Meanderen met Winifried Atwell

Door Theo van der Schaaf
Geplaatst in Column, Theo van der Schaaf
Tags: ,
22 januari 2017

[embedyt] http://www.youtube.com/watch?v=eY_PabVEUbY[/embedyt]

 

Een beetje zoals Winifried Atwell piano speelt, tingeltangelend, zo gaat Nut door het leven, ik kan het niet mooier maken. Ze hobbelt maar heen en weer tussen mijn huis, haar huis waar moeders vertoeft, Chaam of de lokale Makro, omdat er weer van alles op en nodig is voor de massage shop Thai Thai Massage.

De shop waar het al weken loeidruk is, ondanks de zwaar toegenomen concurrentie en het afgenomen toerisme. Ik telde onlangs 29 massage shops binnen een cirkel van 250 meter rond haar shop! Maar Nut heeft vleugels en loopt over water, druk, druk. A donde estas (waar ben je?), zing ik regelmatig mee met Linda Rondstadt als ze uit mijn iPod galmt. Vannacht kwam ze, Nut dus, niet Linda helaas, om half één thuis, dodelijk vermoeid en…

Vanmorgen moest ze al weer om zes uur op om eerst naar de markt te gaan en vervolgens Boeddha te gedenken en bedanken – het is alweer Boeddha dag: houdt het nooit op? – en de oranje fans eten te brengen. Van de schrik zat ik om even over zessen al aan het ontbijt, haar ontregelend met mijn keiharde vragen over het hoezo en waarom ze die oranje droefsnoeten alsmaar te eten moet geven? Ik lees steeds meer beroerde verhalen over het gedrag en achtergrond van die types. Ze antwoord dat ik gelijk heb maar toch geen gelijk krijg want, you know, This Is Thailand, Thailand different.

Meanderen kan helemaal niet op muziek, slaat echt nergens op, maar ik vind het zo’n mooi woord dat ik het graag eens wil misbruiken. Ik fiets namelijk regelmatig slingerend door Hua Hin, vandaar. Ja, nee, het is niet wat je nu waarschijnlijk denkt, alcohol! no way, Misschien moet ik zeggen: ik slinger regelmatig fietsend door Hua Hin, is dat duidelijker?, nou, nee, dat helpt ook niet, onzin. Maar goed, tijdens die fietsslingertochten laat ik me graag Thaise bijzonderheden opvallen.

Gisteren fietste ik in een zijweg van Soi 102 en zag een brandnieuw, groot afdak waaronder een aantal mannen aan het werk was. Er lag een pas gestorte betonnen vloer en een deel gevlochten betonijzer waar nog een stuk vloer gestort moest worden. Op de gestorte vloer stonden al tafels met stoelen. De tafels werden geschilderd. Ik stapte van mijn fiets en vroeg bij de ernaast liggende massage salon aan de dame die, samen met een stuk wat honden op de patio een beetje half lag te dutten, wat het bouwwerk moest worden? Ze leefde helemaal op, wilde van alles van me weten, zag denkelijk een topdag voor zich…

Nadat ze zich er van overtuigt had dat ik echt geen massage wilde, vertelde ze, teleurgesteld en nauwelijks nog geïnteresseerd, terwijl ik een massale vliegenaanval trotseerde, dat het een restaurant ging worden. Ik keek de eenzame, wat armoedige, stoffige straten nog eens door. Mijn blik eindigde aan de overkant van het te verwachten restaurant. De weg ertussen is smal, net breed genoeg voor twee auto’s. Daar ligt dus op ongeveer tien meter afstand van het binnenkort te openen restaurant, (niet!) afgeschermd door een open metalen hek, een vuilnisbelt van buitengewoon indrukwekkende omvang. Ik schatte de belt toch zeker honderdvijftig meter breed en, hoe diep kon ik niet zien, maar zover het oog reikte in ieder geval. Ik moest, zoals me vaak in Thailand overkomt, denken aan water naar de zee dragen. Toen ik wegreed kwam er een grote vuilniswagen aanrijden. Ik hoorde een hels lawaai achter me toen hij zijn lading loste. Ik had dit geluid al een paar keer gehoord terwijl ik de boel observeerde, nu wist waar het vandaan kwam…

Wat mag of niet mag in Thailand is mij een volslagen raadsel. De middenstand lijkt aan geen enkele regel gebonden. Niet lang geleden sloot in het centrum van de stad weer eens winkel die het niet gemaakt had. Gesloten luiken als gevolg, maar geen probleem voor de volgende entrepreneur. Binnen een week stond er een wandelend restaurant voor de gesloten luiken. De stoep volledig onbegaanbaar makend voor wie dan ook. De stinkende walmen nodigen overigens ook al helemaal niet uit om dat te willen, laat staan er te gaan eten.

Aan restaurants is sowieso geen gebrek heb ik het idee. Ik vermoed zomaar dat dit de zwaarst beconcurreerde ondernemerspositie is in Hua Hin, wellicht in heel Thailand. Het lijkt zo dat, wanneer je helemaal niet meer weet wat te ondernemen, dan is er altijd nog één optie; begin een restaurant. Waar ik ook fiets, ik kom altijd wel binnen enkele honderden meters een eetgelegenheid tegen. Vaker twee, drie, vier of meer. Dat kan dus allemaal niet economisch en het is een komen en (failliet) gaan van jewelste. Ik weet panden die in de zes jaar dat ik hier woon ook zes keer van eigenaar wisselden.

Of bezemverkoper, dat kun je ook beginnen natuurlijk. Daar is altijd een markt voor, bezems. Bij mijn huis komen dagelijks karretjes, geduwd, getrokken of driewiel-gefietst voorbij om aan mijn niet aflatende behoefte aan bezems te voldoen. Bezems, je kunt er nooit genoeg van hebben, zeg ik altijd.

Terug naar huis fiets ik op de grote weg, rij in de zevende versnelling met een pittig gangetje en er rijdt mij een man op de brommer voorbij die een soort toren van Pisa bij zich lijkt te hebben. De toren steekt ruim boven hem uit! De stapel, eieren zie ik nu, dertig op een blad en dan zeker wel veertig van die eierhouders op elkaar, zodat we het hier hebben over meer dan zevenhonderd eieren, staat op de treeplank van de brommert en, begrijpelijk, helt enigszins. Een voet past daardoor niet op de treeplank, hangt losjes buitenboord. Hij houdt met één hand/arm de boel in het gareel en ik m’n hart vast. Kunstenaars, helden zijn het, die Thaise brommerrijders. Ik had alles over voor een foto, maar helaas, hij was me te snel af.

’s Avonds meander ik wat door de straatjes van Bintabaht, het uitgaansgebied van Hua Hin. Sinds de bommen afgingen in Hua Hin is er wegens daarna plotsklaps ontstane en zeer ongebruikelijke toeristvriendelijkheid opeens een Walking Street ontstaan. Da’s mooi, maar in een van de aansluitende straten is daardoor een nieuwe brommerparkeerplaats ontstaan.

Gevolg is dat daar nog net met één persoon tegelijk doorheen gelopen kan worden en ook hier dringt zich op: alles kan en alles mag want, wie regelt wat en waarom zou dat moeten?

Ja, het markmechanisme wordt wel heel erg ver doorgevoerd hier in Thailand. De Nederlandse regering kan er nog een puntje aan zuigen. Hup Mark, het kan nog veel beter!

En ik word echt oud, want hoe haal ik het Boeddha’s naam in mijn hoofd om over Winifried Atwell te beginnen? De kans dat iemand daar ooit van gehoord heeft is echt minimaal, Maar ze was wel apart want kom er maar eens om; in de hitparade komen met gezellige piano pingeltjes, dat kon vroeger, en er waren er wel meer trouwens die met de piano in de hitparade kwamen, wat te denken van Rob Hoeke? En, en, en…. zoals een blogger laatst al schreef, ik word echt oud, ophouden nu…


» Laat een reactie achter


2 reacties op “Meanderen met Winifried Atwell”

  1. Cees van Kampen zegt op

    Leuk stukje weer, lees ze altijd.Winnifried ken ik zeker nog wel. Zo ook Russ Conway.Heerlijke tijd, wisten nog wat muziek maken is.Groeten Cees.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +3 (obv 3 stemmen)
  2. Henk Wag zegt op

    Vergeet niet Floyd Cramer, een pianist die in de jaren ’50 en ’60 vooral in de Nashville-scene heel actief was, vooral samen met gitarist Chet Atkins ! “Last date” was een van z’n bekendste nummers. Een zeer kenmerkend geluid, waarbij elke toon aan ‘t eind iets omhoog lijkt te gaan. Denk bijvoorbeeld aan de piano die je hoort bij “Please help me I’m falling” van Hank Locklin. Ook herinneren we ons uit die tijd vast nog wel onze hollandse Pia Beck, ook vermaard om haar boogie-woogie stijl !

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: 0 (obv 0 stemmen)

Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website