De energiemaker – deel 6 (lezersinzending)

De redactie had er moeite mee mijn vorige stukje te plaatsen. Ze vonden dat ik Thailand als kapstok gebruikte om een soort politieke boodschap te verspreiden. Een boodschap die ook nog eens weinig met Thailand te maken heeft. Ik kan die kritiek wel begrijpen, maar leven we tegenwoordig niet in een dusdanig gespannen situatie die de hele wereld aangaat?
Thailandblog staat vol met artikelen over gestrande reizigers, alternatieve vliegroutes, updates van luchtvaartsituaties e.d. Onlangs nog een artikel die de gevolgen van het conflict in het Midden Oosten voor de Thaise economie beschreef. Ik heb de indruk dat de redactie wel de gevolgen van het conflict wil belichten, maar dat het een discussie over de oorzaken wil vermijden (geen gevolgen zonder oorzaken). Jammer, maar misschien dat die teneur verandert nu de benzine en dieselprijzen ook hier in Thailand, onder druk komen te staan. Een lezer vond dat Thailandblog geen letter moest besteden aan mijn linkse opruiende ideeën. Mijn stukjes zijn niet links en niet rechts. Het enige wat ik doe is constateren en ik constateer dat het op dit moment niet zo geweldig uitziet.
Sinds mijn pensioen, ongeveer twee en een half jaar geleden, woon ik nu voor vast in Thailand. Ongeveer 20 jaar geleden heb ik mijn huidige Thaise vrouw leren kennen in Hua Hin.
Ik herinner me toen ik haar aan mijn ouders voorstelde. Dat ging best wel stroefjes. Ze zei geen woord en na wat ongemakkelijke stiltes stonden we na een uurtje op om te vertrekken. Mijn vader sprak toen de woorden die me altijd bij zullen blijven: de volgende keer praten we verder.
Ze heeft meer dan 15 jaar in Nederland gewoond. Indertijd heb ik een huisje laten bouwen in haar woonplaats tegenover d’r zuster. Als mijn werkzaamheden in Nederland het toelieten, ik heb bijna 30 jaar een eigen installatiebedrijfje gehad, ging ik naar Thailand op vakantie naar ons huisje.
Ik ben altijd graag in een café gekomen en mijn droom was ooit een eigen kroeg te beginnen. Die droom is uitgekomen. Naast mijn huisje heb ik een bar laten bouwen en elke zondagmiddag komen we met een aantal medefallangen bij elkaar om wat te drinken, te kletsen, muziek te luisteren/kijken of een potje poolbiljart te spelen. De vrouwen zitten buiten bij elkaar, etend, roddelend, de telefoon in de aanslag. Mannen en vrouwen gescheiden
De droom om een kroeg te hebben waar Fallangen én Thai samen een biertje drinken is niet uitgekomen. Thaise mensen komen niet, eigenlijk wel logisch. Wat moeten zij doen op een plek waar mensen komen die geen woord Thai spreken en waar een fles bier bovendien 10 bath duurder is dan in het winkeltje langs de straat.
Ondanks de lange tijd dat ik in dat dorp kom, en nu woon, heb ik er geen benul van hoe de Thaise mensen over mij (en andere fallangen) denken. Ze zijn vriendelijk, ze zijn behulpzaam, maar wat er in hun hoofden speelt blijft een mysterie. Misschien wel dezelfde vooroordelen die wij hebben als we iemand zien met een hoofddoekje. En creëert iemands huidskleur of geloof niet vooroordelen bij veel mensen?
Wel is het zo dat de familie van mijn vrouw mij ook als hun familie beschouwt. We gaan wel eens naar feestjes waar een nicht trouwt of waar een achterneef een weekje monnik wordt en waar ik dan de enige Fallang ben. Het enige wat ik daar kan doen is wat flessen Chang ledigen. Ik ken een paar Thaise woorden, maar lang niet genoeg om zelfs maar het kleinste gesprekje te kunnen voeren. Gelukkig begrijpen ze wel als ik ‘mot leo’ zeg en mijn lege fles in de hoogte hou.
Persoonlijk denk ik dat zolang we de Thaise taal niet een beetje machtig zijn, we hier als tweederangs burgers worden aangezien. Maar geldt dat ook niet voor buitenlanders in onze landen? En mochten we hier alsnog een beetje aanzien hebben, dan komt dat door…..geld.
De energiemaker was aan het werk, tenminste hij zat op zijn stoel in de schaduw van zijn kantoortje.
De situatie in de wereld maakte steeds duidelijker dat hij een van de belangrijkste banen in de toekomst had, maar dit terzijde. Hij moest denken aan een Fallang in zijn dorp. Deze had er jaren geleden een huisje laten bouwen en er later een bar bij gebouwd. In die bar kwamen elke zondag Fallangen bij elkaar. Ze dronken een biertje en speelden een potje poolbiljart. Hij moest toegeven dat ze in het algemeen vriendelijk waren en geen overlast veroorzaakten. Hun vriendinnen en vrouwen zaten dan buiten bij elkaar en deden waar ze goed in waren: beetje eten, beetje roddelen en veel telefoon kijken. Soms vroeg hij zich af of die vrouwen de loterij (een Fallang) gewonnen, hij wist het niet. Maar dacht hij terug aan zijn eigen vrouw, dan was hij toch wel een beetje jaloers.
Toch kreeg hij geen hoogte van hen. Hij had de indruk dat ze zich een beetje verheven voelden boven Thaise mensen. En dat alles beter was in het land waar ze vandaan kwamen. Hij wist wel beter. Hij zou geen stap in die bar zetten. Wat moest hij daar in godsnaam. Niemand sprak een woord Thais en bovendien was het bier daar 10 bath duurder dan in het winkeltje bij de buren. En… de ingang van de bar was veel te smal voor vrouwlief.
Wordt vervolgd
Ingezonden door Henk
