Hi-So en Lo-So, sociale klassen in Thailand

In Thailand is status erg belangrijk. De Thaise maatschappij is sterk hiërarchisch ingedeeld. Rangen en standen zijn voor de Thai al snel duidelijk.

Zo is een dienstbetrekking vooral belangrijk om de status die de Thai er aan kunnen ontlenen. Ambtenaren worden slecht betaalt maar dit soort beroepen zijn in trek omdat het aanzien oplevert.

Zelfs in de Thaise taal worden hiërarchie verschillen aangeduid. De Thaise taal kent persoonlijke voornaamwoorden die duidelijk maakt of degene een jonger of ouder persoon aanspreekt, maar ook iemand van een lagere of hogere stand.

Dit verklaart waarom veel Thai weinig moeite hebben met bepaalde vormen van discriminatie. Thai hebben vrij simpele gedachten over de sociale positie waar je toe behoort. Iemand met en donkere huid werkt op het land, op straat of in de bouw. Een persoon met een lichte huid werkt op kantoor. Dus degene met een donkere huidskleur staat onderaan de sociale ladder.

Je maatschappelijke positie wordt onder andere bepaald door afkomst, functie en financiële middelen. Thai pronken dan ook met rijkdom. Kleding en de auto waar je in rijdt zijn voorbeelden van aspecten die erg belangrijk zijn voor veel Thai. Tijdens de enorme economische groei in de beginjaren ’90, was Thailand één van de belangrijkste afzetmarkten voor Mercedes Benz. Ondanks de verkeerschaos in Bangkok rijden veel Thai liever naar het werk dan dat ze met de Skytrain gaan. Een auto is nu eenmaal belangrijk voor je aanzien.

Hi-So

De bovenlaag van Thaise maatschappij staat bekend als ‘Hi-So’. Dit is afgeleid van het Engelse ‘high society’. Tot de Hi-So behoren Thaise adel en rijke Chinese-Thaise families. Hi-So hoeft niet de afstamming te betekenen maar kan ook te maken hebben met rijkdom en uiterlijk vertoon.

De economische groei eind jaren ’80 en begin jaren ’90 hebben voor veel nieuwe rijken gezorgd. Deze ‘nouveau riche’ vormden een nieuwe groep onder de Hi-So. De bovenklasse van de Thai leeft vooral in en om Bangkok. De Hi-So vormt een dankbaar onderwerp voor roddelbladen en roddelrubrieken in de plaatselijke media. De Thailand Tatler is een magazine dat zich richt op de Hi-So. Het blad staat vol met succesvolle, mooie en rijke Thaise mensen.

Middenklasse

De Thaise middenklasse groeit ook hard. Deze bestaat uit hoogopgeleide Bangkokianen die vooral in de voorsteden van Bangkok wonen en op een kantoor werken in de hoofdstad. Opvallend genoeg vertoont deze groep veel westerse trekjes. Het westerse ideaal van huisje, boompje, beestje, wordt nagestreefd.

Onderklasse

De onderklasse, de grootste groep, wordt gevormd door de agrarische sector. Deze Thai wonen vooral in dorpen op het platteland. Het idyllische dorpsbeeld wordt vandaag de dag echter wreed verstoord. De jonge dorpelingen trekken massaal naar de grote stad gedreven door werkeloosheid en armoede. Ze gaan er aan de slag als taxichauffeur, bouwvakker of prostituee.

Door de massale opstand van boeren en de bevolking uit de provincie, die zich sterk identificeren met de politiek beweging van een aantal jaren geleden (de Redshirts) is er wel meer politieke aandacht voor deze groep. Maar de verschillen in ontwikkeling en welvaart zijn nog steeds enorm groot.

Scheiding van de klassen

De Thai houden de scheiding nog redelijk strikt in stand. Omgang met iemand uit een lagere standing wordt niet op prijs gesteld. Huwelijk en partnerkeuze worden bepaald door de sociale klasse waartoe men behoort.

De vriendelijkheid van de Thai ten opzichte van toeristen heeft voor een belangrijk deel te maken met de hiërarchische indeling van de maatschappij. Je moet nu eenmaal respect hebben voor iemand uit een hogere klasse. Een farang is blank en heeft geld, dus staat hoger op de maatschappelijke ladder.

Hoe bizar het ook klinkt maar de Thai uit de midden- en hogere klasse vinden het ondenkbaar en nogal belachelijk dat een farang samenleeft of trouwt met een vrouw uit de Isaan. Voor een Thai is de sociale klasse belangrijker dan de gevoelens die je voor iemand koestert.

Wij, in het westen zijn opgevoed met de gedachte dat iedereen gelijk is, ongeacht huidskleur, afkomst of geloof. Voor ons komen de ideeën van de Thai over de sociale structuur dan ook op zijn zachtst gezegd, vreemd over.

 – Herplaats bericht –

‘Plak het goud op de achterkant van het Boeddhabeeld’

(May_Chanikran / Shutterstock.com)

“Plak het goud op de achterkant van het Boeddhabeeld”; dat Thaise gezegde heb ik natuurlijk van Tino Kuis. Het betekent zoveel als “doe goed in stilte”. Dat laatste heeft trouwens naar verluid als bron de Lotussoetra, één van de belangrijkste boeddhistische geschriften uit het Mahayana Boeddhisme.

Het is natuurlijk onbekend of veel Thai dit gezegde naleven, er zijn in ieder geval ook de nodige Thai die niet willen altijd wachten op hun beloning in een volgend leven maar ook hier en nu al van hun giften willen profiteren, bijvoorbeeld in de vorm van waardering en bewondering van hun medemens en daarom hun goede daad niet onder stoelen of banken steken. Om wat voorbeelden te geven:

Als koning Rama X giften verstrekt aan de Thaise bevolking haalt dat zelfs de Bangkok Post en datzelfde gebeurde recent toen premier Prayut drie maandsalarissen weggaf. Giften aan de tempel worden met naam en bedrag middels een luidspreker wereldkundig gemaakt en op een crematie heb ik meegemaakt dat naam en bedrag voor iedereen leesbaar vermeld werden op een schoolbord. Op Facebook worden giften soms vermeld. Zo maakte een kennis van mij soms wel een paar keer per week geld over naar een goed doel. Op Facebook werd vervolgens informatie verstrekt over dat goede doel en werd een bankafschrift – met doorstreping van het bedrag – getoond. Ook verstrekte ze vaak voedsel aan monniken en dat ging steevast gepaard met een fotoreportage op Facebook. Ze verdiende overigens maar zoiets van het minimumloon dus grote giften zullen het niet geweest zijn. Toen ik haar erop wees dat goede doelen op internet lang niet altijd betrouwbaar zijn en ze haar geld beter aan kinderen en behoeftige oudjes in haar omgeving kon schenken stopte ze met die overschrijvingen, de voedselverstrekking aan monniken bleef gehandhaafd. Als farang wordt er dus toch nog naar je geluisterd al zal het wel met mijn gevorderde leeftijd te maken hebben.

Ook de farangs laten zich niet onbetuigd met hun goede daden en dan weet ik natuurlijk alleen van de gevallen waarbij het goud op de voorkant van de boeddha werd geplakt. Zo ken ik een Nederlands echtpaar dat al jaren geld overmaakt naar Foster Parents en 3 jaar geleden hun “dochter” in Thailand kwamen opzoeken. Een ander echtpaar gaf bij hun jaarlijkse bezoekjes aan Chiang Mai geld aan een plaatselijk weeshuis.

Veel farangs die hier permanent verblijven laten zich van hun beste kant zien zoals al gebleken is uit de verhalen op dit blog. Zo werd er voedsel uitgedeeld tijdens “COVID” en is er ook een groep die zich ontfermd heeft over gehandicapte mensen. Ook moeten we de partners en de schoonfamilie van de farangs niet vergeten omdat die vaak financieel bijgestaan worden al is hier niet altijd sprake van een gift want er staat natuurlijk ook wat tegenover. Verder worden er vaak leningen verstrekt aan Thai in de wetenschap dat die leningen niet altijd terugbetaald worden en dus omgezet worden in een gift.

Eigenlijk is het onze morele plicht – als we het ons kunnen veroorloven natuurlijk – om wat voor onze Thaise medemens te doen want de belastingdruk is laag in Thailand en als gevolg daarvan zijn de sociale voorzieningen matig. Om wat voorbeelden van die belastingdruk te geven: lage inkomstenbelasting, lage BTW en op markten soms helemaal geen BTW, lage accijnzen op benzine, diesel en elektriciteit en lage onroerend goed belasting; een uitzondering echter is de hoge invoerbelasting, met name voor drank. Dus farangs die vasthouden aan hun oude levenspatroon zouden toch nog wel eens een aardige bijdrage aan de Thaise schatkist kunnen leveren.

Mijn vrouw en ik voelen ons ook verplicht om wat te geven en we hadden het plan opgevat om dit jaar de village health volunteers in ons dorp iets te geven in deze drukke COVID-tijd. Die volunteers krijgen slechts duizend baht per maand betaald en al is het geen vijfdaagse werkweek voor ze, het blijft slecht betaald. Mijn vrouw nam contact op met een vriendin die zelf ook village health volunteer is maar die raadde het af want alleen al in ons dorpje waren er al honderden van die vrijwilligers en ze hadden trouwens dit jaar ook al een extraatje gehad van 500 baht. Dat van die honderden kan best kloppen want in Thailand lopen er meer dan een miljoen rond las ik op internet. Die vriendin had een ander voorstel en dat was om geld ter beschikking te stellen voor de aanschaf van vernevelaars om dengue te bestrijden. Een paar dagen later kwam er een delegatie bestaande uit het dorpshoofd en wat village health volunteers die het voorstel in wat meer detail kwamen toelichten waarna wij het geld konden overhandigen. Na de nodige dankbetuigingen verdwenen ze en een paar dagen later werden de foto’s opgestuurd van de vernevelaars als bewijs dat ze die aangekocht hadden.

Maar we wilden ook iets doen voor de plaatselijke school en met name voor de schoolgaande jeugd. We wisten dat de leerlingen een gratis middagmaal voorgeschoteld krijgen en dat de school daartoe 15 baht per maaltijd van de overheid krijgt. Zelfs in Thailand kan je met 15 baht moeilijk een goede lunch samenstellen dus we hadden gedacht om geld voor eieren beschikbaar te stellen omdat eieren uitermate voedzaam zijn. Nu had de vriendin van mijn vrouw wat voorwerk gedaan en toen we op school aankwamen werden we ontvangen door het schoolhoofd en wat leraressen. Dit keer kon ons voorstel geen genade vinden in hun ogen en het tegenvoorstel was dat de helft van het geld besteed zou worden voor de aanschaf van kippenvoer en de andere helft als bijdrage voor de lunch van de kinderen. Daar hadden wij natuurlijk geen bezwaar tegen. De overhandiging van het geld vond plaats bij de vlaggenmast onder het oog van vele getuigen en de nodige camera’s. Daarna werden we naar een grote zaal geleid waar een groep kinderen met een speciale opdracht bezig was. Daar moest ik een toespraakje houden wat vertaald werd door een lerares. Bij het afscheid riepen de kinderen luidkeels THANK YOU! Vervolgens kregen we een rondleiding over het uitgestrekte parkachtige terrein met een voetbalveld, groenteveldjes en her en der diverse gebouwtjes en ook opstallen voor het kweken van paddenstoelen. Varkens liepen vrij rond, vissen zwommen in betonnen bakken en de kippen waren ondergebracht in een kippenhok. De eieren waren natuurlijk voor de kinderen maar werden in de vakanties te gelde gemaakt. Elke schooldag wordt er een lunch voor de kinderen klaargemaakt door wat vrouwen; op andere scholen wordt dat soms door het onderwijzend personeel gedaan of worden kant-en-klaar maaltijden aangeschaft.

De school heeft 385 leerlingen in de leeftijd van 4 tot 15 jaar. Naast veel leraren (de klassen zijn veel kleiner dan die in Nederland) loopt er nog veel meer personeel rond. De leerlingen hebben allemaal een uniform en ze gaan op kousenvoeten de school in en soms op kousenvoeten naar buiten want dat deden de leerlingen die met ons mee liepen. Vol knollen trouwens. De kleintjes slapen ’s-middags op school: we zagen ze in een lokaal op wat matjes op de vloer liggen. Ik heb de indruk dat de kinderen daar een leuke tijd hebben.

Een paar dagen later kwam een delegatie van de school – na schooltijd – bij ons langs. Ze kwamen ons nog eens bedanken en ze overhandigden ons een oorkonde en uitgeprinte foto’s van het gebeuren. Leuk! Ze lieten wel tussen neus en lippen door ons weten dat ze weliswaar een voetbalveld hadden maar geen voetballen. We zullen dus binnenkort nog een paar voetballen doneren.

Lopen we nu het risico dat het geld in verkeerde zakken terecht komt? In de Bangkok Post stond enige tijd geleden het verhaal dat een schoolhoofd een deel van die 15 baht achterhield bij het uitbesteden van de lunches. Die kinderen kregen natuurlijk een karige maaltijd. Het zal een uitzondering zijn en bovendien is de kans op misbruik kleiner als het eten op school wordt klaargemaakt. En bovendien, bovenaan op de website van onze school staat ”ZERO –CORRUPTION- TOLERANCE”. Dat zit wel goed.

Door dit allemaal op te schrijven houd ik mij natuurlijk ook niet aan “plak het goud op de achterkant van het Boeddhabeeld”. Het zij zo.

Thailand financieel interessante bestemming voor expats

Wie graag in het buitenland wil werken en goed wil verdienen moet in Azië zijn. Expats worden namelijk in Singapore het best betaald. Op de lijst van  financieel interessante bestemmingen staat Thailand op de tweede plaats.

Dat is de conclusie van een rapport van de bank HSBC Holdings bij meer dan vijfduizend expats in honderd landen.

Uit het onderzoek blijkt dat 54% van de expats in Singapore een jaarinkomen van meer dan 200.000 dollar ontvangen. Ook blijkt dat 74 procent van de expats in Singapore na hun aankomst een betere financiële status hebben verworven, terwijl 80 procent ook laat weten dat hun besteedbaar inkomen flink is gestegen. Bij 44 procent is het besteedbaar inkomen door de komst naar Singapore met minstens 50 procent is toegenomen, tegenover een wereldwijd gemiddelde van slechts 19 procent.

Azië biedt veel voordelen voor expats

Driekwart van de ondervraagde expats liet weten dat ook de levenskwaliteit is gestegen door de komst naar Azië. De belangrijkste voordelen zijn:

  • Hoger besteedbaar inkomen.
  • Meer veiligheid (ook voor kinderen van expats).
  • Sneller ontwikkeling van de carrière.
  • Toename levenskwaliteit.

Het belangrijkste probleem is de integratie in de lokale gemeenschap. Slecht 19% van de respondenten konden zich integreren in de plaatselijke gemeenschap, terwijl 41% toegeeft meer contacten te hebben met andere expats dan met de lokale bevolking.

Expats Thailand: actiever sociaal leven

De onderzoekers benadrukken dat Azië steeds belangrijker wordt in de expat-wereld. Van de financieel meest interessante bestemmingen zijn er vijf in Azië gevestigd. Na Singapore volgen Thailand, de Kaaiman-eilanden, Bermuda, Hongkong, Mexico, Zwitserland, Maleisië, Zuid-Afrika en China.

De expats in Aziatische landen getuigen ook vaker op hun nieuwe locatie een actiever sociaal leven te leiden dan voorheen. Wereldwijd heeft 25 procent het over een actiever sociaal leven op zijn nieuwe locatie, maar in Singapore stijgt dat tot 43 procent. In Hongkong en Thailand loopt dat nog verder op tot respectievelijk 52 procent en 60 procent.

Zeurpieten

Wat voelde ik me gelukkig na het lezen van het door het Sociaal en Cultureel Planbureau verschenen rapport: ‘Sociale Staat van Nederland 2011’.

Het SCP-bureau is het sociaal-wetenschappelijke bureau opgezet door de Nederlandse overheid. Het gaat goed met ons land, supergoed als ik het allemaal zo lees. Lage rente, politiek stabiel en een daling van de criminaliteit. Ons inkomen stijgt, we gaan vaker op vakantie en we bezitten een aardig allegaartje aan consumptiegoederen.

Tachtig procent van de Nederlanders ziet de eigen financiële situatie met vertrouwen tegemoet. Toch klagen wij maar wat graag, want hoewel wij de mening zijn toegedaan dat het met ons privé goed gaat hebben we toch de nodige twijfels omtrent de toekomst van ons land. “De Nederlander mag graag klagen, het doet er niet toe hoe het écht gaat, het gaat gewoon nooit goed”. Aldus de verzuchting van de onderzoekers aan het eind van het rapport.

Onterechte somberheid

Als je kijkt naar de gezondheidszorg, huisvesting, sociale wetgeving, mobiliteit, vrije tijd en bezittingen dan leven we in een welvaartstaat. Ondanks de schommelingen in de economie is de welstand er de laatste tien jaar onafgebroken op vooruitgegaan.

Nederland is het rijkste land binnen de EU. Luxemburg laten we even buiten beschouwing, want de rijken die daar wonen zijn overwegend buitenlanders. Ook als we naar risicofactoren zoals werkeloosheid, inflatie en begrotingstekort kijken scoort ons land prima. Hoe je het ook bekijkt Nederland heeft het nooit eerder beter gehad. Toch mopperen en klagen we, wellicht ingegeven door onze calvinistische volksaard. Lageropgeleiden klagen om het hardst. Socioloog Rob Bijl, adjunct-directeur van het SCP en samensteller van het rapport, citerend: “Vergeleken met andere landen is het hier echt een paradijs. Financieel kunnen we wel wat hebben. De meeste mensen kunnen zonder grote problemen 5 procent in inkomen achteruitgaan. De afgelopen jaren zijn we in totaal 6 procent in inkomen gestegen.”

Thailand

De Nederlander is en blijft een echte zeurpiet. Sinds 1961, dus al 50 jaar lang, hebben we de 5-daagse werkweek. Waar ter wereld ontvang je AOW en waar is de ziekteverzekering zo goed geregeld? Een goed pensioenfonds maakt het leven op latere leeftijd nog wat aangenamer.

Het weer, de belastingen en de alsmaar stijgende prijzen zijn de favoriete onderwerpen waarover we maar blijven doorzeuren. Dus verhuizen we maar naar Thailand waar het zonnetje weelderig schijnt, je nauwelijks belasting betaalt en de prijzen aanmerkelijk lager liggen. Dus daar wonend klaag je niet meer. Had je gedacht.

De koers van de euro, de inburgeringcursus, kinderbijslag en zorgverzekering, het zijn zomaar een paar onderwerpen die de adrenaline bij menige expat rijkelijk laat vloeien. Ook in Thailand blijf je als rechtgeaarde Nederlander klagen en zelfs een lieftallige jonge vriendin aan je zijde is geen remedie tegen de klaagzang.

Ook ik klaag over het Nederlandse klimaat en daarom vertrek ik begin januari weer richting Bangkok. Dankzij de welvaartstaat en het paradijs dat Nederland heet mag en kan ik de komende winterperiode weer in de Thaise zon doorbrengen.