Een inspirerende omgeving, het strand Hua Hin

Door Theo van der Schaaf
Geplaatst in Column
Tags: , ,
30 januari 2017

Mijn pen is vandaag, een willekeurige dag, voorzichtig gedoopt in een dan toch fikse dosis eigengereidheid en zelfgenoegzaamheid, moet ik waarschuwen.

En ik ga waarschijnlijk ook veel te veel en ook onnodige woorden gebruiken om iets uit te duiden, nu al dus! Maar pas op; soms ook te weinig! Daar komen ook nog eens niet-bestaande woorden en andere onzinnigheden bij, waar Bill Gates zeker rode streepjes onder gaat zetten. Het zij zo!

U zou ook kunnen concluderen dat het allemaal TE melig is. Melig, dat woord hoor je niet vaak meer op heden. Deze strand-column ‘verzandt’ dus bij regelmaat, maar dan kunt u natuurlijk, gewoon stoppen met lezen. Uiteindelijk, aan het einde dus, zult u zich wellicht afvragen: heeft schrijver dezes iets te veel gedronken? Wellicht, wellicht. Het blijft echter onvermeld.

Niet ver bij mij vandaan ligt een tamelijk grote vrouw

Waarom als titel Een inspirerende omgeving zult u zeggen? Dat ga ik toelichten. Ik ben op het strand van Hua Hin, een plaats in midden Thailand. Een strand dat is afgeladen met veel verschillende mensen zoals dat wel vaker met zomers uitziende stranden het geval is. Bijvoorbeeld; naast mij ligt een enorme…. Nee, opnieuw.

Niet zover bij mij vandaan, enkele meters zou ik zeggen, ligt een tamelijk grote, maar toch, slanke vrouw. Ze heeft prachtig, zwart krullend haar en ook vooral veel; het krult aan alle kanten bijna uitdagend over het ligbed. Haar ogen staan in een breed, op het eerste gezicht, zo te zien dus, vriendelijk gezicht (dat is 2x gezicht, en nu al 3x!). Ze zijn gesloten, die ogen.

Ik schat haar rond de veertig. Ze is zonder iemand, alleen dus. Ik bedoel, er staat geen leeg bed naast het hare met een handdoek erop of zo. En om meteen maar eerlijk te zijn –altijd beter ook vind ik – ben ik vooral nieuwsgierig om haar te zien wanneer ze zal opstaan, of dan toch tenminste, gaat zitten, overeind komt als het ware.

Twee homoiaanse jongens; ze zijn brutaal aanrakerig

Ik ben aan het lezen en observeren tegelijk merk ik. Valt niet mee. En eigenlijk wilde ik naar mijn tijdelijk guesthouse om alles wat ik nu pas schrijf meteen al op te schrijven maar, dan heb ik het weer niet meegemaakt, dat werd (wordt?) dus lastig; onthouden dan maar.

Daar komt ook nog eens bij dat ik regelmatig word lastig gevallen door de twee homoiaanse (geen goed Nederlands!) jongens in de bediening. Een jaar of dertig zijn ze, schat ik. Ze zijn dol op mij, vooral op mijn sigaretten, en als die krap worden, dan toch zeker op mijn aansteker.

Ze zijn behoorlijk fysiek, brutaal aanrakerig (ook al weer zo’n woord) zo je wilt, komen op mijn bed zitten, ieder aan een kant, lichtelijk tegen mij aan, een hand achteloos op mijn arm of been, en hebben dan een soort verstandhouding die inhoudelijk, hoewel over mijn lichaam heen, voor mij natuurlijk verborgen blijft.

Daar zet ik met enige regelmaat een rem op met streng afwerende gebaren en blikken, soms harde woorden. Al vaker maakte ik mee dat de homoiaanse kant van de wereld mij interessant vond. Why? Alhoewel ik natuurlijk wel veel vrouwelijks in mij heb, zachte kanten zogezegd.

Ze zijn allebei pimpeldonkerbruin

Ze hebben geen kwaad in de zin, de boys, willen alles van me weten. Wat lees Ik? Is het een mooi boek? Waar gaat het over? Waarom vind ik het een mooi boek? En nog zo wat van die keiharde vragen. Wat vind ik trouwens van hun Engels?, wilden ze eens weten. Ze hebben een redelijke woordenschat maar slikken veel in, wat de verstaanbaarheid niet ten goede komt.

Ik heb het woord articuleren getracht uit te leggen aan hen. Dat viel niet mee, ze kregen er de slappe lach van. Een dag na deze les brachten ze een woordenboek Engels – Thais mee. Ik wees het woord aan en er ging een wereld voor ze open. Sindsdien komen er meer lettergrepen uit. Ze lachen vrijwel permanent, ook als er geen enkele reden toe is. Ik verdenk ze van dubbel denkgedrag (wat is dat nu weer?).

Daarnaast sleuren ze regelmatig, vooral als ze zich vervelen, passanten naar een mensvrij (woord bestaat ook niet) ligbed met de mededeling dat dit bed slechts 100 baht (€ 2,30) kost voor een hele dag gebruik, voornamelijk erop liggen dus. Vandaag dragen ze allebei een zakdoek voor hun gezicht om niet bruin te worden. Ze zijn allebei al pimpeldonkerbruin (ik ga dit soort woorden vanaf nu niet meer toelichten, iedereen ziet maar)!

Ze is weg, mi amore!

Jawel, er komt beweging, ze gaat zitten. En, het is wat ik dacht, wat een voorgevel. Daar kunnen toch met gemak twee, nee, zeker drie koppen koffie op worden uitgeserveerd (kun je dat nu wel zo zeggen? Een beetje grof is het wel). Ongelofelijk mooi bij dit ranke lichaam.

En nu zult u wel denken: ja, kom op zeg, toch zeker geen puur natuur? Ik zweer het je, goud is het! En nu weet ik opeens ook weer waar dat woord ‘enorme’ aan het begin van dit verhaal vandaan kwam. Como esta? zegt ze, mij slaapdromerig (mooi woord! geen commentaar a.u.b.) aankijkend.

‘You must be Russian’, kaats ik uit het niets terug, wetend dat mijn Spaans niet al te best is. Ze schiet in de lach en het ijs is niet alleen gebroken; er is nog slechts een plas gebleven. ‘Are you on holiday?’, vraagt ze dan. ‘No, I suffer by living here in Hua Hin as a pensionado (rood streepje van Bill).’

Wanneer onze drankjes gebracht worden die ik natuurlijk meteen bestelde bij de boys, is de plas al geheel opgedroogd en hebben wij het idee dat we elkaar al wat langer kennen dan vandaag. De boys draaien wat nieuwsgierig om ons heen, lopen achteloos, iets te vaak langs. Ze zagen mij nooit met een vrouw terwijl ik er toch al heel lang kom. Ze zijn teleurgesteld vermoed ik.

Na nog een drankje weet ik het al wel zeker: ze gaat onvoorwaardelijk van me houden, geen ontkomen aan. Hoe moet dit verder? Ik word wakker met een soort halfaf (!) gevoel. Ze is weg, mi amore! Dan m’n boek maar weer. Het had gekund, toch?

Hij drinkt één bier, zij niets

En dan dat Japanse stel achter mij; ook leuk en bijzonder. Zij is ielig (!), klein, mager, en van borsten absoluut geen sprake. Hij is anderhalve kop groter en ook al een sprinkhaan. Ze zijn beiden in zwarte badpakken en permanent druk met elkaar, kletsen honderd uit. Het valt me echter op dat ze nooit lachen. Ze nemen alles wat ze doen serieus.

Ze zijn net als ik af en toe in het zeer warme zeewater alwaar hij zijn uiterste best doet haar te leren zwemmen, ja, ook serieus. Ze ligt op zijn armen en maakt de onvermijdelijk, noodzakelijke bewegingen. Alleen de armen en benen synchroniseren nog niet. Een paar keer gaat ze kopje onder waarna er na enorm geproest, een Japanse orale stortvloed losbarst waarvan ik de vertaling maar achterwege laat.

Ze zijn ook heel erg in de weer met de miljoenen over het strand in en uit hun holletjes kruipende krabbetjes (mooie alliteratie, kruipende krabbetjes). Nou ja, met een paar daarvan dan. Ze graven zelf ook holletjes en gaan dan kijken of die krabbetje verleid worden ook daarin te gaan.

Met gekruiste benen onder hun magere billetjes, zitten ze tegenover elkaar. Ze praten nog immer vrijwel onophoudelijk maar ik kan ze niet betrappen op aanraken van enig lichaamsdeel van elkaar, behalve dan bij de zwemlessen, maar dat kan natuurlijk ook niet anders. Hij drinkt één bier, zij niets.

De homoiaanse bediening besteedt hoegenaamd geen aandacht aan ze. Kinderen kunnen niet zoeter zijn. Ik schat ze toch wel dik in de dertig, alhoewel, bij Aziaten weet je het nooit. Wees voorzichtig met schatten. Je kunt er zomaar tien jaar naast zitten en alleen Boeddha (in Nederland God) weet wat voor problemen je daarmee op je hals haalt (ook weer zo’n uitdrukking. Hoezo op je hals?).

Stokoude moeder met blonde dochter

Nog iets verder, schuin voor mij (doet dat ertoe?), ligt een zilvergrijsharige, stokoude moeder – dat moet wel want alles, echt alles aan haar is gerimpeld (ik kan het niet mooier maken, sorry) – met naast haar, en dat kan ook niet anders, haar behoorlijk goed geconditioneerde blonde dochter.

Hoe weet je nu dat het haar dochter is, anders gezegd (kan ook), hoe weet je zeker dat de stokoude haar moeder is, vraag je je misschien (terecht) af. Eerlijk gezegd kan ik dat niet uitleggen maar ga er graag een weddenschap over aan, met wie dan ook. Ik wil ook wel eens wat winnen of verdienen, kom maar op!

Ze gaan om de beurt zwemmen, zodat er altijd iemand bij de privé kostbaarheden achterblijft, zoals de portemonnee, de telefoon, en alleen Boeddha weet wat ze nog allemaal meer bij zich hebben, afijn, je begrijpt het wel. Moeders doet er wel twee keer zo lang over als de dochter, zowel het zwemmen als van en naar de zee lopen.

Zij houden, in tegenstelling tot onze Japanse vrienden, wel van een borrel en ontvangen (mede daardoor) ruime aandacht van onze gay boys (tsja, zo kun je ze ook noemen, makkelijker zelfs). Ze zitten regelmatig even bij de dames aan het voeteneind van het ligbed, kriebelen wat aan hun beider tenen en maken ze aan het lachen. De dames genieten zichtbaar. Die komen nog eens weerom, for sure.

En nee, ze is niet, ik herhaal, niet in verwachting!

Twee Russen – u mag nu zelf bepalen waar ze liggen – een man en een vrouw, zijn allebei iets te rond voor hun leeftijd. Ik heb trouwens geen idee hoe oud ze zijn, mag u desnoods ook wel zelf bepalen. Ze liggen diagonaal, over twee ligbedden tegen elkaar aan, face to face. Moet kunnen. Alles blubbert een beetje aan ze. Allemaal niks erg, maar hun badpakken zijn dan toch wel iets te klein waardoor dan weer extra rondingen ontstaan. Niet echt mooi is een understatement (woord keurt Bill Gates goed, wow!) in dit geval.

Het is allemaal nog niet zo erg als ze niet ook nog overal glimmend metalen versieringen in, aan en op (lelijk en ook gewoon fout gezegd) hadden laten aanbrengen. Bijvoorbeeld: er steken wel drie pinnen rechtop uit haar navel, een navel die dan ook weer iets naar buiten steekt wegens haar buik die, zelfs als ze ligt, nog zo rond als een voetbal is. En nee, ze is niet, ik herhaal, niet in verwachting! Wedden?

Door haar lippen zijn drie ringen geboord. Hij heeft een paar setjes kleinere ringetjes door beide oren laten boren. Verder is er nog een overdaad aan armbanden en kettingen te vinden aan willekeurig welke arm of nek van het stel. Ze spreken vloeiend Russisch wat niet heel raar is(Ah, daar komt mijn kwinkslag natuurlijk vandaan, eerder in dit verhaal over mijn inmiddels verdwenen mi amore).

Wat wel weer raar is, als er door de gay boys voor beiden bier gebracht wordt, staan ze op, lopen tot aan de enkels het water in, draaien dan om en gaan wijdbeens naast elkaar staan kijken naar ons, de andere strandgangers. Door de stroming, die op en neer gaande golven weet je wel?, zakken ze langzaam, bierdrinkend, iets weg.

De dames zijn vooral ‘shy’, verlegen

Tegen de tijd dat ik het strand, de zee en al deze uiterst vermoeiende observaties (hoe kan ik dit nu toch in hemelsnaam allemaal onthouden?) achter me laat, dat is meestal zo rond half vijf, komt er een nieuwe stroom bezoekers op gang, de lokale Thai. Dat zijn er veel. Ik ben wel eens wat langer gebleven om zien hoe zij een schemeravondje aan het strand doorbrengen. Dat gaat heel anders.

Drank en eten worden meegebracht. De strandtenten weten dat en gaan dicht. De ligbedden zijn opgestapeld. De Thai zitten op grote kleden.
Er komen het meest complete families, dus pa, ma, kinderen en kleinkinderen. De laatste twee categorieën gaan geheel gekleed in zee, althans, dan toch zeker de meiden. Nou willen Aziaten (vooral dames) niet bruiner worden, weten we (wel witter, en daar zijn vele nep Akzo-middeltjes voor in de handel hier in Thailand) en je zou denken dat ze daarom hun kleren aanhouden. Dit is maar gedeeltelijk waar. De dames zijn vooral ‘shy’, verlegen.

Mijn tijdelijk Thais Geluk

In een onbewaakt ogenblik liet ik me in het verleden eens, door mijn toenmalig Thais Geluk, verleiden tot winkelen. Een misstap die ik zelden maak, maar goed, dingen gebeuren. In een duidelijk nog veel minder bewaakt ogenblik vroeg ik haar of ze niet een bikini wilde passen die ik wel aardig vond voor haar niet onaantrekkelijke borsten.

Het was voor Thaise begrippen een dure, een merkkledingstuk. Ze was er helemaal in haar sas (hoor je ook maar zelden, sas) mee, want hij paste en stond ‘beeldig en sjiek tegelijk’! Ze heeft hem nooit gedragen. Ze ging trouwens ook nooit met mij in zee….wait a minute….dat klopt niet.

Natuurlijk ging ze met mij in zee. Hoe zou ze anders überhaupt (lelijk woord) ooit mijn tijdelijk Thais Geluk kunnen zijn geweest (wat een ongelofelijk lelijke zin!)? Dat ze uiteindelijk mijn Thais Ongeluk geworden is, daar verschijnt ooit ook eens een heel boek over, dat wordt niet melig, niet gezapig en al helemaal, ik herhaal, helemaal niet leuk!

– Herplaats bericht –


» Laat een reactie achter


1 reactie op “Een inspirerende omgeving, het strand Hua Hin”

  1. Jack G. zegt op

    Dat op het strand zitten is nog een heel gebeuren als ik het verhaal van Theo zo lees. Ik zit af en toe een paar uurtjes op het strand van Hua Hin. Meestal op een gedeelte waar je keus hebt in zon of schaduw. En ik kies voor een stevige stoel/bedje en niet die van gordijnstof in een parasolpark. Vorig jaar zat ik daar ook een tijdje de golven te tellen en toen kwam er Duitser en die trok even zijn shirt uit en toen schrok ik toch wel eventjes. De beste man had op zijn rug een hele verzameling wratten van centimeters hoog zitten die zorgde voor een manlandschap. Gelukkig kwamen daarna die leuke dames uit Zweden bij me zitten die ik de vorige avond al had ontmoet in de disco. Dan knapt het landschap rond mijn gehuurde strandbedje toch een heel stuk van op. Kortom, ik was weer in mijn sas met die leuke melige Zweedse dames.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +3 (obv 3 stemmen)

Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website