacties op mijn vorige dagboekaflevering. Ze doen me goed, echt waar. Het is fijn te merken dat er mensen zijn die meeleven, ook al kennen we elkaar niet persoonlijk. Het motiveert me om door te gaan met deze dagboekserie, die meer en meer een soort spiegel is geworden van mijn leven hier in Thailand.
Mijn verblijf in Chiang Mai voelt als een schot in de roos. Alles aan deze stad klopt. De temperatuur is aangenaam, de mensen zijn vriendelijk en het tempo waarin het leven zich hier voltrekt, past bij me. Ik zou hier prima kunnen aarden. Als… ja, als die luchtkwaliteit in de wintermaanden niet zo slecht was. Elk jaar opnieuw trekt er een sluier van smog over het noorden, veroorzaakt door de landbouwbranden in Thailand en omliggende landen. Mijn gezondheid is me te dierbaar om dat te negeren. Jammer, want anders wist ik het wel.
Toch heb ik in deze stad mijn rust gevonden. Ik dwaal door het oude centrum, langs de stadsmuren en de tempels, over marktjes en door stille straatjes. Soms met een koffie in de hand, soms gewoon met open blik. Daarna trakteer ik mezelf geregeld op een massage. Hier wordt dat professioneel aangepakt. Eerst een formulier invullen met gezondheidsvragen, daarna mocht ik aangeven of ik een zachte, stevige of gemiddelde behandeling wilde. En natuurlijk of er specifieke klachten waren. Mijn onderrug blijft een zwakke plek, dus die kreeg extra aandacht. En dat deed wonderen.
Het eten is hier een feest. Klein, vers, kruidig, verrassend. En de prijzen zijn bescheiden. Uitgaan is hier ook totaal anders dan in Pattaya. Minder opdringerig, minder neon, minder show. Al zijn sommige patronen hardnekkig.
Zo kwam ik tijdens een avondwandeling terecht in een klein barretje, meer uit nieuwsgierigheid dan uit behoefte aan vertier. Achter de bar stonden twee Tom’s die er duidelijk plezier in hadden om de tent levendig te houden. Het werkte. Totdat een overduidelijk dronken, piepjonge meid zich aan mij vastklampte. Om mijn nek hangen, je kent het wel. Geen woord Engels sprak ze. Ze was ongetwijfeld pas begonnen in het barleven. Haar aanbod om met mij mee te gaan naar het hotel sloeg ik vriendelijk maar resoluut af. Op zo’n moment vind ik dat er grenzen zijn. Als je die laat vervagen, raak je je morele kompas kwijt. Dan zak je langzaam weg in iets waar je niet meer uitkomt. Ondanks mijn goede ervaringen met Chiang Mai gaf dat toch weer een soort déjà-vu gevoel met Pattaya. Het vreemde is dat je in Pattaya al een beetje afgestompt bent van dit soort dingen. Maar als je dat in het rustige, lieve Chiang Mai meemaakt, is dat toch een vorm van teleurstelling.
Het klinkt nu alsof ik de moraalridder uit wil hangen, maar dat is niet zo. Iedereen moet maar doen wat ze willen, mits het gaat om meerderjarigen. Ik heb daarentegen wel afspraken met mezelf gemaakt en daar houd ik me aan.
Wel besloot ik langer te blijven. Het hotel bevalt goed, ik heb nog lang niet alles gezien, en ik voel me hier prettig. Als een vis in het water.
Ook twijfelde ik nog of ik de vriendin van de dame uit de bar zal bellen. Ze woont in Chiang Mai en afgezien of het klikt, zal ze niet naar Naklua willen verhuizen, zo schat ik in. En andersom gaat het hem ook niet worden. Aan de andere kant is mijn nieuwsgierigheid wel gewekt. Beeldschoon, intelligent, gestudeerd en met een goed gevoel voor humor, zo werd me verteld. Nu zijn dat natuurlijk woorden die je misschien met een flinke korrel zout moet nemen, maar de nieuwsgierigheid won het van de twijfel. Wat had ik te verliezen?
Ik pakte het papiertje met haar nummer en besloot haar te bellen. De telefoon ging drie keer over.
“Hello?” zei een heldere vrouwenstem.
“Hello, you speak with Nico from Naklua,” antwoordde ik. “I got your phone number from the lady in Pattaya. You know her.”
“Yes, yes, I know her,” klonk het opgewekt. “She told me you might call. You’re Nico from Holland, right?”
Ze wist dus dat ik zou bellen. Dat maakte het gesprek een stuk minder ongemakkelijk. We praatten wat over mijn indrukken van Chiang Mai, over het weer, over eten. Het klikte wel. Niets geforceerds. Na tien minuten stelden we voor om elkaar te ontmoeten. Ze noemde een bekend restaurant, vlak bij de Ping-rivier. We spraken af voor over drie dagen.
En toen was het zover. Ik zat ruim op tijd in het restaurant, enigszins nerveus te wachten op wat komen zou. Ik had haar een berichtje gestuurd via Line om te laten weten waar ik precies zat. En toen… wachten. Vijf minuten. Tien minuten. Vijftien. Net toen ik dacht: ze komt niet, zag ik in mijn ooghoek iemand naderen.
Het was wat schemerig in het restaurant. Mijn blik gleed langzaam omhoog, van haar schoenen naar haar gezicht. Ze droeg een eenvoudige witte blouse, een donkere broek, geen poespas. Maar wat me trof was de manier waarop ze bewoog. Zelfverzekerd, maar niet arrogant. Toen ze voor me stond, viel ik bijna van mijn stoel.
Wordt vervolgd.
Ingezonden door Nico
