Inkomens- en vermogensongelijkheid in Thailand

Door Chris de Boer
Geplaatst in Achtergrond, Economie
Tags: ,
16 november 2015

Dat de inkomens in Thailand ongelijk verdeeld zijn is natuurlijk geen nieuws. In dit artikel besteedt Chris de Boer naast de ontwikkelingen in de inkomensongelijkheid ook aandacht aan een ander, minstens zo belangrijk, fenomeen en dat is de ongelijkheid in vermogens van de Thai.

Inkomens

Als we de Worldbank mogen geloven is de inkomensongelijkheid in Thailand wat kleiner aan het worden. Had 20 procent van de hoogste inkomens in 2009 47 procent van alle verdiende inkomens in Thailand, 30 jaar geleden was dit een beetje meer, namelijk 51 procent.

De allerrijkste 10 procent van de Thai verdienden samen (in 2009) 31,4 procent van alle inkomens in dit land. De allerarmsten zijn er diezelfde periode wat op vooruitgegaan. De armste 10 procent van de bevolking verdienden in 2009 2,8 procent van alle inkomens in dit land. In 1981 was dit met 2,3 procent een halve procent minder.

Sinds de verhoging van het minimumloon tot 300 baht per dag (= € 7,50 per dag; dat wil zeggen € 225 per maand als je elke dag werkt) zal de situatie van de allerarmsten wel wat verbeterd zijn ten opzichte van 2009. Echter: een deel van de bevolking heeft geen vaste baan maar werkt in de informele sector.

Dat neemt echter niet weg dat de inkomensongelijkheid in Thailand veel groter is dan in omringende ASEAN landen. De inkomensongelijkheid groeit binnen regio’s en tussen regio’s. De Thai met een (min of meer vast) salaris profiteren meer (industrie, dienstverlening; de formele arbeidsmarkt wordt groter) en de werknemers in Bangkok profiteren meer.

80 procent van de arme Thai woont in het Noorden en Noordoosten, wonen in dorpen, hebben een lage opleiding en werken meer in de informele sector. Zij profiteren veel minder van de economische vooruitgang.

De bevolking wordt rijker

De bevolking wordt rijker en is dus ook in staat om meer te lenen (o.a. via het gebruik van credit cards). De schulden van de Thai zijn ook gegroeid maar (gelukkig) minder dan het inkomen. Er is wel een verschuiving te zien. De informele kanalen (loan sharks, coöperatieve spaarsystemen) worden wat minder gebruikt.

Op zich is dit gunstig. De informele kanalen zijn echter snel te activeren als de formele kanalen (de banken) meer eisen gaan stellen aan het verstrekken van leningen (voor de aankoop van huizen of een auto). Hier en daar zijn er al signalen dat de banken wat minder scheutig zijn met leningen en hypotheken.

Het groeiende consumentisme van de Thai zal de overhand krijgen, is de verwachting. Ondanks de stijging in het inkomen van de Thai is het consumentenvertrouwen niet erg gestegen. De oorzaak daarvan zijn vooral de groeiende kosten van het dagelijkse levensonderhoud.

Om verschillende redenen zijn de prijzen van voedsel (varkensvlees, eieren, bakolie), elektriciteit, flessengas, water, benzine, openbaar vervoer/taxi en alcoholische dranken de laatste jaren gestegen. Op het Internet zijn hiervan lijstjes te vinden. Google maar eens op de zoekterm ‘rising costs of living in Thailand’.

Economische structuur

Natuurlijk heeft de inkomensongelijkheid tussen Bangkok en het platteland (met name het Oosten en Noordoosten) te maken met de economische structuur van Thailand. Het platteland leunt nog sterk op de landbouw en landbouwgerelateerde bedrijvigheid.

Terwijl deze sector slechts voor 10 procent bijdraagt aan het GDP (Gross Domestic Product = de waarde van arbeid van alle Thai tesamen) verdient 40 procent van de bevolking zijn brood (of beter rijst) in deze bedrijfstak.

De industrie is goed voor 38 procent van het GDP en ‘slechts’ 18 procent van de werkgelegenheid. De Thai industrie is sterk in export, eerst van landbouwproducten, nu van produkten als machines, juwelen en electronica. De sector dienstverlening (incl. het toerisme) draagt de resterende 52 procent bij aan het GDP. Hiervan is de helft werkzaam in de informele sector (dat wil zeggen: winkeltjes, wasserijtjes, taxi’s, brommertaxi’s, schoonmaak, huishoudsters, mobiele restaurants, bewaking enz).

De inkomensongelijkheid is een gevaar voor de economische groei

De inkomensongelijkheid is een gevaar voor de economische groei op middellange termijn. In steden als Khon Kaen en Udon Thani is al meer bedrijvigheid merkbaar. Dit heeft ongetwijfeld te maken met het inspelen op de komst van de AEC (Asean Economic Community).

Deze groei in bedrijvigheid kan alleen duurzaam worden als de ondernemingen ook op termijn goed opgeleide medewerkers kunnen vinden. De Worldbank aan het woord over Thailand:

  • policy should aim at removing supply-side constraints to participation in wage employment rather than trying to affect directly the allocation of labor and levels of earnings. …the most substantial role for policy is to improve the access of those from poorer households and in lagging regions to secondary education. Expanding access to secondary education not only would help sustain growth, it would also promote equity across income groups and regions “.

Met andere woorden: minder nadruk op het aantrekken van bedrijven en maatregelen met betrekking tot inkomens in de armere regio’s (zoals het minimumloon, de rijst-subsidie, de aanleg van infrastructurele werken) maar meer nadruk op de betere (vak)opleidingen.

Vermogens

Het is interessant om de ontwikkelingen in de inkomens van de Thai bevolking te volgen. Misschien nog interessanter is het schetsen van de ontwikkelingen in de vermogens van de Thai. Vermogen is bezittingen minus schulden. De bezittingen bestaan dan vooral in het bezit van grond, gebouwen, spaartegoeden, geld en goud en – niet te vergeten – aandelen. In dat verband spreken de volgende gegevens boekdelen:

  • De 20 procent meest vermogende Thai bezit 70 procent van alle vermogens in Thailand; de 20 procent armsten slechts 1 procent;
  • 42 procent van de spaargelden in Thailand staat op 70.000 bankrekeningen, die meer dan 10 miljoen baht saldo hebben;
  • 1 procent van de bevolking heeft ruim 40 procent van alle spaargelden;
  • De 50 rijkste families in Thailand (volgens Forbes die elk jaar dit soort lijstjes maakt en ze op het Internet publiceert) bezitten samen bijna 84 miljard US dollar, ofwel 2520 miljard Thai baht.
  • De twee rijkste families zagen hun netto waarde in twee jaar tijd (2011-2013) toenemen met 13,6 miljard US dollar, ofwel circa 400 miljard baht. Alleen deze GROEI al is genoeg om 1,8 miljoen Thai een minimumsalaris van 300 baht te geven gedurende deze twee jaar.

Oude en nieuwe elite

Het voert hier te ver om in te gaan op de redenen waarom de ongelijkheid in vermogens vele malen groter is dan de ongelijkheid in inkomens. Dat vergt ook enige studie over hoe de eigendom van gronden tot stand is gekomen, de wetgeving ten aanzien van ondernemen in Thailand waarin met name de Thai ondernemingen worden beschermd en niet te vergeten een studie naar de tactieken van deze Thai ondernemingen, ondernemers en hun bevriende politici en politieke partijen.

Deze vermogende Thai families zijn terug te vinden in de beide politieke machtsblokken in dit land. Die worden wel eens de oude elite (de Democraten) en de nieuwe elite (de Thaksin aanhangers) genoemd.

Het grootste obstakel om in Thailand wat te doen aan de ongelijkheid in inkomen en vermogen zijn het gebrek aan politieke wil daartoe van de twee machtsblokken en de corruptie. Uit betrouwbare bron weet ik dat de regering Yingluck er serieus over gedacht heeft om de regels voor het opstarten van een eigen bedrijf in Thailand door buitenlanders aanzienlijk te versoepelen. Zover is het nog steeds niet gekomen. U mag raden waarom.

Toekomstige ontwikkelingen

Om te weten te komen wat er in de toekomst gaat gebeuren, raadplegen de Thai veelvuldig waarzeggers, kaartleggers en de horoscoop. Ik ben niet zo helderziend. Ik schrijf dus op wat deskundige academici met kennis van zaken en kennis van vergelijken met de economische ontwikkelingen in andere in ontwikkeling zijnde landen opmerken.

Om tot een redelijk inkomen uit arbeid in de landbouwsector te komen moet het aantal Thai dat daarin werkt omlaag en de productiviteit en professionaliteit (zeker bij de verkoop van producten voor marktconforme prijzen; zonder subsidie dus) omhoog. Meer mensen zullen hun baan moeten vinden in het opkomende midden- en kleinbedrijf maar daarvoor moeten zij beter worden opgeleid.

Nu al zijn er kwalitatieve tekorten. Als de Thai dit gat niet opvullen, zullen buitenlandse werknemers (uit andere AEC-landen maar zeker ook uit China) dat ongetwijfeld doen, waarschijnlijk tegen hogere salarissen. Een kwestie van vraag en aanbod. De Thai bevolking zal daarnaast vergrijzen, zodat er minder Thai beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt dan nu.

Thai bedrijven staan voor een lastige keuze

Als het gemiddelde opleidingsniveau (en betere vakopleidingen) en arbeidsproductiviteit niet aanzienlijk omhoog gaan in Thailand, zijn de bedrijven niet (optimaal) in staat om economische groei, en groei in opbrengsten en winst te verwezenlijken.

De Thai bedrijven en hun Thai eigenaren (samen vormen zij het parlement in dit land) staan voor een lastige keuze. Moeten we – lange termijn denkend – gaan investeren in het algemene opleidingsniveau van de Thai bevolking die daarmee ook wijzer zal worden, of gaan we door op de ingeslagen – korte termijn denkend – weg van een niet duurzame economische ontwikkeling en het oplossen van problemen als die zich voordoen.

Deze niet duurzame weg levert iedereen op de korte termijn meer geld op, de rijken via vermogensgroei meer dan de armen. Tegelijkertijd leggen we de verdere toekomst van Thailand in de handen van meer buitenlandse bedrijven, buitenlandse aandeelhouders en buitenlandse werknemers.


Best quality of life countries:

  1. Australia
  2. Canada
  3. Sweden
  4. New Zealand
  5. Norway
  6. Denmark
  7. USA
  8. Switzerland
  9. Finland
  10. Netherlands
  11. Luxemburg

Happiest people:

  1. Denmark
  2. Finland
  3. Norway
  4. Netherlands
  5. Canada
  6. Switzerland
  7. Sweden
  8. New Zealand
  9. Australia
  10. Ireland
  11. USA
  12. Costa Rica

Most corrupt countries:

  1. Burundi
  2. Zimbabwe
  3. Equatorial Guinea
  4. Libya
  5. Laos
  6. Congo
  7. Tajikistan
  8. Cambodia
  9. Angola
  10. Yemen

Thailand no. 88 (174 countries)

Less corrupt countries:

  1. Denmark
  2. Finland
  3. New Zealand
  4. Sweden
  5. Singapore
  6. Switzerland
  7. Norway
  8. Canada
  9. Netherlands
  10. Iceland
  11. Luxembourg

– Herplaatst bericht –


» Laat een reactie achter


No votes yet.
Please wait...

1 reactie op “Inkomens- en vermogensongelijkheid in Thailand”

  1. Tino Kuis zegt op

    Beste Chris,
    Goeie beschrijving van de grote ongelijkheid in inkomens en vermogens in Thailand. Het is niet eerlijk. Daar moet iets aan gedaan worden. Wie kan een beter plan voorstellen dan een Nederlandse expat in Thailand?

    De Thaise staat ontvangt slechts 20 procent van het Bruto Nationaal product (BNP) in de vorm van belastingen. Slechts 16 procent daarvan is inkomstenbelasting, de rest is BTW, belasting op bedrijfswinsten, accijnzen en nog wat kleinere zaken.
    Als hoger-middeninkomen land moet Thailand meer belastingen heffen, tot 40 procent van het BNP. En dan die extra inkomsten in zijn geheel herverdelen dus terug geven aan de bevolking op de wijze zoals hieronder staat.

    Meer belastinginkomen:
    De BTW omhoog van 7 procent nu naar 15 procent, en 20 procent voor luxe goederen, inkomstenbelasting omhoog voor de hogere inkomens vooral door afschaffing van de vele aftrekposten, geringe verhoging van de belasting op bedrijfswinsten, flinke verhoging van de accijnzen op tabak, alcohol en wat minder op brandstoffen.
    Nieuwe belastingen: milieu belasting, belasting op land en huizen boven een bepaalde waarde, met een hoog tarief op ongebruikt land, hoge erfbelasting oplopend van 10 tot 50 procent.
    De inkomsten van de staat verdubbelen dan ongeveer

    Verdeling van de extra inkomsten:
    Geef iedere legale inwoner in Thailand(wij expats en de werkmigranten dus ook…), oud en jong, rijk en arm, 3000 baht per maand. Dat kan van dat extra inkomen van de staat. De hogere inkomens (en de vermogens) gaan omlaag, de middeninkomens blijven min of meer stabiel en de lagere inkomens gaan er wat en soms veel op vooruit. Later kan dit beleid geleidelijk worden bijgesteld.

    De mensen die er op vooruit gaan zijn vooral de ouderen, de gezinnen met kinderen, de gehandicapten en de mensen in de informele sector. Het zal vaak een verdubbeling van hun inkomen zijn. Goede gezondheidszorg en goed onderwijs worden ook beter betaalbaar. Criminaliteit zal afnemen. De kloof in de samenleving wordt minder diep.
    Prijzen zullen waarschijnlijk wat stijgen maar de economische activiteit, vooral de binnenlandse consumptie, neemt toe (en dus ook weer de belastingen: het zogenaamde multiplier effect).
    Mooi plan maar zal helaas nooit gebeuren, vrees ik.


Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website